Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 652

Vermoorde onschuld

© Martin Reekers op .
[Klik op de profielnaam of -afbeelding voor een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.]

Weduwe Agnèz van Berkel Enschot deed de rolluiken van haar vrijstaande villa dicht en controleerde nauwgezet de sloten van deuren en ramen. Daar was alle aanleiding toe voor een vrouw alleen. Je zag immers regelmatig op televisie hoe er bij alleenstaanden werd ingebroken terwijl zij gewoon thuis waren. Dan drongen er overvallers binnen die je bedreigden en mishandelden om je te ontfutselen waar jij jouw gouden sieraden en geld bewaart en wat de pin is van je bankpas. Nu was zij niet voor een kleintje vervaard. In haar jonge jaren was zij een op avontuur beluste, ravissante schoonheid die uit welbegrepen eigenbelang getrouwd was met de saaie, maar schatrijke baron Eugène van Berkel Enschot.

Nu hij was overleden, woonde de weduwe alleen en zat zij er met zijn nalatenschap uiterst warmpjes bij. Een goed gestoffeerde bankrekening en een fortuin aan familiejuwelen die zij angstvallig verstopt hield in een kistje in haar boudoir. Het was rijkdom die zij had moeten bekopen met het vergaan van haar jeugd en schoonheid en het uitzitten van uitermate saaie huwelijkse jaren. Zuur verdiende kostbaarheden die zij wilde bewaken. Dat moest lukken met rolluiken rondom, een gecomputeriseerd videocamerasysteem dat het hele huis bestreek, anti-inbraakstrips op de deuren, dievenklauwen op de raamscharnieren en dubbele sloten op elke deur en een alarm. Het liefst had zij zichzelf ook nog bewapend met een Mauser of een Luger of een pistool met een andere illustere merknaam, maar daarvoor had je vergunningen nodig en je moest leren schieten. Zij had daarom gekozen voor een wapen waarmee zij vertrouwd was. Of, nou ja een wapen… Zij had een twintigtal forse deegrollers aangeschaft, die zij had uitgezet op strategische punten in het huis. De knappe crimineel die ondanks het alarm en alle luiken en sloten tóch binnen wist te komen, zou kennismaken met een van haar deegrollers. Want meppen kon ze! Zij herinnerde zich maar al te goed hoe zij haar man zaliger bijna het walhalla in had getimmerd toen die eens dronken thuis kwam. Zij was destijds geschrokken van het effect. Nu kwam die ervaring goed van pas. Geen crimineel zou haar nog ongestraft te grazen nemen. Veel contacten had de weduwe niet. In vrienden en bekenden geloofde ze niet.  Die zouden óf geen kans voorbij laten gaan om je lastig te vallen met sneue verhalen over financiële pech die zij, rijke alleenstaande weduwe, zonder een centje pijn zou kunnen oplossen, óf zij zouden door opschepperige loslippigheid aan anderen verklappen dat zij een schat aan juwelen had. Een mooiere rode loper kon je niet uitrollen voor het dievengilde. Zij droeg de in haar ogen foeilelijke juwelen niet maar bewaarde die thuis omdat zij bankiers wantrouwde. Je las tenslotte dagelijks in de krant hoe die bankiers om zich heen graaiden. Zij droegen dan misschien keurige pakken, maar ondertussen! Haar man had de juwelen wel verzekerd en dat had ze maar zo gelaten. Zelf zou zij het nooit gedaan hebben, want verzekeraars waren ook grootgraaiers.

Eigenlijk zag zij alleen haar achternichtje Marlientje, haar zonnetje in huis. Zij was de dochter van een aangetrouwde neef aan moeders kant, die op een dag was komen aanwaaien in een wolk jeugdig enthousiasme en optimisme. Sindsdien kwam zij wekelijks even buurten. Marlientje maakte dan een ommetje met haar, deed haar boodschappen en daarna dronken ze samen een gezellig kopje thee. Echt zo’n fris jong meisje waarvoor de zon achter de wolken vandaan wil komen. Marlientje studeerde forensische psychiatrie aan de universiteit in de stad vlakbij. Zij kon gloedvol vertellen over de bizarre afwijkingen van misdadigers waarover zij in haar studie las. Mannen die op stille langweggetjes vanuit hun auto messen in de arm van wandelaars en joggers staken, vrouwen die hun partner vermoordden, in stukken sneden en opaten omdat stemmen in hun hoofd hen dat opdroegen. Soms ook professoren die wetenschappelijk verantwoord met een perfecte moord hun vrouwen koud stelden om plaats te maken voor wulpse jonge huppelkutjes. De weduwe hing dan aan haar lippen, huiverde af en toe maar kreeg er ook charmante spanningsblosjes van op haar wangen. ‘Goh, een perfecte moord, wat intrigerend!’, zuchtte ze. Zo kwamen zij op het idee om bij de thee en een petitfourtje, perfecte moordscenario’s bij elkaar te fantaseren.  Gewoon voor de lol. Allebei keken zij uit naar de dag in de week waarop zij weer een ‘crime & cookiesessie’, zoals zij het gingen noemen, hadden afgesproken. Van de gesprekjes met Marlientje bloeide de weduwe op. Ze kreeg er weer iets van haar jeugdige ondeugd door terug. Bovendien ging ze meer open staan voor haar omgeving. Misschien werd dat nog het meest duidelijk toen zij tijdens een theesessie een oude zwerfster hadden binnen genood. Marlientje had de weduwe verteld dat zij die tegengekomen was op het centraal station. ‘Zullen we haar een keertje uitnodigen op de thee, tante? Wij hebben zoveel en zij heeft niets’. Na een kleine aarzeling had de weduwe ingestemd. Ondertussen bleef Marlientje vertellen over exotische criminele cases. ‘Ik zou er gewoon bang van worden als ik niet zo goed beveiligd was’, zei de weduwe na één van hun crime & cookiesessies. Marlientje was daar op haar beurt in geïnteresseerd. Zij deed namelijk onderzoek, zo vertelde zij, naar hoe particulieren zich beschermen tegen de misdaad. De casus van de weduwe zou daar perfect inpassen. De weduwe liet haar verdedigingswerken zien. Ze demonstreerde sloten, toonde sleutelbewaarplaatsen, de rolluiken, de werking van het gecomputeriseerde videosysteem, het alarm en de functie en situering van de deegrollers. Marlientje keek haar ogen uit en maakte driftig aantekeningen. ‘Mag ik een paar foto’s maken, tante?’, vroeg ze. ‘Ach, kind, als je ze alleen voor je onderzoek gebruikt, vooruit dan maar’.

Dat de arme weduwe nog geen week later met een ingeslagen schedel dood in haar woning aangetroffen werd, zal na het voorgaande niemand verbazen. De deegrol, het waarschijnlijke moordwapen, lag naast haar. Er werden helaas geen vingerafdrukken op gevonden. Nergens in het hele huis vonden zij trouwens vingerafdrukken of DNA-sporen. De dader moest wel erg grondig te werk zijn gegaan. De politie ging uit van een beroving, maar kon aanvankelijk niet vaststellen of er iets vermist werd. Gek genoeg lieten de videocamera’s niets zien over de tijdstippen rond de misdaad. Er moest toch iemand binnengedrongen zijn en dat zou menselijkerwijs gesproken op de video moeten staan. Maar nee, er viel niets te zien, zelfs niet het kleinste beweginkje. Er waren ook helemaal geen sporen van braak en ook het alarm was niet afgegaan. Vreemd allemaal. Een inside job, misschien? Buurtonderzoek leidde al snel tot een zó duidelijk signalement van een verdachte, dat zelfs een blinde hermandad wel op het spoor van Marlientje moest komen. Het arme wicht toonde zich geschokt door het nieuws over de gewelddadige dood van haar tante en was, begrijpelijkerwijs, in tranen. Snikkend vertelde zij hoezeer zij aan tante verknocht was en ook haar onderzoek verzweeg zij niet. Via haar kon de politie achterhalen dat het om de juwelen te doen geweest moest zijn, want het aangetroffen juwelenkistje was leeg en Marlientje wist zeker dat daar veel van waarde in had gezeten. Dat bleek niet veel later overduidelijk uit het enorme bedrag waarvoor de juwelen verzekerd waren. In het testament van de weduwe was Marlientje de enige erfgename. Daarmee streek zij ook nog een stevige uitkering van de levensverzekering op en was zij in één klap een vrouw in bonus. Dat leverde een sterk motief op dat haar direct extra verdacht maakte. Zij werd flink aan de tand gevoeld maar zij bleef snikkend in alle toonaarden ontkennen, zonder dat de politie, wel vaker geconfronteerd met briljant acteerwerk, daar erg van onder de indruk was. Ondanks het sterke motief dat Marlientje zou kunnen hebben voor de moord, kón zij die onmogelijk gepleegd hebben. Ten tijde van het vermoedelijke overlijden van de weduwe was zij in Noorwegen op kamp geweest met haar dispuutsgenoten die konden bevestigen dat zij daar de hele tijd was geweest. Bovendien had zij ten tijde van de moord vanuit Noorwegen met haar ouders in Nederland gebeld. Dat pleitte haar vrij van de moord, maar misschien was zij wel medeplichtig. De politie kon niets aantonen en tastte volledig in het duister wie de dader dan wel kon zijn. Marlientje was de enige die op bezoek kwam en op de hoogte was van de beveiliging van de villa. ‘Soms’, zei rechercheur Sjaarloos, ‘voel je dat er stront aan de knikker is, maar kun je er net niet bij’. Inspecteur Kervezee, vond dat wat smakeloos uitgedrukt, maar hij gaf Sjaarloos wel gelijk. Men bleef haar daarom scherp in de gaten houden evenals degenen met wie zij omging, want misschien waren daar verdachte personen bij. Ze gedroeg zich echter volstrekt normaal als een student die ijverig werkte voor haar bul, een bijbaantje had in de horeca, ging stappen met vriendinnen, een navelpiercing liet zetten, af en toe dronken werd op een studentenfeest en in de weekends naar haar ouders ging. Na een poos richtte de politie haar aandacht noodgedwongen op andere zaken, al bleef rechercheur Sjaarloos alert.

Een half jaar later in een tropisch resort nipte een jonge vrouw in een hippe Luli Fama bikini aan haar Piña colada en mijmerde ‘Het is toch eigenlijk kinderlijk eenvoudig! Mijn plan werkte perfect! Bent u niet trots op mij?’ Ze tuurde over haar zonnebril in de verte en vervolgde. ‘De menselijke geest zoekt altijd eerst de meest voor de hand liggende oplossing en denkt dat die de juiste is. De wet van prägnanz, heet dat in de psychologie. Niemand die op het idee komt dat degene die vermoord is eigenlijk de moordenaar is!  Wij hoefden alleen te zorgen dat die zwerfster nogmaals op de thee kwam op het moment dat ik in Noorwegen was. Dat idee van die zwerfster was geniaal toch? Geef toe! Wie mist er nu een oude verwaarloosde dak- en thuisloze alcoholiste? U kon uw deegrolkunsten op haar botvieren, met haar van kleding wisselen en met uw net gescoorde valse paspoort als zwerfster uw huis verlaten en het vliegtuig naar hier pakken. Vanuit Noorwegen kon ik simpel de videobeelden in de computer vervangen door opnames waarop niets te zien was. Ik zou natuurlijk verdacht worden, maar ik had een perfect alibi! Ik moest me alleen een poosje koest houden tot de juten hun interesse waren verloren, een mooie uitvaart regelen, veel snikken, het huis verkopen en de verzekeringspremies cashen. Het liep allemaal precies zoals ik had voorzien. Nou en hier ben ik dan. Een kind kan de was doen!’ ‘Kindje, zei haar van spanning blozende bejaarde metgezellin, ’Het was héérlijk spannend en wat een machtig gevoel om dat verzekeringsgajus een flinke loer te kunnen draaien! Wat wordt onze volgende klus?’  

‘Knap bedacht!’, zei de man in een auto even verderop tegen zijn bijrijder. ‘Dat microfoontje in de navelpiercing van die meid. Petje af Sjaarloos!’

Dit artikel delen?
Waardering voor je inzending op Schrijverspunt

Graag je waardering voor : Vermoorde onschuld

Aantal hits voor dit artikel: 218
 
KLIK OP HET GEWENSTE AANTAL STERREN (1-5)  OM EEN WAARDERING TE GEVEN EN/OF SCHRIJF SVP EEN KORTE REVIEW
5 sterren = zeer de moeite waard, 4 sterren = de moeite waard, 3 sterren = lezenswaardig, etc..
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!
De waardering voor dit artikel:

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Reacties   

# RE: Vermoorde onschuldLieven Vandekerckhove 03-06-2020 12:21
Ofwel ben je zelf psyscholoog, ofwel rechercheur, ofwel...ach wat dan ook. In elk geval heb je een spannend verhaaltje geschreven!
# Vermoorde onschuldMartin Reekers 03-06-2020 12:48
Dankuwel Lieven, voor uw reactie. Ik ben geen psycholoog of rechercheur, vrees ik. Ik ben gepensioneerd docent onderwijskunde. .. mag dat ook?:)
# RE: Vermoorde onschuldLieven Vandekerckhove 03-06-2020 17:02
Zeker mag dat ook! :D

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

A Taste of Talent ?

Elke keer, bij een nieuw bezoek aan deze pagina, een ander en actueel leespakket!
Wist je?

Random:

M'n eerste liefje (III)
| Hans Van Battel | Kort verhaal