SCHRIJFACTIVITEIT: PROEFSTUK

Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

een stil stukje verdriet

Publicatie: 14.03.2022 | Trees Middelkoop

ik heb een nieuw verhaal geschreven. het zijn 49000 woorden geworden. Graag wil ik julie het begin laten lezen . Ik hoop dat na het lezen er behoefte is naar meer. Veel leesplezier.

 

Opeens is het donker, tenminste zo lijkt het. De lucht verkleurt langzaam tot donker grijs. Somber ziet alles eruit. Bo ziet het gebeuren, maar ziet ook niets. Haar hoofd is ver, heel ver weg. Ze ziet niets, helemaal niets.

Ze zit in de oorstoel van haar vader, ze warmt zich met het oude gebreide vest van haar moeder. Ze heeft de lampen nog niet aan. Bo is bezig met het opruimen van haar ouderlijk huis. Haar ouders zijn afgelopen drie maanden om de beurt gestorven. 

Gelukkig voor hen heeft het allemaal niet lang geduurd, ze zij beide in hun slaap overleden. Een paar maanden na elkaar. Haar moeder vond dat het veel te lang geduurde voor ze haar man mocht volgen. 

Ze hebben allebei een prachtige uitvaart gekregen. De hele familie heeft eraan meegewerkt. Gezamenlijk hebben ze het mooi afgerond. Vorige week hebben ze de stenen laten plaatsen en tot slot een gezellig dineetje bij haar neef, de rijkste van de familie.

En nu? Nu zit ze hier moederziel alleen. Bo rouwt en niemand had tijd om haar te helpen, het waren tenslotte háár ouders. Het is ook koud. 

Bo steekt de lamp aan en de verwarming zet ze hoger.

Ze kijkt in de kast of er nog blikjes of iets te eten in huis is. Ze had verwacht dat ze naar huis zou gaan, maar ze heeft zich bedacht. 

Bo is het enige kind van haar ouders. Mam had er erg graag meer gewild, maar haar lichamelijke gesteldheid hield dit tegen, zei ze altijd. Wat dat precies was, weet Bo niet.

Een blikje lunchmeat en een blikje boontjes kan wel, denkt ze. Het diner is sober, maar eetbaar. Veel trek heeft ze toch niet. 

Ze belt nog even met haar directeur en vraagt wat langer verlof. Hier is zoveel werk, zoveel uit te zoeken en op te ruimen, dat ze wat extra dagen nodig heeft.

 

De zon straalt uitbundig de kamer in als Bo wakker wordt. Ze ligt ongemakkelijk op de grote bank met een plaid over haar heen. Het is ijskoud in de kamer. Ze had de verwarming gisteravond weer lager gezet. Ze was opgevoed met zuinigheid. 

De gordijnen schuift ze opzij en ziet dat de wereld wit is, helemaal wit. Met de zon er boven wordt je daar blij van, denkt ze. Ja, het geeft een blij gevoel, voor het eerst sinds tijden vormt zich een glimlach  op haar gezicht. 

Ze kijkt naar strak blauwe hemel en stuurt en kus naar boven.

 ‘Dank jullie wel, dit had ik nodig.’

Dan gaat ze aan de slag. Het eerste dat ze wil opruimen is de slaapkamer dan de badkamer en de keuken. De kamer zal ze het laatste doen.

Online heeft ze gisteren dozen besteld dus die zullen straks wel komen.

De nachtkastjes brengen niets beters dan medicijnen en zakdoeken. Ze maakt een grote plastic zak en verzamelde alle pilletjes en drankjes. Die kan ze dan bij de apotheek afgeven, dat is gemakkelijk. De linnenkast bevat alle kleding van haar ouders. Teder haalt ze haar hand over de lievelinge jurk van haar moeder. Daar had ze in begraven moeten worden, vindt Bo, maar haar moeder had aangeven dat het die blauwe jurk moest zijn. Haar vader vond die haar het mooiste staan. En zo heeft ze het ook gedaan. 

De goede kleding kan naar het leger des Heils. Ze kan ze bellen als ze alles verzameld heeft.

De meubelen zijn nog best redelijk. Haar ouders hadden regelmatig iets vernieuwd, dus het is geen oude bende. De kringloop heeft ze geïnformeerd en die komen overmorgen alle meubelen ophalen. 

De badkamer en de keuken leveren geen problemen op. De kliko staat midden in de keuken en zo verdwijnen de potten en pannen en vaasjes en schaaltjes bij het vuilnis.

Een paar mooie dingen heeft Bo apart gezet, die neemt ze mee naar huis. De gele vaas die nog bij oma vandaan komt en de glazen dessertschaaltjes die ze samen met mama bij de kringloop hadden gekocht voor 3 euro. Ze zijn echt erg mooi en een herinnering aan een uitermate gezellige middag.

