Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

TO THE POINT

 
Mag ik me voorstellen? Mevrouw Olyslager heet ik tegenwoordig. Hoog tijd om mijn autobiografie te schrijven, voor het te laat is. Als ik daarbij enigszins van de hak op de tak spring, is dat een gevolg van ouderdom en niet van wispelturigheid, want in 2014 ben ik geen roodharige, wilde meid meer. Mijn gerimpeld lijf verstop ik onder lange jurken. Ik overweeg zelfs de aanschaf van een rollator.
U hoeft niet met me te ruilen, gesteld dat het zou kunnen. Ik vraag u alleen maar: Alstublieft, verplaatst u zich eens in mijn positie. Vanaf mijn geboorte in 1947 groeide ik op te Gorinchem in de schaduw van de Grote Kerk- tot 1963. Op mijn zestiende zat ik in de vierde van de MMS. Zeg me eerlijk, wat zou u doen op die leeftijd, wanneer uw moeder een beetje verkikkerd was op onze burgemeester? Zou u er niet alles voor overhebben om te ontsnappen? Binnenshuis mocht ik van mamma niks. En haar huisvriend, die Übermensch, verordonneerde ambtshalve al sinds 1939, wat allemaal in zijn gemeente buitenshuis verboden was.

*

Juffrouw Wortelboer van Nederlands had het raam opengezet. De wesp was weer weg. De opwinding in het lokaal zakte. Niet de temperatuur. Het bleef snikheet. Het was een junimiddag. Het zou mijn allerlaatste wezen op school.
Getik van metaal op steen. Buiten waren stratenmakers bezig. Ze hadden een radio aan. ‘Soerabaja’ eindigde. Nu zongen ze mee met een stupide voetballied: ‘Geen woorden maar da-ha-den.’
Haha, begin mei waren de verwachtingen hoog gespannen geweest. Werd Feyenoord Europees kampioen? Uiteindelijk was het toch niks geworden tegen Benfica in de halve finale. Ja, één goal hadden de Rotterdammers gescoord. Maar de anderen hadden drie tegendoelpunten gezet. Nederland werd wakker na een roodwitte droom en ging over tot de orde van de dag. Alleen Jacky van Dam kon het niet geloven en bleef erop hameren: ‘Hand in hand, kameraden.’ Rare bezigheid voor kameraden eigenlijk, als je er goed over nadacht. Wanneer zag je nou mannen hand in hand lopen? Ik had het in Gorcum nog nooit gezien. Ook zelden volwassen mannen en vrouwen. Die liepen hoogstens arm in arm. Wel af en toe jongens en meisjes, zoals Rosa soms met Bram. Al probeerde Bram met zijn hand liever andere dingen, beweerde ze.
“Let op,” zei de docente, met haar stok naar het schoolbord wijzend. Ze legde iets slaapverwekkends uit over stijlfiguren en rijmschema’s. Bovenaan stond ‘Dames en heren’ en eronder ‘jongens en meisjes’. “Als je een streep trekt van ‘dames’ naar ‘meisjes’ en je doet hetzelfde bij ‘heren’ en ‘jongens’, wat zie je dan?”
In koor: “Een kruis, juffrouw.”
“Precies. En daarom noemen we dit een kruisstelling. Kan iemand een ander voorbeeld geven?”
Ik stak mijn vinger op: “Feyenoord 1 voor allen. Allen voor Feyenoord 1.”
“Goede beurt, Bettina!”
Om mijn verlegenheid te verbergen schreef ik in mijn multomap: ‘Hand in hand’. Rosa naast me begon zachtjes te schudden. Ze greep mijn balpen en kraste daaronder: ‘Hand in het. Het in hand.’ Aha, nu werd de les misschien interessant. Jongens schijnen onafgebroken aan seks te denken. Of dat echt zo is, weet ik niet zeker. Maar bij ons, meisjes, scheelde het weinig. De hele wereld was doordrenkt van het. Ik was geen ervaringsdeskundige, maar overal ontdekte ik bewijzen, nadat Roos me enigszins wegwijs had gemaakt. Zelfs het wóórd ontdekken prikkelde mijn fantasie, net als aftrekken en vermenigvuldigen. Ik pakte haar de pen af en noteerde een laatste regel: ‘Het in het’.
Onweerstaanbaar. Daarover waren we het eens. Pure prachtpoëzie. Drie op zichzelf totaal onschuldige woorden, gerangschikt op vier verschillende manieren. Dit moest gepubliceerd worden. Niet later in de schoolkrant. Meteen.
“Juffrouw, mag ik even naar de wc?” Ik kreeg toestemming.
Ik drentelde door de gang. Bij de trap scharrelde de conciërge met een bezem. In de toiletten koos ik een hokje uit en ging er eens gemakkelijk voor zitten. Bestudeerde de omgeving: zo saai. Linksonder een dun schetsje van Popeye. Rechtsboven een stuk kauwgum. Onwaarschijnlijk smetteloze vloer. De deur van de plee maagdelijk wit.
Om de boel op te fleuren had ik een dik potlood meegenomen. Balpennen weigeren dikwijls dienst bij horizontaal gebruik, had ik ervaren. Niets weerhield mij.
Ik besloot ons gedicht sterk te vereenvoudigen. Het woordje het verving ik door een punt. De andere twee woorden bleven gehandhaafd. Ik kerfde letters op ooghoogte. Dit was geen schrijven meer. Dit was beeldhouwen. Er stond:
 
hand in hand
hand in ●
x
● in hand
● in ●
 
Ziezo, nu nog een titel in kloeke kapitalen. Ik besloot tot: EEN PUNT ZETTEN- wat iets heel anders is dan scoren met voetballen. Daaronder een verduidelijking? Even denken. Hoe ging die tophit ook weer? ‘Geen woorden, maar daden.’ Precies. Niet praten, maar doen. Niet zomaar iets doen. Nee, hèt doen. Ik schreef tussen haakjes: (● DOEN).
Tevreden bekeek ik het dubbelzinnige resultaat. Bijzonder ingenomen was ik met de middelste twee regels. Als dat geen kruisstelling was, wist ik het niet meer. Juist in verband met de inhoud vond ik die term hoogst bevredigend. Ik stond op van de closetpot en verliet roekeloos het kleine hok.
De conciërge bekeek me uitvorsend: controle. “Hallo, Bettina.” Hij stak het hoofd naar binnen, snuffelde even en bekeek de drie wanden van onder tot boven. Stapte achteruit. Ik haalde verlicht adem. Dat bleef niet onopgemerkt. “Wachten jij!”
Hij ging nu helemaal naar binnen. Sloot de deur. “Betrapt.” Het klonk dreigend.

*

De rest laat zich raden: Men schorste mij één dag wegens vandalisme. Ik werd op slag een heldin en Rosa deelde in mijn roem.
Probeer maar eens een schuine mop uit te leggen. Voor je het weet is hij plat. Dan is de lol er van af. Toch kwamen klasgenoten niet meer bij. Ze giechelden niet zozeer om ons intelligente gedicht, maar veeleer om de onnozelheid van de schoolleiding. Pas toen de directie doorkreeg, wat de aanleiding van alle vrolijkheid was, werd de wc-deur haastig overgeschilderd. Moeder ontving een ferme brief. Daarin werd gesproken van ‘schuttingtaal’. Mamma snapte er niets van. Ik weigerde elke toelichting.

*

De wanhopige weduwe ging daarop te rade bij burgemeester ridder van Rappard- ja echt, ‘ridder’! Die kwam regelmatig bij ons in de Krijtstraat over de vloer- waarmee ik overigens verder niets wil insinueren. Soms bracht hij een pot eigengemaakte honing mee. (Gek genoeg interesseerde deze clowneske edelman zich meer voor bijenteelt dan voor paardenfokkerij.) In ruil daarvoor plunderde hij onze wijnvoorraad en bleef dan urenlang kwekken.
‘Rolly’, zoals zij hem noemde, onderhield mij, gezeten op onze blauwe canapé naast de Friese staartklok in de huiskamer, anderhalf uur lang over zedenverwildering en decadentie- daarbij een mooie fles Châteauneuf-du-Pape ledigend. Dus ze hadden mij geschorst wegens wangedrag, stelde hij hardop vast. Dat moest wel te maken hebben met de vloek van rock-‘n-roll. Waarom luisterde ik niet naar stichtelijke, vaderlandslievende liederen?
Ik misgunde de ridder zijn stokpaardje niet, noch onze wijn. Wel hield ik het hierna in Gorcum voor gezien. Ik vertrok met mijn spaarvarken naar Amsterdam zonder thuis iets te zeggen. Rosa bracht me naar de trein en wuifde me uit met een zakdoek. (Het pleit trouwens tegen mijn pedagogen, dat ik niet teruggesleept werd uit de hoofdstad, nadat ik mijn moeder een adreswijziging gestuurd had. Opluchting of onverschilligheid moeten het van hun opvoedingsdrang gewonnen hebben.)
Op het Centraal Station stapte ik uit. Mijn eerste zorg gold het vinden van onderdak. Er heerste woningnood. Ik wilde niet in de goot terechtkomen. Dus gaf ik mijn ogen goed de kost. Ik liep langs het water richting Dam. Voor een groot gebouw sloeg ik linksaf. Gezellige drukte. Overal roze feestverlichting.
Hoezo woonruimtegebrek? Achter veel ramen bordjes met ‘KAMER TE HUUR’. Volgens de wet van vraag en aanbod zouden de huren laag moeten wezen. Ik belde ergens aan. Zo leerde ik Jean Dumoulin kennen.
Hij stond aan de overkant in een portiek te praten met een zomers geklede mevrouw. “Wat moet je, moppie?”
“Pardon, meneer.”
“Zeg maar Jean, hoor meid. Wie zoek je?”
“Ik zoek woonruimte.”
Van mij hoor je geen kwaad woord over Jean. Hij hielp me zonder winstoogmerk. Gaf zich uit voor een gepensioneerde Belgische juwelendief, al was de man in Mokum geboren en liet hij zich tot zijn dood door drie dames onderhouden. Mij joeg hij subiet de rosse buurt uit en bezorgde me en passant een kassabaantje bij Simon de Wit ergens in Amsterdam West. En voorlopig kon ik een zolderkamer huren bij zijn moedertje in de Jordaan.

*

Ziezo, ik stop. Als er een morele les in dit verslag steekt, dan moet de lezer die zelf maar ontdekken. Mijn rechterarm doet pijn en mijn rug is stijf geworden. Welke episode ik morgen ga beschrijven, weet ik niet zeker. Nu ben ik toe aan een middagdutje. Ik ben per slot van rekening al 67. Welterusten!
Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© W.J. (Hans) Villerius
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 135
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "TO THE POINT"

Geschreven door W.J. (Hans) Villerius . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
12.09.20
Feedback:
Wat kunt u prachtig schrijven. U sleepte mij mee in het verhaal en de humor die u door uw woordkeus in de zinnen legt, is bovenmatig. Ik heb daar smakelijk om moeten lachen. De herinneringen van de middelbare school kwamen direct weer naar de oppervlakte en ik zit nog na te genieten. De sfeer is subliem weergegeven. Mijn complimenten. M.vr.gr. Louise
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
1 van de 1 lezers vond deze review nuttig
04.08.20
Feedback:
Je punt is gemaakt. TOP
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...