Warboel.

 

Toen ik je daar zag staan

stond ‘k met mijn grote mond

in de war en stokstijf

overvol met tanden.

Ik wist niet wat gedaan

schutterde wat rond

en ik wist geen blijf

met m’n klamme handen.

 

Ik sprak je aan,

maar had geen kans,

want jij verstond

alleen maar Frans.