Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Kort verhaal
Inzendingen: 893
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

Vreemd

Ze was vreemd. Daarover waren de dorpelingen uit het Drentse Buinen het wel eens. Zij was tien jaar geleden met haar man en zoon komen wonen in een vrijstaand huisje aan de Kanaalweg. Zij zag er buitenlands uit. “Indiaas” wist Krelis, een brutale boerenknecht die vaak het hoogste woord had in de kroeg, te vertellen. Op het gezin was niets aan te merken. De man werkte in Emmen, de zoon ging er naar school en de vrouw zorgde voor het huishouden. Heel normaal dus, behalve het uiterlijk van de vrouw. Dat had volgens velen iets vreemd onaards.
Sonakshi was trots op haar Hindoestaanse afkomst. Zij hield ervan Indiase kleding te dragen. Zij droeg losjes omgeslagen felgekleurde hoofddoeken, een aantal veelkleurige armbanden en prachtige blauwe, groene en rode gewaden. De rode stip op haar voorhoofd completeerde haar verschijning. Zij was in Suriname getrouwd met Herman Boesterman, een Hollander die bij Billiton werkte als Chief human resources officer. Een jaar nadat zij waren getrouwd werd een zoon geboren. Ze besloten hem Milan te noemen. Een naam die zowel in de Hindoestaanse als Nederlandse gemeenschap voorkwam. In 2010 toen Milan 8 jaar was, besloot Billiton de activiteiten in Suriname te beëindigen. Daarom was Herman genoodzaakt een nieuwe carrièrestap te maken. Hij kon bij Billiton blijven, maar dat zou overplaatsing naar een vestiging buiten Suriname inhouden. Het leek hem een goed moment om naar een nieuw bedrijf om te zien. Hij vond een baan in het Nederlandse Emmen als hoofd personeelszaken bij een bedrijf dat gespecialiseerd is in Thermografie. Het was qua salaris een flinke stap terug, maar met zijn 52 jaar vond hij het tijd om iets rustiger aan te gaan doen en hij meende dat Drenthe de juiste rustige woonomgeving zou zijn voor zowel hem als zijn vrouw en zoon. Zo kwam het gezin te wonen in een bescheiden vrijstaand huis in Buinen een goede 20 kilometer ten noorden van Emmen. Het gezin moest wennen aan de klimaatomstandigheden in Nederland, maar de eerste 10 jaar van hun leven in Buinen verliepen voorspoedig en gelukkig. Herman had het naar zijn zin in zijn werk, Milan deed het goed op school en was na de havo net begonnen aan een opleiding Marketing Management aan de hogeschool in Emmen.
Twee maanden geleden was er abrupt een einde gekomen aan hun geluk. Herman was tijdens een ritje op zijn racefiets plotseling onwel geworden. Een hartaanval. Zo bleek later in het ziekenhuis. Hij kreeg er een tweede overheen die hem fataal werd. Sonakshi en Milan bleven ontredderd achter. Plotsteling je man en vader verliezen is traumatisch. Zo goed en zo kwaad als het ging zochten zij de draad die richting kon geven aan het weer oppakken van hun leven. Hermans’ pensioen stelde Sonaskshi gelukkig in staat het huis, de studie van Milan en hun levensonderhoud te financieren. Milan vond troost in zijn opleiding waar hij helemaal in opging en Sonaskshi begon in haar tuintje geneeskrachtige kruiden te telen. Iets dat zij vroeger in Suriname ook al deed.
Ze leefde teruggetrokken, maar de dorpelingen zagen haar dagelijks in haar tuin aan de slag en waren nieuwsgierig naar wat ze eigenlijk teelde. Het was geen sla, bloemkool of snijbiet of zoiets, dat zagen ze wel. Krelis was de eerste die persoonlijk eens poolshoogte kwam nemen. In Drenthe is het niet ongebruikelijk om gewoon ongevraagd iemands achtertuin in te lopen en dat deed Krelis dan ook. Sonaskshi was er verdiept in het tuinieren.
‘Mag ik vragen wat u zoal verbouwt?’ vroeg hij beleefd.
‘Whoe!, riep ze, ‘U laat met schrikken! Ik hoorde u niet aankomen…’
‘Oh eh, sorry‘, zei Krelis. ‘Ik was benieuwd naar wat u hier allemaal kweekt’.
‘Het zijn vooral geneeskundige kruiden. Kijk hier staat selderij. De zaden ervan zijn goed om jicht te bestrijden. Dat daar is hoefblad, dat helpt tegen kramp en de ghinko biloba daar achter stimuleert de bloedomloop en kan hoofdpijn verminderen. Van valeriaan wordt je rustig in je hoofd en met die gember daar kun je zwellingen en de pijn ervan bestrijden. Kijk daar staat duivelsklauw. Extract van de wortels ervan gebruik ik om een drankje te maken dat helpt tegen koorts en ontstekingen remt. Daar heb ik ook hennep. De zaden helpen bij het reguleren van de hormoonhuishouding’.
‘Oh drugs!’ riep Krelis.
‘Je zou ze zo kunnen noemen, zoals de Engelsen medicijnen ook drugs noemen. Het zijn zeker geen verdovende middelen hoor!’, lachte Sonaskshi.
Die avond schepte Krelis in de kroeg op over wat hij had gezien.
‘Die vrouw verbouwt allemaal geneeskundige kruiden, zegt ze. Duivelsklauw bijvoorbeeld, nou als daar geen luchtje aan zit! Ze heeft ook hennep. Dat is gewoon wiet toch? Ze verbouwt gewoon drugs! En wat is ghinko biloba? Zo heet een gewone plant toch zeker niet? Waarom zien we haar nooit in het dorp? Ze verstopt zich in haar huis en tuin. Dat is toch niet normaal meer? Ze doet precies wat die heksen van vroeger, waar mijn oma vaak over vertelde, deden’.
De dorpelingen dachten er het hunne van. Ze hadden het niet zo op zaken die hen onbekend waren. Natuurlijk kenden ook zij uit de overlevering allerlei huismiddeltjes, maar een plant met de toverspreuknaam ghinko biloba daar kregen zij rillingen van over de rug en ook van wiet wilden ze niets weten. Maar de gemoederen kwamen pas echt in beroering door Milan. Milan was een gezonde vrolijke jongen die af en toe wel eens een pilsje kwam vatten in de Buinense kroeg. Hij had tijdens de basis- en middelbare school het Drents accent ontwikkeld dat maakte dat de dorpelingen hem als een van hen beschouwden. Tot Milan op zekere dag vreemde wratten kreeg op zijn handen en gezicht. In de kroeg vertelde hij dat hij er voor onder behandeling was bij een dermatoloog, maar het werd steeds erger. De wratten groeiden uit en zijn vingers gingen, tot verbijstering van de dorpelingen, steeds meer op boomtakken gingen lijken en ook de wratten in zijn gezicht groeiden uit totdat die verdacht veel op takjes leken. Nou dat maakte de tongen wel los in het dorp. In de dorpskroeg werd druk gespeculeerd over wat er aan de hand was met Milan, waarbij de heftigheid van de discussie gelijke tred hield met de drankinname.
‘Heb je die handen gezien?’, vroeg Krelis aan zij maten. ‘Net takken toch?’.
Het viel niet te ontkennen dat de huid op Milans’ handen oogde als boomschors en dat zijn vingers steeds meer op takken gingen lijken. Zoiets viel gewoon niet meer rationeel te verklaren. Daar moest wel iets magisch aan ten grondslag liggen.
‘Ik zei toch altijd al dat die moeder van hem een heks is?’ riep Krelis tegen zijn maten in de kroeg. Het was duidelijk dat hij iets te veel op had, maar hij zei wel wat veel anderen dachten.
‘Zijn moeder is bezig hem in een boom te veranderen! Gaan wij hier wachten tot zij klaar is met haar zwarte kunsten of gaan we er wat aan doen?’
‘Ach joh’, zei Alwin, een fors gebouwde broodnuchtere slagersknecht. We leven niet in de middeleeuwen hè! Houd je een beetje kalm, er is vast een verklaring voor. Het zijn gewoon wat rare wratten’.
De relativering van Alwin bracht de gemoederen even tot bedaren, al vroeg men zich wel af wat die verklaring dan zou kunnen zijn. Het bleef sterk naar zwarte kunst ruiken. Doordat de kwaal van Milan zichtbaar erger werd, hij daardoor zelfs niet meer naar school kon en enkele dorpsgenoten hadden gezien hoe ook op zijn voeten takachtige structuren groeiden waardoor hij geen schoenen meer kon dragen, laaide de argwaan weer op. Het hoogtepunt kwam toen Milan ineens spoorloos was verdwenen. Niemand wist waar hij was en niemand die het durfde te vragen aan zijn geheimzinnig oriëntaal ogende moeder. De roddels over haar medicinale teelt vormden een vruchtbare voedingsbodem voor vermoedens van occulte praktijken die zij zou bedrijven. Zij zag er bovendien toch uit als een tovenares! Was hier zwarte magie in het spel?
Krelis had de zaterdagavond, twee weken na de mysterieuze verdwijning, weer het hoogste woord in de kroeg.
‘Die heks heeft hem in een boom veranderd, wat ik je brom! Nietwaar Hendrik?’
Hendrik was een wat teruggetrokken verlegen jongen die onderhoudswerk deed op het plaatselijke sportpark. Hij schrok ervan dat Krelis hem ineens tot middelpunt van de belangstelling maakte.
‘Nietwaar Hendrik?’, drong Krelis aan.
Eh, ja ehm…, ik geloof het wel. Ik bedoel bij het hunebed aan de Bruinerweg staat een boom met net zulke takken als aan die handen en voeten van Milan’.
‘Zie je wel!’, schreeuwde Krelis, ’we gaan die heks uitroken! Nu meteen. Wie gaat er mee?’
Er klonk wat gemummel, er werd wat geschuifeld.
‘Kom op stelletje slappelingen! Wij kunnen die heks niet haar gang laten gaan. We gaan haar een lesje geven dat haar zal heugen!’
Niemand van de dappere kroegtijgers wilde graag het predicaat “slappeling” opgeplakt krijgen waardoor er aarzelend een groepje van vijf op weg ging naar het huisje aan de Kanaalweg. Krelis, Hendrik, Alwin, Geurt en Klaas.
‘We gaan eerst een einde maken aan die drugstuin’, zei Krelis. Hij liep om het huis naar de achtertuin en begon planten uit de grond te rukken. De anderen volgden zijn voorbeeld. Omdat zij hun werk niet bepaald in stilte verrichten, trok het de aandacht van Sonaskshi. Ze stapte met een verschrikt gezicht door de achterdeur naar buiten.
‘Heren, heren, wat bent u aan het doen?
‘Niks, te heren!’ riep Krelis. ‘We komen een einde maken aan jouw smerige praktijken heks! Je bent er gloeiend bij. Je zoon in een boom veranderen hè? Moet je wel het gore lef voor hebben!’
Zijn vier kompanen zagen het tafereel met schrikogen aan.
‘Krelis, een beetje minder mag ook wel’, zei er één.
Sonaskshi was van schrik ineen gekrompen.
‘Milan? Een boom? ’Hoe komt u daar nu bij?’ Milan is…’
Verder kwam zei niet. Krelis vloerde haar met een klap vol in het gezicht. Dat bracht ook de anderen in beweging. Zij konden niet het risico lopen dat zij levenslang in de kroeg zouden moeten horen dat zij laffe slappelingen waren. Zij schopten de arme weerloze vrouw voor hen op de grond totdat zij niet meer bewoog.
‘Laat dit een les voor je zijn’, schreeuwde Krelis nu. ‘Ik geef je een week om hier op te rotten en zorg er voor dat wij je hier nooit meer zien. Wees maar blij dat we je niet afmaken’.
‘Krelis, kom, zo is het wel genoeg, zei Alwin die eigenlijk al spijt had dat hij zich zo door Krelis had laten meeslepen. ‘We moeten een dokter bellen’.
‘Dokter? Dokter?, brulde Krelis die nu buiten zichzelf leek te zijn. ‘Laat die heks maar creperen hier! Kom we gaan!’
Terug in de kroeg belde Alwin naar het telefoonnummer van de politie om misdaden anoniem te melden.
De politie vond de ernstig gewonde Sonaskshi kort daarop. De direct opgeroepen traumahelikopter bracht haar naar het ziekenhuis. Zij had tal van kneuzingen en een gebroken kaak. Er leek geen sprake te zijn van blijvende schade. Als snel was zij in staat een betrouwbaar signalement van haar belagers te geven waardoor de vijf helden na enkele dagen al voor verhoor op het politiebureau zaten. Krelis beriep zich op zijn zwijgrecht, maar Alwin gaf direct toe dat hij flink fout was geweest, gaf een gedetailleerd verslag van het gebeurde en de aanleiding daartoe.
‘Wij denken wel dat er iets goed fout zit bij die vrouw. Hoe kan haar zoon er anders uitzien als een boom en ineens verdwenen zijn?’
Rechercheur Annink liet daarop de vijf bij zich in zijn kamer brengen.
‘Zo’, zei hij. Jullie vindt jezelf stoere helden he? Nou laat mij je uit de droom helpen. Om te beginnen zal dit gebeuren voor jullie een lelijk staartje krijgen vanwege de ernstige mishandeling van, zo niet poging tot doodslag op, een onschuldige vrouw’
‘Een heks!’, schreeuwde Krelis.
‘Houdt je mond!’ bitste Annink. ‘Jullie lijken wel kleine kinderen. Mevrouw Boesterman is door jullie toedoen ernstig gewond. Je mag God op je blote knieën dankbaar zijn dat zij waarschijnlijk geen blijvend letsel heeft opgelopen.
‘Maar haar zoon…’, probeerde Krelis.
‘Haar zoon’, vervolgde Annink, heeft een ernstige aandoening die wel het treeman syndrome wordt genoemd. Het is een erfelijke stoornis van het afweersysteem. De jongen wordt momenteel behandeld, maar het is nog de vraag of de therapieën aanslaan. Mevrouw Boesterman heeft er veel verdriet van en maakt zich zorgen over haar zoon en tot overmaat van ramp trappen jullie idioten haar het ziekenhuis in! Tot nader order blijven jullie in voorarrest. De rechter zal beslissen wat er met gajes zoals jullie moet gebeuren’.
Het nieuws van de mishandeling, de aanleiding daartoe en meer duidelijkheid over de situatie van Milan, maakte veel indruk op de dorpelingen, die zich collectief schaamden. Een flink aantal moest erkennen dat zij ook wel eens gedacht hadden dat vrouw Boesterman een heks was. Waarom moest zij er ook zo vreemd uitzien, precies als een tovenares?
‘In mijn kroeg zijn ze nooit meer welkom als zij hun straf hebben uitgezeten!’, zei de kroegbaas ferm en zijn klanten knikten instemmend.
 
Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 97

geef een waardering voor: "Vreemd"

Geschreven door Martin Reekers . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !