Voor schrijvers, door schrijvers
T.g.v. een mogelijke poging om malware toe te voegen aan de website op 30 november is de website helaas enige tijd niet bereikbaar geweest. Op dit moment is het probleem opgelost en zijn de website en alle inzendingen weer nagenoeg volledig beschikbaar. Mogelijk zijn inzendingen voor schrijfactiviteiten en aanmeldingen als lid, door onze automatische beveiliging, tijdens een korte periode niet volledig afgehandeld. We verzoeken je deze opnieuw te verzenden, resp. je opnieuw aan te melden. Onze excuses voor het ongemak.

Kort verhaal

POEZENVERHAAL
Inzendingen: 891
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

POEZENVERHAAL

Mijn hele leven ben ik gek geweest op poezen. Veel mensen kunnen maar niet begrijpen, dat je een heel speciale en sterke band met een dier kunt hebben. Dat je van een poes of hond kan houden (bijna) als van een kind. En dat een dier ook aan een mens veel liefde te geven kan hebben.
Toen ik een jaar of vier was hadden we een poes. Maar al heel spoedig bleek dat ik allergisch was; ik kreeg koortsuitslag rond om mijn lippen en mond, ik kreeg zelfs daadwerkelijk lichte koorts. Toen hij weg moest, was ik
dagenlang ontroostbaar (en ongenietbaar).
In die tijd gingen wij elk jaar in de zomer naar Israël. Ik was gefascineerd door de kleine en magere zwerfkatjes die daar overal rondlopen. Ik wilde ze altijd aaien en melk geven en verzorgen. Maar ze waren heel schuw, niet zo gek
als je bedenkt dat ze daar behandeld werden als ratten die de pest kunnen overbrengen.
Een aantal jaren later, ik was een jaar of acht à negen, was mijn allergie op geheimzinnige wijze helemaal verdwenen. Ik kreeg een kitten, dat ik Spoekie noemde. Ik raakte erg aan hem gehecht, maar dat was van korte duur. Toen hij een half
jaar was, werd hij overreden. De weg in Hoofddorp waar mijn ouders (nu nog steeds) wonen is dan wel geen voorrangsweg, maar men rijdt er (te) hard.
Na verloop van enige tijd namen we een vrouwtjespoes, Sjimmie. Toen ze ongeveer 1 jaar was, raakte ze in blijde verwachting.
Op 28 mei 1983 beviel ze van vijf kleintjes, op mijn bed (ze sliep bijna altijd bij mij op de kamer). Ik werd wakker van gepiep, ik weet nog dat ik dacht dat er muizen waren, maar toen begreep ik dat Sjimmie mama was geworden.
Ik wekte mijn ouders en mijn toen 6-jarige zusje Hadass. Ik dacht er nog aan om het grote licht in mijn kamer niet aan te doen, want ik wist dat dat de oogjes van de pasgeborenen zou kunnen schaden.
Eén van de kittens mochten we houden, ik mocht zeggen welke.
De keus was snel gemaakt. De jongste van de vijf was ook de zwakste, hij werd bij het Sjimmie-drinken altijd genadeloos weggedrukt en verdrongen door zijn broertjes en zusjes. Ik hielp hem altijd om erbij te kunnen, ik vond hem best
wel zielig. Ik zou wel zorgen dat hij, Sjors, groot en sterk zou worden.
Nog geen jaar later werd Sjimmie ook het slachtoffer van de autoweg. Het was afschuwelijk, dit wilden we niet nóg een keer meemaken.
Dus we besloten tot een rigoureuze maatregel: een paal in het midden van de achtertuin met een touw eraan. Elke keer dat Sjors naar buiten wilde, deden we hem een riempje om en maakten hem aan het touw vast. Ik geef toe dat deze beknotting van zijn vrijheid erg onnatuurlijk was, maar aan de andere kant komen levensgevaarlijke
mechanische monsters ook niet in de vrije natuur voor. Het was kiezen tussen twee kwaden...
Sjors was een hele lieve en aanhalige poes, althans bij mensen die hij kende. Mij en mijn geur kende hij als het ware al toen hij één seconde oud was, geen wonder dus dat wij heel close waren zogezegd.
Als ik op de bank lag, kwam hij altijd op mijn borst liggen, en legde dan zijn koppie onder mijn kin, luid snorrend.
Dan ging hij met zijn nageltjes mijn trui langzaam maar zeker kapot krabben, precies dezelfde beweging als bij het drinken vroeger. En vaak viel hij in deze superlieve houding in slaap.
Toen ik zestien was, wilde mijn jongere zusje Hadass een puppy. Hier was ik in eerste instantie niet erg blij mee, want ik was altijd als de dood voor alle soorten honden geweest. Maar nu hou ik veel van Raspoetin, hij is inmiddels 12. Ik mijd nog
steeds liever bepaalde honden zoals Rottweilers, Duitse herders, bouviers en pitbulls, maar die panische angst is gelukkig verdwenen.
Sjors moest de eerste maanden erg wennen aan Rassie. Hij had überhaupt nog nooit een hondje van dichtbij gezien, en hij vormde natuurlijk ook een overtreder van zijn territorium.
Maar ze werden langzaam maar zeker vriendjes. Ze sliepen in elkaars warmte, en begonnen elkaars gedrag een beetje over te nemen. Sjors ging bijvoorbeeld bedelen, wat hij nog nooit eerder gedaan had.
Raspoetin moest echter niet té brutaal of baldadig worden, of Sjors in zijn "Lebensraum|" hinderen. Dan kon hij een rake linkse verwachten!! (katten zijn linkspotig, net als ik overigens).
Sjors was duidelijk de baas, ook al was Rassie drie keer zo groot en zwaar.
In de loop van 1996 werd Sjors het slachtoffer van hersenbloedinkjes, beroertes dus. Als gevolg hiervan werd hij
vrijwel geheel blind. Maar hij kon zich verrassend goed aan zijn nieuwe conditie aanpassen. Hij bleef verder ook
goed eten en drinken, en zag er gezond uit, zijn vacht glansde nog steeds mooi. In deze periode kwamen de herinneringen aan Spoekie en Sjimmie terug, en de wrede manier waarop zij uit het leven gerukt werden. Ik schreef
het gedicht "Voorrangsweg" (zie hieronder)
Op donderdag 5 juni 1997 ontsnapte Sjors uit een openstaand raam. We gaven hem niet veel kans om te overleven.
Een blinde oude kat, niet gewend aan los buiten lopen, en nog steeds de beruchte autoweg zo vlakbij. Maar we deden er alles aan om hem terug te vinden. We zochten dagenlang in bosjes en struiken in de buurt, zijn naam
roepend, we hingen oproepen met foto's op bomen in de straat en in alle buurtsupermarkten. Ik riep zelfs de hulp in van twee helderzienden. Niets mocht baten...
Een kleine week later gaven we de hoop op. De kans dat Sjors nog in leven was leek ons uiterst klein.
Op vrijdag de dertiende werd mijn moeder gebeld door een man, die zei dat hij vlakbij een kat had gezien die heel erg
leek op de foto. HET WAS SJORS!!! Het was alsof er een wonder was gebeurd. Doordat ik alle hoop had opgegeven, was het net alsof hij uit het rijk der doden was teruggekeerd.
 
In november 1997 ging het steeds slechter met Sjors. Hij ging steeds minder eten, en begon er slechter uit te zien.
Op een gegeven moment belde mijn moeder mij op, en zei dat Sjors al een paar dagen volstrekt niets gegeten en bijna niks gedronken had. Het einde was volgens haar nabij. Hij kwam al dagenlang nauwelijks uit een donker plekje in de kast vandaan.
Ik kwam onmiddellijk naar Hoofddorp. Ik kwam de huiskamer binnen, en voordat ik ook maar iets gezegd of gedaan had, strompelde Sjors vanuit zijn beschutte plekje naar me toe. Hij begon mijn benen en handen kopjes te geven, en hij spinde luid. Vervolgens ging hij naar de keuken en begon te eten en drinken. Ik was heel verbaasd maar
natuurlijk hartstikke opgelucht. Het was alsof ik, doordat ik zo graag wilde dat het Sjors beter zou gaan, hem op de één of andere mysterieuze manier weer levensenergie had gegeven. Poezen (en honden) zijn telepathisch, daar ben
ik van overtuigd.
Maar niet lang daarna ging het toch weer minder goed. We gingen naar een holistische dierenarts, daar had ik goede dingen over gehoord en gelezen. Deze man zei dat we niet moesten verwachten dat hij wonderen kon verrichten, maar dat hij zijn best zou doen. Hij behandelde Sjors met acupunctuur, en gaf ons homeopathische druppeltjes om
door zijn drinken heen te doen. Na een dag of drie ging het weer een stuk beter met hem.
Sjors heeft nog ruim zes maanden geleefd. We hebben hem laten inslapen op 24 juli 1998. Ik was erbij toen hij het levenslicht aanschouwde, en ik was ook bij zijn laatste ademtocht.
 
-------------------------------------------------------
 
VOORRANGSWEG


groene ogen, slank en lief
je vlijt je innig tegen me aan
ik streel je, neem je mee naar bed
maar heb daarmee je leven niet gered

twee dagen later ben je slechts
een zielig hoopje pels en botten
je kopje geknakt, nagels gescheurd
straks lig je langzaam weg te rotten
niet begrijpend wat er is gebeurd

evenmin als ik trouwens
 
Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 30

geef een waardering voor: "POEZENVERHAAL"

Geschreven door Yehuda Zvi Pelter . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
16.11.20
Feedback:
Mooi beschreven Yehuda, het had alleen misschien iets korter gekund. Het gedicht vind ik ook heel mooi!
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !