duoboek938x250
Herschrijven, herschrijven, herschrijven. Chantal en ik zijn de laatste tijd met niets anders bezig. Telkens komen er weer nieuwe ingevingen, zien we een detail dat beter uitgewerkt moet worden of schrappen we een heel stuk tekst.
Gelukkig zijn er al een aantal dingen die vaststaan. Zoals de meeste personages die in het verhaal voorkomen, de plekken waar het verhaal zich afspeelt en hoe het verhaal zal eindigen. En we hebben besloten dat we wat van die 'inside information' met jullie willen delen door middel van een kort stukje verhaal. Je ziet het door de ogen van William de Brees, een van de hoofdpersonen van ons boek.

Disclaimer: Dit stuk komt niet voor in het boek zelf en speelt zich ongeveer een jaar eerder af.

Peinzend nam ik een slok bier. Voor mij op de bar lag een stapel vacatures en ik vroeg me af welk baantje het beste bij me paste. Echt werk had ik nog nooit gedaan, op wat vrijwilligerswerk in het bejaardentehuis na dan.
Ik zag mezelf geen promotiewerk doen voor een telecombedrijf. Een beetje in de kou staan en horen dat mensen al een telefoonabonnement hebben. Die, en de andere vacatures met soortgelijke baantjes, schoof ik opzij. Bij een schoenenwinkel werken leek me niets, al die stinkende voeten, en ook als zaterdaghulp bij de slager leek me geen goed idee.
De stapel met afgekeurde vacatures bleef maar groeien. Volgens mijn vader maakte een De Brees van elke baan een succes, maar dat betwijfelde ik. Geen enkel baantje leek bij me te passen. Of was ik gewoon te kieskeurig?

“Mag ik een nieuw biertje? O, in een schoon glas alstublieft.” De barman knikte bevestigend en mijn blik dwaalde af naar de stoffige flessen achter hem. Wat was het hier eigenlijk smerig.
Iemand plofte neer op de barkruk naast mij. Een meisje van mijn eigen leeftijd bestelde een colaatje en glimlachte van oor tot oor. Haar donkere krullen dansten rond haar schouders en ze straalde een vreemd soort energie uit. Meteen was ik ervan overtuigd dat ik de juiste bijbaan wel zou vinden, ook al had ik alleen nog de keus uit vakkenvuller of schoonmaker.
“Hey,” zei het meisje naast me. Ik keek op, hoewel het niet leek alsof ze het tegen mij had. “Weet je misschien hoe laat het is?” Ze gebaarde naar mijn horloge.
“Half 8.”
“Dan heb ik nog een paar minuutjes.” Ze ontspande zichtbaar en bedankte voor de cola die voor haar neus werd gezet.
Nu pas herkende ik haar en grijnsde. “Jij bent dat meisje dat dacht dat ik er met haar jurken vandoor ging.” Vanmorgen stond ze voor haar kamerdeur met een doos kleding en een sleutelbos te prutsen en toen ik aanbod haar te helpen, was ze bang dat ik er met haar spullen vandoor zou gaan.
“Je weet maar nooit in Amsterdam. En dat waren eigenlijk niet mijn spullen, maar die van mijn vriendin, Elisa.” Ze glimlachte en nipte van haar cola alsof het wijn was. “Dus jij bent de buurjongen van Elisa?”
“Blijkbaar,” antwoordde ik, niet wetend over wie ze het had. Dit was mijn eerste dag in Amsterdam en ik had nog bijna geen een huisgenoot ontmoet. Alleen Owen, maar die scheen het te druk te hebben voor een praatje. “Ik dacht dat jij daar kwam wonen.”
“Veel te duur voor mij,” bekende ze. “Ik hielp mijn beste vriendin verhuizen. Ze woont ook in Noorderburcht, vandaar.”
“Serieus? Ik ook! Of woonde.”
Het meisje knipperde verbaasd met haar ogen. “Wauw, dat ik je daar nooit eerder gezien heb!” Ze stak haar hand uit. “Lena de Ruijter.” O god, een De Ruijter.
“William.” Ik pakte haar hand en schudde hem. “William Jansen.” Waarom zei ik dat nou weer? Omdat, als ze echt was wie ik dacht, we gedoemd waren elkaar te haten? Mijn hart klopte in mijn keel. Een warme gloed steeg van mijn hals naar mijn gezicht en ik trok mijn hand zenuwachtig terug. Had ze me door dat ik loog? Hemel, ze haatte me nu al.

Lena lachte. Het enige wat ik kon doen was teruglachen en mezelf voor mijn kop slaan, hoewel ik dat laatste alleen in gedachten deed. Waarom was er niemand die mij even flink door elkaar schudden en duidelijk maken dat dit absoluut fout was. Stom. Krankzinnig!
“Ik moet gaan.” Lena dronk snel haar glas leeg en haar gezicht vertrok, waarschijnlijk van het koolzuur. Haar neus rimpelde een beetje en ik schoot in de lach. Ze lette er niet op en begon in haar tasje te graaien.

Noorderburcht. Lena de Ruijter. Waar begon ik aan? Ik wilde haar leren kennen, zonder familiedrama’s. Of misschien vond zij het ook allemaal onzin, het was al meer dan een eeuw geleden gebeurd. Vertel gewoon wie je echt bent, dacht ik.
Een schuldgevoel drong zich aan mij op. We hadden elkaar net ontmoet en nu al had ik gelogen over mijn afkomst. “Ik betaal wel.”
Mijn hand was sneller bij mijn portemonnee voor zij de hare uit haar tas had gevist en ik legde een briefje van 20 euro op de bar.
“Doe niet zo idioot,” zei ze geïrriteerd en ze schoof het briefje mijn kant op.
“Dat is ook voor mijn eigen drankjes, hoor.”
“Je hoeft niet voor mij te betalen alleen maar omdat ik geen studentenkamer kan huren. Ik ben geen sloeber.” Ze keek me met dezelfde wantrouwende blik aan als vanmiddag. Ze had me door.
“Ik wilde je niet beledigen, maar als je mijn buurmeisje niet wordt, is dit misschien een garantie dat ik je nog eens kan zien.” Voor ik erbij na had gedacht, had ik het al gezegd. Waar was ik mee bezig? Ze is een De Ruijter, idioot. Die hadden aan alles wat met familie De Brees te maken heeft, een hekel.

Lena begon hardop te lachen. Het was een warme en vriendelijke lach en haar ogen glansden. “Misschien wel, William Jansen. Ik zie je vast nog wel een keer als ik Elisa bezoek.” Ze sprong van haar kruk en liep weg. Ze wierp nog een blik achterom en ik zag dat ze nog steeds lachte.
Vanaf dat moment was ik de grootste, liegende sukkel in het universum. Maar wel een verliefde sukkel.
Pin It

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

Benieuwd naar de ervaringen van deelnemers? Periodiek plaatsen ze hier een blog.