Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 560
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Schizonoia

| Pieter Wouter Broekharst

“Mijn naam is Marijn Raming, van het accountantskantoor, en er is mij verzocht de jaarrekening van deze stichting te controlé- c.q. te fiatté- ren.”

“Ach, helaas, mijnheer. Het spijt mij hogelijk, maar daarmede kan ik u niet van dienst zijn. Derhalve dient u zich te vervoegen bij de directie. Zal ik u aandienen, mijnheer?”

“Welja”, zegt Marijn, “ik wil me best vervoegen, al ben ik geen werkwoord. Dus je dient maar aan, hoor. ’t Zal wel goed komen.”

De dame kijkt hem met een uitgestreken begrafenisondernemergezicht aan alsof hij een vies woord heeft gezegd en trekt een berispend mondje, maar pakt de hoorn van één van de drie telefoons voor haar, en tikt een kort nummer in. Als de telefoon aan de andere kant opgenomen blijkt te zijn, meldt ze dat  “ene mijnheer Raming er is, de accountant”, waarna er kennelijk een antwoord volgt en na “Goed, mevrouw!”, plechtig en beheerst de hoorn op het toestel vlijdt, kucht en verklaart, dat “de directie mijnheer wenst te ontvangen”.

Als zij achter de balie vandaan komt ziet Marijn, dat zij onder haar stijve blouse wijde, lange, zwarte rokken in lagen draagt, en de voeten gestoken zijn in platte, plompe, zwarte bottines.

“Ze zal vast wel van die dikke, zwarte, gebreide kousen dragen, en een corset.”

Hij moet grinniken.

“En ik heb zo het idee, dat zij er één is van het genus vrouw, dat ter gelegenertijd door Magere Hein ongebruikt retour wordt genomen.”

Zegt hij, maar niet hardop.

Met flinke passen loopt zij naar de eerste deur aan de rechterkant en wenkt Marijn met een spichtige vinger : “Mag ik u verzoeken?”, en klopt met haar harde, magere knokkels op de deur, die ze direct open zwiert, en Marijn hoort een diepe gorgelstem, die “aha” brult.

Als de Wortelsnoeper zich voor de open deur heeft geposteerd, prevelt zij: “De heer Raming, accountant” en met een elegant bedoeld gebaar van haar rechterarm geeft ze Marijn te kennen, dat hij naar binnen kan gaan.

Onder het voorbijgaan ziet Marijn, dat op die deur een koperen bordje is aangebracht, waarop staat dat in het onderhavige vertrek de directie resideert.

Marijn stapt naar binnen: “Eén goedendag!”

“Dat, jongeman”, is het barse antwoord, “staat nog te bezien, want prijst de dag niet vóór het avond is!”

In het kantoor zit, achter een enorm bureau dat aan de ene kant is bezet door volgeladen op elkaar gestapelde postbakjes, en aan de andere kant vol ligt met twee stapels papieren en mappen, een nogal streng uitziende dame.

Het stijle, kortgeknipte, grijze haar ligt, strak als coupe “oude soldatenhelm”, op het bijna vierkante hoofd. Ze heeft een kin als een oude voetbalschoen en zware, donkere en borstelige wenkbrauwen boven een neus als een knolgewas, waarop een dun knijpbrilletje wiebelt, dat met een lint om haar stierennek voor vallen moet worden behoed. Haar gehele voorkomen doet het vermoeden rijzen, dat zij wars is van elke vorm van frivoliteit en luchthartigheid.

Welke indruk nog wordt versterkt door haar enorme boezem, met de afmetingen van een borstwering van een oude fortificatie, die tot aan de hals is bedekt door een, met een stijve

opstaande kraag afgesloten, hooggesloten witte blouse, dat eveneens doet voorkomen alsof de mevrouw, gelijk het eerder aangehaalde bouwwerk, volstrekt onneembaar is.

Omdat de dame blijft zitten, kan Marijn zijn vermoeden, dat zij qua afmetingen en bouw harmonieert met het zware, antieke bureau, niet verifiëren.

“Jaaahh”, knikt Marijn, “maar het is mijnentwege dan ook niet een constatering, mevrouw, edoch een aan u geuite wens!”

 “Haah!”, is het antwoord van de dame, die volgens het bordje links op het bureau de directeur der stichting is, en volgens het bordje aan de rechterkant mevrouw doctorandus Meta M.E.T. de Kneiters-van Vooren.

“Zo is dat”, gaat Marijn door, “want de morgen is nog jong, en de morgenstond heeft goud in de mond, dus carpe diem, nietwaar!”

De directeur der stichting kijkt hem, met een bedenkelijke blik in haar priemende ogen, over de rand van haar knijpbrilletje aan.

“Dus u bent, naar ik aanneem, de accountant?”

“Met uw welnemen, mevrouw! Overigens ook zonder uw welnemen, want ik ben werkzaam bij het accountantskantoor van voorheen Van Bullepees, Van Bullepees en Van Bullepees, en derhalve zoals afgesproken hierheen verordonneert ten einde uw jaarrekening  te doen vaststellen.”

“U bent nog wel erg jong. Bent u een Van Bullepees?” Meta M.E.T. de Kneiters-van Vooren kijkt hem vorsend aan.

“Welnee, mevrouw, zie ik daarnaar uit? De eerstgenoemde twee Bullepezen, de gebroeders en stichters van het kantoor, hebben ons reeds lang geleden in den vleze verlaten en de laatstgenoemde en laatste nakomeling is in het harnas geveld en, overigens geheel onvrijwillig en vroegtijdig, daardoor noodgedwongen geretireerd ten faveure van de huidige directeur, de heer De Sweinejaeger, die door huwelijk met een vrouwelijke afstammeling van deze laatste der Bullepezen is gelieerd met de genoemde Bullepezen, zodoende.”

Mevrouw De Kneiters negeert zijn opmerking en vraagt:

“Dus u bent geen zoon van   …..?”
“Helaas, mevrouw, het geslacht Van Bullepees   is, gelijk de dinosauriërs, volledig en reeds enige tijd uitgestorven, en ook de samensmelting van de vrouwelijke Van Bullepees en De Sweinejaeger heeft geen positieve resultaten geboekt betreffende het doorgeven van het geslacht. Bovendien heeft de heer De Sweinejaeger geruime tijd geleden de pijp aan Maarten gegeven, en is die pijp achterna gegaan naar Sint Maarten; u weet wel, dat exotische eiland;  om aldaar in samenwerking met zijn echtgenote de uitgestelde en aan de Belastingdienst onttrokken nalatenschap der Bullepezen in triplo en zijn zuurverdiende, maar niet onaanzienlijk  vermogen te verbrassen.”

dit is een fragment uit mijn debuutroman SCHIZONOIA

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 171

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Lengte doet er niet toe

Geschreven door Ruud Kerstens. Geplaatst in 55 woordenverhaal.
Hij had zich vanmorgen flink moeten strekken. De houder van de handdouchekop zat helemaal boven aan de glijstang.  Er was een Amerikaans basketbalteam in de stad, had...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

Loslaten

13, mei, 2020 Esther Goesinne

De bloem en de mens

10, mei, 2020 Esther Goesinne
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!