Voor schrijvers, door schrijvers

Literaire prijzen

Hier het actuele nieuws over literaire prijzen. Een literatuurprijs wordt periodiek (vaak jaarlijks) uitgereikt aan een auteur voor een specifiek werk, een serie werken of zijn of haar gehele oeuvre. Er zijn de nodige literaire prijzen in België en Nederland. We streven naar een actueel overzicht met het laatste nieuws. Ontbreekt volgens jou belangrijk nieuws over literaire prijzen? Laat het ons a.u.b. weten.

Shortlist De Grote Poëzieprijs

shortlist grote poezieprijs 2021De jury schrijft over de shortlist:

De hazenklager
van Paul Demets (De Bezige Bij)

In deze bezwerende ode aan de natuur in al haar schoonheid en geweld vervagen de grenzen tussen natuur, mens, dier en omgeving volledig. In zeven cycli beschrijft Demets natuurlijke en sociale processen zoals zoönosen: infectieziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Het levert een kritisch en persoonlijk verhaal op over het klimaat en de mens. De goed doordachte filosofische theorie die daaraan ten grondslag ligt wordt nergens pretentieus en slaagt erin de lezer aan te zetten tot denken. De hazenklager ontroert door de beeldende details en toegankelijke lyriek, is meeslepend en evenwichtig. Vakkundig en beheerst neemt de dichter zijn lezers mee in zijn hybride wereld, waar al snel blijkt dat het natuurlijke en menselijke één zijn geworden. Op meesterlijke wijze heeft Paul Demets het begrip natuurlyriek gemoderniseerd en relevant gemaakt voor nu.

De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan van Mattijs Deraedt (Poëziecentrum)

De debuutbundel De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan van Mattijs Deraedt is origineel, beeldend scherp en inhoudelijk spannend. Deze jonge dichter is een man van zijn tijd. Hoewel een man? Dat is wat hij weet dat hij is, zoals hij zich voelt, maar in zijn gedichten is het juist dit onderwerp waarop hij zich oriënteert en heroriënteert, daartoe aangejaagd door de tijd waarin hij opgroeit, waarin vrouwen hun plek opeisen en gelijkwaardigheid ten opzichte van de man bevechten. Deraedt verzet zich niet tegen die emancipatoire beweging, maar ondertussen blijft de man in hem de kop opsteken, want, zo dicht hij in ‘Schedel’: ‘Ik wou dat ik je kon opbellen/ en vertellen waarover ik heb gedroomd./ Maar dat doen mannen niet.’ Maar ook de frisheid van zijn beelden en zijn taalmuzikaliteit vallen op. De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan toont dat Deraedt alles lijkt te kunnen. Een dichter treedt uit de schaduw.

Veldwerk van Bernke Klein Zandvoort (Querido)

Als het de taak van de kunst is om mensen beter te leren kijken, dan is de poëzie van Bernke Klein Zandvoort Kunst met een grote K. In Veldwerk toont zij zich een meester in de observatie. Bij Klein Zandvoort kunnen de kleinste details in een mensenleven, in een landschap, in een sterrenhemel tot ragfijne associaties leiden. Het vergt moed om dicht bij zulke alledaagse kleine observaties te blijven. Maar daar blijft het niet bij: deze dichter observeert óók het observeren zelf, stelt zich de vraag wat het betekent om in poëzie de werkelijkheid via taal en metaforiek te ‘verdunnen’, om het met een gedicht uit Veldwerk te zeggen. Klein Zandvoort excelleert dan ook niet alleen in haar beelden en observaties, maar ook in haar vorm – met gedichten die soms letterlijk van de pagina spatten, recht het hart van de lezer in.

Vissenschild van Liesbeth Lagemaat (Wereldbibliotheek)

Veel van wat Lagemaats poëzie altijd al kenmerkte, valt in haar zevende bundel echt op z’n plek. Bombastisch, gedurfd, lyrisch en episch – maar alles in dienst van het verhaal van deze bundel. Vissenschild vertelt een gruwelijk sprookje over de ontering van een meisje en trekt daarvoor alle registers open. Wie in een dichtbundel genres als zang en vertelling, poëzie en proza, met elkaar tracht te verenigen, lijkt zich voor een onmogelijke taak te stellen, maar Lagemaat doet precies dit op indrukwekkende en volstrekt eigen wijze in het meeslepende Vissenschild. Haar verhaal verslapt nergens, de verschillende verhaallagen en personages zijn overtuigend uitgewerkt. De gruwelijke fragmenten van het sprookje worden door Lagemaat zo raak beschreven dat de lezer niet anders kan dan ze meevoelen, en huiveren. Dat maakt van deze bundel, in deze tijd, haast ook een manifest. Lagemaats taal is grenzeloos en beheerst, toont plezier en vernuft. Bundels als Vissenschild van Liesbeth Lagemaat worden maar zelden geschreven. 

Wie was ik van Alfred Schaffer (De Bezige Bij)

Wie was ik is een van de persoonlijkste bundels van Alfred Schaffer: hij vertelt niet alleen zijn eigen geschiedenis, maar bovenal die van zijn moeder. Aan deze oprechte en indringende zoektocht naar wie hij was en wie hij nu is, ligt het verlangen ten grondslag om niet langer vreemd te zijn, om te worden gezien. Schaffer laat de lezer in deze bundel dichterbij komen dan in eerder werk, maar bewaart ook zeker enige afstand – die precieze balans samen met de rake inhoud, verhalende dichtstijl, scherpzinnige beeldtaal en het ritme van de woorden zorgen ervoor dat je de bundel met moeite weglegt. Sommige gedichten zijn adembenemend, en als Schaffer zich dan ook nog direct tot jou als lezer richt met confronterende en ongemakkelijke vragen, wordt het wel heel lastig om aan deze bundel te ontsnappen. Wie was ik grijpt je bij de strot, sleept je mee, verruimt je blik en dwingt je dan weer verder te lezen.

Bron: https://www.prijsdepoezie.nl/de-grote-poezieprijs/shortlist/

Hits: 67