Schaap of nevel

In de vroege ochtend hangt een lome nevel over het weiland. Er staat een schaap in. Hoe leid je je lezer hier in rond? Beschrijf je de nevel, context, omstandigheden, tot ie als vanzelf tegen het schaap oploopt? Of beschrijf je het schaap eerst, je onderwerp, het nieuwsfeit, je bewering, om daarna de omstandigheden te schetsen die hiertoe geleid hebben?

Kies bij elke tekst je invalshoek en herken je voorkeur: ben je een nevel- of schaapschrijver? Doe het ook eens andersom.