Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Roofdier
Inzendingen: 1050
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Roofdier
© Ilja Van den Bergh op .
Aantal hits: 94

Starend naar een plek op de muur zat hij diep in gedachten verzonken op de koude vloer van zijn terras. De angst voor wat nog komen zou, trok hem als een steen naar beneden in een poel van zelfmedelijden. Als bij wijze van verzet veerde hij recht, maar een hevige steek trof hem in zijn borstkas, en dwong hem op één knie. De steken waren toegenomen. Het kon zijn hart of zijn longen zijn die om aandacht schreeuwden, maar het was zo erg gesteld met zijn geestesgesteldheid dat longkanker of een hartaanval nog eens zo geen slechte uitweg leek.

Hij duwde de tigste peuk uit tegen de betonnen borstwering. De vele zwarte plekken op de kale muur waren een stille getuigenis van zijn verslaving. Op de achtergrond bleef zijn telefoon onophoudelijk rinkelen. Hij wist wie het was, of tenminste, wie het allemaal kon zijn. Iedereen moest hem hebben nu, hij was de man van het uur. Het heetst van de naald, het nieuws van de dag. Hij, voorheen steevast aangesproken door iedereen met ontzag en respect als Meneer Wolfe, werd nu beschimpt in alle media als een ordinaire oplichter. Hij zag de koppen van de kranten een week geleden nog zo voor zich: “Befaamde belastinginspecteur fraudeert zelf.”

Sinds de miljardenzaak waarbij hij de 7 zustervennootschappen van de multinational Go-Ads ontmaskerde, kende iedereen zijn naam. Het schandaal omtrent de firma Red Cape dat hij aan het daglicht bracht, bezorgde hem zelfs wereldfaam. Vooral bij de grote ondernemingen en rijke families boezemde hij angst in. Bij elke financiële zet die ze maakten, hielden ze hem in het achterhoofd. Toegegeven, zijn methodes waren soms onorthodox, maar de resultaten spraken voor zich. Er was geen varkentje dat hij niet kon wassen.

De architect van zijn ondergang was Frank Zwijns, de oudste van drie broers, erfgenamen van een rijke familie met diep genestelde wortels doorheen het hele grondgebied en met takken die zich uitstrekten tot in elk deel van de maatschappij. Van thuis uit hadden de drie broers alle kansen en ja, zelfs middelen, gekregen om iets moois op te bouwen. In plaats van samen te werken gingen ze echter elk hun weg op, en verbrokkelden daardoor het imperium dat hun moeder had opgebouwd.

De jongste van de drie had hij met gemak te grazen genomen. Hij was een echt feestvarken en nam steeds grotere risico’s om in zijn levensstijl te kunnen blijven voorzien. Wolfe wist hem dan ook al snel een aanklacht voor huisjesmelkerij ten laste te leggen. De jongste broer verloor alles dat hij niet zelf al verkwanseld had.

De middelste was iets lastiger. Hij had zijn frauduleuze praktijken heimelijk verborgen via meerdere binnen -en buitenlandse transacties. Gelukkig was hij niet alleen slim, maar was hij ook zo lui als een varken, en had hij er net iets te veel de kantje afgelopen. Zijn imperium was slechts een mirage, een kaartenhuisje dat Wolfe zonder al te veel moeite had omver geblazen.

De oudste daarentegen bleek een uitdaging te zijn. Wolfe had elke financiële beweging van de laatste 3 jaar nagekeken, maar kon geen enkele onregelmatigheid vinden. Dit klopte niet. Zelfs een lief oud grootmoedertje is niet zo zuiver op de graat. Er moest iets zijn. Wat juist wist hij niet, maar hij zou het vinden. Het kon niet zijn dat Frank Zwijns een goede burger was, niet als legaat van een familie oplichters.

Hoe het ook zij, hij had Frank schromelijk onderschat. Dat besef kwam als een mokerslag binnen toen de politie aan zijn deur stond met een huiszoekingsbevel en bestanden terugvond op zijn computer die hem in een bijzonder slecht daglicht plaatsten. Zijn bewering dat hij deze nooit eerder had gezien, viel uiteraard in dovemansoren. De politie nam alles in beslag, en bij het verlaten van zijn appartement stond het media circus al klaar. Wolfe begreep er niets van, maar Frank, dat vuile varken, zat hier achter, zoveel wist hij wel zeker.

