Klik hieronder op een van de mogelijkheden.

Spoorzoekertje?

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal (Gedeelten tekst zijn gebaseerd op Guus MeeuwisPer spoor”)
 
Kilometers spoor schieten onder mij door, want ik ben weg van jou
Het zal vast een rustige dag gaan worden. Het is tenslotte kindervakantie, denkt Jantien, terwijl ze een flinke slok van haar koffie neemt. Ze is in de voorste coupé van “haar” Sprinter gaan zitten en werpt een blik op de overlijdensberichten in de krant die voor haar ligt.
 
~“Het mooie aan herinneringen is dat niemand ze van je af kan nemen. Ze blijven voor altijd in ons hart. Verdrietig, maar dankbaar voor de mooie momenten, geven wij u kennis van het overlijden van mijn lieve man, onze vader en opa."~
 
Als Jantien snel rekent is de goede man, Johan Cornelissen, tweeëntachtig geworden. Best een respectabele leeftijd. Ze scant vluchtig de verschillende geboortedata van de overledenen. Aan de onderzijde van de pagina wordt haar aandacht getrokken door een klein berichtje. ‘Hé, dit is iemand met toevallig dezelfde geboortedatum als ik’ mompelt ze bij zichzelf. Wanneer ze verder leest doet ze een schokkende ontdekking; deze kennisgeving gaat óók over een dame, óók een conducteur, nota bene. Haar hart bonst in haar keel wanneer ze de naam van de dame in kwestie hardop leest: Sabien den Brugh. ‘Nee toch, niet weer hij!’
Jantien krijgt tranen in haar ogen en kijkt vol afschuw naar de kennisgeving. Dit moet het werk zijn van Jos. Stalker Jos, de man haar sinds ‘t incident in de trein niet meer met rust had gelaten. Jantien den Burch zag Jos voor het eerst op het traject Utrecht-Zwolle. Hij had geen geldig vervoersbewijs en na een pittige woordenwisseling had hij haar bedreigd met een passer. Jantien was niet op haar mondje gevallen, werkte al jaren als conducteur en had dit nog niet eerder meegemaakt. De gealarmeerde hulpdiensten waren gelukkig snel ter plaatse. Koos, een door de wol geverfde machinist en een goede bekende van Jantien, kreeg de stille opdracht zijn trein stil te zetten vlak voor station Harderwijk, waarna een volledig SWAT-team de man overmeesterde. Het was een dag om nooit meer te vergeten. Dat Jos het vanaf dat moment persoonlijk op haar gemunt zou hebben, had zij nooit kunnen voorspellen.
 
De trein vermindert vaart, terwijl mijn hart steeds sneller slaat. Ik kijk uit het raam om te zien of hij daar staat.
Overstuur belt Jantien direct naar haar man, Sjef. Sjef is een conducteur van het eerste uur en vandaag toevallig een dagje vrij. Hij staat gelijk op scherp zodra hij Jantien’s huilende en snikkende toon hoort. ‘Wat zeg je, lieverd? In de krant? Welke krant? Die van vandaag? Waar ben je? .’
Omdat Sjef aan zichzelf merkt dat hij Jantien wellicht nog meer over haar toeren brengt als hij zoveel vragen op haar afvuurt besluit hij om de komende minuten vooral goed te luisteren en te kijken of en wat hij voor haar kan doen. ‘Ik ga de trein niet uit Sjef, straks staat die idioot daar op me te wachten. Weet je nog, toen hij in Oosterhout op me stond te wachten met een oranje spoorwerkersoverall aan? Jij, de kinderen, pa. Hij zou iedereen van kant maken zei hij. Nu weer een doodsbedreiging in de krant. Jantien ijsbeert huilend en schreeuwend door de lege treincoupé.
 
‘Schatje, schatje, doe eens even rustig.’ Sjef probeert zijn vrouw uit alle macht te kalmeren. ‘Als je zo schreeuwt hoor ik niet wat je zegt. Vertel me precies waar je nu bent en ik kom naar je toe. Onderweg neem ik wel contact op met de regiomanager, Menno, die zit vandaag op het klantcontactcentrum. Blijf waar je bent en ga de trein niet uit. Hou je telefoon in de gaten dan kom ik er direct aan!’ 
 
 
Ik stap uit en kijk om mij heen. Oh, wat voel ik mij alleen. Ik zie hem nog niet staan. 
Dezelfde middag zitten Sjef en Jantien op het politiebureau. ‘Wat een vreselijk verhaal, mevrouw.’ De vriendelijke ambtenaar in functie kijkt even op van zijn scherm en staart hen beiden ernstig aan. ‘Wat zal u geschrokken zijn. Ik begrijp dat u hierdoor enorm angstig bent. Het is voor ons echter buitengewoon lastig om meneer hiervoor op te pakken, weet u. Feitelijk gaat het overlijdensbericht in de krant namelijk niet over u wat maakt dat het geen officiële doodsbedreiging is. En helaas heeft u van de andere momenten dat u oog in oog stond met de man geen enkele ooggetuige of videobeelden. Meneer is verder geen bekende van de politie en na telefonisch contact met de spoorwegen blijkt dat er geen enkele andere collega is die vergelijkbare signalen heeft aangegeven over deze man. Het feit dat u slachtoffer lijkt te zijn van stalking zou onherroepelijk verworpen worden in de rechtbank, mevrouw. Buiten het incident met de passer is er geen bewijsbaar strafbaar feit gepleegd. Daar werd meneer immers al eerder voor beboet.
 
Maar vanachter een pilaar verschijnt zijn lachende gezicht. Voor mijn gevoel lijkt alles langzamer te gaan. 
Twee dagen later gaan Sjef en Jantien langs bij Jantien’s vader en praten hem bij over de gebeurtenissen van de afgelopen week. ‘Dus ze kunnen er he-le-maal niks aan doen, pap,’ snikt Jantien. Sjef legt zijn hand liefdevol op het been van Jantien en probeert haar enigszins tot rust te brengen. ‘We moeten bewijzen hebben en aangezien de meeste camera’s op de stations met spuitbus zijn bewerkt wordt het een lastige zaak, vrees ik.’
‘Maar, even iets anders,’ Sjef probeert na alle ellende een wat luchtiger onderwerp aan te snijden. ‘Pa, ben je afgevallen ofzo? Je ziet er zo goed uit vandaag. Je moet mij toch eens jouw geheim verklappen, want ik ben nog steeds te zwaar zegt de dokter.’ De vader van Jantien gaat iets meer naar voren zitten op zijn fauteuil en wijst met zijn wijsvinger naar de gaten van zijn broekriem. ‘Vijftien kilo in zes weken en mijn riem gaat drie gaatjes strakker. De dokter zegt dat hij me bijvoeding gaat geven als ik zo doorga met afvallen. Het gaat veel te snel. Sjef, ik ben niet aan het lijnen of sporten ofzo. Ik ga kapot van de zorgen over m’n lieve meisje. Ik slaap niet, krijg geen hap door mijn keel, ik kom nauwelijks nog buiten en ik heb zelfs geen zin om naar het klaverjassen te gaan. Hoe kan het dat de politie niets doet? In welk land leven we, verdomme!
 
En ik? Ik kan niet slapen, want jij woont bij het spoor. En 's nachts bedenk ik me: Hoe lang gaat dit nog door?
© Louisa Weijenbergh op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.
08.10.22
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl van deze inzending.
Indringend verhaal. Vreselijk als je zoiets meemaakt.
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig