WAT EEN KOE!

Een nogal zwart-wit denkende koe,
was het boerenleven moe.
Vond het maar,
loeizwaar,
en morde,
dat ze niet uitgemolken wilde worden.

Bovendien verveelde ze zich stierlijk,
had een dierlijk,
verlangen,
om de bonte koe uit te hangen.

Dacht dat het gras,
aan de overkant groener was.
Daarom ontsnapte zij,
uit de wei,
vol goede zin,
de weide wereld in.

Zo alleen in een grasgroen weitje,
kreeg ze alles weer op een rijtje,
en dacht: Wat doe ik hier?
Ik ben toch een kuddedier?

En hoe!
Dat was een waarheid als een koe.
Vlug,
keerde ze naar de kudde terug.

Een luid boegeroep kondigde zich aan.
Toch liet ze zich niet uit het veld slaan.
Hield zich taai.
Trakteerde op een verse vlaai!