Nu, een week later, was het tijd om de rekening te vereffenen. Wolfe griste de sleutels van zijn uit een vorige inbeslagname verworven Cisitalia 202 Cabriolet van het kastje in de inkomhal, en verliet als een dief in de nacht zijn appartement via de achterdeur.

Met luid grommende motor arriveerde hij aan het huis van Frank Zwijns. Een statig herenhuis dat met gevoel voor detail was gerenoveerd en in schriel contrast stond met de in beslag genomen nieuwbouw woningen van zijn broers; huizen die eerder blijk gaven van schijn dan van kracht.

Aan de auto’s op de oprit te zien waren de lafaards net op bezoek, en door het raam zag hij de drie broers behaaglijk rond de haard zitten. Wolfe bedacht zich dat ze er misschien zelfs woonden, door zijn hand waren ze immers alles verloren. Hij grijnsde bij deze gedachte.

“Perfect, dan neem ik ze meteen alle drie te grazen. Voorgoed deze keer.” dacht Wolfe, en marcheerde vigoureus naar de voordeur.

Met elke stap die hij zette, nam zijn daadkracht echter af. Wolfe voelde zich zwak en uitgeput. De jarenlange jacht, de slapeloze nachten doordrenkt met koffie en berookt door sigaretten eisten hun tol. Wolfe was volledig opgebrand. Eens een zo trots roofdier, nu niet meer dan een geslagen hond. Buiten adem en ten einde raad.

De kolf van het pistool brandde in zijn hand terwijl hij voorovergebogen en leunend tegen de voordeur hevig in -en uit ademde.

Hij zou er een einde aan maken. Hoe dan ook.

Met zijn vrije hand maakte hij een vuist om op de deur beuken tot ze open deden, maar een hevige pijnscheut van zijn arm tot in zijn borst hield hem tegen. Wolfe zakte levenloos in elkaar. Binnen hoorde hij de broers gezellig keuvelen alsof er niets aan de hand was. Zijn woede was enorm, maar niet aanzienlijk genoeg om zijn lot te overstijgen. Traag maar zeker dreef het geluid verder weg van hem. Nog een laatste maal vervloekte hij hen. En dan, blies Wolfe zijn laatste adem uit.

Dit artikel delen?
Feedback voor schrijfactiviteiten

Hier jouw review voor: "Roofdier"

Geschreven door Ilja Van den Bergh . Geplaatst in Kort verhaal.
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.
(153)
127 commentaren
11 nuttige stemmen.
01.02.21
Feedback schrijfkwaliteit
Ik was een tijdje niet op deze pagina en lees dit verhaal in eerste instantie omdat ik geen enkele reactie zie. Ik heb het gelezen, met plezier. Het is zeker geen slecht verhaal. Het einde zou je naar mijn smaak mooier kunnen uitwerken, verrassender ook. Maar ik merkte dat ik echt nieuwsgierig was, toen ik begon te lezen, hoe het verder zou gaan.
Soms kun je dingen schrappen. Zo is de zin: 'de jongst broer verloor alles wat hij niet zelf al verkwanseld had' overbodig. Het is me al duidelijk voor je dat vertelt.
Wat kleine zeurtjes, zoals: 'het kon zijn hart of zijn longen zijn die om aandacht schreewden', daar moet je van 'kon' 'konden' maken, meervoud immers.
'... en had hij net teveel de kantje eraf gelopen', daar ben je de 's' vergeten. Ik zou het nog eens nalopen. Maar ik vind het zeker een verhaal met potentie, wat mij betreft.
Grammatica & Spelling:
Voldoende
  • Waardering schrijfkwaliteit
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Ilja Van den Bergh 02.02.21
    Dank u voor de uitgebreide feedback, wat leuk!
  • Elka Le Mair 03.02.21
    Hm, ik weet niet wat er gebeurt, maar die duimpjes, op allerlei plaatsen, dat was niet de bedoeling. Ik wou zeggen: fijn dat je het waardeert.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart