Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 817

Scheeloogje.

Scheeloogje.

“Opa, vertel eens een sprookje”, vroegen Dop en Dip.

“Goed”, zei ik, “ga maar zitten.” En dat deden ze, want het waren gehoorzame kinderen en dat is al een sprookje op zichzelf.

“Er was eens”, begon ik, want zo hoort dat, “een heel mooi meisje en ze was nog heel knap ook.”

“Die zijn er alleen in sprookjes”, gooide Dop er tussen, “dus daar is niks aan.”

“Begin ik opnieuw”, grinnikte ik, en herbegon: “Er was eens een verschrikkelijk lelijk meisje en ze was nog verschrikkelijk dom ook.”

“Net als ik”, zei Dip.

“Nee”, zei ik,” jij bent alleen zo lelijk als de nacht en te dom om voor de duvel te dansen, maar zij was zo dom dat ze geloofde dat de duvel nog bestond ook en was nog veel lelijker. Ze had vuilgele piekharen, grote flaporen en ze loenste met allebei haar grauwgrijze ogen. Haar ouders hadden haar Scheeloogje genoemd, en nu ze twaalf jaar was hadden ze er nog steeds spijt van het kind niet met het badwater te hebben weggegooid.

Elke dag moest Scheeloogje eten brengen naar haar opoe, die in een huisje in het bos woonde. Ze ging er heen met de bus, lijn 21, die daar toevallig een halte had en dan hoefde ze alleen 10 minuten een bospad af te lopen tot aan het stoepje van kruidnootjes, waar het huisje van speculaas van opoe was.”

“Speculaas kan toch niet”, maakte Dop bezwaar, “dat stort toch in als het regent.”

“Dit huisje stond onder bomen met een heel dicht bladerdak”, gaf ik terug, “en was bovendien van die hele harde brokken speculaas waar je je tanden op breekt!”

“Ja, dan kan het wel”, gaven Dip en Dop toe.

“Enfin”, ging ik verder, “op een dag kwam Scheeloogje bij het huisje en hoorde een geritsel en gekraak, en wie kwam daar uit de struiken. De Grote Boze Wolf.”

“Dag Scheeloogje”, gromde G.B. Wolf.

“Wat doe jij hier”, vroeg Scheeloogje, “kom je mij opeten.”

“Wees maar niet bang, want aan jou heb ik niks. Je hebt geen malse tieten en billen, en je botten blijven in mijn keel steken. Geef mij je opoe maar, en die is lekker vet, want ze ligt de hele dag in bed.”

Hij grinnikte grauwend om het toevallige rijm.

“Oh, dat is best, hoor”, zei Scheeloogje, want ze hield niet zo veel van haar opoe, omdat zij altijd iets aan te merken had. Dan was ze er te vroeg, dan te laat, dan was het eten te koud of te warm.

Scheeloogje stak de sleutel in het slot en nauwelijks had zij de deur open of opoe schreeuwde: “Doe die deur dicht, want ik waai hier uit mijn verschoning, en schiet op met mijn prakkie.”

Snel duwde Scheeloogje de deur dicht en bijna zat de staart van G.B. Wolf er tussen.

“Wie heb je daar nou bij je”, gilde opoe, “wat komt hij doen?

“Gewoon, meneer Wolf, die komt jou opvreten.”

“Maar ik wil niet…”, waren haar laatste woorden, want G.B. Wolf had haar hoofd er in één keer afgebeten en doorgeslikt. Daarna nam hij een sappige bovenarm en stukje voor beetje smikkelde en smulde hij opoe naar binnen. Hij likte de laatste kruimels van het bed en liet toen een harde boer.

“En nou wegwezen”, gebood Scheeloogje.

“Nee”, smiespelde hij, “nu moet ik onder een boom gaan slapen en dan komt er een jager, die mijn buik opensnijdt en dan komt opoe er weer uit.”

“Geen sprake van”, grimlachte Scheeloogje, “dat was omdat opoe in haar geheel was ingeslikt, maar jij hebt haar in stukjes opgevreten en dus kan ze er niet meer heel uitkomen.”

“Had ik dat nou maar geweten”, bromde G.B. Wolf, “dan had ik nog een stukje bewaard voor morgen. Afijn, gedane zaken enzo. Dan ga ik nu maar een dutje doen, want ze ligt me wel zwaar op de maag.”

Met zijn buik bijna over de grond slepend sloop hij naar de dichtstbijzijnde boom en zakte onderuit. Zijn zware kop viel over zijn borst naar voren en… hij blies de laatste adem uit.

“Dat komt mooi uit”, grijnsde Scheeloogje en ging op het bankje van taaitaai voor het huisje zitten om het prakje van opoe te eten.

Nog voor de eerste hap stond de jager voor haar.

“Zo, die zullen we maar de buik opensnijden”, zei hij op G.B. Wolf  wijzend.

“Als je dat maar uit je lelijke hoofd haalt”, gromde Scheeloogje, en trok een lelijk gezicht, dat nog lelijker was dan haar eigen lelijke gezicht, “wegwezen, en ik wil je nooit meer zien.”

Geschrokken draaide de jager zich om en rende weg.

“Zo, dat is geregeld”, grinnikte Scheeloogje tevreden.

En ze leefde nog lang en gelukkig.

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Pieter Wouter Broekharst
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 517
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Scheeloogje."

Geschreven door Pieter Wouter Broekharst . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Grammatica & Spelling:
Passend in deze rubriek:

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!