Na de bui

Frisse geur van pasgevallen regen

prikkelt de zintuigen als geen parfum

berkentakken buigen diep over het grind

de witte klimroos zwaar van hemels vocht

tooit het afdakje boven de open deur

haar zoete geur mengt zich met de buitenlucht

in een boeiend spel van elkaar inhalen

achterblijven en dan samenvoegen

glijden heldere druppels

langs de witte deurpost omlaag

eerst traag dan sneller als een wedstrijd

van wie het eerst beneden is

klapperende vleugels van een koppel duiven

landend met een sierlijk zwaai in de tuin

zoekend tussen de stenen

een heupwiegende elegantie

in de verte zingt een merel

een vredig na-de-regen-lied

keverachtige insecten kruipen tevoorschijn

hun kleurige schildjes drogen zich

in de warme stralen van een aarzelende zon

vanachter een dreigend donkere wolkende massa

grijsgrauw naar donkerblauw

vol onheilspellende belofte

staande in de opening

bekijk ik het natuurtoneel

dat gratis voor mij optreedt