De vordert al snel en Bo gaat even naar de kleine supermarkt om wat te eten te halen. Daar verkopen ze kleine gegrilde kippetjes en daar heeft ze wel zin  in. Samen met een kant en klare salade en een paar krentenbollen komt ze deze dag wel door.

Het weer is wederom somber geworden en langzaan dwarrelt de sneeuw naar beneden.

Het kippetje is verrukkelijk. Bo knapt van dit eten een beetje op en gaat met meer energie aan de slag. De keuken moet ook vandaag opgeruimd worden. Mam had al regelmatig spullen weggegooid onder de noemer van, als ik dood ben moet jij dat allemaal doen. Bo had daarom gelachen, maar weet nu dat het best verstandig was.

Zo zwoegt ze twee hele dagen. De kleding is opgehaald en een deel van de meubelen ook. Ze moet eigenlijk alleen nog de kamer en dan besluiten wat ze gaat doen met de spullen waar ze geen bestemming voor weet. Ze kan onmogelijk alles bewaren en wie weet wat er uit de kasten in de kamer komt. De fotoalbums neemt ze mee dat weet ze zeker, die staan in het buffet. En er moet ook ergens een kistje zijn. Het kistje van haar moeder heeft ze nooit gezien, maar de laatste jaren heeft mama het vaker genoemd. Ze is benieuwd.

Uit het buffet komt het zondagse servies. Nog van oma geweest en volledig compleet. Het is best erg mooi, maar wat moet zij in haar eentje met een twaalfdelig volledig servies. Ze heeft niet de ruimte hiervoor. Verkopen? Dat is zo’n gedoe, maar weggooien is geen optie. Voorlopig pakt ze het in in dikke pakken papier in grote dozen. Zo staan er binnen kortste tijd twaalf grote dozen om mee naar huis te nemen. Mijn hemel, waar laat ik ze. Ik moet zelfs twee keer rijden om ze thuis te krijgen, maar die zorg schuift ze opzij. Eerst maar alles doorwerken. De grote ingebouwde kast is een onbekende ruimte voor haar. Nooit is deze kast in haar bijzijn geopend geweest. Hij was ook altijd op slot. Vroeger zei mama dat hij leeg was, maar later heeft ze dat niet meer gezegd. Deze kast was van haar en niemand anders. Had haar moeder geheimen gehad? Dat kan Bo zich niet voorstellen, haar moeder leek een open boek voor iedereen. 

 

Aan de sleutelbos van mama zit de sleutel van de kast, tenminste dat verwacht ze. Maar niets minder is waar. Geen sleutel van de bos is van de kast. Bo probeert alle sleutels een bestemming te geven. De sleutels van de deuren, de sleutel van de brievenbus, de sleutel van ja, waarvan is deze?

In de gang staat nog een kastje en warempel daar is die sleutel van. Als Bo het opent ziet ze in dat kastje een kistje. Zal dit het kistje van mama zijn?  Bo opent rustig het kistje en kijkt gespannen. Ja, in dit kistje zit een sleutel, de sleutel van de kast in de kamer? Wel wat ingewikkeld voor een lege kast mam, denkt ze als ze naar boven kijkt.

Ze voelt het als een plechtig moment als ze de sleutel in de kast van de kamer steekt.

Past deze sleutel?  Ja, hij past!

Voorzichtig doet ze de deur open en dan staart Bo naar planken vol met schriftjes, kleine boekjes en doosjes. Voorzichtig pakt een schriftje en er staat op 

 

12-04-1967.

 

Zou dat iets van die dag zijn? Alsof het van porselein is, zo voorzichtig opent ze het blauwe schriftje.

Het staat vol met tekst, handgeschreven door…..haar moeder. Ze herkent het handschrift direct.

Ze leest en is verbaasd. 

  ‘Ze ziet Diederik aankomen, hij was lang niet geweest. Sinds de feestdagen heeft ze hem niet meer gezien.’Bo stopt meteen, het lijkt wel of ze inbreekt in de gedachten van haar moeder. 

Ze gaat in de oorstoel van haar vader zitten en denkt diep na. Wie was Diederik? Waarom heeft ze daar iets over geschreven? Lang kijkt ze naar de kast. Vol met blauwe schriftjes, kleine zwarte boekjes en witte doosjes. Niets anders, alles volgens een patroon? Dat weet ze niet,  ze ziet alleen maar blauwe schriftjes, kleine zwarte boekjes en witte doosjes. Een traan loopt over haar wang. Lag er wanhoop in de kast of was dit het verhaal over een blij en gelukkig leven? Was het wel een verhaal over het leven van haar moeder?

Voorzichtig pakt ze wat ander schriftjes en zie ze volgeschreven door haar moeder. Het aantal is niet zomaar te tellen, stapels naast stapels.

