• Kort verhaal
  • Blog
  • Column
  • Cursiefje
  • Essay
  • Haiku
  • Poëzie
  • Senryu
  • Limerick
  • Vrij vers
  • 55 woorden
  • Kort verhaal
  • Flitsverhaal
  • Volksverhalen
  • SF & Fantasy
  • Proefstuk
  • Ik, schrijver
  • 3 kleuren
  • Schrijfopdracht
  • Mijn schrijftip
  • Kort verhaal

    970 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Blog

    252 gepubliceerde artikelen.
    Een blog is in feite een persoonlijke webpagina met verhalen over het leven van de schrijver. In een blog vertel je iets aan de lezer waar hij/zij wat aan heeft. Heel vaak is dat iets informatiefs (hoe kun je het beste....) maar het kan ook inspirerend zijn (een persoonlijk verhaal over hoe je omgaat met een scheiding).  Bij een blog hoort een losse en informele schrijfstijl. In een persoonlijke blog draait het erg om de verteller die opschrijft wat hij of zij zelf allemaal meemaakt. Dat kan bijvoorbeeld de dagelijkse beslommeringen als moeder van twee kleine kids (mamablog) zijn.
    Maximaal 1000 woorden. 
  • Column

    432 gepubliceerde artikelen.
    Een column is een artikel waarin de schrijver zijn mening geeft over een onderwerp. Soms is de tekst humoristisch, soms provocerend, maar het is altijd de persoonlijke kijk op de wereld van de columnist. Een columnist geeft een beschrijving van een gebeurtenis en maakt daarbij zijn eigen mening duidelijk. Een column moet een emotie bij de lezer losmaken, de lezer moet erom kunnen lachen, het stemt hem tot nadenken of maakt hem boos.
    Maximaal 750 woorden.
  • Cursiefje

    521 gepubliceerde artikelen.
    Bij cursiefjes verwachten wij een korte tekst, vaak geschreven in de ik-vorm, met gebruik van eenvoudige taal, die echter door de taalhumor vaak verrassend en origineel wordt. Het cursiefje vertelt iets over de dagelijkse realiteit, waarmee verbeeldingselementen worden vermengd, heeft een humoristisch-luchtige toon, vaak gecombineerd met een droefgeestige ondertoon, relativeert de realiteit en verzacht de problemen. 
    Maximaal 750 woorden.
  • Essay

    1 gepubliceerde artikelen.
    Een essay is een beschouwende prozatekst of een artikel over een we­ten­schap­pe­lijk, cul­tu­reel of fi­lo­so­fisch on­der­werp, waarin de schrijver zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen.
    Maximaal 1000 woorden.
  • Haiku

    281 gepubliceerde artikelen.
    Haiku is een vorm van Japanse dichtkunst waarin de natuur, of iets in de natuur, centraal staat, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht..
  • Poëzie

    1144 gepubliceerde artikelen.
    Poëzie is de kunst van het dichten. Ook is poëzie een verzamelnaam voor gedichten en verzen. Poëzie is een taaluiting waarbij een grote nadruk ligt op vorm, klank en beeldspraak. Het geheel is meer dan de som der delen.
    Toen hem gevraagd werd een definitie van poëzie te geven, zei de dichter Robert Frost: "Poetry is the kind of thing poets write." - Poëzie is wat dichters schrijven .
  • Senryu

    415 gepubliceerde artikelen.
    Senryu is een vorm van Japanse dichtkunst over de onvolkomenheid van de mensen, geschreven in drie regels van 5, 7 en 5 lettergrepen. We accepteren alleen gedichten in tekst en dus geen afbeelding van een gedicht.
  • Limerick

    35 gepubliceerde artikelen.
    Een limerick is een gedicht van vijf regels met het rijmschema a a b b a. In de eerste regel wordt (meestal) een persoon of dier geïntroduceerd met een plaatsnaam die meestal gekozen wordt vanwege het rijm. Voorts heeft een limerick vaak humoristische of dubbelzinnige inhoud. De laatste regel is de clou.
  • Vrij vers

    27 gepubliceerde artikelen.

    Een vrij vers is een gedicht zonder regelmatige strofebouw. De eerste strofe telt bijvoorbeeld zes, de tweede twee, de derde vijf verzen. Het gaat om poëtische teksten die vooral een sfeer oproepen. De strofe in een vrij vers heeft veelal een eenheid van idee. Vrije verzen hebben vaak eveneens geen vast maatsysteem. Het ontbreken van (eind)rijm komt eveneens vrij vaak voor in het vrije vers. Daarentegen komt binnen- en middenrijm veel voor in vrije verzen en soms zelfs voorrijm.

  • 55 woorden

    1046 gepubliceerde artikelen.
    Waarom een verhaal in exact 55 woorden (incl. titel)? Omdat de vorm ons dwingt te schrappen tot de essentie van wat we willen zeggen. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, of anders gezegd, in weer een andere taal: “Less Is More.” Alleen fictie komt in aanmerking. Dus een echt, afgerond prozaverhaal, met een begin, een midden en het liefst een verrassend eind en met één of meerdere personages , moet in exact 55 woorden, inclusief de titel, worden verteld.
  • Kort verhaal

    970 gepubliceerde artikelen.
    Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! 
    Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan en verwijderen we! Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Flitsverhaal

    124 gepubliceerde artikelen.
    Een flitsverhaal is, bij Schrijverspunt, een krachtig en compleet verhaal in het kleinst mogelijk (maximaal 150) aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. De voorkeur gaat uit naar een verhaal in een of slechts meerdere zinnen. Geen zgn quotes, wijsheden, gezegden, etc. Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
    " Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
  • Volksverhalen

    37 gepubliceerde artikelen.
    Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. De bekende sprookjes kennen we natuurlijk allemaal maar we lezen/horen ook graag verhalen die zelf verzonnen zijn. In deze schrijfactiviteit bieden we de mogelijkheid om zelf verzonnen sprookjes of een fabel toe te voegen. Gewoon om lekker voor te lezen voor kinderen of wie ze ook maar horen wil.
    Maximaal 1000 woorden.
  • SF & Fantasy

    13 gepubliceerde artikelen.
    Science fiction en Fantasy vallen beide onder een speculatief fictiegenre waarin veel elementen, personages en instellingen worden gecreëerd uit verbeeldingskracht en speculatie in plaats van uit de realiteit en het dagelijks leven. Er is echter een duidelijk verschil tussen science fiction en fantasy. Science fiction is gebaseerd op wetenschap en technologie en geeft daarom scenario's weer die op een dag waar zouden kunnen zijn. Fantasie daarentegen heeft betrekking op veel bovennatuurlijke elementen en vindt plaats in een wereld die niet bestaat en nooit kan bestaan.
    Bij een SF of Fantasyverhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Proefstuk

    19 gepubliceerde artikelen.
    Je schrijft veel en graag en bent meestal tevreden over je schrijfresultaten. Je deed al mee aan schrijfactiviteiten en schrijfwedstrijden maar je kunt nu ook een verhaal of gedicht laten zien waar je echt trots op bent of... waar je juist nog over twijfelt maar wat je wel graag aan anderen wilt laten zien. Dat is mogelijk in deze rubriek. Leden van Schrijverspunt kunnen in deze rubriek een schrijfresultaat tonen als een proefstuk van eigen kunnen. Er zijn geen voorwaarden voor genre, aantal woorden, etc. Het is jouw proefstuk wat jij graag aan anderen wilt laten lezen. Je mag max. 1 proefstuk insturen!
    Van lezers verwachten we respect voor de publicatie. Beloon de schrijver voor zijn/haar durf en inzet met serieuze feedback.
  • Ik, schrijver

    9 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Schrijf een fantasierijk verhaal met als onderwerp 'Ik, schrijver'. Waarheidsgetrouw of compleet fictief, het is aan jou als het maar de moeite waard is om te lezen. Probeer de lezer te boeien en mee te trekken in jouw wereld als schrijver.
  • 3 kleuren

    5 gepubliceerde artikelen.
    Een verhaal geschreven in maximaal 300 woorden waarbij 3 kleuren een rol spelen. De schrijver bepaalt zelf de kleuren. Het is echter niet de bedoeling om een kleur sec alleen als kleur te gebruiken maar ook als bv begrip, symbool of gemoedstoestand (Een blauwtje lopenZich groen en geel ergeren, wit wegtrekken, etc) .
  • Schrijfopdracht

    86 gepubliceerde artikelen.
    Ken jij ook van die momenten waarop je totaal geen inspiratie hebt en niet tot schrijven kunt komen? Misschien kan het lezen of uitvoeren van een schrijfopdracht je helpen om je creativiteit aan te spreken. Zo omzeil je je eigen gewoontes en vaste manieren in je schrijven.
    Inzenden voor deze schrijfactiviteit is niet meer mogelijk. Op termijn beëindigen we deze mogelijkheid.
  • Mijn schrijftip

    Elke auteur heeft zo haar/zijn persoonlijke ervaringen met schrijven en weet vaak wat haar/hem beter, makkelijker, lezenswaardiger, spannender, etc. doet schrijven. Die ervaringen willen we hier graag delen met andere schrijvers. Zo beknopt mogelijk worden hier persoonlijke schrijftips voor schrijvers beschreven. Voor de een een ervaring, voor de ander wellicht een eye-opener.
    Maximaal 20 woorden.

Ook jouw artikel is welkom! Ga s.v.p. naar het overzicht van deze schrijfactiviteit om ook jouw verhaal/gedicht toe te voegen.

Zand

Sinds mijn huis vol ligt met dingen die ik langs de straat vind, wil niemand nog iets met mij te maken hebben. Ik ben er niet rouwig om.

Mijn dagen kan ik uittekenen. Iedere dag als de wekker gaat, rek ik mij uit en draai ik mij langzaam op mijn linkerzijde. Met de rechterhand breng ik de lawaaischopper tot zwijgen. De eerste inspanning is gelukt terwijl de dag nog moet beginnen. Even zitten op de rand van het bed om de duizeligheid te bedwingen. Daarna sta ik langzaam op en wandel langs de dozen op de overloop naar de badkamer. Twee handen vol water wrijf ik in het gezicht en een bats water gooi ik over mijn bijkans kale hoofd om het weinige haar enigszins te fatsoeneren. Kort rossen met de handdoek. In de spiegel kijken, daar heb ik niets mee. Als je in je eentje woont en alleen de deur uitgaat om een wandeling te maken terwijl bijna iedereen nog op één oor ligt, is een kam overbodig. 

Kort slapen en nachtelijk piekeren jagen mij ‘s morgens het bed uit. Er is veel om wakker door te blijven. Mijn onbegrepen avontuur van jaren geleden houdt mij nog steeds uit de slaap. Ik werd op een ochtend wakker in een voor mij onbekende kamer van ongeveer vier bij vijf meter. Ik had geen idee hoe ik in die kamer terecht was gekomen. Vanuit huis was ik, als directeur van de timmerfabriek van Greet, in mijn nette pak gewoon naar mijn werk gegaan. Toen ik de eerste keer in de kamer, die achteraf een bunker bleek te zijn, wakker werd, had ik een t-shirt, overall en zware schoenen aan. Bij het verkennen van de ruimte vond ik een matras in de hoek, een stapel onderbroeken, drie t-shirts, twee overalls en een emmer met daarin toiletpapier. Verder een wastafel met alleen een koudwaterkraan en nog een lichtknopje bij de deur dat niet werkte. Alleen door het kijkgat in de deur zag ik licht naar binnen vallen. Zo in het donker restte mij niets anders dan mijzelf vragen te stellen, na te denken en mij zorgen te maken. Daar had ik gelukkig een dagtaak aan. Een keer per dag kwam iemand mij een maaltijd brengen. Dan ging het licht dat door het kijkgat straalde uit en hoorde ik voetstappen en het hijgen van een hond die aan een ketting rukte. De deur ging even open om een dienblad naar binnen te schuiven. Met een klap viel daarna de deur weer in het slot. Tien maaltijden heb ik daar al met al gehad. Om de andere dag groente, vlees en aardappelen of pasta. Iedere dag een jerrycan met water. Dat was alles. Overigens ben ik er nooit zeker van geweest dat iedere maaltijd voor een dag stond. Bij iedere derde maaltijd zei een jongen die de maaltijd kwam brengen gebiedend: “Emmer wisselen.” Hij schoof een schone emmer en toiletpapier naar binnen en nam mijn volle emmer mee. Hij verdween daarna zonder verder een woord te zeggen. Ik heb hem tot op heden, zover ik weet tenminste, nooit gesproken. 

Als ik zijdelings langs de stapels kranten de trap afloop, praat ik zachtjes tegen mijzelf. Even de stembanden smeren voor het geval dat een onverlaat het in zijn hoofd haalt om vandaag bij mij aan te bellen of met mij een gesprek aan te knopen. De kans is klein, maar ondanks dat ik niets met mensen heb, zou het lastig zijn als het eerste contact met de ander op de stembanden mis zou lopen. De broodrooster staat nog op het aanrecht met de stekker in het stopcontact. Een sneetje brood verdwijnt in het apparaat. Terwijl het plakje brood een bruin laagje krijgt en een warme geur verspreidt, vul ik de waterkoker. Een ochtend zonder thee is als een slaap zonder dromen. Geen zak aan. Iedere ochtend groene thee als bijdrage aan mijn vetverbranding en het goede cholesterol. Dat is gezond. Althans dat is mij verteld door mijn buurvrouw. Zij is diëtiste en heeft er verstand van. Wat ík tegenwoordig vooral belangrijk vind is de tekst die aan het theezakje hangt. Een vraag of overdenking op het label zet mijn hersenen direct aan het werk. Al weet ik niet altijd een oplossing, toch geeft een overdenking mij iedere ochtend een prettig gevoel. Zeker nu, nadat ik mij sinds vorige week minder zorgen maak.

Mijn buurvrouw heeft mij een tijdje geholpen met de huishouding en het boodschappen doen nadat Greet, mijn vrouw, vijf jaar geleden verdween. Dat was vlak nadat ikzelf terug was na een onbegrepen avontuur. 

Ik was dagenlang gegijzeld, maar de laatste keer dat ik wakker werd in mijn cel stond de deur wagenwijd open. Licht uit de gang stroomde naar binnen. Tot mijn verbazing voelde ik dat ik mijn nette pak weer aan had. In de zak van mijn colbert ontdekte ik de sleutels van mijn Volvo. Mijn mobieltje zat in mijn binnenzak. Naast het matras stonden mijn eigen schoenen. In de gang zag ik niemand. Druppels hingen aan het lage plafond. Gebukt liep ik in de richting van het daglicht. Vol ongeloof dat ik zo weg kon lopen. Buiten aangekomen zag ik tussen de bomen mijn Volvo op het bospad staan. Ik was vrij. In mijn auto reed ik het bospad af. Aan het einde van het pad kwam ik op de Apeldoornse weg. De route naar huis was zo gevonden. Toen dacht ik nog dat Greet het wel fijn zou vinden om mij weer terug te zien. De schrik waarmee ze bij mijn thuiskomst reageerde, houdt mij nog steeds uit mijn slaap. 

Na de verdwijning van Greet heeft de hele buurt helpen zoeken. De buurtgenoten hadden geen idee waar ze moesten beginnen. De politie kwam er ook nog aan te pas al had die eerst weinig interesse. ‘Niets verdacht aan een verdwijning van een volwassene. Dat weet u toch uit ervaring. Volwassenen zijn vrij om te gaan en te staan waar ze willen. Ze zal, net als u, wel terugkomen als ze daar zelf zin in heeft,’ hadden de agenten gezegd. Ik vertelde de agenten niet dat Greet niet blij was geweest toen ik weer thuis kwam. De politie kwam pas weer in actie nadat ik hen een pluk haar en een eis voor losgeld bracht. Daarna heb ik, vreemd genoeg, niets meer vernomen.

Ik trek mijn jas aan en schuifel langs de dozen naar buiten. Mijn handkar die met twee kettingen aan de lantaarnpaal staat, haal ik van het slot. De kar houd ik even schuin om het regenwater op het blauwe dek te lozen. Mijn dagelijkse wandeling door de wijk en langs de Punt van Pad kan beginnen. Het ochtendbriesje streelt mijn hoofd, terwijl een waterig zonnetje zijn best doet om mijn kalende hoofd te verwarmen. In de ochtend is dat een kansloze missie. Aan het einde van de straat zie ik een oudere vrouw in een blauwe jas. Zij laat haar lichtbruine labradoodle uit. Een lieve aaibare hond. Dit in tegenstelling tot het baasje. Een roddeltante, dat is ze. Ik vertraag mijn pas. Zin om een praatje te maken heb ik niet. Gelukkig slaat ze bijtijds af. 

Na een paar minuten ben ik op de dijk. Op de talud ligt een verdwaald voorwiel van een fiets. Ik buk mij om het op te rapen en in mijn handkar te leggen. Twee  plezierjachten liggen voor de brug. Op dit vroege uur moeten de schippers nog even geduld hebben. De brug maakt deel uit van de ringweg en tijdens spitsuur gaat de brug niet open voor boten. Dat moet je maar net weten. Ze hadden nog een uurtje kunnen slapen als zij daar behoefte aan hadden gehad. Één zwaait vanaf het dek naar mij. Ik steek mijn hand op en mompel ‘morgen.’ 

Aan de overkant van het water opent een man de gordijnen van zijn appartement. Twee fietsers rijden keuvelend richting het centrum van de stad. Ook zij zijn er vroeg bij. Ze worden ingehaald door een man die zich zelfs op zijn speed pedelec nog in het zweet jaagt. Die kan eerst gaan douchen voordat hij achter zijn bureau gaat zitten. De bus dendert over de brug. Naast de brug zie ik werklui die op dit vroege uur druk bezig zijn met het bestraten van de stoep rondom het nieuwe bedrijf voor biomedische technologie. Als ik ze zo bezig zie, dan denk ik dat ze dit geen jaren vol zullen houden.

Wandelend langs het water, mij verwijderend van de stad, hoor ik het geluid van rondvliegende vogels en het zoemen van een mug. Je kunt je amper voorstellen dat het centrum van de stad op tien minuten fietsafstand ligt. Als ik mij omdraai richting sluis zie ik de twee waarschuwingsborden op de Punt van Pad al weer staan: ‘Levensgevaarlijk terrein, niet betreden’ en ‘VERBODEN TOEGANG. Art. 461 Wetb. V. Strafr.’ Na vorige week loop ik iedere dag even langs. De laatste jaren is er een berg ontstaan, opgeworpen door vrachtauto’s met laadbakken vol grond. Daar ben ik blij mee. Alleen de chauffeurs kennen de herkomst. De borden doen het ergste vermoeden. Veel buurtgenoten vragen zich af: Waarom verboden toegang, waarom levensgevaarlijk terrein? Is het vervuilde grond? In de naastliggende wijk denken ze nog steeds dat er een nieuw natuurgebied komt. Nu lopen er al reeën. Wat zouden de mensen uit de buurt graag even de heuvel beklimmen om te achterhalen wat er nu allemaal op het terrein gebeurt. Helemaal nu ze begin vorige week mannen in witte pakken bovenop de berg hebben zien staan en de twijfel in de buurt is toegeslagen.

Jaren geleden ben ik voor het eerst in het gebied geweest. Toen was het nog geen verboden terrein, maar wel zo drassig dat bijna niemand zich er waagde. Vorige week ben ik tegen de regels in twee keer over het hek geklommen. De eerste keer om te kijken wat de werklui daar allemaal aan het doen zijn. Ik heb niemand op de heuvel gezien. Dat snap ik wel. Het borrelt er en het sist. En dan die hoeveelheid nat zand die er ligt te drogen. De tweede keer was ik er om half vijf in de ochtend om te kijken of de grote grijze zak die ik daar jaren geleden gedumpt heb nog steeds goed verborgen ligt. Ik kon hem niet meer vinden. Wat mij betreft kom ik nu nooit weer achter dat hek. Terwijl ik langsloop stel ik vast dat er ook vandaag geen beweging op de heuvel is. Tevreden ga ik naar huis. 

De deurbel gaat. Half liggend in mijn leunstoel schrik ik op. Stijf van het middagdutje is het een heel gedoe om uit de stoel te komen. Met moeite kom ik overeind door met beide handen af te zetten op de leuningen van de stoel en gelijktijdig de benen te strekken. Zo is het mij in het ziekenhuis geleerd toen ik daar na een breuk in mijn linker been in behandeling was. De deurbel gaat opnieuw. 

“Ja, ja, rustig maar. Ik kom eraan hoor,” zeg ik met krakende stem. Het zal mij benieuwen of de bezoeker mij gehoord heeft. 

Licht zwalkend sta ik voor de stoel. Rustig uitstrekken en even blijven staan voordat ik de eerste stap zet. Het overhemd dat een beetje kreukelig is, stop ik strak bij mijn broek in. Even mijzelf toonbaar maken zodat ik het bezoek geen schrik aanjaag. Het duizelige gevoel trekt langzaam weg. 

Door het spionnetje in de buitendeur zie ik twee agenten. Zij hebben mij waarschijnlijk gehoord en lijken geduldig te wachten. Ik zet de deur op een kier en schraap mijn keel. 

“Goedemiddag heren, wat kan ik voor u doen?”

“Mogen we binnenkomen. We willen graag even iets met u bespreken.”

Ik kijk hen verbaasd aan. “Wat valt er te bespreken?”

“Dat kunnen wij u zo hier bij de voordeur niet zeggen. Is het goed dat we even binnenkomen?”

Ik maak de ketting los om de deur verder te openen: “Vooruit, kom dan maar even binnen. Volg mij maar.”

In de kamer haal ik opgestapelde kleren van de stoelen. De agenten gaan zitten en kijken om zich heen. Al die spullen, ze zullen wel denken.

“Wat wilt u met mij bespreken?”

“We zullen maar meteen met de deur in huis vallen. Bent u wel eens bij de dijk op de afgraving geweest?”

Ik knik: “Dus jullie hebben mijn vrouw gevonden”