Voor schrijvers, door schrijvers
  • Schrijfopdracht

    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven. 
  • Meedoen?

    Wil je ook een schrijfopdracht publiceren op Schrijverspunt en misschien feedback ontvangen? Je kunt een keuze maken uit een van de opties

    We werken met twee types schrijfopdrachten:

    • Een verhaal in maximaal 500 woorden dat dient dient te beginnen met een vaste eerste zin en eveneens te eindigen met een vastgestelde zin, zoals aangegeven in de optie.
    • Een associatief geschreven tekst (proza of poëzie) o.b.v. woorden en beelden, zoals aangegeven in de optie.
  • Beoordelen

    Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Ook jouw feedback kan een schrijver verder helpen.
Optie 1.
Een verhaal in maximaal 500 woorden
Eerste zin:
De auto stopte vlak naast me bij de rand van het trottoir.
en als laatste zin:
Ik ritste mijn jas dicht en draaide me om.
Optie 2.
Een verhaal in maximaal 500 woorden
Eerste zin:
Ze keek me aan op een wel heel venijnige manier.
en als laatste zin
We gaven elkaar een hand, twijfelden even en kusten elkaar toen innig.
Optie 3.
Een verhaal in maximaal 500 woorden
Eerste zin:
De bank in het park, waar nooit iemand zat, was bezet...
en als laatste zin:
Pas uren later ontdekte ik dat ik mijn telefoon miste.
Optie 4.
Een verhaal in maximaal 500 woorden
Eerste zin:
Vreemd dat het kerkplein leeg is op dit uur...
en als laatste zin:
Zal iemand dit ooit geloven?
Optie 5.
associatiefSchrijf een tekst (proza of poëzie) uitgaande van het gegeven dat je een van je zintuigen mist.

Denk er niet teveel bij na, maar schrijf.
Optie 6.
associatiefBeschrijf een willekeurig voorwerp in je directe omgeving.

Beschrijf daarna hetzelfde voorwerp door de ogen van iemand anders.

Twee verhalen dus over hetzelfde voorwerp.

Schuld

De auto stopte vlak naast me bij de rand van het trottoir. Op deze zomeravond, op weg naar mijn broer, was in Benthuizen geen mens op straat. Toch had ik de Audi niet aan horen komen. Terwijl ik een stap opzij deed, opende de bijrijder het raampje. Een oude rap van 50Cent hoorde ik op de achtergrond.
Hij wees naar mij: ‘Hé jij, ben je bekend in de buurt.’
Zijn zwarte polo bedekte voor een deel zijn tattoos die de hele rechterarm in beslag namen. Slangen met geopende bek straalden agressie uit. Dit beloofde niet veel goeds.
Ik knikte: ‘Ik woon al jaren in deze buurt.’
‘Vertel mij wat man, ik ken je toch.’
Ik keek hem vragend aan. Iets in hem kwam mij bekend voor, toch kon ik hem niet thuisbrengen.
‘Jij bent toch Peter de broer van Pat, het mooiste mokkel uit het dorp. Waar is ze.’
Nu meende ik zijn stem te herkennen. ‘Ben jij niet Abel uit Zoetermeer.’
Hij knikte. Hij was Abel, de ruziezoeker van de havo. De jongen met zijn dikke haardos en zijn borstelige wenkbrauwen. Berucht om zijn grootspraak en vooral zijn wangedrag. Na weer een vechtpartij om een gestolen fiets, waarbij hij mij met een mes had gestoken, was hij van school gestuurd. Niemand wist wat er van hem geworden was. De tengere Abel van toen was veranderd in een gespierd sportschooltype. Hij had nog wat van mij tegoed.
‘Ik herkende je pas toen ik je stem hoorde, wat ben jij veranderd zeg.’
‘Waar kan ik Pat vinden? Wij hadden een afspraak met haar. Zij zou mij wat brengen, maar ze is niet op komen dagen, de trut.’
Hoe kon ik weten waar ze was. Patricia had ik al weken niet meer gezien. Sinds ze op haarzelf woonde in Amsterdam, kwam ze zo nu en dan nog aanwaaien. De laatste keer had ze de linkerarm in een mitella. Ze was naar eigen zeggen thuis van de trap gevallen. Volgens mijn vrienden was ze in de drugsscene beland en bracht ze eens per week een zending pillen naar Duisburg. Ik wilde het niet geloven.
‘Ik weet niet waar ze is, ze woont hier niet meer.’
De kleerkast opende het portier, kwam dreigend op mij af en stompte me tegen mijn borst.
‘We hebben je wel door man, je wilt niets zeggen. Als je niet zegt waar ze is loopt het slecht met je af.’
Ik weerde hem af. ‘Blijf van mij af joh, ik zeg toch dat ik niet weet waar ze is.’
Trillend deed ik een stap achteruit: ‘Ho, wacht.’
Ik stroopte mijn mouw op en toonde hem het litteken op mijn onderarm waarvoor hij verantwoordelijk was: ‘Weet je het nog? Waarom zou ik jou helpen, gast.’ Hij verbleekte. Uit de binnenzak van mijn jas haalde ik het vergeten klappertjespistool van mijn neefje.
‘En nu oprotten.’ Ik ritste mijn jas dicht en draaide me om.

 

Dit artikel delen?

optie 1.

  • Hits: 88
(De gemiddelde waardering is 2.5 door 2 stem(-men)

Reacties   

# RE: SchuldHans Van Battel 15-03-2020 23:17
Dat moet deugd gedaan hebben!

Login of registreer om een reactie te plaatsen