Klik hieronder op een van de mogelijkheden.

Tijd

"U bent de eerste die ik spreek vandaag."
Hij zat in het park, op het bankje bij de vijver.
Zij kwam naast hem staan en vroeg of de plek naast hem bezet was.
Hij schudde nee.
Ze ging naast hem zitten.

"Bent u eenzaam dan?", vroeg ze als antwoord.
Hij wilde nadenken over deze vraag.
Eenzaam?
Hij?
Zijn man was drie jaar geleden overleden.
31 Jaar waren ze samen geweest.
De Kanker had hem te pakken gekregen.
Moegestreden hadden ze elkaar voor een laatste keer in de armen gesloten.
Elkaar verteld wat ze voor elkaar voelden.
Gelachen.
Gehuild.
Daarna was het drankje gaan werken en was hij vredig ingeslapen.
Zo hadden ze dat lang daarvoor al afgesproken.

Sindsdien was hij alleen.
Maar eenzaam?
Hij had zijn herinneringen.
De foto's.
Zijn brieven.

De brieven, zo vol passie.
Hij voelde zijn ogen nat worden.
"Eenzaam niet.", zei hij.

Ze keek hem minzaam aan.
Ze was licht gekleed, met helderblauwe ogen vol diepgang waarin je urenlang zou kunnen verdwalen. 
Zomersproetjes rond de neus, witte tanden in een mooie mond. 
Het voelde alsof hij haar al jaren kende.
"Wat dan wel?", vroeg ze, met de liefdevolle, afwachtende blik van iemand die gewend is deze gesprekken te voeren.

"Tja. Hoe kan ik dat uitleggen?", begon hij.
"Weet u,", ging hij verder, zoekend naar woorden, "Ik kwam hier altijd met mijn man. Bijna iedere dag. Dertig jaar lang."
"We zaten dan hier op het bankje te kijken naar de zonsondergang, de regenboog of de figuren in de wolken. Ben was er een meester in."

"Hij had zo'n geweldige fantasie. Ik zag nooit zoveel maar hij wel. Hij zag een haas die een vogel achterna rende."
"Een bloem met zeven blaadjes."
"Een huis met schoorsteen of een clowns die ballonnen blies."
"Het kind in hem kwam helemaal boven. Zo onbevangen."
"Ik was daar jaloers op."
"Een keer zag hij zelfs Jezus Christus in de wolken. Armen gespreid, met een grijze wolk er achter als aureool."
"Nu ik er over nadenk was het bijzonder dat daarna de wolk openbrak en de zon precies op ons ging schijnen."
"We zagen dat als een teken dat het goed was met ons."
"God gaf ons zijn zegen"
Hij lachtte vreugdeloos.

"Ik mis zijn lach. Zijn volle lach. Het aanstekelijke enthousiasme waarmee hij de wereld bekeek. Dat heeft me vanaf het eerste moment in hem aangetrokken."
"Snapt U wat ik bedoel?"

"Maar al te goed!", zei de vrouw.
Ze wendde haar blik een beetje af alsof ze een traan in haar ooghoek wilde verbergen.

Ze bleven stil naast elkaar zitten. Polsen op de schoot, handen in elkaar gevouwen.

Hij verbrak het zwijgen.
"Eenzaam niet. Ik mis hem wel. Maar weet dat hij bij mij is. Ook nu voel ik hem."
Hij aarzelde.
"Vind u dat gek, als ik dat zeg?"

"Totaal niet. Ik begrijp precies wat je zegt!"
"Toen Wim overleed wist ik mij geen raad. We waren 26 jaar samen geweest en kenden elkaar al ons hele leven. Als iemand dan weg valt, zie je hem overal in terug. Omdat je in alles een herinnering ziet. Een moment samen."

"Dat kan van alles zijn. De auto, waarin je samen van vakanties hebt genoten. De tuinstoel in de achtertuin omdat je daar iedere dag na werk, als het mooi weer was, een wijntje in drink en de dag doornam."
"De verjaardag van je kleindochter die zes dagen voor die van hem jarig is."
"Echt, geloof mij, ik weet precies wat je bedoelt."

"Het zit in de kleine dingen.", vervolgde ze.
"Gewone dingen. Een pak hagelslag, een oude ansichtkaart, de ketting die je ooit samen kocht."

"Precies!", zuchtte hij.
"Hoe lang is dat nu geleden?"

"Vijf jaar, twee maanden, 26 dagen."
"Bij jou?"

"Drie jaar, 2 weken en 3 dagen. Een zondag."

"Als de dag van gisteren?"

"Yep"

"Zal ik wat zeggen?", vroeg ze, de rug rechtend, de handen naar hem uitstekend.

"Het wordt beter?", zei hij, met een felheid die hem zelf verraste.
"Als ik een euro had gekregen voor iedere keer dat iemand dat tegen mij gezegd heeft..."

Ze onderbrak hem.
"Nee, dat wil ik niet zeggen. Zeker niet. Ik weet hoe zwaar het is om de persoon die jou compleet maakt kwijt te raken. Hoe onmenselijk gemeen het is om iemand te verliezen aan een ziekte waar ze niks aan kunnen doen dat ze het krijgen." "Nee, dat ga ik niet zeggen."

"Maar wat ik wel ga zeggen is dit: Het is tijd."

"Tijd?"

"Ja! Het is tijd."
"Kijk maar eens naar de wolken."

Hij volgde haar vinger die naar een plek in de lucht wees.
Er waren wat wolken.
Het duurde even voor hij zag wat ze bedoelde.

Zelfs zonder de fantasie van Ben herkende hij wat hij zag.

Hij wist niet wat hij...

Kon even nik...

"Ben?", huilde hij.
"Ben jij het echt?"

Hij ging staan.
De vrouw stond naast hem en pakt z'n arm vast.

"Kom maar!", zei ze liefdevol.
"Het is tijd!"

Het bankje bleef leeg achter.
Een vrolijk kind rende er heen, ging zitten en keek naar de wolken.

"Kijk, papa! Een walvis met een vlaggetje in z'n mond!"

© Samuel van den Brink op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
12.11.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Mooi verhaal
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig