SCHRIJFACTIVITEIT: PROEFSTUK

Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Vuilnis in mijn hoofd

Publicatie: | Sylvia Dreves

Was ik maar de Koeman.

Die trapte pas hard.

“He poepkind, stinkotter ”riepen de stemmen uit de verte.

Zag ze nog net wegrennen.

Over de hekken in het bosschage.

Terug naar bevuilde huizen.

Aan groene grasvelden vastgeplakt.

Teruglopend naar het schoolpleintje, klom ik over het hek.

Hard trapte ik tegen de plastic oranje bal.

Waar witgekalkte krijtstrepen mijn goal vormde.

Ergens in de hoek, onderkant lat stuiterde hij terug.

En viel ik achterover

Omdat ik niet meer kon opvangen.

Mijn hoofd boog zich achterover en ik zag een grijze massa.

Bevlekt met witte slierten.

Die druppels op mijn voorhoofd lieten spatten.

Ik pakte mijn bal en vliegensvlug dook ik onder de bomen.

Mijn plek.

Die mij beschermde.

Tegen het naderende onheil

De sleutel die aan een touwtje rond mijn nek bungelde, liet zich over mijn hoofd glijden.

Zachtjes opende ik de voordeur.

De verankering van het dik gedraaide zeiltouw liet mij de trap oplopen zonder geluid te maken.

Alleen mijn hersenen kraakte.

 

Had ik alles bij me?

Ik begon te twijfelen.

Mijn hand raakte de broekzak aan waar ik het schilmesje diep had opgeborgen.

Het moest snel.

Had uren naar de tekening van het hart gekeken

Ik wist waar ik moest steken

Tien keer.

In de kamer.

Waar alles was begonnen.

Kiekeboe!

Mijn hart stond stil en van schrik liet ik het schilmesje vallen

“Wat was je aan het doen?” vroeg mijn jongere zus

“Niks, ”stotterde ik.

“O nee! Ik zag toch dat je papa’s en mama’s kamer binnen wilde sluipen.

En wat doet dat mes op de grond?”

Met eén duwtje zou haar fragiele nek breken

Ze tuimelde langzaam achterover.

In haar roze jurk

Snel reikte ik haar mijn bezweette handen toe.

Waar zij zich vastgreep aan mijn polsen.

“Ben je gek geworden!

 Schreeuwde ze.”

Ze stoof de trap af.

Op weg naar de grijze massa.

Bevlekt met witte slierten.

Die haar druppels bedekte.

Toen ze schokkend alleen de benen nam

 

“Eten,” riep de stem die nog op het achterste grasveldje te horen was.

Snel rende ik zigzaggend tussen de pionnen door om nog net het laatste schot te kunnen afvuren.

Ik klopte het gras van mijn slobberjeans.

Scheuren die werden verborgen door allerlei rare stiksels deerde mij niet.

Toen ik langs de spiegel in de gang liep, zag ik dat mijn wangen net zo rood waren als het bloed dat ik diezelfde ochtend op school had gezien.

Even snoof ik de lucht op.

En zag ik in mijn fantasie, een kerkhof

Vol met autowrakken

Die roestig opgestapeld lagen om geplet te worden

Kon ik die geur maar bewaren

Die iedereen eigenaardig noemde.

“Gadverdamme weer sperziebonen

Mijn moeder pakte de laatste pan van het fornuis en ik liep achter haar aan de eetkamer in

“Weet jij waar je zusje is?

Ik knikte van nee en wachtte op een reactie van mijn vader

“Snap er niks van. Dacht dat ik haar vanochtend nog hoorde

Jij bent toch met haar meegelopen uit school, “vroeg hij

Stilzwijgend liet ik mijn hoofd neerdalen en keek ik naar de afgetrapte sneakers onder tafel

Net toen ik de eerste hap wilde nemen, werd er gebeld.

“Wie stoort ons nou onder het eten, mopperde mijn moeder.

Weer ging de bel.

Nu net iets langer dan de eerste keer.

‘Ik ga wel en sneller dan mijn ouders het doorhadden opende ik de voordeur

Daar stond ze.

Juf Zandstraal

IJzig als een rots in godverlaten zee

“Kan ik je ouders even spreken?”

Haar ogen priemde zich in de mijne en ik kon niet anders dan haar voorbij laten gaan en de deur achter mij dicht te trekken.

“Alles wat dat wijf te zeggen heeft is niet waar!!!!, “schreeuwde ik.

En zo snel als ik kon rende ik naar buiten.

Waar de duisternis mij opwachtte.

Naar de plek die ik goed had voorbereid.

En waar geen mens mij zou vinden.

Omdat ik wist.

Dat de kruizen mij zouden beschermen.

Tegen ongedierte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.