Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 649

Ontsnapping uit Alcatraz

Mevrouw De Vries liet het tijdschrift op haar knieën rusten en keek om zich heen. De begonia had twee nieuwe scheuten. Op het balkon lagen broodkorsten, de duif die ze de afgelopen weken had opgepikt liet zich al dagen niet laten zien. Was het werkelijk pas tien over twee?

Ze wreef een lok van haar voorhoofd. Binnenkort mocht de kapster komen. Daarnaast had iedere bewoner recht op één vaste bezoeker. Mevrouw De Vries had geen vaste bezoeker. Haar man en zoon waren overleden, net als haar broer en al haar vrienden. Kleinkinderen waren er niet, de naar Nieuw-Zeeland geëmigreerde dochter van haar broer was alle familie die ze bezat. Het enige contact bestond uit een jaarlijkse kerstkaart.

Ze zette de tv aan en keek in de holle ogen van een uitgehongerde Somalische kleuter. Snel zapte ze weg en belandde in het zoveelste programma over corona. ‘Opkomen voor de zwakkeren in de samenleving is een teken van beschaving,’ zei iemand. Maar dan wel voor de zwakkeren van onze Westerse beschaving, dacht mevrouw De Vries met het beeld van het uitgemergelde Somalische kind nog op haar netvlies. Want zou de wereld ook zo’n vaart maken met een vaccin als de ziekte zich tot Afrika had beperkt? Sommige levens waren kennelijk meer waard dan andere. Ze legde de tv het zwijgen op en dacht aan de documentaire die ze onlangs had gezien, over de ontsnapping van drie mannen uit Alcatraz in 1962. Niemand kon de gevangenis ontvluchten en anders kreeg de baai van San Francisco met zijn ijskoude water en sterke stroming de boeven wel te pakken. Het was onduidelijk wat er van de ontsnapten terecht was gekomen. Misschien hadden ze het gehaald.

Vandaag zat mevrouw De Vries zes weken in eenzame opsluiting in dit Alcatraz van een tehuis. Het lag pal aan een meer. De kamers van de bewoners keken uit over het water, ontvluchten was alleen mogelijk via de hoofdingang waar overdag een cipier de wacht hield en ‘s nachts beveiligingscamera’s. Alsof de bewoners ontsnappingsgevaarlijke criminelen waren. Water was rustgevend meende de architect. Kabbelende golven, fraaie zonsondergangen. Wat wilde iemand nog meer in de laatste fase van het leven? Mevrouw De Vries wilde rumoer en beweging en de vrijheid om zelf te beslissen hoe ze die laatste fase van haar leven wilde invullen. Wat ze niet wilde was deze betutteling door de papa’s en mama’s van het tehuis die haar als een kleuter van vierennegentig behandelden. Zij bepaalden wat goed voor haar was. Dat moest ze niet zo zien, hield een medewerkster haar voor. De overheid verplichtte tot deze maatregelen om kwetsbare mensen zoals mevrouw De Vries te beschermen. Ze wilde toch niet dat zij en de anderen besmet zouden raken als de maatregelen te snel werden versoepeld? Hoe het zat met besmetting door het personeel dat buiten het tehuis wél contact had met de rest van de wereld, wilde mevrouw De Vries weten, want geen van de zorgmedewerkers droeg een mondkapje. Collega’s met klachten bleven thuis, verzekerde de verzorgster. Waarop mevrouw De Vries opmerkte dat er de afgelopen tijd vijf bewoners aan corona waren overleden. En dat die zichzelf niet hadden besmet. De vrouw schudde haar hoofd en verliet de kamer.  

Een pijnscheut trok door haar rug. Twee jaar geleden overleed haar zoon, vorig jaar bleef haar man dood tijdens een potje canasta. Sindsdien ging het bergafwaarts met mevrouw De Vries en was ze hier beland. Haar kunstgebit, rollator, steunkousen, bril, incontinentieluier en kunstheup waren samen met de ontelbare rimpels en het besef dat ze binnenkort niet meer kon lopen, de onafwendbare trofeeën van een rijk leven dat wat mevrouw De Vries betrof nu lang genoeg had geduurd. Voordat de coronacrisis uitbrak had ze haar dagelijkse ommetjes langs het meer en de gezamenlijke maaltijden met medebewoners. Nu restten somberheid en eenzaamheid. Tegen de artsen zei ze onlangs dat haar leven voltooid was. Dat ze haar plaats in het tehuis wilde afstaan aan een kwetsbare oudere die koste wat kost wél zo lang mogelijk wilde blijven leven. Ze gaven haar pillen en drankjes en injecties en beslisten dat ze zich binnenkort beter moest voelen. Mevrouw De Vries had gehuild. Ze had niet het recht om te sterven, zei ze, maar de plicht om te blijven leven.

Ze keek opnieuw uit over het water dat zich als een onneembare hindernis voor haar uitspreidde. De afgelopen nachten had ze urenlang over het water gestaard. Slapen lukte pas nadat haar man en zoon zwaaiend langs haar raam waren gevaren in de platbodem die ooit van hen was geweest. Hun zoon stond aan het roer. Wanneer ze het spelletje canasta zouden afmaken, riep haar man vanaf de voorplecht, want hij was aan de winnende hand.

Vandaag was een warme junidag. De zon strooide zilveren flikkeringen over het meer. Toen de belegering van het tehuis na een maand nog steeds aanhield en een einde niet in zicht kwam, vroeg mevrouw De Vries of ze een stukje mocht wandelen langs de oever, voordat haar afnemende spierkracht dit onmogelijk zou maken. Ze wilde de geur van de ontluikende wilde rozen opsnuiven. Het zand onder haar blote voeten voelen en de zon en de wind op haar wangen. Ze zou een mondkapje dragen, zei ze. Een veiligheidsbril. Rubber handschoenen. Ze zou haar rollator ontsmetten. Afstand houden van mensen. Alles wat nodig was om veilig naar buiten te gaan en veilig terug te komen zodat ze zichzelf en niemand anders kon besmetten. Mevrouw de Vries moest op haar kamer blijven en erover ophouden, beval het hoofd van de afdeling.

Haar hele leven had in het teken gestaan van liefde. De liefde voor haar zoon. Voor haar man. Hem liefdevol troosten na de dood van hun enige kind. Liefde voor het welzijn en de ontwikkeling van de misschien wel duizend leerlingen aan wie ze tot haar pensioen les had gegeven. Het laatste restje liefde bewaarde mevrouw De Vries voor zichzelf. Vannacht zou ze haar prachtigste jurk aantrekken en in haar mooiste schoenen schieten. Ze zou de saffieren ring, een cadeau van haar man,  aan haar vinger schuiven en de ketting omdoen die ze van haar zoon had gekregen. Ze zou het keukentrapje tegen het balkon zetten, over de balustrade klimmen en in de langsvarende platbodem stappen. Ze zou ontsnappen uit haar Alcatraz. En ze zou haar man weleens laten zien wie dat spelletje canasta ging winnen.  

Dit artikel delen?
Auteur: ©Hedwig Meesters
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 136
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "Ontsnapping uit Alcatraz"

Geschreven door Hedwig Meesters . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
17.07.20
Feedback:
Correctie oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    50%
  • Passend in deze rubriek:
    50%
Show more
0 van de 0 respondenten vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!