Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 649

Op een zomerse dag

Zaterdagmorgen schijnt de zon al vroeg in onze slaapkamer door de kier tussen de gordijnen. Het lijkt een mooie dag te gaan worden. Toch baal ik, als ik half slapende, op de wekker kijk om te zien hoe laat het is. Bijna half zes.
Echt balen, dan kun je een keer uitslapen, word je wreed wakker gemaakt door kraaiende hanen van de buurman. Het liefst zou ik die beesten een kopje kleiner maken, nu ik een barstende hoofpijn voel opkomen.
Als ik mijn voeten op de laminaat vloer zet, voel ik het koud optrekken.
‘Spijt komt na de zonde,’ hoor ik Sofie mompelen als ik naar het toilet loop. Ze is al weer druk op de tablet in de weer en gek word ik van het ringtone geluid op haar mobiele telefoon. Het ene na het andere appje komt binnen.
‘Waar is de paracetamol?’ roep ik vanuit de douche. Telkens liggen die dingen op een andere plaats en nooit kan ik ze vinden als ik ze nodig heb. Als ik ze eindelijk gevonden heb, zit er nog net één paracetamolletje in het doosje. Ik proef de vieze smaak in mijn mond en spoel de mond gauw na met een glas water.

Het was laat geworden gisteravond want onze oudste dochter vierde haar dertigste verjaardag. Dertig jaar was ze alweer. Een mooie leeftijd.
Beneden hoor ik onze hond ongeduldig rondlopen in de gang. ‘Frans, laat jij Mylos zo even uit?’ vraagt Sofie met wie ik nu al langer dan vijfendertig jaar mijn leven deel.
Soms laat Mylos, onze Jack Russel, midden in de nacht een jammerend geluid horen. Waarschijnlijk is er weer een hond in de buurt loops.
Ik kleed me uit en neem een frisse douche. Tergend langzaam laat ik het water over mijn hoofd stromen in de hoop dat de hoofdpijn zal verdwijnen. Het is ijdele hoop. Als ik na het douchen in de beslagen spiegel kijk, zie ik dat het haar op mijn hoofd dunner wordt en de inhammen steeds dieper. Ook de grote wallen onder mijn ogen vallen me op.
‘Je wordt ouder, papa,’ denk ik.
Vlug kleed ik mij aan en loop ik het dagelijkse rondje met Mylos rond de vijver. Tergend langzaam loopt Mylos achter mij aan. Er kan geen andere hond langs komen of hij wil wel even aan hun achterste ruiken Overal snuffelt hij aan en overal wordt overheen gepiest. Hoe klein onze Jack Russel ook is, hij zal eens even laten zien wie hier de baas is in de buurt.
Vaak kom ik tijdens de dagelijkse uitlaatrondes dezelfde mensen tegen. Sommige zeggen amper wat, anderen zijn duidelijk om een praatje verlegen. Zoals Gerrit. Gerrit is een aardige vent die al een aantal jaren met pensioen is. Elke keer vraagt hij hoe lang ik nog moet werken en wordt mij duidelijk gemaakt hoe aantrekkelijk het wel is om met pensioen te zijn.

Als ik, weer thuis, de deur open, krijg ik de geur van pas gebakken broodjes in de neus. Heerlijk ruikt dat. Sofie haalt de croissants en de harde bolletjes uit de oven en zonder wat te vragen, smeert ze roomkaas op mijn broodjes en belegt de broodjes daarna met gerookte zalm. Ze weet wel wat ik lekker vind. Zelf houdt ze het bij croissants waar aan alle kanten de kaas vanaf druipt.
Terwijl Sofie de broodjes klaarmaakt, maak ik verse jus de orange. Als het ontbijt bijna klaar is, loopt de eierwekker af. De zacht gekookte eieren zijn ook klaar.
‘Gaan we achter in de tuin in de zon zitten of onder de terrasoverkapping?’ vraagt Sofie. Ik kies voor het laatste, de hoofdpijn is nog steeds niet over.
Sofie geeft me een kus op het voorhoofd. Ze toont geen mededogen en kletst me zoals gewoonlijk de oren van de kop. Bepaalde verhalen komen mij bekend voor. Heb ik die gisteravond ook al niet gehoord?
Als ik begin aan mijn laatste broodje, pak ik de zaterdagkrant en duik weg achter de krant. Gelukkig, ze heeft de hint begrepen en checkt op de mobiele telefoon of ze geen berichtjes heeft gemist.
In de boekenbijlage van de krant lees ik een recensie van een boek dat mij wel aanspreekt. We drinken nog een kop koffie en dan besluiten we te gaan shoppen in een nabijgelegen stad.
Het is prachtig weer, dus gaan we op de fiets. Sofie puft af en toe. Het is de eerste keer dat we dit jaar zo’n eind fietsen. We moeten regelmatig een stukje klimmen. ‘Gaat het?’ vraag ik.
Op het moment dat ze wat wil zeggen, krijgt ze een vliegje in haar mond en begint ze te hoesten. ‘Die rotbeesten ook,’ zegt ze verontwaardigd. ‘Je moet de mond bijna constant dichthouden.’ Iets dat haar moeilijk afgaat. Zelf heb ik daar minder moeite mee en fietsend in het frisse briesje wordt mijn hoofdpijn minder.

Na drie kwartier fietsen, maakt de bewaker van de fietsenstalling het bonnetje aan onze fietsbellen vast en overhandigt ons de duplo bonnetjes. Ik doe ze in de kontzak van mijn spijkerbroek.
In de vele jaren die we al samen zijn, is wel duidelijk geworden dat onze interesses voor winkels waar we het liefst heengaan ver uiteen liggen.
Eenmaal in de binnenstad aangekomen, scheiden onze wegen en spreken we af om elkaar op een bepaalde tijd in een kroeg weer te treffen om daar een drankje te gaan drinken. Zo ook, vandaag.
Met zulk mooi weer is het schitterend vertoeven op een terras aan het grote plein in de binnenstad. Met een kus als afscheid, duikt Sofie de modewinkels in en ga ik op pad naar mijn favoriete boekwinkel. Uren kan ik daar doorbrengen.

Dit artikel delen?
Auteur: ©Harry Boerkamp
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 264
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "Op een zomerse dag"

Geschreven door Harry Boerkamp . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!