55 woorden wedstrijd
Meedoen:14 t/m 21 februari 2019
Schrijftips nodig?
In het menu zijn de nodige te vinden
Al een sprookje geschreven?
Kijk eens bij schrijfactiviteiten...
Wintertijd
Leestijd
We stonden samen in het halletje te wachten op de lift. De ‘bozige’ buurman van de andere kant – iedereen op de galerij is buurman - met stapels papier en ik, de ‘jonge’ buurman van het laatste stuk, met een vuilniszak. Het tempo van de lift is waarschijnlijk afgesteld op trage hoogbejaarden in scootmobiels of met rollators, hoewel ze er maar net in passen. Misschien zit er een diepere gedachte achter hoor, dat zou kunnen. Dat je zo de tijd krijgt om met je medewachtenden contact te leggen.
Deze buurman en ik hebben elkaar al vaker ontmoet en elkaar geholpen met onze e-bikes. Dan ken je elkaar. Beiden zijn we, zeg maar, in huispak, joggingbroek, oude trui, afgetrapte slippers. Het wachten op de lift duurt. Ik zeg; ‘Ik denk het is rustig, ik ga even snel naar beneden.’ Hij knikt en sombert naar de grond. ‘Tja. En dan kom je mij ook nog tegen.’ Ik zwijg bewust.  Als de lift uiteindelijk met veel lawaai langzaam open kreunt, maken we tegelijkertijd het gebaar van gaat u maar. Hij schudt zijn hoofd; ‘Nee, jongeman, schoonheid gaat voor leeftijd’. Zijn ogen twinkelen. ‘Kreeg je ook een klusje in je mik?’ Hij wijst naar mijn vuilniszak. ‘O. Nee. Dat mag ik allemaal zelf verzinnen.’ Zijn blik lijkt jaloers. ‘Ik kreeg een deprimande’, zucht hij.
Ik denk tenminste dat ik dat versta. In deze gemêleerde seniorenflat met verschillende woonvormen ben ik wel wat gewend inmiddels. ‘Ik had beloofd oud papier te doen en lege flessen en zo. Mijn vrouw dacht dat ik dat dan ook meteen vandaag zou doen. Dus tja, dan krijg je hommeles. Dat wil je niet zo vlak voor de kerst, het is al somber genoeg.’ De lift kraakt en piept en is halverwege. ‘De winkels zijn nog open’, suggereer ik, ‘dan koop je toch een zoetmakertje?’ We grijnzen nu allebei breeduit. ‘Hm’, lacht hij, ‘je had het dus wel gehoord’.
De lift bonkt op de begane grond en wacht tergend langzaam voor ze haar deuren opent. Alsof ze ons niet wil laten gaan. Ik help hem met zijn kranten. ‘Als je nou weer eens wordt afgebrand, loop dan even binnen, drinken we een biertje samen.’ Hij knikt voor hij, minder in elkaar gedoken, inderdaad de stad inloopt. Hij draait zich nog even om en zegt; ‘Ik mag jou wel, buurman. Je maakt het leven wat lichter op onze galerij.’ 
Dit artikel delen?
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Teksten en afbeeldingen van deze website mogen alleen met schriftelijke toestemming gebruikt worden. © Schrijverspunt 2019
https://www.lekkerboek.nl/sitemap