Met een gevoel van overmoed pakt ze een doosje uit de kast. Haar hart klopt sneller bij het openmaken. Wat zit daarin? Het zijn foto’s. Foto’s met tabblaadjes er tussen en een sticker erop met de datum op het tapblaadje. Oh, kijk hier staat ook een plaatsnaam. Breda! Wat heeft mama met Breda te maken. Ze kijkt verder en ziet veel verschillende plaatsnamen.

Het zweet staat op haar hoofd. Mag ze dit wel doen? Of moet ze alles gewoon weggooien? Da lijkt haar al te gek. Nee, hier moet ik op een rustige manier naar gaan kijken. Dus besluit Bo alles in dozen te doen en mee naar huis te nemen. Mijn Hemel, dat worden zeker nog twaalf dozen.

 

Deze dag is ook weer voorbij, slapen kan Bo niet, nee, ze piekert over de inhoud van de kast. Waar zal dat over gaan? Zijn het dagboeken of heeft ze verzonnen verhalen opgeschreven?

Slapen lukt niet, dus gaat ze verder met opruimen. Midden in de nacht is ze bezig met het inpakken van schriftjes, kleine boekjes en doosjes. Af en toe kijkt ze er in en alles lijkt identiek. Hetzelfde handschrift, dezelfde indeling in de doosjes, het is werkelijk een bijna spookachtige werkelijkheid. Als de zon opkomt staan er veertien dozen met er bovenop geschreven: KOSTBAAR!!!!!.

De rest van de meubelen worden vandaag opgehaald. Ze maakt zakken vol voor het grofvuil dat morgenochtend komt, dus mag ze het vanavond buiten op een gemerkte plek neerzetten. Dit is op afspraak, dan mag er niet meer neergezet worden dan afgesproken. Ze heeft twintig zakken en nog wat losse spullen opgegeven. Daar zal ze het mee redden.

Zo ploetert ze de hele dag en als de zon weer ondergaat voelt ze zich gebroken. Ze is kapot, maar het meeste werk is klaar. Als ze nu het grofvuil buiten zet kan ze daarna naar huis met zesentwintig dozen. Met veel inventiviteit slaagt ze er in ze allemaal in de auto krijgen. Deze is tot de nok toe gevuld, ze kan er maar net bij om de auto te rijden. 

Dan loopt ze het huis door. Het is al erg leeg. Nog wat kleine dingen en en dan goed schoonmaken. Ze is dat het volgend weekend van plan en dan kan daarna de sleutel ingeleverd worden. Ze moet nog wel een eigenaar zien te vinden voor het twaalfdelige servies. Misschien weet iemand op kantoor wel een oplossing. Ze houdt goede moed.

Als de deur goed is afgesloten rijdt ze behoedzaam weg met haar zesentwintig dozen.

 Achteraf weet ze niet hoe ze het heeft gedaan, maar de zesentwintig dozen staan in de haar huis. Twaalf dozen in het kleine kamertje en de veertiendozen met ‘KOSTBAAR’ staan in de kamer. 

Na een uitgebreide douche trekt Bo een flesje wijn open en ontspant zich voor het eerst sinds de dag dat mama overleed.

Ze is eigenlijk reuze tevreden over haar activiteiten in haar ouderlijk huis. Het deed haar veel pijn ook dit afscheid, tenslotte heeft zij haar hele jeugd daar door gebracht.

Bo van Beek is nu 36 jaar en twaalf jaar geleden afgestudeerd aan de universiteit. Ze heeft engels gestudeerd, een van haar favoriete talen. Nu doceert ze op een VWO school engels aan pubers die regelmatig onuitstaanbaar zijn. Toch geniet ze van haar werk. 

Haar ouders vonden het eigenlijk niet verstandig de universiteit te doen. Ze kon beter de pabo volgen en dan juf worden op de plaatselijke basisschool. Dat was hun ideaal. 

Haar vader werkte bij een groot bedrijf als administrateur. Een saaie baan vond Bo altijd, maar haar vader hield van zijn werk. Daar ging hij met pensioen na 40 trouwe dienstjaren. Bo vond dat eigenlijk geen verdienste, meer een keuze van gemakzucht. Geen risico’s nemen, kiezen voor stabiliteit. Zo werd ze ook opgevoed. Geen uitspattingen, als je gewoon doet, doe je gek genoeg.

Door die  houding van haar liefhebbende ouders, want er was veel liefde voor haar in het gezin, was Bo erg onzeker gebleven. Pas op de universiteit leerde ze van zich af te bijten en werd wat assertiever. Haar ouders vonden dat jammer van haar zachte manier van doen. Bo werd er blijer van.

Haar moeder werkte na haar huwelijk niet buitenshuis. Ze had de zorg voor het huishouden en toen Bo geboren was, na drie jaar huwelijk, was haar kind haar leven en allergrootste zorg. Toen Bo naar school ging, deed ze vrijwilligerswerk. 

Met een gevoel van verdriet en van heimwee denkt Bo aan haar ouders. Wat zal ze hen missen. 

Ze staart naar de dozen met ‘KOSTBAAR’ en neemt zich voor hier pas aan te beginnen als ze tijd heeft, vrije tijd heeft. Dat is over drie weken dat hebben ze twee weken voorjaar vakantie. Ze zal regelen dat ze die weken niet de deur uit zal moeten.

Op school krijgt Bo alle aandacht die iemand hoort te  krijgen  na het verlies van een dierbare. Ze leven allemaal mee met haar. Iedereen biedt aan iets voor haar te doen als ze dat nodig heeft. Ze vraagt niemand iets en iedereen is daar gelukkig mee.

De leerlingen zijn eigenlijk nog het meest fijne. Direct en eerlijk.

 ‘Hoe voelt het juf, als je moeder dood is?’ Vraag de meest recalcitrante leerling.

De rest van de groep kijkt voorzichtig naar haar. Kun je zo’n vraag wel stellen?

 ‘Weet je Brian. Die vraag kan ik eigelijk nog niet zo goed beantwoorden. Ik voel zo veel, maar ook heel weinig. Ik zal proberen er iets over te vertellen. Mijn verdriet zit diep in mij, maar ik weet nog niet hoe het voelt. Snap je dat?’ Ze kijkt hem open aan en ziet dat Brian denkt. 

 ‘Toen mijn oma overleed, juf, voelt ik echt niets, maar weken misschien wel maanden later voelde ik pijn en gemis en toen kon ik ook huilen. Is dat rouwen?

Mijn moeder vindt dat maar gek en moet ik normaal van doen, maar ik voel dat zo.’

 ‘Ieder mens doet dat anders denk ik Brian, maar hoe jij het beleefd hebt, is een mooie manier van rouwen. Rustig aan en de tijd nemen. Ik ben jaloers op je, ik hoop dat ik dat zal kunnen de komende maanden.’

De hele klas is stil en denkt na over hetgeen er gezegd is. Bo heeft last van tranen. Wat kwetsbaar stelt hij zich op, wat mooi is dat. Ze loopt naar hem toe. 

 ‘Dank je wel Brian. Ik hoop dat we hierover in de toekomst ook kunnen praten. Ik zal je dan vertellen hoe het bij mij is gegaan.’

 ‘Oké juf, en mijn huiswerk heb ik niet gemaakt. Ik had het veel te druk met voetballen.’  Brian  gaat over tot de orde van de dag. Bo reageert als juf naar hem, maar doet het met een kleine glimlach op haar gezicht. Wat een topkereltje is hij.

 De drie weken voor de vakantie zijn druk. Op school weet niemand iemand die en twaalfdelig servies zou willen. Dus hangt Bo eerst een advertentie op bij de plaatselijke supermarkt. Wie weet lukt het zo.

Voor de vakantie begint slaat ze eten in voor wel een maand. De koelkast en de vriezer puilen uit. Op het kleine kamertje staan kratten met blikken met groenten, flessen wijn en andere voorraden.

De eerste vrije dag, de zaterdag, ruimt ze haar kamer op, zet ze alle losse spullen in de slaapkamer,  de tafel onder het raam en de donzen naast elkaar op de grond.

Haar hart gaat erg tekeer als ze alle dozen open zet. Ze wil de blauwe  schriftjes op volgorde van datum leggen. De kleine zwarte boekjes op datum en zo ook de witte doosjes op die volgorde. Ze vraagt zich af of de datums met elkaar corresponderen of dat het allemaal willekeurig is.

Ze heeft twee dagen nodig om alles op volgorde te leggen. Elke datum die vermeld is op het blauwe schriftje staat ook op een klein zwart boekje en ook in de witte doosjes.

Er moeten dus verbanden zijn. Bo is gespannen en verwachtingsvol als ze het eerste schriftje opent. Daarnaast legt ze het klein zwarte boekje en zet het witte doosje open.

 ‘Mam ik hoop echt, dat dit jouw bedoeling was van al je schrijfwerk. Ik weet niet wat dit zal opleveren, ik zal er goed mee omgaan.’ De datum die op het eerste blauwe schriftje staat is 23-06-1960. Op het kleine zwarte boekje staat ook deze datum. In het witte doosje zitten foto’s met op het tabblaadje een stad op de ze 

Dit hoort bijenkaar dus. Bo bekijkt de foto’s en ziet dat het trouwfoto’s zijn. Die van haar moeder en wie? Lijkt hij wel op haar vader?  Haar nieuwsgierigheid is groot en ze begint met het lezen van de dagboeken van haar moeder Jette van Beek

 

 23-06-1960

 Jette zet thee en dekt de tafel. Het is de eerste dag als getrouwde vrouw. Ze kan het niet beseffen. Dit was niet wat zij bedoeld had. Zij had nog willen leren, leven, lachen. In plaats daarvan is ze getrouwd met een enorm saaie jongen. Frank is vijf jaar ouder dan zij is en werkt al enige jaren. Hij werkt bij een loodgietersbedrijf als hulp voor alles want een opleiding had hij niet. Hij was een dwarse jongen dus bracht hij niets terecht van school. Hij zou daardoor wel volwassener lijken dan zij, maar Jette twijfelt daar aan. Hij is zo’n jongen die het liefst een zakdoek van zijn moeder krijgt, om zijn neus te snuiten. Bah.

 ‘Goedemorgen, er staat nog geen brood op tafel, Jette hoe kan dat?’

 ‘Ik ben bezig Frank, de thee is al gezet.’

 ‘Als je zo traag bent, zou ik voortaan maar vroeger op staan.’

Verbaast kijkt ze hem aan en wijselijk zegt ze niets. Ze moet hem te vriend houden, dan kan het misschien wat minder vaak, dat van vannacht. 

 ‘En ik moet brood mee naar mijn werk  dat weet je toch.’

 ‘Ik heb geen brood, hoeveel wil je?’

 ‘Ik neem zes boterhammen mee met kaas en pindakaas. En moeder doet er altijd iets lekker bij, een klein hapje of iets van fruit en af en toe wat koekjes. Wat ga jij erbij doen?’

 ‘Daar heb ik niet op gerekend, Frank. Maar morgen zal ik iets hebben. Oh misschien ligt er nog een pakje koek in het kamerbuffet.’ Zo snel ze kan doorzoekt ze het buffet, maar helaas geen koekjes. Dan heeft hij pech, denkt ze.

 ‘Ik ga nu zonder ontbijt en zonder lunch werken. Mijn hemel heeft jouw moeder je niet geleerd hoe je moet zorgen?’

 ‘Mijn moeder zorgde altijd voor mij. Ik niet voor haar. Ik zal het gerust erg snel leren hoor, maak je geen zorgen. Zal ik de lunch komen brengen?’

 ‘Ja, doe dat,  maar laat het niet weer gebeuren.’

 ‘Oké, tot straks dan.’

Jette gaat op de keukenstoel zitten en overdenkt haat trouwdag en haar huwelijks nacht. De dag gisteren was een gezellige dag geworden, veel familie en bekenden waren gekomen.

Ook hadden ze veel cadeaus gekregen, maar velen, niet praktisch dingen.

Over de afgelopen nacht wil ze niet nadenken. Ze vond het vreselijk, terwijl haar moeder haar had vertelt dat het best prettig kan zijn. Ze kan zich het niet voorstellen.

Ze moet opschieten, want de lunch moet gebracht worden, ze moet in huis werken en boodschappen doen. Ze moeten vanavond ook eten. Jette zucht diep. Echt koken kan ze niet, ze heeft nauwelijks iets in het huishouden gedaan thuis.

Eerste een rondje door het huis met de stofdoek. Het huisje was niet groter dan kamer, slaapkamer en keuken. Ze had een grote provisiekast, dat is gemakkelijk, maar verder niets. 

Terwijl ze stoft, het bed opmaakt denkt ze na over de boodschappen. Die zal ze direct gaan doen als ze de lunch van Frank heeft gebracht. Het laatste op haar lijstje zijn de boodschappen. Ze is blij dat ze de boterhammen bij Frank heeft afgeleverd, al was het wel wat laat. Om drie uur kreeg Frank zijn lunch, zonder extraatje 

De volgende uren rent ze rond als een kip zonder kop, tenminste dat vindt ze zelf. Ze had zich nooit gerealiseerd dat aardappelen kopen ook nog een hele kunst is. 

 ‘Mevrouwtje, wil u vastkokers, of afkokers, ik heb diverse soorten. Of wilt u krieltjes of doré's? Dan heb ik ook nog een hele collectie buitenlandse aardappelen. U mag kiezen!’ Jette stormt de winkel net zo hard uit als dat ze binnenkwam. Bij de kruidenier in het dorp koopt ze een zakje aardappelen, waarvan de baas zei dat dit de goeie waren om te koken.

Als ze uitgeput thuiskomt is Frank al weer thuis.

 ‘Maar, oh, ik dacht,’ ze stottert onsamenhangende klanken en kijkt verbaasd, maar ook wat angstig naar hem.

 ‘Ik kon wat eerder weg. Ben je nog niet klaar met dat beetje werk? Ik dacht je zal wel met het eten bezig zijn. Wat dan we eten eigenlijk?’

 ‘Ik heb het druk gehad, Frank. De boodschappen zitten nog in de tas, ik ga aardappelen met jus maken. Dat duurt ook niet zo lang.’ Ze loopt direct naar de keuken, want ze denkt dat het niet in goede aarde zal vallen, maar ze kon echt niets bedenken wat ze wel kan.

 ‘Ga jij dat maar eten Jette, ik ga naar mijn moeder. Die heeft altijd genoeg, ook voor bezoek. Dag!’

 ‘En ik dan? Ik moet toch ook eten?’

 ‘Jij eet maar aardappelen met jus. En morgen Jette, wil ik fatsoenlijk eten. Hoor je me? Fatsoenlijk eten!’

Verslagen blijft ze achter. Is dit haar toekomst, uitgekafferd worden door haar echtgenoot? Daar heeft ze echt geen zin in. Ik ga ook naar mijn moeder. Impulsief neemt ze het besluit. De boodschappen blijven in de tas en Jette rent naar buiten richting haar ouderlijk huis.

 ‘Mama, hij is vreselijk. Wat een rotvent is het. Ik blijf hier en ik ga niet meer terug. Hij gaat zelf maar koken en het huishouden doen.’

Overstuur stort ze zich tegen mama, in de veronderstelling dat zij haar wel zal helpen.

 ‘Nee meisje, dat gaat niet. Hup naar huis en het samen uitzoeken. Je moet goed naar hem luisteren en doen wat hij wil. Hij is de baas tenslotte.’

Teleurgesteld zakt Jette door haar knieën en snikt het uit.

 ‘Nu hou je op, ondankbaar kind,’ haar vader staat in de deuropening. 

 ‘Moeder breng haar terug en ik wil je alleen samen met je man hier begroeten. Klagen dat hoef je niet. Je hebt een goede man, die werkt hard, dus geen taferelen hier.’

Het is twee uur geleden dat ze van huis vertrok met het gevoel dat ze geholpen zou worden, nu lopen ze langzaam naar haar huis. Niets geen hulp, gewoon terug gebracht! Daar staat de deur open met Frank in de deuropening.

 ‘Hoe haal je het in je hoofd weg te lopen, dit tolereer ik niet, hoor je me. Nooit niet. Jij hoort hier. Hier is je plaats.’

De moeder van Jette loopt snel terug naar huis, ze maakt zich wel zorgen om haar dochter. Ze is veel te eigenwijs voor een relatie op dit moment, maar haar man had dit geregeld. Daarin heeft zij geen aandeel gehad.

Binnen bij Jette en Frank loopt de ruzie hoog  op. Er vallen een paar klappen. Jette wil naar bed en veilig onder de dekens kruipen, maar daar is haar man en eist dat ze aan haar huwelijkse plichten voldoet. Gelaten laat ze hem begaan, maar ze neemt zich voor dat dit niet erg lang zal duren.

Er volgen bittere weken voor Jette, ze is doodongelukkig. Regelmatig krijgt ze te maken met zijn losse handjes, maar dit kan ze aan niemand vertellen. Ze heeft geen vriendinnen meer. Bij haar ouders kan niet terecht. Haar zus die een jaar langer getrouwd is, is in verwachting van haar eerste kindje. Dus die is erg met zichzelf bezig.

Naar de buitenwereld zien ze er uit als een gelukkig jong getrouwd stel. 

 ‘Zie je wel,’ zegt haar vader tegen zijn vrouw, ‘dat ze erg gelukkig zijn? Goed dat we haar die eerste dag terug gebracht hebben.’ Hij is dik tevreden over zichzelf.

In de kantoor boekhandel in het dorp koopt Jette een pen en drie blauwe schriftjes en twee kleine zwarte boekjes. Ze is van plan een dagboek te gaan bijhouden. Het leven van je afschrijven dat helpt, had de huisdokter haar geadviseerd.

Ze liggen achter slot en grendel, daar kan Frank niet bij komen.

De winter doet zijn intrede. De sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. Het is koud. De kolenkachel in de kleine keuken is niet aan te krijgen. Jette heeft houtjes gehakt, dit samen met krantenpapier aangestoken zoals elke dag, maar geen vuur. Het wil niet trekken. Dus zit ze in de kou. Frank slaapt inmiddels alleen maar hier. Zijn vrije tijd brengt hij door bij vriendjes van hem. Ze praten nauwelijks meer. Meppen doet hij des te beter. Jette neemt het zoals het is, er is geen uitweg. Het enige wat ze niet wenst nu is kinderen. Van een kennis die bij de drogist werkt heeft ze daarvoor een hulpmiddel gekregen. Een ring. Die draagt ze nu elke dag, want ze wil van hem geen kinderen. Gelukkig heeft hij er geen erg in. 

De verveling overheerst in haar leven en na wat gesprekken met Bea van de melkboer neemt ze een besluit.

 ‘Frank, ik wil me ontwikkelen. Ik wil naar avondschool. Ik kan beginnen met mijn typediploma te halen, daarna kan ik nog verder. Ik zou zelfs secretaresse kunnen worden. Getrouwde vrouwen mogen tegenwoordig veel meer doen.’ Ze knippert met haar ogen, bloednerveus is ze. Na een goed gesprekje met de dochter van de melkboer is ze op de hoogte van haar mogelijkheden. Domweg thuis zitten en afwachten of het leven nog eens leuk wordt, dat wil ze voor geen prijs.

 ‘Jij moet helemaal niets, Jette. Zwanger worden dat zou moeten, maar nee hoor mevrouw wil naar avondschool. Vergeet ze, jouw dromen, dat gebeurd niet.’

Ze doet er het zwijgen toe. Ze zal wel iets voor overdag zoeken, als hij op zijn werk is.

Samen met Bea ontdekken ze het cursusaanbod voor vrouwen in de buurthuizen. Daar gaat Jette op af. Met een A4tje vol mogelijkheden komt ze thuis. Ze bergt het op in haar geheime ruimte in de kast. Daar bewaart ze ook haar dagboeken, de blauwe schriftjes, de kleine zwarte boekjes en ze heeft sinds kort mooie witte doosjes waarin ze foto’s over haar leven bewaard. Later als ze ooit kinderen krijgt kan ze laten lezen en laten zien in welke hel ze zich bevond.

 Bo zweet na het lezen van de eerste schriftjes en de aantekeningen in de kleine zwarte boekjes. De bijbehorende foto’s maken het verdrietige verhaal compleet, maar des te tragischer.

Ze heeft deze dag weinig gegeten en gedronken, zo bezeten is ze bezig geweest. Ze zet even de tv aan om weer op de reeële wereld terug te komen. Maar ook het nieuws kan haar niet boeien.

Ze kijkt naar de schriftjes en boekjes en witte doosjes en realiseert zich dat zie hier in twee weken niet mee klaar is.

Ze zal een aanvullend plan moeten bedenken. Wat erop zal neerkomen dat ze elk weekend zich opsluit en haar sociale leven even op een laag pitje zet.

Och, heel veel vrienden heeft Bo niet, ze is niet van het uitgaan zoals veel mensen van haar leeftijd. Ze heeft ook geen relatie, niet meer althans. Haar laatste vriend was erg van de sex en dan met meerdere mensen. Daar houdt Bo zeker niet van. Dus hup vriend eruit. Toch was dat niet eenvoudig, ze was erg gek op deze man. Het heeft veel tranen gekost om hem los te laten, maar dat ligt al weer drie jaar achter haar. Daarna is ze geen enkel relatie meer aangegaan. Het bevalt haar prima zo.

Ze pakt nadat ze gegeten heeft toch weer een blauw schriftje, een klein zwart boekje en een wit doosje. Ze legt ze allemaal open om te lezen en te bekijken. Dit witte doosje is leeg.  Maar op alle drie staat de datum: 

 18-09-1962.

 De cursus typen staat ook bij het buurthuis op de lijst. Daar heeft Jette zich voor opgeven. 

Dat moest bij de leider van het cursusaanbod, Diederik de Waal. Diederik is een aardige, wat oudere man, die om welke reden dan ook, vrouwen belangrijk vindt. 

Dat voelt lekker, om belangrijk gevonden te worden. En dat straalt hij ook uit. Hij heeft een klein baardje en draagt spijkerbroeken, nooit anders. Lekker van deze tijd, denkt Jette

Diederik is in deze wereld terecht gekomen na een dramatische ervaring die hij heeft gehad in het reguliere onderwijs, waarin hij meester was van meestal, de hoogst klassen.

Hij raakte overspannen en werd geacht zijn corrigeer-pen aan de willigen te hangen, want les geven na deze periode zat er voor hem niet meer in, vonden anderen.

Zijn vrouw, heeft hem goed opgevangen en samen met hem gezocht naar een nieuwe invulling van zijn werkzame leven. Ook moest er brood op de plank blijven komen. En zo belandde hij via de gemeente bij buurthuizen van diverse stadjes en dorpen.

Hier stelde hij lesprogramma’s op voor vrouwen, die zich eindelijk verder mochten ontwikkelen van de maatschappij.

Hij is hier nu zo’n acht jaar mee bezig en het voldoet aan de vraag van de vrouwen.

Inmiddels zijn er veel meer mogelijkheden voor vrouwen om te studeren, ook voor getrouwden, maar daar kan nog niet elke vrouw aan mee doen. Vaak werkt de echtgenoot hierin tegen, zeker in de wat conservatievere dorpen.

In haar tot nu toe tweejarige, slechte huwelijk is Jette nog nooit belangrijk gevonden. Diederik is een wonder vindt ze. Ze wordt aangenomen voor de lessen. Het zijn er twaalf,  één op elke dinsdagmorgen. Daarna is een vervolg mogelijk. Het is een uitdaging, ze zal er voor gaan.

Frank is de laatste tijd weer meer thuis. Hij eet thuis en brengt regelmatig een avond thuis door. Niet dat het gezellig is, nee hij zegt bijna niets. Als hij dan iets vertelt gaat het over zijn moeder die alles beter doet dan zij.

In de weekenden brengen elke zondagmorgen een bezoek aan zijn ouders. Vader en zoon praten over de politiek of de zaken waarmee haar schoonvader zijn inkomen heeft genereerd. Jette luistert dan naar haar schoonmoeder die vertelt hoe goed de zus van Frank kan koken en kan huishouden, maar die is ook erg intelligent, vindt schoonmoeder.

Frank hoopt later deze zaken over te kunnen nemen, maar daar wordt niet over gesproken. Dus over de opvolging kan Frank alleen maar dromen. Jette heeft bedacht dat hij helemaal geen opvolger zal zijn. Zijn zuster werkt al bij haar vader vanaf dat ze achttien jaar is. Zij kent het bedrijf als geen ander, denkt Jette.

Zij zal dus de opvolger worden, dat lijkt het meest logische, maar Frank ziet dat anders. Jammer dan voor Frank.

De dinsdagochtenden worden erg belangrijk voor Jette.  Ze leer typen maar leert ook beter Nederlands. Diederik helpt haar extra met spelling en Jette is leergierig.

 ‘Jette, ik geef een klein feestje voor de cursisten bij ons thuis. Kom je ook?  Het is zaterdagavond. Het kost je niets alleen een goed humeur!’ Hij moet om zichzelf lachen. 

 ‘Ik kan niet Diederik, ik heb wat anders.’ Om er vanaf te zijn bedenkt ze een verjaardag waar ze niet omheen kan. Ze gaan alleen naar verjaardagen bij Frank thuis. Verder beleven ze niets.

De cursus is, behalve dat ze iets leert, ook fijn voor contacten. Ze zit met vijf andere vrouwen in de groep. De meesten doen in de tijd dat de kinderen naar school zijn deze cursus. Ze kunnen het prima met elkaar vinden. Magda zit naast haar en vraagt of ze komt lunchen na de les. De kinderen kan ze dan ook leren kennen. Frank komt pas om vijf uur thuis dus dat kan gemakkelijk. Jette gaat op de uitnodiging in. Volgende week gaat ze lunchen bij Magda. Eindelijk iets anders, eindelijk gewoon met mensen omgaan. 

  ‘Mijn moeder zag je bij het buurthuis lopen, Jette. Wat deed je daar? Daar heb je toch niets te zoeken, of wel?’ Jette probeert zich kalm te houden. Wat moest ze daar op zeggen? Een goede ingeving zou prettig zijn.

 ‘Jammer, dat ik haar niet gezien heb. Ik had haar dan kunnen vragen voor de lunch of voor een kopje thee. Ik was zomaar aan het wandelen. Het is zulk lekker weer vandaag!’ Ze was tevreden over haar reactie, maar Frank geeft haat een flinke klap in haar gezicht. 

 ‘Jij liegt, jij doet stiekeme dingen. Ik weet nog niet wat, maar daar kom ik wel achter. Mijn moeder zal jou in de gaten houden, reken maar.’

Jette gaat aan de keukentafel zitten met een gloeiende wang. Hoe moet ze verder? Ze zou willen weglopen maar waarheen? Bij haar ouders kan ze niet aankloppen, die sturen haar terug. Dan denkt ze aan Diederik en Magda. Ze zou het kunnen proberen, maar als ze daar niet welkom is of ze haar niet kunnen helpen, dan moet ze weer terug. Dat is onmogelijk, hij zou haar vermoorden.

Ze moet eerst denken, goed nadenken. Dus gaat ze aan het avondeten beginnen. Ze heeft spruitjes gekocht en dat is een beetje werk voor ze deze kan koken. Gelukkig het geeft rust in haar hoofd en Jette denkt na over haar toekomst. Wat zal ze besluiten?

 Bo huilt mee met haar moeder. Wat een ellendig leven moet dit zijn geweest. Nooit heeft ze daar iets van vertelt. Maar gelukkig wel opgeschreven. Ze vergeet dat het bijna nacht is. Ze vergeet te gaan slapen. Bo lijkt wel geobsedeerd te raken van het verhaal van haar moeder. Het schriftje en het kleine zwarte boekje liggen open , het witte doosje staat erbij. Zal hier wel iets inzitten? Ja, twee foto’s vullen het doosje met de datum:

 

 

1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een reactie geven! Schrijvers stellen vooral je tips en opmerkingen op prijs.
15.03.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Lieve Trees, wat een rotleven heeft deze vrouw! Het is toch niet autobiografisch?
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Trees Middelkoop 15.03.22
    Nee Ingrid, het is niet autobiografisch
    Maar dit is slechts het begin van het boek
    Groetjes
    • Ingrid Karsten 26.03.22
      ik heb ook geschreven hoor trees en ik zou het waarderen als je eens eenkijkje neemt

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.