Loading...
Kort verhaal

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.

Korte verhalen

twee zielen

Het is bijna donker. De laagstaande zon gluurt tussen de takken van de bijna kale  bomen.

De wind laat de takken kraken, kleine druppels zijn de voorbode van de bui regen die op uitbarsten staat.

Het is koud en de druppels voelen als ijspegels op haar huid.

Ze heeft geen jas aan alleen een shirt met spijkerbroek.

Ze fietst zo hard ze kan. Haar adem stokt en snot loopt uit haar neus. Ze valt bijna, ze is doornat. Ze paniekeert, ze beeft, huilt zonder tranen, die heeft ze niet meer. Van alles gaat door haar hoofd, ze weet alleen niet wat. Is er iemand die haar kan helpen? Een schamper lachje siert haar gezicht, ze heeft geen verwachtingen meer, die waren van andere tijden. Ze stopt bij een huis.

Ze belt, bonst op de deur, er gebeurd niets.

“ Oh laat iemand thuis zijn” mompelt ze maar niemand doet open.

Ze loopt terug naar de geroeste, van origine rode, fiets, en fietst zo hard ze kan  naar het bos. Daar begon het die oh zo fijne tijd.  Echter die fijne tijd werd een nachtmerrie. Daar moet ze aan werken, vinden ze.

Wie zijn ze, eigenlijk? Ze kent ze , maar kent ze niet werkelijk. Allemaal goedbedoelde adviezen, die niets brengen, nee helemaal niets.

De dubieuze professor of die twijfelende therapeut geestelijke gezondheid. Bij de titel al moet ze glimlachen.

Ze zou bulderen als het niet zo erg was.

Opname in een kliniek omdat ze  gestoord was vond men. Daar moest ze in therapie maar ze heeft niet meegewerkt.  Zijzelf had niets te vertellen en ze had ook niets meer te vertellen.

Ze snappen haar niet en kennen, doen ze  haar al helemaal niet. Ze is totaal niet degene die ze denken dat ze is.

Nu is ze weggelopen en zal alles nu zelf moeten regelen.

Maar ze heeft daar wel hulp bij nodig en die is niet te vinden. Ze heeft geen vrienden meer, ze is moederziel alleen op deze aarde. Zelfs vreemden doen niet voor haar open.

Onderdak dat moet ze hebben voor ze door de kou bevangen raakt.

De boshut is de enige plek die ze kan bedenken, jaren geleden was ze daar voor het eerst geweest. Daar is eigenlijk alles begonnen. Ze rilt meer dan net. Misschien is hij open dan kan ze schuilen en proberen na te denken.. Ze hoopt op een rustplek.

Ze fietst door het bos en voelt nu angst in plaats van de vrolijke spanning toen.

Ze heeft een grimas op haar gezicht en een onbekende zou haar “ eng “ vinden.

De fiets beland tegen een boom en ze loopt naar de blokhut. Als er maar niemand binnen is dus voor alle zekerheid pakt ze een stevige tak van de grond en dof staart ze naar de deur en traag duwt ze deze open.

Binnen staart ze in de ogen die ze zo goed kent.

“ Ik had je verwacht, je bent weggelopen begrijp ik”

Haar adem staat stil, haar hart maakt overslagen, haar spieren verkrampen nog meer en ze plast in haar broek van angst. Hij ziet dat niet, ze is al druipnat, schiet door haar hoofd. Er gebeurt veel in haar hoofd en ze doet wat ze denkt, ze doet waarvan ze vaak heeft gedroomd……… Dan draait ze zich om en rent in paniek terug naar de fiets en trapt zo snel ze kan. Dit kan niet, maalt door haar hoofd. Dit scenario zat al lang in haar hoofd maar, dat kan niet, dat mag niet.

Ze hoort in de verte een auto, ze neemt de weg naast het bospad daar kan geen auto komen. Ze kent de bossen op haar duimpje, niet veel mensen kennen ze zo goed..

Inmiddels is het droog geworden maar de wind blijft koud en het wordt later op de avond. Waar moet ze naar toe? Waarom heeft het zover moeten komen?

Ze was gewoon verliefd, gewoon verliefd op de verkeerde man met de verkeerde familie.  De buitenwereld begrijpt dat niet. Zo van buiten ziet of liever gezegd zag het er fantastisch uit.

Hij is toch zo’n aimabele man? Goed opgevoed, gestudeerd, een knap uiterlijk. Zij kwam uit een veel lagere klasse, heeft niet gestudeerd, werkt in een winkel. Dat ze iets met hem kon hebben was al uitzonderlijk.

Hun huwelijk was de gebeurtenis van het jaar in hun kringen.

Een tak schramt langs haar benen, tussen haar tenen zit aarde en haar kleding plakt aan haar lijf.

Ze stapt af legt haar fiets neer en gaat er naast zitten. Bijkomen is nu wat nodig is, ze hijgt en transpireert hevig, dat moet stoppen. Opeens schiet een tv programma   door haar hoofd over ontspannen.  Ontspannen, je ademhaling reguleren, leg je armen achter je hoofd. Automatisch doet ze wat er gezegd werd en ja, ze herstelt heel langzaam.

Had ze maar een telefoon maar ze had helemaal niets meegenomen. Misschien dat Linda thuis schiet haar te binnen, als ze daar  mag binnenkomen. Sinds al die jaren met hem, hadden ze elkaar niet meer gesproken. Linda woont aan de andere kant van het bos, tenminste toen. Ze kent haar van de supermarkt, Linda had daar een zaterdagbaantje

Ze fietst over takken door struiken, haar benen zijn bebloed. Maar ze bereikt de weg waaraan Linda woont of woonde. Ze gooit haar fiets tegen een struik en bonst op de deur, belt zo hard ze kan. De deur gaat open en ze zakt in elkaar en verliest even haar bewustzijn.

 

“ Hallo, hallo, wie ben je ? Wat is er met u? Moet ik een dokter bellen?”

Ze opent haar ogen, ze zit op de stoep van een huis. De dame op leeftijd, buigt naar toe, “ hoe gaat het?”

“ Oh ik weet het eigenlijk niet, werd even niet lekker, belde aan om wat water te vragen.”

“ Oh gelukkig, ik zie dat het goed gaat. ik moet bijna weg, nou dan ga ik maar, en succes verder, dag mevrouw.” En de deur slaat dicht.

Enigszins verbouwereerd staat ze op, het nu bijna donker. Ze weet niet waarheen ze zal gaan, maar ze is wel wat gekalmeerd.

Ze fietst naar het station, daar is een wachtruimte die is warm dan kan ze verder over alles nadenken.

Daar zittend is het warm en stil.  De laatste trein is juist vertrokken. Dus zullen  geen mensen haar zien en ook geen vragen stellen, dat is beter.

 

De trein dendert het station binnen, mensen verdrukken elkaar bijna voor de eerste lege stoel.

Op afstand bekijkt hij dit dagelijks terugkerende tafereel. Mensen och wat een dingen zijn het.

Hij pakt zijn pet en fluitje en geeft de trein het startsein te vertrekken. Een belangrijke taak, vindt men. Hij vind het gewoon, te gewoon waarschijnlijk.

Elk uur hetzelfde ritueel al die jaren, geen perpectief tot iets beters, alleen de dromen over gemiste kansen.

Zoveel dromen als hij had voorheen, zoveel talenten die ook hij gehad moet hebben en niets niets is er over, behalve elk uur die pet en zijn fluitje.

Thuis, een piepklein plekje wat zijn thuis is, probeert hij dit te vergeten. Hij leest veel, gaat veel naar het bos om bomen te bekijken, dieren te observeren en vooral mensen te ontlopen.

 

De laatste trein is net vertrokken, de pet en het fluitje hebben weer hun dienst bewezen. Hij loopt alles op het station nog even langs en vervolgt dan zijn weg naar huis, Niet dat dat ver is maar hij moet  zo’n drie minuten lopen.

Eenmaal thuis schrikt hij toch even op. Wat was dat in de wachtkamer? Bewoog daar wat en wat bewoog er dan? Dat gebeurt echt nooit.

Hij weet eigenlijk niet wat hij gezien heeft. Direct loop hij terug, gluurt door het raam en ziet een jonge schaars geklede vrouw liggen rillen op een wachtkamer bank. Dit kan echt niet bedenkt hij en loopt naar de deur, draait de sleutel om en stapt stevige tred naar binnen.

“ Hallo, er komt vandaag geen trein meer hoor, dame”  Ze schrikt van zijn stap en stem en zit kaarsrecht omhoog en kijkt hem bang aan.

“ Oh ik wacht hier wel tot morgen, ik ben moe dus zal wel slapen.”

“ Ho ho, dat gaat niet door. Hier mogen in de nacht geen personen aanwezig zijn, Dat is de regel van de spoorwegen, dus hup naar huis of ergens anders naar toe.”

Verbijstert staart ze hem aan, wordt ze nu ook hier weggestuurd?

Hij weet met haar houding geen raad, hij raakt ook een beetje uit zijn evenwicht.

“ Waarom ga je niet?” Hij spreekt kortaf. Kijkt langs haar heen.

“ Ik heb geen huis, niemand wil me, ik heb niets meer, helemaal niets…..”

Huilend zakt ze neer op de bank en wil een zakdoek pakken, maar die heeft ze niet. Ze huilt nog harder en kan niet meer stoppen.

“ Ik heb weinig , maar in ieder geval een dak boven mijn hoofd. En een kachel kom ga maar met me mee.”

Schuchter volgt ze de norse maar toch aardige man. Warmte, zei hij dat heeft ze nodig. Op het eenvoudige huisje rookt een schoorsteen en binnen is het sober maar netjes en warm!!!!!

Zonder iets te zeggen wijst hij naar de oude leunstoel en knikt. Ze gaat zitten en hij gaat naar de keuken om warme thee te maken.

Zonder woorden drinken ze thee en er staat een pan op het fornuis. Ze ruikt warm eten en realiseert zich dat ze sinds vanmorgen  niets meer heeft gegeten.

“ Ik ben geen nieuwsgierige man hoor, maar kun je vertellen wat er aan de hand is?”

Met grote ogen kijkt ze hem aan en opent haar mond.

“ Nog nooit heeft iemand dat gevraagd. Iedereen wist wat er aan de hand was, dus hield ik mijn mond. En nu vraagt een wild vreemde me het.” Ze kijkt hem aan.

“ Ik zal het u vertellen, u bent aardig voor mij maar het is een heel verhaal. Ik zal bij het begin moeten beginnen.’

‘ Laten we eerst eten en dan als je niet te moe bent zal ik luisteren. Ik zal een bed voor je in de kamer opmaken. Morgen zien we wel weer.’

Ze eten de eenvoudige stamppot, dit eet hij soms dagen lang, het smaakt haar heerlijk, ze knapt wat op.

Met een kop thee in haar hand gaat ze recht op zitten in de oude leunstoel  en steekt van wal.

 

Het verhaal van Haar

 Ik ben opgegroeid in een boerendorpje in de Peel. Mijn vader was arbeider bij diverse boeren en mijn moeder diende bij voorname mensen in de stad. Later toen mijn broer geboren werd stopte ze met werken en moest mijn vader alleen de kost verdienen. Dat was niet altijd makkelijk, ze kregen zeven kinderen. Ik was de laatste.

Na de huishoudschool ging ik bij de Hema werken, niet dat ik dat wilde maar er zat niet meer in, dacht ik.

Mijn ouders werden ouder en isoleerden zich meer en meer. Mijn broers en zussen onderhielden nauwelijks contact met hen en met elkaar. Zo bleef ik alleen over met twee oude teleurgestelde mensen. Het leven was niet altijd aardig voor ze geweest. En nu takelden ze af.

Ik woonde nog thuis en besteedde al mijn tijd ,naast mijn werk, aan ze. Tot ze beide plotseling binnen drie weken stierven. Hulp kreeg ik van niemand en bij hun begrafenissen stond ik alleen bij de kist. Ik was net twintig jaar en diepongelukkig. Met veel moeite mocht ik in het huis van mijn ouders blijven wonen.  De tijd ging voorbij. Ik werkte en was thuis. Zo vergleden een aantal jaren.

 

Het werd feest in het dorp, het dorp vierde zijn 600 jarig bestaan. Er waren twee tenten opgezet en het dorpscafé bemande beide tenten wat betreft het bier.

Zonder bier geen feest in het dorp.

Er waren ook plechtige momenten, terugblikken, optochten en de officiële toost  van de burgermeester met de notabelen van het dorp.

Ik hielp Gijs den Braak de kastelein bij de bediening en ik verzorgde de schalen met hartigheden op de tafels. Zo zag ik hem voor het eerst. Hij hoorde bij de notabelen.

Heel kort keken we elkaar in de ogen, de zijne waren prachtig en ik voel iets kriebelen.

Maar het werk ging door en ik kwam laat thuis die avond. Dat gebeurde nooit, want uit ga ik niet.

De weken gingen voorbij en onverwacht kreeg ik een weekje vrij. Vakantiedagen die ik moest opnemen of zo.

Ik hield en hou van het bos, daar loop ik graag en deed dat vooral op zondag als ik vrij was. Er staat een boshut waar ik vaak even uitrustte en me even in een andere wereld waan, een wereld die aardig en mooi is.

Nu had ik tijd om elke dag door het bos te lopen, planten te zien en om te dromen.

Ik zat een uurtje in de boshut, had een paar takken meegenomen om ze te fatsoeneren zodat ze thuis in een soort vaas konden staan, beetje bos voor thuis.

Toen stapte hij binnen. Hij, die van het feest.

Zijn ogen aren nog steeds zo mooi, maar ik voelde me zo gegeneerd. Mocht ik hier wel komen? Zal hij  nu boos zijn. Ik wilde niemand voor de voeten lopen.

“ Hallo schone dame, U had ik hier niet verwacht. Dus u kent dit mooie plekje ook. Ik heb me wel eens afgevraagd wie hier allemaal komen. De boshut is van niemand  dus iedereen mag binnenlopen.”

“ Ik uhh kom hier meestal op zondag al vele jaren. Ik hou van het bos

en deze plek.”

“ Ik zal me even voorstellen. Ik ben Julius van Effenring. Ik ben zakenman en kom hier uit de buurt. Nu U.”

“ Ik ben Tineke de Boer. Ik werk bij de Hema en woon hier in het dorp.”

Ik keek voorzichtig naar zijn gezicht, de Hema valt dat wel goed? Zal wel van niet, wat moet een zakenman met een winkelmeisje?

“ Oh leuk daar kom ik wel eens, zakelijk gezien dan. Aangenaam Tineke leuk je te leren kennen. Mag ik je dan vragen met mij vanavond te gaan eten? In het Wapen bijvoorbeeld.?”

“ Dat lijkt me erg leuk hoe laat?”

“ Kun je rond zeven uur? Dat komt mij het beste uit.”

“ Helemaal goed hoor, Meneer uhh Julius.” Mijn hart bonsde enorm en ik hoopte maar dat dat niet zichtbaar was.

“ Tot vanavond dan Tineke, Ik moet nu gaan”

En weg was Julius, mij blozend achterlatend. Deze avond ik had een afspraakje. Het was mijn eerste keer. Een afspraak met een man en wat voor een.

 Het tweede kopje thee passeert en ze leunt achterover in de leunstoel van de man van het station.

Hij luistert geboeid en weet dat vanavond te weinig tijd is voor haar verhaal.

“ Morgen kunnen we wel verder praten, ik moet wel de trein fluiten maar er blijft genoeg tijd over om te praten. Wat denk je daarvan?”

“ Ik ben doodmoe eigenlijk. Als ik mag slapen zou ik u dankbaar zijn meneer,”

“ Zeg maar Bram dan gaan we nu slapen. “

Hij maakt een bedje op en gaat naar zijn eigen kleine slaapkamer.

 Bram heeft de thee al gemaakt, een brood ligt klaar om gesneden te worden. Tineke voelt de warmte en geborgenheid van zijn zijn.

Ze hoopt nog even te kunnen wachten met vertellen. Niet dat ze niet wil, maar het grijpt zo aan, ze heeft nog nooit haar verhaal aan iemand vertelt. Ook niet tijdens therapie sessies. Ze heeft altijd gezwegen, iedereen wist hoe het zat dus haar verhaal deed er niet toe.

Ondanks alle rust en spanning van gisteren had ze goed geslapen. Op een bijna te klein bedje, dat opgemaakt was met een warme deken en schone lakens, met roze bloemetjes. Heel ouderwets maar oh zo vriendelijk. Toen ze in bed lag heeft ze het huisje bekeken, de eenvoud straalt er vanaf. Waarom leeft Bram zo als hij leeft?

En waarom heeft hij geen relatie? Oh dat is iets dat ze niet mag denken. Misschien een lat=relatie? Verder is ze niet gekomen met haar gedachten……..

Een broodje uit het vuistje warme thee en zitten in de oude leunstoel, Goede ingrediënten om haar verhaal te vertellen. Vandaag heeft de trein zondagsregeling ivm hemelvaartsdag. Dus de trein gaat alleen in de morgen een paar keer en s’avonds nog twee keer.

Bram laat haar zijn werkschema zien, er zal veel tijd zijn voor haar verhaal.

 De eerste maanden waren een feest. Telkens ontdekte ik weer nieuwe kanten van hem, ik werd per dag meer verliefd. Hij was dol op mij en probeerde zoveel mogelijk tijd met mij door te brengen. We wandelden, winkelden, gingen uit eten en praatten over een mogelijke vakantie.

Julius is een man van 35 jaar, is directielid in het bedrijf van zijn vader, het bedrijf dat hij later zal voortzetten.

Hij heeft twee zusters dus er is binnen hun gezin geen concurrentie over posities binnen het bedrijf.

Zijn ouders, zeker zijn moeder, hebben uitgesproken ideeën over zijn toekomstige vrouw. Al diverse keren hebben ze geprobeerd hem te koppelen aan dochters van bevriende stellen.

 

Dat ik zijn ouders nog had ontmoet vond ik niet erg, alhoewel het zal er toch eens van zou moeten komen.  Julius praatte zo afstandelijk over ze en ik zat niet te wachten op moeilijke situaties.

Hij overlaadde me met cadeautjes, stuurde bloemen naar mijn huis en kuste mij heel voorzichtig als we afscheid namen. Mijn hart heeft nimmer zo vaak snel geklopt van vreugde, als in die periode.

We praatten over vele dingen, maar nog niet over een verder leven met elkaar.

We moeten elkaar nog leren kennen, vindt Julius.

Er waren momenten dat ik hem moeilijk vond te volgen, dat ik niets van hem snapte. Hij had overal een mening over en stak deze niet onder stoelen of banken. Hij wist ook veel, veel meer dan ik.

Hij vertelde veel over zijn werk, hoe belangrijk zijn klanten waren en dat hij veel zakenreizen maakte.

Grappig was dat hij van zijn reizen foto’s had gemaakt. Naar aanleiding van een foto vertelde hij smakelijk over de gebeurtenis en de mensen waarmee hij zaken deed. Ik kon van zijn verhalen geen genoeg krijgen.

Zelf had ik niets te vertellen. Oh ja ik vertelde van mijn ouders, die ik al zo’n jaar of vier kwijt ben. En dat ik van mijn broers en zussen nooit meer iets had gehoord.

Ik had alleen nog een oude tante, zus van mijn vader. Ik bezocht haar éénmaal er jaar en dat was het. Verder geen familie.

 Ik werkte gewoon bij de Hema en er werkte een nieuw meisje in voor de zaterdag. Linda was een studente met een opgewekt karakter, ze lachte veel. Ik raakte snel op haar gesteld, heerlijk zo’n blij mens om je heen. Ze studeerde economie, ik vond het knap maar zij  zei dat ze heel gemakkelijk leerde.

 Toen we elkaar vijf maanden kenden oppert Julius dat kennismalen met zijn ouders noodzakelijk begint te worden. “ Thuis wordt ze onrustig. Ik heb nog maar weinig over ons vertelt dus wordt het een spannende tijd. Mijn moeder zal dwarsliggen en dat is erg lastig, geloof mij. Maar we gaan het redden jij en ik. Ik stel voor dat de eerste kennismaking ons verlovingsfeest is. Kan Mama er niet meer omheen.”

Ik kijk hem verbaast aan, verloven?

Ik werd feitelijk ten huwelijk gevraagd maar dat werd niet zo genoemd.

“ Tuurlijk gaan wij ons verloven en dan na een jaar of zo gaan we trouwen. Heb je voldoende tijd om alles voor te bereiden, alhoewel mama je natuurlijk zal helpen en niet te vergeten mijn zussen. Hahahaha mijn zussen. Wacht maar tot je die hebt ontmoet. Bitches zijn het, de oudste meer dan de ander, maar bitches zijn het.”

Ik voelde mij onzeker en bang gemaakt maar had niet de moed dat te zeggen, misschien zou hij kwaad worden en dat wilde ik niet.

Julius belde op een woensdagavond dat ik d volgende avond werd ik verwacht bij zijn ouders, die vonden het verlovingsfeest geen moment voor de kennismaking.

en een verlovingsfeest vonden ze al geen best idee zonder dat zij daarin iets te zeggen hadden. Ik hing op en trilde van onzekerheid. Wat moest ik doen? Ik had nauwelijks mooie kleding, gelukkig was het zomer dus een fleurig jurkje moest wel kunnen.

En toen was het zover. Mijn kennismaking met de familie Van Effenring.

Ze woonden in een bijzonder huis Ik kende het wel. Jaren lang had ik er langs gefietst van huis naar school en andersom. Het was een villa van vooraanstaande mensen en daar bemoeide je je niet mee als dorpskind.

Het entree lag hoog, eerst wel een stoep van twaalf treden op lopen met aan beide zijden bloemen, bloeiende bloemen.

De grote voordeur werd geopend door een meneer, later bleek dat de butler, die Julius hartelijk begroette en mij toeknikte.

In de imposante hal hingen kroonluchters, stonden grote palmen en de vloer was bedekt met echte perzen. De hal was het Centrale punt waar vele deuren op uitkwamen en de grote trap naar boven. Ik was enorm onder de indruk, het was overweldigend, nog nooit had ik zo’n huis gezien van binnen.

En hier werd ik verwacht, Eem koud gevoel overviel me maar Julius gaf me een hand en liep met me naar de salon daar vond het ontvangst plaats.

Ik werd beleefd ontvangen. De vader van Julius schudde mij vriendelijk de hand en zijn moeder liet mij haar hand schudden. Hoogst ongemakkelijk.

Daar zaten ook de twee zusters. Ik werd bekeken en gewogen maar zag geen goedkeuring op hun gezichten.

Tijdens de thee werd ik ondervraagd door Mama alsof ik bij hen in dienst zou komen.” Waar kom je vandaan, wat deed je vader, hoeveel geld heb je zelf, wat moet je van mijn zoon?” Ik wist me geen raad, ik had weinig te vertellen.

Julius laat het gebeuren, geeft me slechts een bemoedigend knikje als ik naar hem kijk. Hij is een zakelijk persoon op dit moment en niet die verliefde man die ik kende schoot nog in mijn hoofd.

“ Ik hoorde dat je bij de Hema werkt?” De oudste zuster vuurde de vraag af, het klonk scherp en onaardig.

“ Ja ik werk op de woonafdeling en ik doe het graag.” Ik leek me direct te verdedigen.

“ Niet in de directie dus of zoiets?” Lachend sloot de andere zuster zich bij her gesprek aan.

“ Nou nee daar zijn anderen beter in” Met een rood hoofd keek  ik weer naar Julius maar die zat in gesprek met zijn vader.

Zo volgden nog vele vragen van de moeder en dochters. Ik voelde me vreselijk alleen en wist niet hoe hiermee om te gaan.

Na het tweede kopje thee kwam de verloving aan bod.

“ Julius, je wilt me toch niet vertellen dat het je ernst is? Dit meisje, je bent een lief kind hoor, is toch niets voor onze familie? Dat weet je best en wij doen geen consessies aan komaf van aangetrouwde kinderen. Ze moet jouw erfgenaam baren mijn god kom tot bezinning jongen.”

“ Mama Papa, ik heb Tineke meegnomen om jullie kennis te laten maken met mijn aanstaande vrouw. Zij is mijn keuze. Met haar wil ik verder, niet met een komaf of familie geschiedenis, zoiets wat jullie willen. Over drie weken vier ik onze verloving en iedereen is welkom, jullie natuurlijk ook. Ik geef het feest in het Wapen in het dorp. Eind van het jaar gaan we trouwen en ik zal opdracht geven aan de aannemer mijn appartement hier boven grondig te verbouwen zodat we ook als we kinderen krijgen ruimte genoeg hebben. De verbouwing start volgende week.”

Ik volgde het gesprek en mijn maag kromp bij de gedachte in dit huis te moeten wonen.

Ik had naar mezelf moeten luisteren maar dat is achteraf praten.

“ Kom dan laat ik je de ruimte boven zien. Dag zussen ik hoop dat als wij straks terug zijn jullie vertrokken zijn”

Het was een prachtig appartement, luxueus ingericht en ruimte voor wel drie gezinnen.

“ Hoe vind je dit? “Julius spreidde zijn armen uit,” allemaal voor jou en mij kom ik wil je kussen.” Uitgebreid kusten we elkaar en heel even leek het erop dat meer zou gebeuren. We  raakten beide opgewonden en de slaapkamer was vlakbij.

Ik probeerde te herstellen maar dit lukte me niet. Het gevolg was toch die slaapkamer.

Voor het eerst kleedde ik mij uit voor een man, voor het eerst zag ik een naakte man in zijn volle glorie. Ik was benieuwd, vol verwachting maar ook een beetje bang voor hetgeen er komen zou.

Dat duurde niet zo lang, na een korte periode van aftasting werd ik voor het eerst een met een man en ik vond het fijn, eigenlijk heel fijn.

Voldaan en heel tevreden dronken we een glas wijn en na een groet aan de ouders verlieten wij het huis.

 Buiten haalt ik diep adem en keek naar Julius, die op zijn beurt naar mij keek.

“ Van de familie moet je je niets aantrekken. Ze zijn zoals ze zijn, maar wij gaan doen zoals wij willen. Ik wil met je trouwen, je zal de moeder van mijn kinderen worden, ik wil je elke dag beminnen. Voor ons huwelijk moet je niet zwanger raken wil je daar iets aan doen`? De pil of zo? Ik ben niet zo goed in die dingen.”

“ Ik zal naar de dokter gaan, ik wil graag dat je me bemint en wil graag met je trouwen maar zie wel op tegen jouw familie. Ga je mee naar mijn huis? Kunnen we beter praten dan in een restaurant.”

“ Graag liefje, ik wil dicht bij je zijn, je ruikt zo lekker.”

Thuis  deelden we nog een paar maal het bed. Ik kon er geen genoeg van krijgen, hij ook niet.

Het feest in het Wapen werd door veel vrienden van Julius bezocht maar niet door zijn familie. Ik had niet anders verwacht, maar Julius leek te zijn teleurgesteld.

Ik kreeg een prachtige, beetje overdreven verlovingsring. Een grote smaragd, omgeven met prachtige diamanten.

Een smaragd stimuleert de liefde, inspiratie, openheid, oprechtheid, heeft een positieve invloed op relaties. Ik voelde me gelukkig.

We gingen op vakantie naar de Griekse eilanden, maakten tripjes met de auto, korte weekenden gingen we naar Parijs Londen, Praag.

Heel vaak gingen we naar de verbouwing kijken van het appartement.

Op een dag stond zijn moeder op ons te wachten. Ze wilde iets zeggen

“ Mama ik wil altijd naar je luisteren als maar niet over Tineke gaat. Je moet het gewoon accepteren.”

“ Jongen laten we er maar het beste van maken. Je vader en ik zullen achter je staan,”

En weg was mijn aanstaande schoonmoeder. Eind goed al goed? Ik hoopte het.

Julius was door het dolle, als zijn moeder zoiets zegt dan is het ook zo, voor eeuwig.

“ Die hobbel hebben we achter de rug. De grootste hobbel mag ik wel zeggen. Nu staat niets ons meer in de weg, liefste  laten we gaan trouwen! Ik ga alles regelen we wachten gewoon niet tot het eind van het jaar.

Wil je dat ik mee ga een jurk kopen maar ik denk dat je meer aan mijn moeder hebt. Ik zal haar vragen met je mee te gaan. Zij betaald toch.” Besloot hij lachend.

Ik wist het niet, opeens ging alles zo snel , ja ik wilde hem wel maar had best nog een jaartje willen wachten met trouwen.

Ik besloot ook Linda te vragen met me mee te gaan,

Linda vond het een geweldige uitdaging om mij in een trouwjurk te krijgen. Ze heeft na overleg met mij Julius gebeld om te vragen wat hij mooi vind. Julius heeft toen een paar foto’s gemaild waar hij aan dacht.

Linda nam mijn schoonmoeder op de koop toe. Dit liet ze zich niet afnemen. Ze ging ook alle bladen lezen en vroeg mij thuis op de thee om samen bladen te bekijken. Zij woonde aan de bosrand met haar ouders in een erg mooi huis. Het werden leuke weken. Schoonmama bracht ons naar diverse bruidswinkels  De ene jurk na de andere paste ik en voel me zo nu en dan erg mooi. De keuze viel op een kanten jurk met een sleep een een lange sluier. Mijn schouders waren vrij, ik vond hem prachtig en beide begeleiders ook.

Het huwelijk zou in september plaatsvinden. Alles werd door schoonmama en de zussen geregeld. De voltrekking zou plaatsvinden in de grote tuin achter het huis.

Julius was tevreden hoe de organisatie verloopt en samen planden we de huwelijksreis.

Ik gaf aan dat ik Linda graag bij de bruiloft wilde hebben, dat werd goed gevonden door de familie. Om haar zich niet  verloren te laten voelen werd voorgesteld  haar bruidsdame te maken, dan was ze de hele dag erbij en voor mij beschikbaar. Linda was in alle staten van opwinding. Ik was eveneens erg blij met deze oplossing.

Toen de dag daar was logeerde ik in de villa samen met Linda, ze genoot van alle comfort van het huis. De tuin zag er sprookjesachtig uit en er stonden erg veel stoelen  voor de genodigden. Ik rende naar binnen en zocht Julius op.

Op mijn vraag wie er dan wel allemaal komen lachte hij met liefjes uit.

“ Allemaal vrienden van ons, relaties, niet te vergeten familie. Maak je niet druk het is snel voorbij.”  Linda kleedde mij zoals ze geinstrueerd was door de winkel. Ik was oogverblindend vond Linda.  Ik voelde me mooi en blij en nerveus om wat er zou komen.

In een roes beleefde ik de hele ceremonie. Ik hield Julius stevig vast. Zo werden wij man en vrouw. Schoonmama was duidelijk de spil van het geheel en al waren wij het bruidspaar. Bij de receptie kregen we veel cadeaus en er werd geproost met dure champagne. .

Ik was gelukkig, als ik er goed over nadacht was ik nog nooit zo gelukkig geweest.

Mijn leven was een sprookje. De huwelijksreis naar China was indrukwekkend en we waren drie weken helemaal samen. Natuurlijk gingen zaken ook enigszins door. Dagelijkse telefoontjes van zijn vader stoorde soms erg.

Als er zaken waren was `Julius ver weg, ik wist niet hoe ik daar mee om moest gaan. Ik mocht niet storen, niets zeggen zelfs bijna geen ademhalen.

Wat waren dat toch voor zaken, ik snapte het niet.

Als hij klaar was met de gesprekken was hij extra lief voor me en ik liet me altijd meeslepen in zijn liefdesspel.

 Het duurde een paar maanden en toen was ik zwanger. Ik kon mijn geluk niet op.

Julius en zijn ouders waren blij en verheugden zich op de erfgenaam.

Ik hoopte diep van binnen op een meisje, die erfgenaam kon altijd nog.

Ik was gelukkig met mijn man, toch was hij geen open boek voor me. Ons leeftijdverschil speelde af en toe een rol hij voelde zich de Oudste en Wijste. Plus dat ik “klein” was opgegroeid, ik keek niet naar de wereld om me heen. Julius wel, hij las elke dag diverse binnen en buitenlandse kranten. Dan was hij niet aanspreekbaar. Ik deed dan dingen in een andere kamer. Of zat stil een boek te lezen.

Werken mocht ik niet meer na het huwelijk, schoonmama probeerde mijn te leren het huishouden bestieren. Daar komt meer bij kijken dan ik ooit had kunnen bedenken.

Dat aspect van de hogere klasse vond ik vreselijk. De arrogantie waarmee met mensen werd omgaan, ik kon er van kotsen. Toch moest ik dat leren anders konden ze het huishouden nooit aan mij overlaten. Ik zou dat anders doen dat wist ik zeker. Maar Julius was erg content met de manieren van zijn moeder.

Het was geen onderwerp van gesprek tussen ons maar ik maakte al zorgen over de toekomst.

Het contact met Linda was na de bruiloft nog goed maar nu vertoonde het al slijtplekken. Wij pasten eigenlijk niet bijenkaar. Zij had een druk studenten leven, veel vrienden en weinig tijd voor andere dingen. Toen ik nog werkte zagen we elkaar wekelijks en deelden dezelfde problemen van het werk. Toen dat wegviel was dat het einde van onze vriendschap. Het paste niet meer.

De zwangerschap hield me volledig bezig, Ik kocht veel spullen nodige maar ook onnodige. Ik moest mijn tijd toch ergens mee vullen, Eigenlijk was ik erg eenzaam.

De baby zal dat wel veranderen dat dacht ik zeker. Dus ik bleef een optimist.

In de zevende maand van mijn zwangerschap kreeg ik klachten waarmee ik in het ziekenhuis terecht kwam.

“ Liefje wat is er aan de hand?” Ik had gebeld dat ik opgenomen werd en snel kwam hij kijken.

De gynaecoloog legde uit dat er een zwangerschapsvergiftiging dreigde en dat dat een gevaar was voor moeder en kind. Rust is dat telt nu verklaarde hij.

Zo lag ik daar alleen op een kamer, te rusten en zoveel mogelijk in het donker. Geen prikkels van buitenaf was het beleid. Weinig bezoek alleen mijn man mocht dagelijks komen. Ik voelde me vreselijk moe en alleen. Maar de baby was nog steeds erg levendig, dat maakte alles goed.

Na een maand ging het mis, de baby voelde ik niet meer , mijn medische situatie verslechterde. Tot slot werd er een keizersnede gedaan en mijn, onze zoon werd dood geboren. Ik ben in een diep dal gezakt, ik wilde ook dood.

Thuisgekomen waren alle spullen voor de baby opgeruimd, niets herinnerde nog aan mijn kindje. Julius was stil geworden, zijn zoon was er niet meer, zijn zoon was dood. Hij had ook verdriet alleen we konden ons verdriet niet delen. Hij gaf mij de schuld, nog nooit was er in hun familie een kind dood geboren en dat moest hem overkomen.

Het werd nog stiller in de villa. Ik hoefde voorlopig niets te doen in het huishouden, ik moest maar rusten en wandelen en meer was er niet. Julius ging nog meer op reis en de zaken van zijn vader en hem werden steeds drukker.

“ Julius, ik heb nagedacht, “ zo begon ik mijn vraag.

“ Julius, kan ik ingewerkt worden in jouw zaken? Ik heb alle tijd en wil graag nuttig zijn. Al heb ik niet gestudeerd ik kan alles leren wat ik wil.”

Verbaast kijkt hij me aan en barst in lachen uit.

“ Meisje dat is een mannen wereld. We doen harde zaken daarin is geen ruimte voor vrouwen. “

“ Misschien je secretaresse worden? Je agenda bijhouden, dan weet ik ook waar je bent en wanneer je weer weggaat.”

“ Helemaal niet interssant voor jou, ik vertel je altijd als ik vertrek.

De komende tijd zal ik vaker weg zijn, ik zal vaker naar midden Amerika reizen.

Zo dan ben je op de hoogte.”

“ Waar handelen jullie toch in? Ik heb je dat al vaker gevraagd.”

“ Laat me het zo zeggen, wij regelen vervoer en transport voor vele opdrachtgevers. Wij zijn een soort koeriersbedrijf maar dan internationaal en het gaat vaak om kostbare handel.”

Ik liet het erbij, ik kreeg geen kans om meer te weten te komen.

Via de gynaecoloog kreeg ik gesprek met een psycholoog aangeboden om alles te kunnen verwerken. Ik zag er wel wat in.

Ze was een aardige vrouw ik voelde me wel veilig bij haar. Het was de bedoeling dat ik de komende maanden wekelijks bij haar zou komen dat vond ik een fijn idee.

Thuis ontstak Julius in woede, dat had ik eerst moeten overleggen. Zijn vrouw hoort niet bij de eerste de beste hulpverlener. Hij zorgde daar zelf wel voor.

“Een goede vriend van ons is psycholoog met een goede reputatie. Ik zorg ervoor dat je daar naar toe kunt. Verder zou ik het fijn vinden als dit onder ons bleef. Beter voor de reputatie van onze familie.”

Ik knikte maar was het er niet mee eens. Ik vond mijn psycholoog juist zo’n fijn persoon. Ik besloot af te wachten.

De eerste afspraak bij dr. Pietersen was moeilijk. De oudere wat hooghartige man ging mij vertellen hoe ik met de situatie moest omgaan en het belang van mijn huwelijk mocht ik niet uit het oog verliezen.

Hij sprak uitgebreid met mij over Julius en zijn vader. Wat een geweldige mensen dat niet waren.

“ Maar ik zou graag over mij en mijn baby praten” probeerde ik nog.

“ Dat moet slijten, goed voor je man zorgen en misschien weer proberen zwanger te worden, dat zou een oplossing zijn.”

Ik zei niets meer en ging hevig ontdaan naar huis.

Daar vertelde ik dat alles in orde was en ik niet hoefde terug te komen. Over hulp werd niet meer gesproken.

Ik takelde langzaam af. Slapen en eten waren moeilijke dingen.

“ Liefje, wordt niet eens tijd om te proberen weer zwanger te worden? En ik heb toch ook wel weer veel behoefte aan onze fijne sex.”

“ Ik weet het niet Julius, ik ben nog steeds erg moe, maar als jij wilt..”

Vanaf die nacht werd er weer elke nacht gevreeën maar ik kon er niet echt van genieten, dus speelde ik mijn rol .

De reizen die op het programma stonden voor het bedrijf duurden deze keer wel een paar weken. Ik  hoopte dat ik in die tussentijd zou kunnen opknappen.

Ik probeerde stiekem een afspraak te maken met mijn psycholoog, de dame waarin ik veel vertrouwen had. Ze was met zwangerschapsverlof en had een vervanger waar ik welkom bij was.

Het hoefde al niet meer, zou wel kijken hoe ik verder zou gaan. Ik wandelde veel in het bos en zat soms uren in de boshut. Mijn schoonmoeder keek boos naar me, alsof ik haar in de steek liet. Ik negeerde het zoveel als maar kon.

Het vertellen wordt onderbroken omdat Bram even moet fluiten. Met pet en fluitje rent hij naar het perron en als de trein is vertrokken weet hij voor het eerst in jaren hoe snel hij naar huis moet gaan. Echter voor hij gaat belt hij zijn chef. Hij vertelt over een dringende familie aangelegenheid en de vraag die hij stelt is of hij deze week vrij kan krijgen.

“ Tuurlijk, je neemt al jaren geen vrij, jammer dat het familieaangelegenheden zijn, je zou op vakantie moeten. Maar goed ik neem het vandaag van je over dat is niet zoveel en de rest regel ik. Sterkte man en geniet een beetje van je vrije uurtjes.”

  Dank chef.je hoort volgende week weer van me.”

Thuis heeft zij boterhammen klaargemaakt en verse thee gezet

Een vreemde ervaring iemand anders die je boterham klaarmaakt. Was nooit meer gebeurd sinds de laatste boterham die zijn moeder voor hem maakte.

 Ik werd niet beter ik werd ziek en zieker. In mijn hoofd speelde een hele andere wereld af, die van mijn kind en mijn liefhebbende man.

Uren, zelfs dagen achtereen was ik gelukkig in mijn schijnwereld. Benaderbaar voor anderen nee dat was ik niet. Ze lieten me maar mijn gaan en zeker als Julius er niet was leefde ik in mijn eigen isolement.

Ik was weer zwanger. De hele familie deed blij en keek me voorzichtig aan. Of ik ook blij was?

“ Nee ik wil dit niet, ik wil een abortus.” Vertelde ik aan Julius,  die me verschrikt nee verbijstert aankeek.

“ Mijn kind aborteren? Ben jij helemaal mal geworden? Ik wil dat je weer met dokter Pietersen gaat praten, die zal je wel op andere gedachten brengen. In Godsnaam Tineke, waar ben je mee bezig?”

“ Met niets, en dat is oa mijn probleem” dat was het enige antwoord dat ik had . Ik hulde mij in stilzwijgen en de familie werd wanhopig. Julius  deed wat paniekerig, maar niemand dacht aan mij alleen aan zichzelf.

Dokter Pietersen was er de volgende dag, ik heb niets gezegd alleen naar buiten gekeken.

Ze besloten enige tijd af te wachten maar ik mocht nergens alleen naar toe. Ook niet naar de boshut. Ze waren bang, bang dat ik abortus zou laten  plegen. Ik was veel van mijn tijd in de bibliotheek. Schoonmama die met mij mee moest, vond dit vreselijk, ze hield niet van lezen. Ik las alles over het afbreken van zwangerschappen en kwam tot de wrange conclusie dat het zelf doen bijna geen optie was. `oh ja ik liet me van de trap vallen. Ik zat uren in een heet bad, slikte liters laxeermiddelen maar ik was en bleef zwanger. Gaandeweg accepteerde ik het, maar de angst lag om mijn hart.

Ik wilde geen verwachtingen hebben, me niet binden maar was me erg bewust van mijn situatie. Ik kreeg binnenkort een kind, een baby, als het goed gaat tenminste.

Ik smeekte Julius werk aan me te geven, maar hij bleef bij zijn standpunt.

Dat is niets voor jou. Als hij naar klanten was of op reis, snuffelde ik wel eens in zijn spullen. Ik snapte geen bal van alles wat op papier stond. Toen de schoonouders op reis waren en ik een dagje alleen thuis was, kon ik me uitleven.

Ik ging achter zijn computer zitten en na een klik op een toets ging hij aan.

Waar ik ook op klikte alle opende en ik kon lezen wat er stond.

Ik begon met de mail. Hele dialogen om een ondertekening, korte bevelen van schoonpapa aan Julius.

Over de inhoud van de vracht geen woord te vinden nergens. Oh ja een keer werd gesuggereerd dat het om een grote partij coke zou gaan. Hetgeen direct werd tegengesproken en de ander zei dat het maar een grapje was.

Toch bleef het mij bezig houden, en las alles wat ik maar kon vinden. Op vrachtbrieven stond standaard bananen kokosnoten en koffiebonen. Nadat ik veel had gezien sloot ik alles weer af en begaf me naar de bibliotheek, daar ging ik van alles over drugtransporten en dergelijk vrachtvervoer lezen. Hele verslagen van de handel en wandel in deze wereld.

Het was verhelderend. Mijn vermoeden dat een en ander aan het bedrijf van mijn man niet klopt wordt versterkt. Daar bracht ik de rest van de dag door tot in de avond de bieb dicht ging. Ik besloot morgen weer te gaan en dan formulieren te kopiëren die ik ook op de computer had gezien

Thuis kon ik niet verder op zijn computer, maar ik zat boordevol vragen die ik natuurlijk niet direct kon stellen.

Eenmaal weer thuis, trof ik een oververhitte Julius en schoonpapa aan.

“ Iemand heeft ingebroken in de computer, is er iemand in huis geweest?”

Deze en honderd andere vragen werden op mij afgevuurd terwijl ik bleek aan tafel zat.

“ Wat is er met jou?” Schoonmama kijkt mij peinzend aan. “ Jij bent niet in orde meisje, ik ga de dokter bellen. Julius neem haar mee naar boven en hou op met dat gemekker over die computer.”

Samen gingen we naar boven er werd niet gesproken met elkaar. De huisdokter kwam langs maar kon niets bijzonders vinden. De baby was oké dat wist ik wel, er was niets met mij aan de hand.  Maar bij hun klopte het niet daar was ik van overtuigd.

“ Tineke, heb jij aan mijn computer gezeten?”

Julius staat recht voor mij en kijkt dreigend. Ik werd rood, kreeg het benauwd, ter plekke ging ik hyperventileren. “ Ja Julius, maar ik heb niets aangeraakt hoor, alles is in tact.”

“ Ik dacht het al, waar ben je mee bezig? Je bent gestoord dat zal het zijn. Ik zal dokter Pietersen bellen en overleggen wat we met je aan moeten. Na de laatste keer heb ik twee maal contact gehad met hem. Hij is er van overtuigd dat je een stoornis hebt. Misschien therapie of een opname stelde hij voor als het niet beter werd. Jij ziet spoken dat is me duidelijk”

Ik werd direct bleek en moest gaan zitten. `mijn baby ging te keer maar dat negeerde ik volledig.. Ik moet overleven die drang kwam wel boven.

Ik huilde stil met veel tranen, die stroomden wel.

Julius ging naar beneden maar niet voordat hij de deur had afgesloten.

Ik werd opgesloten, ik was niet gek, ik had alleen maar intens verdriet en niemand kon mij helpen. Ik had gelukkig wel mijn telefoon in mijn kamer.

Na een paar uur ging de deur open. Julius, mijn schoonmoeder en dokter Pietersen kwamen binnen.

“ Ik denk , “ begon hij “ dat je maar een poosje naar een kliniek moet, dan zien we daar wel wat we moeten doen. Plan van aanpak maken,” Tegen Julius richtte hij zich.

“ In situaties als deze, waarin de patiënt in wanen blijft is een zorgvuldige aanpak nodig. Ik neem de leiding over de zorg en beslis persoonlijk wat goed voor haar is.”

“ Mag ik iets zeggen?” Ik hoopte iets er tegenin te kunnen brengen.

“ Nee, jij mag alleen maar naar mij luisteren, jij bent ziek en dat ben je al een hele tijd. Als klap op de vuurpijl wantrouw je je echtgenoot. Dat is ziek dame. Daar ga ik je vanaf helpen. Dus hou verder je mond.”

Dokter Pietersen draaide zijn rug naar toe en overlegde met de familie over mij.

Ik was zo moe, ik zakte stil op mijn bed en bleef daar zitten tot ze weg waren.

De deur ging weer op slot.

Een uur later kwam Julius me halen, we gingen naar de kliniek. Ik verzette me  maar ik had niets in te brengen, zwanger en uitgeput was ik.

In de kliniek kreeg ik een kamer alleen, een bord eten en een handvol pillen. Die weigerde ik maar onder dwang van twee medewerkers gingen ze toch naar binnen. Van de rest van de avond weet ik niets meer, zo vergingen alle dagen.

S’morgens pillen en dan was ik van de wereld. Heel af en toe gingen mijn gedachten naar mijn baby, maar die vergat ik direct weer. Ik droomde, zag kleuren, die soms best gezellig waren.

Op zekere morgen kreeg ik minder pillen en werd aan een tafel gezet. Daar kwam naar later bleek mijn persoonlijke therapeut.

Ik keek hem aan zag zijn mond bewegen maar horen deed ik niet. Horen wilde ik niet. Iedereen wist kennelijk wat goed voor me was, dus ik hield mijn mond.

Elke dag kwam hij langs mijn therapeut, die zich met mij geen raad wist. Hij twijfelde inmiddels aan zijn kunnen, dat was terecht. Hij snapte niets van mij, want hij kende mij niet.

Zo verstreek de tijd. Julius kwam één keer langs met een koffer met kleren. Daarna kwam hij niet meer. In de zevende maand van mijn  zwangerschap moest ik ter observatie blijven in het ziekenhuis. De kliniek lag eerst dwars maar de baby ging voor. Mijn gynaecoloog zorgde goed voor me net als de verpleegkundigen van de afdeling.

Toen stond de psycholoog Manon van toen … voor mijn bed.

“ Tineke hoe is het met je? Ik heb je nooit meer gezien, maar ik ging natuurlijk ook met verlof. Kan ik iets voor je betekenen?”

Ter plekke begon ik te huilen. Ze kwam bij me zitten en ik huilde uren lang. Zij bleef bij me, uren lang.

Die nacht sliep ik voor het eerst zonder nachtmerrie.

De baby werd te vroeg geboren maar leefde, daar was alles mee gezegd. Mijn dochter was ziek, heel erg ziek. Ze lag in de couveuse en ik mocht veel bij haar. Er werd goed op me gelet, de kliniek had ze geinstrueerd. Maar hier behandelde iedereen me gewoon als moeder van. Dat deed me goed.

De psycholoog kwam dagelijks bij me en probeerde me te laten vertellen. En haar heb ik een en ander toch wel vertelt. Ze had zo’n goed luisterend oor.

Langzaam ging mijn kleine meisje vooruit. Ik begon me moeder te voelen. Julius kwam kijken samen met zijn moeder, de baby werd bewonderd en ik genegeerd.

“ Tineke, dokter Pietersen wil dat je weer in de kliniek komt. De baby nemen wij dan mee naar huis, mama heeft de babykamer al klaargemaakt. Later als je beter bent dan zien wel weer.”

“ Ze blijft bij mij, ik ben haar moeder. Hoor je me?”

Ik schreeuwde huilde en ze liepen bij me weg.

Alle woede, angst en boosheid die in mij zat gooide ik eruit. Voor de verpleging was het alle hens aan dek. Manon werd van huis geroepen om mij te steunen. Zelfs zij kon mij niet troosten.

Niemand kon mij troosten ik was wanhopig, zoals ik al heel lang wanhopig ben. Ik wist het opeens ik moet weg hier weg en niet naar de kliniek. Ik had niets om me te nemen. In de middag liep naar het fietsenhok. Een oude roestige fiets stond niet op slot. Ik stapte op en ging fietsen en fietsen en fietsen. Ik fietste richting mijn oude buurt en ik bleef maar huilen. Waar moet ik heen? Wie zal voor mij zorgen?

 Bram kijkt haar aan met tranen in zijn ogen, wat een vreselijk verhaal, wat is ze verdrietig.

Tineke heeft blossen op  haar wangen gekregen, en toch opgelucht  dat ze heeft kunnen vertellen.

Maar ze weet dat ze niet alles heeft vertelt. Niet over de boshut, daar kan ze niet over praten.

De zoveelste pot thee komt op tafel. Bram kijkt haar aan.

“ En waar is die `Julius nu ?”

Ze begint te zweten en schud haar hoofd.” Dat dat kan ik niet zeggen, ik bedoel daar wacht ik nog even mee. “

“ Ik heb voordat ik werd opgenomen wel een anonieme tip gegeven aan de politie ivm drugstransporten. Alle boekhouding is in beslag genomen en verder weet ik er niets van.

Mijn baby, ik heb haar Lotje genoemd maar zal bij de familie Victoria gaan heten.                                                                                                                                                                                                                                                        

Het gaat goed met haar en binnenkort mag ze naar huis, ik moet proberen haar mee te krijgen, het is tenslotte mijn kind. Maar ik zit officieel in die kliniek en zal wel gek verklaard zijn of zoiets.”

Bram krabt achter zijn oor, zucht en zegt zachtjes, “   Voorlopig kun je wel hier blijven meisje en dan zien we later wel verder.

Ik weet niet wat ik voor je kan doen. Gaat de politie naar je zoeken? Kan zomaar!”

Tineke zit te zweten in de stoel. Hoe nu verder en wat moet dat met die boshut?

“ Fijn dat ik nog even mag blijven kan ik mijn plan gaan maken, want ik moet ook Lotje bij me krijgen. Maar als ik jou wat vragen mag, hoe komt het dat jij alleen en eenzaam bent. Of mag ik dat niet vragen?”

Bram kijkt haar verbaast aan.

“ Niemand heeft ooit naar mijn verhaal gevraagd maar jou zal ik het vertellen lief kind. Maar laten we eerst eten, ik heb nog stamppot van gisteren.”

“ Oh lekker, het smaakte me gisteren heerlijk. Ben daar een beetje van opgeknapt.”

Tijdens het eten probeert Bram haar verhaal even naast zich neer te leggen. Het heeft hem aangegrepen, zo onverstandig als mensen met elkaar omgaan, zo slecht als ze voor elkaar zorgen, nee niet zorgen maar pijn doen, verdriet aan doen.

Hoe kan dat toch, hoe kan dat toch?

Tineke heeft haar eigen gedachten en die zijn niet fijn. Ze probeert niet weer overstuur te raken maar het kan zo maar gebeuren.

Na het eten is er thee, hoe kan het ook anders.

Tineke zit nog steeds in de oude leunstoel maar Bram heeft een eigen stoel een nog grotere en oudere leunstoel, beide had hij die op de kop getikt op een markt.

                                                                                                                                                                                                                                         Het verhaal van Hem

 

Ik ben geboren in de grote stad Nijmegen. Mijn ouders waren geloof ik blij met mij.

Na mij kwam er nog een meisje maar daar kreeg ik geen contact mee.

Mijn vader was boekbinder, een edel beroep zei hij altijd maar verdiende weinig dus mijn moeder had werkhuisjes om bij te verdienen. Vaak was ik alleen thuis, samen met Zusje. Het was een raar kind vond ik altijd later begreep ik het wel beter. Het was een zeer zwakbegaafd kind. Een achterlijk zusje zeiden ze op school. Ik reageerde hier niet op, ze was echt achterlijk. Maar op een rare manier hield ik toch van haar.

Op school deed ik het goed, ik kon goed leren en ging graag naar school.

Ik droomde stilletjes van advocaat of rechter maar studeren stond bij ons niet op het programma.

Tijdens een enorme onweersbui, ik was 10 jaar en niet thuis, ik moest nablijven want ik had Derek verrot geslagen. Hij pestte me al jaren en opeens barstte ik uit.

Dat mocht natuurlijk niet maar het had me goed gedaan. Maar tijdens die onweersbui was de bliksem ingeslagen bij ons thuis en het huis fikte helemaal af met mijn vader, moeder en zusje erin. Opeens was ik wees. De zege op Derek was ik vergeten, ik was moederziel alleen. Ik werd geplaatst in een pleeggezin.  Eerst een voor de noodopvang zoals dat heette. Daarna naar een vast pleeggezin. Dat bestond uit vader, moeder en drie kinderen. Twee eigen en een pleegkind. Ik werd hun tweede pleegkind.  De pleegvader had een kantoorbaan , de moeder was volledig thuis om voor het gezin te zorgen. Ja ze waren echt aardig voor me, heus maar ik miste thuis, mijn mama vooral. Daar konden ze toch niet zo goed mee omgaan dus werd er nauwelijks over gesproken. Ik moest maar proberen te vergeten dat leek ze het beste. Voor mij gloorde een toekomst zeiden ze dan, dus vergeet het verleden.

Natuurlijk ging ik ook naar een andere school, daar was geen Derek maar Jasper en zijn kornuiten. Het werd een vreselijke tijd. Het pesten voelde erger dan vroeger,   wat was ik een watje geworden. Ik heb alles gedaan om het te stoppen. Ik had gesprekken met de meester en vroeg mijn pleegouders voor me op te komen , maar ze bagitalliseerden de situatie. Ik heb geprobeerd het te negeren maar ook daar barstte ik uit, Ik sloeg Jasper helemaal verrot en werd van school gestuurd. Nog twee lagere scholen heb ik afgewerkt en van leren is helemaal niets gekomen.  Na de zesde klas ging ik naar het beroepsonderwijs en uiteindelijk ging ik werken in de bouw. Ik haatte het. Ik moest mijn loon afgeven aan mijn pleegouders en zelf kreeg ik wat zakgeld, waar ik niet eens van naar de bioscoop kon.

Ik was een dwarse jongen geworden, ik had oh zo graag advocaat of rechter willen worden. Ik had verstand genoeg hadden ze op mijn eerste school tegen mijn ouders gezegd. Papa was daar erg blij mee geweest.

Toen ik achttien was werd ik uit huis gezet, ze waren me meer dan beu. Ik was een ondankbaar stuk vreten. Zo zei ze dat.

Met een kleine rugzak met spullen sliep ik de eerste nacht in het park. Op mijn werk dorst ik het niet te vertellen, maar na drie weken kwam mijn baas langs de bank waar ik probeerde te slapen. Ik werd direct ontslagen.  Dit had ik wel verwacht maar wat nu?

Zo werd ik een dakloze zonder werk, zonder een adres dus ook geen inkomen.

Ik bedelde, ging af en toe naar het Leger des Heils en zo sprokkelde ik wat eten en af toe een slaapplaats bij elkaar. Zo gingen jaren voorbij, al mijn dromen waren vervlogen en ik werd somberder en somberder.

Op een goede morgen kwam ik een mede dakloze tegen die ik zelden zag.

Hij vertelde van een bedrijf dat daklozen in dienst nam in ruil voor woonruimte, een keet meer niet hoor, zo vertelde hij.

Hij had het geprobeerd maar verkoos toch liever het zwervers bestaan.

Ik moest nadenken, misschien kon toch uit deze situatie wegkomen. Ik twijfelde aan de echtheid van zijn verhaal maar als het wel klopt is het een mogelijkheid.

“U wenst?”

Ik keek op tegen een boomlange dunne man.

“ Ik heb gehoord dat u werk hebt voor daklozen in ruil voor woonruimte.” Aarzelend kwam het eruit. Eigenlijk was ik gewoon bang afgewezen te worden.

“ Ik heb een slopersbedrijf en zoek mannen die van wanten weten. Tegen inwoning in de keet. Bed wastafel eettafel en dat is het.”

“ Ik wil wel, wil graag van de straat af.  Wanneer kan ik beginnen?”

“ Je kan blijven, morgen beginnen we om zeven uur. Ik zal je je bed wijzen.”

Zo sliep ik niet meer buiten, voelde me meer mens moet ik zeggen.

Ik werkte een jaar bij hem en mijn interesse ging naar beter werk. Ik solliciteerde zo af en toe maar verder kwam het niet. Ik kwam niet onder de mensen, werkte alleen of met mijn baas. Iets wat ik ook graag wilde was een vriendin, om van een gezin maar niet te praten.

