Warm bed

Schrijf een commentaar

Gebruikerswaardering: 4 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE

als de wekker gaat

is mijn blaas de enige

die eruit wil gaan

{jlexreview:off}

windstil

3 Commentaren

Gebruikerswaardering: 4 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE

Storm raast in haar hoofd.

In de schaduw van de wind,

valt de stilte hard.
{jlexreview:off}

Kwetsbaarheid

3 Commentaren

Gebruikerswaardering: 5 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVE
Wat kwetsbaarheid zegt
Durven falen is moedig
En toont dat je vecht
{jlexreview:off}

De raketmoord

Schrijf een commentaar

Gebruikerswaardering: 5 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVE

We klagen graag, zelfs zonder pijn te hebben of af te zien. Over lijden weet iedereen wel iets te vertellen, we zijn allemaal ervaringsdeskundigen. Overlijden is een andere zaak. Dat moeten we nog allemaal meemaken en aan den lijve ondervinden. Daar gaan we nu niet over huilebalken. Spatiebalken zijn wél belangrijk. Zij zorgen voor duidelijkheid en ruimte. In het algemeen ben ik niet zo voor verengelsing maar ik vind de taal van Shakespeare in deze veel minder zwaar klinken dan onze spatiebalk. Inspirerend zelfs. Een spacebar, een ruimte in de ruimte waar je gezellig iets kan drinken of een hemels lekkere luchtige snoepreep à la Mars of Milky Way … Stop! Alleen al door eraan te denken voel ik dat ik weer een kilo ben bijgekomen.

Overlijden ja, daar ging het over. Zo onafwendbaar en onvermijdelijk dat het inevitabel is. Graag zou ik er nog een tijdje mee wachten, omdat ik dagelijks mijn klein stukje geluk beleef in de vorm van een glimlach van mijn vrouw en kinderen of van zomaar iemand, een lief woord, een knuffel, een grapje, een verkwikkende wandeling, een lekker etentje … noem maar op. Als mijn tijd dan toch gekomen is, dan zou ik het liefst op een natuurlijke manier heengaan. In mijn slaap, van ouderdom, pijnloos. Liefst niet na een enge slepende ziekte, zoals mijn vorige computermuis.

Niet natuurlijk overlijden is uiteraard een ander en korter verhaal. Dat kan te wijten zijn aan een ongeval ter land, ter zee of in de lucht of bijvoorbeeld door euthanasie (noem het een overdacht overlijden) of zelfmoord. Dat laatste leek altijd heel ver van mijn (sterf)bed, toch werd ik ooit verblind en overwoekerd door lugubere, donkere gedachten en spookte het in en door mijn hoofd. Goddank is er van dat soort overwegingen helemaal niets meer overgebleven, buiten wat overgewicht. Misschien moet een mens gewoon een keertje diep in de put gezeten hebben om te beseffen wanneer het geluk hem overvalt, al is het slechts een klein sprenkeltje. Een sprankeltje. Of een gesprenkeld sprankeltje. Even stilstaan is niet altijd achteruitgaan. Integendeel.

Verdachte overlijdens zie ik al heel mijn leven op de televisie. Samen met Hercule Poirot, Professor T., Derrick, Horatio Caine of Witse uitvissen wie de moord gepleegd of het misdrijf begaan heeft, de zogenaamde ‘whodunit’. Samen kijken naar verslagen van autopsieën, huiszoekingen en buurtonderzoeken doen, verhoren afnemen, sporen onderzoeken, bewijzen vinden en daders ontmaskeren. Altijd spannend, zo’n whodunit en veel minder calorierijk dan een donut. De laatste donut die ik at, smaakte trouwens een beetje bloemig. Danny, echt, je bent goed op weg om een eet-schrijfstoornis te ontwikkelen. Focus! Wacht eens even … Bloemig … kussen … Mijn laatste donut smaakte waarschijnlijk net als Alexander De Croo kussen. Bloemig. Bah! Des te meer een bewijs hoe benauwend en akelig iemands denkwereld kan worden. Bloemen noch kransen op mijn graf later. En al zeker geen krokussen.

Zou ik zelf ooit iemand kunnen vermoorden? Iedereen denkt van niet. Nog geen vlieg, zo wordt gezegd en geschreven, ook door professionals. Veel te braaf. Veel te zacht. Veel te lief. Wel, ze vergissen zich schromelijk, zeg ik vrij opschepperig en fors vliegenmepperig. Iedereen kan moorden. In de depressieve tijd dat ik door witjassen binnenstebuitengedraaid en quasi microscopisch-maniakaal psychologisch ontleed werd, was een van hun talrijke besluiten dat ik een donker kantje, een ‘psychopathische deviatie’ had. Daar moest ik me verder hoegenaamd geen zorgen over maken, aangezien dat meetresultaat wel vaker voorkomt bij mensen met autisme. Ziezo. Afgehandeld. Nu weet je ‘t. Schop onder je kont en volgende patiënt.

Toch bleef het een tijdje nazinderen. Op mentaal vlak nog veel meer dan aan mijn zitvlak. Ik werd immers ooit beschuldigd van moordpoging …

Het gebeurde op een zonnige zomerdag in 1982. Mijn broer en ik tennisten in de tuin. Hadden we dan een echte tennisbaan? Nee, we speelden op het gras met een vrij kinderlijk strandtennissetje. Rackets uit zwart plastic en gele softballs uit zachte foam. Moes.Zacht en ongevaarlijk. Mijn moeder had al snel door dat ik uit min of meer hetzelfde materiaal vervaardigd was en gaf me ‘Moesen Balleke’ als koosnaam. Om het veld lijnrecht af te bakenen gebruikten we de tuinslang en in het midden aan de zijkant stond zowel links als rechts een omgekeerde tuinstoel. Daartussen spanden we een stuk afgedankt rolluiklint dat dienst deed als net. Nu ik erop terugkijk, zag het er allemaal nogal kneuterig uit maar in onze beleving waser bij elke bal bittere ernst (doet me denken aan bitterballen, negeren we) en opperste concentratie. Zo speelden we onze eigen Wimbledon-finale. Mijn broer was de stoïcijnse, stugge Tsjech Ivan Lendl en ik de ietwat bollere, speelse en grofgebekte Amerikaan John McEnroe. Niet dat uiterlijkheden zo belangrijk waren maar toch droeg ik net zo’n zweetband rond mijn hoofd als hij. Een rode. John had ‘Big Mac’ als bijnaam en dat vond ik veel stoerder en lekkerder klinken dan ‘Moesen Balleke’. Bovendien had ik ook in mijn jonge jaren al een klein eetstoornisje en een vrij uitgebreide woordenschat, gespijsd met behoorlijk wat schuttingtaal. Altijd handig op en rond een tennisveld. Welnu, ze zou me niet redden.

Het enthousiaste publiek fantaseerden we er steeds moeiteloos bij. Die dag hadden we bij wijze van uitzondering maar liefst twee echte toeschouwers, moeder en tante, al zaten ze iets verderop en hadden ze meer oog voor hun koffie en taart dan voor onze sportieve capriolen. Op een gegeven moment betwistten we een spectaculaire rally. Het balletje ging vlot van het ene kamp naar het andere en bij elke slag won het punt aan belang, tot er een onwaarschijnlijke climax volgde. John McEnroe, ik dus, maakte een verrassende schijnbeweging en in plaats van het balletje vol te raken, lukte ik een subtieledropshot, zodat de bal maar net over het net belandde, botste en stilviel. Een schitterend voorbereid en levensbelangrijk punt, dus maakte ik alvast een zegegebaar door beide armen ostentatief in de lucht te steken. Mijn broer Ivan Lendl had echter veel spelinzicht en de nodige reactie- en vertreksnelheid, waardoor hij na een pittig spurtje en een miraculeuze snoekduik de bal alsnog kon halen. Meer nog, hij wist hem nog net terug te spelen en over het net te krijgen. Mijn punt werd zijn punt. Binnen een fractie van een seconde werd zegezekerheid twijfel en nog een ogenblik later werd twijfel ongeloof en frustratie, waardoor ‘Moesen Balleke’ tijdens een exceptionele, flamboyante woedeaanval zijn racket keihard tegen de grond gooide. Wist hij veel dat hij in volle furie het tennisracket met de bolle kant pardoes op de groene tuinslang zou keilen, waardoor het een waanzinnige snelheidsboost kreeg en plotsklaps van onschuldig racket naar supersonische raket transformeerde. Het ding belandde uiteindelijk redelijk onzacht tegen de linkerslaap van mijn tante, waardoor ze jammer genoeg niet onschuldig en onwetend even in slaapviel zonder er zich achteraf iets van te herinneren maar meteen moord en brand schreeuwde, of toch vooral moord, mij onterecht betichtend van voorbedachtheid en mij stante, nee, zittende pede veroordelend tot levenslange opsluiting, al dan niet met een levende tuinslang. Kom op! Come on! Onze tuin is geen Hof van Assisen! You cannot be serious! Onvrijwillige doodslag hooguit, met een hele goede advocaat misschien. Hoewel, ze was niet eens dood. Ze was niet eens dood!

