SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Zoete herinneringen (opgenomen in Joylen boekje)

Publicatie: | Jan van Beek

Als de eerste sneeuw valt, als aan het eind van de middag de straatlampen aangaan, en als de grote overgordijnen voor het eten dicht worden geschoven. Dan wordt die indringende knijpende druk, alsof het geïnjecteerd is, dat zoete herinneringen gevoel dat van zijn maag omhoog kruipt naar zijn borst en zijn hoofd licht en blij maakt, met de dag sterker, dan weet hij het.
De Kerstdagen zijn in aantocht. Dat is feest, dan komen de kinderen, de hele bende met hun aanhang, hun respectievelijke vrouwen en hun kroost, zijn kleinkinderen, hoeveel precies weet hij niet meer, een heleboel.
Dan ontploft er een bom in huis, dan vliegt het gekleurde inpakpapier en nog veel meer door de kamer, dan komt moeders trots met haar zelfgebakken appeltaart uit de keuken.
Als het rumoer van de kleintjes eindelijk en met moeite is ingedamd komen de kaarten op tafel, pakken zijn zoons elkaar verbaal in hete discussies bij de oren en krijgt hij zijn borreltje met suiker. Het geluk stroomt onwijs door de hier en daar verstopt rakende aderen.
De volgende morgen, als het nog donker is, piept eerst voorzichtig de slaapkamerdeur en dan, alsof iemand een startschot geeft, vliegt er een enorme kluit de slaapkamer binnen en worden hij en zijn vrouw bedolven onder bijna tweemaal een dozijn friemelende armen en benen.


Alweer geen meisje, ongetwijfeld moet moeders het gedacht hebben, desondanks was de blijdschap en het geluk er niet minder om toen het vijfde kind zich aandiende als opnieuw een zoon.
De oudste zoon laafde zich op dat moment al een paar jaar aan de recalcitrantie van de puberteit, de tweede in volgorde kwam twee jaar in leeftijd maar wat gedrag betreft meteen achter hem aan. Het was in de revolutionaire jaren zestig. De bengels, de oudsten als voorbeeld, staken de draak met de traditionele orde, gezag en de normaliteit van die periode. Zij hadden, in navolging van de popscene, lang haar en kleding waar hun ouders van gruwelden. Het heden deugde niet daarom omarmden zij de toekomst als een rooskleurig manipuleerbaar walhalla, wisten zij veel. De straat, vrienden, discussies, protesteren tegen alles en iedereen, zich onder laten dompelen in bier en beattenten, dat was de wereld die van hen was, de oudsten voorop, de anderen volgden vanzelf.
Alleen thuis was vaders de baas en regeerde met harde hand, moeders zorgde voor het huishouden, bestierde de keuken, verstelde en verdeelde de kleding die elk jaar een rang afzakte, de jongsten kwamen er in de regel bekaaid af. Tot de laatste, als een oververhitte puber, dat zelf begon te bepalen, toen werd moeders er druk mee en vaders nog meer.
Eten deed het gezin altijd samen, een waar ritueel, met z’n zevenen om de tafel, de kleinsten zaten lekker warm op een plankje op de verwarmingsplaten, en vaders kreeg eerst het grootste stuk vlees.
Discussies, die op Zuid-Amerikaanse parlementsvergaderingen leken, waren even normaal als jus over de aardappels, generatiekloven werden verbaal over de sperziebonen uitgevochten alsof de wereld in een vernietigende crises verkeerde. Alleen als er brutaliteit dreigde zorgde vaders voor orde, hij had een harde hand en een bereik tot en met degene die het verst weg zat.
Een maaltijd kon zo verrekte lang duren, maar een soort ongeschreven wet was; van tafel, afruimen, afwassen en discussie gesloten. Wat de goegemeente een onregelmatig zooitje zou noemen, zag de bende van Boomkamp als hun normale leefpatroon. Het gebeurde inderdaad wel eens dat er door overmoedig gedrag of door technisch onvermogen van de balbezitter een ruit aan diggelen werd geknald, dat er regelmatig een of twee jongens bij de dokter in de wachtkamer zaten is ook waar. De tweede in leeftijd liep lang met de hand in het verband, de sufferd was zo dom om tijdens het hakken van houtjes, met een vlijmscherpe iep, een stuk van zijn duim mee te nemen. De benjamin, door zijn grote broers op alle fronten gruwelijk verwend, bleef enigszins hangen in dat opportunistische vrijheid blijheid gevoel van de jeugd. Kwalijker was dat hij onder invloed geraakte van verkeerde vrienden, op de middelbare school al liet die belhamel zijn vader tot twee keer toe naar het politiebureau komen om hem af te halen.
De karakters van de jongens waren zo verschillend als waren zij vreemden voor elkaar, daarom vervlogen de jaren in totale onvoorspelbaarheid.
Dat manifesteerde zich het meest toen de cyclus van het leven zijn beloop nam. Met wisselende regelmaat trokken de kinderen de deur van het ouderhuis achter zich dicht, vanwege studie, werk en huwelijk, en zij kwamen in de meeste gevallen niet naast de deur terecht
De band van broers viel uit elkaar en was mettertijd alleen in gedachten nog hecht, steeds meer felicitaties gingen door de telefoonlijn.
Een gezamenlijke afspraak werd gemaakt om in ieder geval eens per jaar met z’n allen bij elkaar te komen, om nog iets van verbondenheid te houden. Het kon nog, alle reisafstanden beperkten zich tot een paar uur rijden.

Naar die paar dagen aan het eind van het jaar werd het hele jaar naar uitgezien, met de Kerstdagen was de hele bende compleet, dan stond de boel op de kop. Een soort familiereünie promoveerde zich tot en traditie. Iedereen deed er alle moeite voor om in ieder geval eens per jaar te constateren dat de kinderen van de anderen alweer decimeters gegroeid waren. Alleen de jongste van de vijf broers was het door omstandigheden niet gegund om een vaste relatie te krijgen, hij bleef lang thuis, vond uiteindelijk een appartementje in de stad, een half uur fietsen van zijn ouderhuis.

Maar de ondernemingsdrift, nieuwsgierigheid naar het onbekende en een opportunistische hang naar avontuur, waarschijnlijk ergens opgesloten in de genen, nam voor enkelen mondiale vormen aan, twee jongens trokken met hun gezin verder weg, zelfs naar het andere eind van de wereld. Toen was de wereld nog onmetelijk groot, een brief deed er veertien dagen over om op het juiste adres in Australië te komen. En het eerste geboortekaartje en de plaatjes op papier uit de binnenlanden van Canada kwamen aan toen het bewuste kind al bijna kon lopen.
De kerstdagen waren niet meer als eerder, de familie breidde weliswaar uit, maar het gezin van weleer was gekortwiekt, de overtochten waren te kostbaar. Twee keer werd er geld bij elkaar gedaan om pa en ma Boomkamp naar de andere kant van de wereld te kunnen laten vliegen, één keer naar Australië, één keer naar Canada. Dat was genoeg voor mensen die nooit verder waren geweest dan enkele keren met de bus naar Cochem en Heidelberg.
De afstand mocht dan groot zijn, het bericht dat bij de vierde broer een hersentumor was geconstateerd kwam ook aan de andere kant van de wereld binnen als een bliksemflits.
De machteloosheid was groot en zwaar om, door afstand gescheiden, niet meteen troost te kunnen bieden.

De overtocht werd dus welhaast een vanzelfsprekendheid, om met z’n allen, als complete familie bij elkaar, nog één keer als vanouds, Kerst te kunnen beleven.
Hoewel er weinig reden was tot vieren, was de ontmoeting, de familiereünie, hartelijk maar gedrukt.
De positieve opgewekte houding van de zieke, en een meer dan proportionele hoeveelheid drank, veranderde het familietreffen alsnog in een memorabel gebeuren.
Dat was de laatste keer kerst samen.
De één na jongste broer stierf op een zeer koude na-winterdag in maart.
En alsof het niet genoeg was werd de tweede zoon een half jaar later het slachtoffer van een verkeersongeval in het westen van Nederland, hij overleed aan de gevolgen daarvan enkele dagen later.
Het wegvallen van een eigen kind is alsof de ziel wordt weggesneden uit je lichaam.
Moeders kwam het niet meer te boven, twee kinderen van haar overleden, twee kinderen aan de andere kant van de oceaan die nagenoeg onbereikbaar waren en de jongste die moeite had om de juiste weg in de maatschappij te vinden.
Haar lichaam was op en ze wilde niet meer, een klein jaar later overleed moeders. Deze keer maakten alleen haar zoons de lange overtocht. De jongste broer mocht onder begeleiding van een maatschappelijk werker de begrafenis bijwonen.

“Ho ho ho, wat doen jullie nu, jullie moeten die boom laten staan.”
“Wij ruimen de boel weer op meneer Boomkamp, u wilt toch niet het hele jaar tegen die kerstpruttel aan kijken.”
“Ja, maar dat kan niet, dat wil moeders niet en mijn zoons komen zo dadelijk nog, jullie kunnen niet zomaar alles weghalen.”
“Wij bergen alle versiering netjes op meneer Boomkamp, volgend jaar nieuwe kansen.”
Die opmerking ging aan hem voorbij, er is geen sprake meer van welke kans dan ook.
Al enkele jaren hetzelfde ritueel bij meneer Boomkamp, als de Kerstdagen voorbij zijn en de versieringen die erbij horen opgeruimd, dan lossen ook die beelden aan de binnenzijde van zijn netvlies vanzelf op en verdwijnen naar een deel in zijn hoofd, naar de kamer van zoete herinneringen die met het jaar vager worden. Om het volgend jaar, eventueel, weer opgediept te worden voor gebruik, als de straatlampen al aan het eind van de middag hun licht over de eerste sneeuw uitstrooien en de overgordijnen voor het avondeten dicht worden geschoven.

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.