Het leven werd afgezaagd, saai maar ik wilde verder alleen wist niet hoe. Op het werk kwam af en toe een man, die werkte bij de spoorwegen, een goede makker van de baas. Net zoals iedereen negeerde hij me altijd. Maakte me niet uit dat was gewoon, maar op een dag kwam hij naar met toe.
“ Ik hoorde van mijn vriend dat u beter werk zoekt dan dat u nu heeft. Ik kan u een voorstel doen. Ik zoek iemand die drie stations wil onderhouden daar bedoel ik mee schoonmaken,  De baas hier is uitermate te speken over uw inzet en werklust. Ik heb u een kamer te bieden en een klein salaris. Wat dacht u daar van?”

“ Graag meneer, wanneer wilt u dat ik kom? Maar dat moet ik met de baas overleggen.”

“ Kom nu maar met me mee, ik heb hier alles geregeld.”

Ik kreeg in een pension een kamer waar ook voor het eten werd gezorgd, ik voelde me bijzonder, bijna verwend.

Het werk was niet moeilijk maar afwisselender en je kwam ook mensen tegen. Niet dat ze veel zeiden maar je voelde je toch een met de mensen. Mijn chef daar kreeg ik wel contact mee hij wilde eigenlijk dat ik in mijn vrije tijd wat zou studeren.

Daar zag ik niets in. Die tijd had ik gehad, maar het zware werk al die jaren en het zwervers bestaan sloopt een lijf.

 Op mijn veertigste voelde ik me, versleten. Hoe moest het nu? Ik had eigenlijk niets dan een kamer en een schoonmaak baantje.

Een gesprek met de chef bracht hem op het idee me leren fluiten voor vertrekkende treinen. Er was een baan als fluiter vrijgekomen. De huidige fluiter was afgevoerd en zou niet meer terug komen.  Op mijn vrije dagen moest ik leren  fluiten. De spoedcursus die ik kreeg wierp zijn vruchten af.

Ik haalde mijn diploma, nou ja ik was geslaagd. Toen kreeg ik een pet en een fluitje en kon ik dit huisje huren.

Het stelde niets voor maar eindelijk had ik een plek en een beetje verantwoordelijkheid .

De eerste jaren beef het leuk maar daarna werd dit ook een sleur.  Ik was en bleef een eenzaam mens, maar ik kon voor mezelf zorgen en dat was de grote winst .Ik vulde mijn leven met wandelen in het bos en las regelmatig een boek van de bibliotheek. Nooit gebeurde hier iets, totdat ik een schaars geklede vrouw in de wacht kamer trof……

 

Tineke staart hem aan. Haar thee is koud geworden zo geboeid heeft ze geluisterd.

Zijn leven is niet bepaald over rozen gegaan beseft ze. Gruwelijk om zo wees te worden. Beide zijn ze gewoon ongelukkig geweest in hun leven.

“ Bram waarom ben je nu later niet meer gaan studeren?”

“ Ik zag dat niet meer zitten. Ben omgang met mensen ontwent, en heb geen sociaal gedrag. Die tijd is voorbij Tineke, voorbij.”

Er valt een stilte, opeens voelen ze allebei de vreemdheid van deze situatie.

Hoe nu verder schiet door haar hoofd. Ze heeft niets, ja een kindje maar die is niet bij haar. En de blokhut??

Hard wordt aan de deur geklopt, Bram schrikt uit zijn overpeinzing en opent de deur.  Daar staat de boswachter, die komt hij vaak tegen in het bos maar nog nooit heeft hij voor de deur gestaan.

“ Hoi Bram sorry voor het storen, maar heb jij gisteren iets vreemds gezien in het bos?”

“ Ik ben er gisteren niet geweest ik moest werken, nee ik weet het niet.”

Er bekruipt hem een onbehagelijk gevoel.

“ Waar ben je naar op zoek Janus?”

“ We hebben iemand gewond gevonden in de boshut maar die kan het navertellen. Hij ligt in het ziekenhuis. De politie mag morgen bij hem. Toen dacht ik misschien heeft Bram iets gezien. Dank je wel. Zie vast wel weer Dag.” En weg is Janus.

Bram loopt langzaam naar de kamer. Zijn hersenen werken volop en kijkt Tineke aan.

“ Dat was de boswachter, of ik iemand in het bos gezien had gisteren. Er is een gewonde gevonden in de boshut.”

“ Oh hij leeft nog, gelukkig ’ Verschrikt flapt ze het eruit.

Ze gaan zitten en zwijgen en kijken naar elkaar.

Hoe nu verder gaat bij hun beide door hun hoofd. Maar er komt geen antwoord. Bram zet nog een pot thee en gaat zwijgend weer zitten.

Ze zijn zeker een uur stil dan begint Bram te praten.

“ Ik snap je gevoel heel goed.  Ik tuigde die rotjongens ook af. Had me niets gedaan als ik er een vermoord had. Dus ik snap je wel, waarom heb je het me niet vertelt?”

“ Ik wist niet hoe ik dat moest vertellen. Wist eigenlijk ook niet of ik hem echt geraakt had. Mijn woede op hem zit diep. Ooit was ik verliefd maar dat heeft maar kort geduurd.”

“ Wat wil je dat ik voor jou doe?” Bram kijkt haar vragend aan.

“ Ik heb geen idee, ik kan maar beter weggaan straks kom je in de problemen.”

Ze staat op maar Bram hou haar tegen.

“ Niemand zal je hier zoeken. Men weet dat ik een eenling ben.

Laten we maar gaan slapen het is wel vroeg maar ik ben moe.”

“ Ik zit erg met jouw verhaal, daar wordt ik verdrietig van. Zoiets hoort een kind niet mee te maken . “

“ Ach uiteindelijk heeft het gemaakt wat ik nu ben en dat is niet veel, maar ik moet het er mee doen.”

Als ze rond negen uur in bed ligt kan ze niet slapen, ze denkt na over Bram en neemt zich voor morgen weg te gaan. Dan gaat ze maar naar huis en de kliniek. Misschien kan ze Lotje dan ook weer verzorgen. Dat is wel het belangrijkste wat er is. Maar als Julius aangifte doet gaat ze misschien wel de gevangenis in.

De volgende morgen staat ze vroeg op, ze heeft nauwelijks geslapen.

Bram zit al in de stoel ze heeft hem niet gehoord.

“ Tineke ga zitten ik heb nagedacht. Laten we naar de politie gaan en aangifte doen van het afnemen van jouw baby. We gaan proberen de baby daar weg te krijgen. Dan komen jullie hier wonen. Als de politie  jou arresteert dan wacht hier een plekje op je. Ik voel verbinding met je. Ik wil een beetje voor je zorgen.”

Tineke glimlacht naar hem, ohhh wat lief. Ze heeft geen keus, ze heeft niemand.

“ Goed laten we naar de politie gaan en dan, ik zal gearresteerd worden en dan krijg ik Lotje echt niet mee terug.”

“ Als je haar al terug krijgt. Ze zullen je wel  de ouderlijk macht hebben ontnomen, dus ….”

Daar gaan ze, lopend naar de politie. Daar worden ze vriendelijk ontvangen, maar als Bram het verhaal begint worden ze onrustig. Wat een gecompliceerde zaak zal dit kunnen worden. Een kind, een man een hut waar heeft hij het over?

“ Wacht, ik roep een collega erbij dit verhaal is zeer complex lijkt me.”

Ze kijken elkaar aan, is dit een goede beslissing geweest?

Dan mag ze haar verhaal doen en Bram ondersteund haar waar hij kan.

“ Ja er is eergisteren een gewonde man gevonden in de boshut. Hij is bij kennis en maakt het goed. Dus u heeft hem geslagen met een tak?

Niet fraai mevrouw, maar hij ontneemt u uw baby begrijp ik. Ook niet fraai. “ De commissaris zelf doet het gesprek en krabbelt regelmatig aan zijn baardje.

“ Niet fraai, echt niet fraai.”

“ `ik ga dit allemaal uitzoeken, ik stuur u naar huis, en daar blijft u tot ik u oproep. Begrepen?”

Dan lopen ze naar het eenvoudige huisje van Bram. Thuis gekomen zetten ze een pot thee die ze drinken zittend in de oude leunstoelen. Ze voelt zich veilig en leunt achterover.

Ze hebben elkaar alles vertelt en wachten op wat er komen gaat. Maar iets zegt ze beide dat ze hier zullen blijven, samen als twee zielen met een verdrietig verleden.

 

Dit artikel delen?
  • Hits: 253
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.