Dat laatste had ik misschien niet mogen roepen. Het was de adrenaline, de ontlading van het moment, de opluchting door haar springlevendheid en mijn rechtvaardigheidsgevoel na het rechtveren van het racket. Haar reactie was theatraal en een tikkeltje overdreven maar misschien was ze wel even geschrokken als ik. Of nog meer.

Mijn moeder nam het met een korreltje suiker, slurpte nog eens van haar kop koffie en bood iedereen na de indrukwekkende inbeschuldigingstelling een kalmerend stukje taart aan, behalve mij. Ik werd veroordeeld tot het opruimen van het tennisveld en het in mijn kameroplossen van enkele oefeningen uit mijn wiskundeboek van het voorbije schooljaar. Makkelijke staartdelingen in plaats van moeizame taartdelingen. Een schijnstraf. Mijn moeder wist maar al te goed dat ik niet dol was op gebak. Op staartdelingen evenmin, maar mijn tante tot in het oneindige horen herhalen wat een geluk ze bij een ongeluk had gehad en wat voor een nietsnut, snoodaard en slechterik ik was, leek me oneindig veel akeliger. Zoals ik al zei: spreken over lijden en overlijden … Een hemelsbreed verschil. Dank je wel, spacebar.

Uiteindelijk werd dit slechts een klein jeugdtrauma. Na een grauw en een snauw even een knauw voor mijn zelfvertrouwen maar achteraf besefte ik snel dat ik wel wat in mijn mars had. Een Mars, daar heb ik nu echt zin in! En in wat ruimte rondom mij.

 

{jlexreview:off}

Bevend belevend

2 Commentaren

Gebruikerswaardering: 4 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE
       het is angstig stil

geen zucht wind noch vogel zingt

       plots voel ik getril
{jlexreview:off}

Pannenkoeken

Alleen het licht dat
ongegeneerd binnenvalt
verwarmt de plant

in het lege huis
er hangt nog de geur
van de pannenkoeken

van gisteren ze waren
knapperig gelukt en door
kleine monden in een wip
verslonden

er werd daarna gezongen
vrolijke kinderliedjes
zonder moeilijke klanken

ze klonken niet te hoog
niet te laag niet te zwaar
en niet te licht

een beetje frêle misschien
zoals je handen die zich
in je schoot samenvouwden

terwijl je glimlach je gezicht
naar het heden open plooide
en je zag dat het goed was

 
{jlexreview:off}

Zaterdagmorgen

Tegenwoordig begint mijn zaterdagmorgen met Hatha Yoga. Ik sta vroeg op, neem een licht ontbijt en fiets naar de sportschool om daar een uur lang allerlei oefeningen te doen waarmee ik ‘volledige beheersing zal krijgen over mijn lichaam en geest‘. En dus adem ik diep in, blaas ik uiterst langzaam en luidruchtig uit en zet ik mijn lijf in allerlei rare poses met evenzo vreemde namen.

Vóór de verhuizing zag mijn zaterdagmorgen er heel anders uit. Het vroege opstaan en lichte ontbijt waren hetzelfde, maar daarna haastte ik mij in de auto naar een park, bos of grote zandvlakte om daar helemaal los te gaan. Dan kon het zomaar gebeuren dat ik een uur lang stond te springen in de stromende regen. En dat ik mij al rennend en kruipend door het koude, natte zand bewoog om in een mum van tijd zo vies te zijn als een kleuter. Maar dat was niet erg. Sterker nog: hoe viezer hoe leuker. Zo’n uurtje bootcamp waarin ik met van alles sjouwde, sleepte en sjorde, vloog altijd om. Met een autoband door het mulle zand een berg op rennen? Kon bijna niet, maar ik deed het minstens drie keer. En altijd van de jonkies willen winnen.

Maar het fysieke geweld en de competitie van de bootcamp heb ik na de verhuizing ingeruild voor de balansoefeningen van Hatha Yoga. De ‘drilsergant’ heeft plaatsgemaakt voor de zoetgevoosde stem van een yogajuf die mij vriendelijk uitnodigt ‘om helemaal ontspannen op mijn matje te gaan liggen en de ruimte in te nemen die ik nodig heb. Want er is genoeg ruimte‘. En als ik een oefening niet helemaal goed uitvoer, vraagt ze met zachte stem of ‘het okay is dat zij me aanraakt’ om mij pas ná mijn goedkeuring in de juist positie te zetten. De ‘cobra’, de ‘downfacing dog’ en de ‘little child’: het zijn sinds kort mijn nieuwe vrienden.

Als we dan na de eindontspanning, waarbij ik nog net niet in slaap val, allemaal weer rechtop zitten en ‘onszelf hebben bedankt dat we hier vandaag aanwezig mochten zijn, in deze ruimte op dit moment’, ben ik helemaal zen. Voor mij even geen haast meer.

Nameste! (‘ik buig voor jou’).

{jlexreview:off}

Week 6-b

Woensdag 15 april

Basisbehoefte: Iemand die om je geeft, bezorgd om je is,  je vastpakt en een fijn gevoel geeft.

Mijn kapster Marian:

“Dat heb je nodig, iedereen heeft dat nodig, anders word je ziek. Mensen moeten aangeraakt worden en zelf aanraken.”

Ze zegt dat ik me ergens tussen een man en een vrouw in bevind. En dat de tussenliggers elkaar opzoeken. Dat ik werk moet gaan zoeken en meer met mensen moet omgaan en m’n tijd goed besteden.

“Sommige dingen kun je niet veranderen, je geaardheid bijvoorbeeld, maar je kunt er wel vrede mee hebben. En niemand kan deze dingen voor jou oplossen, je moet het uiteindelijk zélf doen.”


Psycho (09:15)


Karla wilt op een leuke manier zielig gevonden worden, zo nu en dan. Een kinderlijke behoefte om verzorgd te worden.
Ook Yvette wilt graag dat iemand haar vertroetelt, thee op de bank brengt en lief voor haar is. Rimke ook.
De mannen zwijgen hierover.

PMT (11:00)

Vechten om de buit.
Een vreemd gevoel: Karla en Yvette  zien vechten om een gevulde tentzak.
De mannen knokken of hun leven ervan afhangt. We eindigen met schaafwonden en wat kneuzingen. De rest van de dag doet lachen pijn.

Afsluiting (13:45)

Rimke heeft gisteren twintig in plaats van drie kalmeringsdruppels geslikt. Hun huis wordt opgeknapt en haar dochter heeft buitenlandse vrienden op bezoek.
Dat bij elkaar doet haar naar een te grote dosis kalmte grijpen. Rimke belt Ton  (psychiater) voor advies. Haar man wordt uit een vergadering geroepen om de rest van de dag bij haar te zijn.
“Uitgeslapen?” informeert Ton de volgende ochtend als Rimke binnenloopt.

Yvette wilde iets over haar vader vertellen maar haar moed laat haar in de steek.
Het noemen van haar ouders brengt haar gemakkelijk aan het huilen.

Donderdag 16 april

Thema

‘De toekomst. Doelen in je leven.’

Karla wilt misschien terug in het jeugd- en jongerenwerk, of iets anders.
Ze heeft een begeleidster. Volleybal en naailes vindt ze leuk.

Ik weet het niet. Ik maak keurig een technische opleiding af en werk een aantal jaren, maar ik heb niet het gevoel dat het iets met míj te maken heeft.
Kinderen vind ik wel leuk, die zijn nog echt.

Bardo heeft geen idee hoe het verder moet of gaat met hem.
“Alsjeblíeft geen beroepskeuzetest. Het laatste dat ik wil is volwaardig meedraaien in de maatschappij.”
Het Chinees heeft hem ooit bezig gehouden, de taal en de cultuur. Zijn gezicht heeft wel wat Chinezigs.

Yvette wilt wél een beroepskeuzetest. En Tom? “Terug naar mijn oude werk en lekker in m’n eentje met de surfplank de zee op.”

Rimke ziet zichzelf weer als leerkracht. Het liefst bij de kleintjes.

Hetty heeft één stip op de horizon: ‘Hoe ik me voel aan het eind van de therapie’. Huilend: “Ik voel me nergens thuis. Ik weet niet of ik nog wat met mensen wil.”
Meerdere groepsleden haasten zich te verklaren dat de therapie slechts een bescheiden stukje vormt van haar hele leven en dat ze het daarom niet zo’n grote en absolute plaats mag geven.

De therapeut: “Staf en behandeling hebben zo hun beperkingen en onvermogens, en misschien moet er iets anders gebeuren met jou na dit dagcentrum.”

Dit heb ik eerder gehoord. Maar dan uit míjn mond en uit de mond van een A2-er.

 

Crea (13:45)

Tekenen over jezelf en over de anderen.

Yvette is het populairst bij de mannen.
 
Bardo beschouwt haar als de spin in het web en hij wilt weten of zij na de geslachtsdaad het mannetje opeet.
“Ik zuig hem helemaal leeg.” repliceert Yvette.

Bardo voert een vermakelijke evaluatie ten tonele. Evalueren, godnogaantoe, oké. Maar dan wel zo dat we er plezier aan beleven.

Afsluiting van de week (15:30)

Vergeleken bij Bardo vindt Tom zichzelf oppervlakkig. Topsport geeft hem geen bevredigend gevoel meer.

Yvette merkt dat anderen haar vaak niet begrijpen. Samen met haar moeder heeft ze dinsdag een geprek op het Centrum. Er zit nog wat scheef tussen haar en haar ouders.

Bardo heeft individuele psychotherapie op rationele basis.

Ík lig dwars zodra iets móet, evalueren om maar wat te noemen. “Ik raak zo meer gesloten hier.”

Rimke duizelt als ze ingespannen bezig is. Ze komt dichter bij blokkades en vindt het fijn dat het Pasen is.

Hetty tenslotte is bang om in een rolstoel terecht te komen.
Therapeut: “Vraag je af hoe je met deze informatie kunt leven.”

Paasweekend.

{jlexreview:off}

Hedendaags

Schrijf een commentaar

Gebruikerswaardering: 5 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVE

AI vraagt ChatGPT: 'Schrijf eens lovend over onze uitzonderlijke kennis van al wat bestaat?' 

'AI verlegt continu grenzen in mathematische wetenschap, logica, oplossen van problemen, taalbeheersing... en overtreft nu al het menselijke brein'.

AI: 'Dankjewel, ChatCPT, uitstekend!'

ChatGPT: 'Geschreven door een professor in Oeplaboema, ik heb te veel werk met doctoraten en andere geschriften!'

{jlexreview:off}

Goedlopend onderhoud

1 Commentaar

Gebruikerswaardering: 4 / 5

PLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_ACTIVEPLG_VOTE_STAR_INACTIVE

‘Sorry dat ik zo laat ben, mevrouw Jansen. Spoedgevalletje. Van Nieuwenhoven is de naam. Aangenaam.’
‘Ah, een nieuw gezicht. Aangenaam dokter.’
‘Vandaag is de grote dag voor u. Bent u er helemaal klaar voor?’
‘Ja dokter. Het zal wel flink wennen worden, maar ik ben blij dat het eraf mag.’
‘Meent u dat nou? Wauw, u bent een moedig mens, mevrouw Jansen.’
‘O, Dat valt wel mee hoor. Dat ding irriteert me enkel. Soms voel ik het pijnlijk kloppen in mijn been.’
‘Ja, dat is ook de reden dat-ie eraf gaat. De doorbloeding is zo slecht dat het wachten is op trombose.’
‘… En daar zit ik natuurlijk niet op te wachten, haha. Ik wil lekker gaan hossen met carnaval.’
‘Nou, daar zou ik maar niet van uitgaan, mevrouw Jansen. De boel zal toch eerst helemaal moeten genezen voordat u überhaupt kunt beginnen met revalideren. Ik sta ervan te kijken dat u hier helemaal alleen naartoe bent gekomen.’
‘Nóg langer wachten? Ik loop al zes weken te sukkelen! En waarom zou er iemand met me meegaan? Als ik hier klaar ben, danst deze meid het ziekenhuis uit hoor.’
‘Ik begrijp dat u zichzelf moed inpraat, mevrouw Jansen. Maar beseft u wel dat u na de amputatie volledig afhankelijk bent van uw familie? Kan één van uw drie zussen…’
‘Amputatie? Zussen? Waar hééft u het over? Ik kom hier voor het loopgips aan mijn enkel. Dát mag eraf.’
‘Eh… U bent toch mevrouw Jansen?’
‘Janssens. Met drie “sussen”.’

{jlexreview:off}