Loading...
Kort verhaal

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.

Korte verhalen

Op de baan naar de Kapellekens

Waar men ging langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk….men kwam ze overal tegen: de Kapellekens. De meesten waren gewijd aan O.L.V. van Vlaanderen.

Eerder zeldzaam waren de gebedshuisjes die ook aan andere heiligen werden toegewezen. Op het einde van de baan met de toepasselijke naam Sint Antoniusstraat stond een kapel waar naast Maria ook Antonius werd aanbeden.

Omringd door een paadje, lag het gebouwtje verscholen in het groen. Hier ravotten de kinderen uit de buurt. De kapel transformeerde soms tot versterkte burcht, schitterend sprookjeskasteel of hoge toren die eindeloos beklommen werd door er omheen te rennen. Bij valavond werd het een datingsplek avant la lettre voor menig jong koppeltje. Antonius kneep dan graag een oogje dicht voor die prille ontucht, hij had tenslotte werk genoeg in het zoeken naar verloren dingen.

De heilige werd inderdaad aanroepen om zoekgeraakte spullen terug te vinden. Dit gebeurde meestal in verzenstijl, zoals:

“Heilige Antonius, beste vrind, maak dat ik m’n ……vind”
“Heilige Antonius, lieve sint, zorg dat ik m’n ……vind”
“Sint Antonius, heilig man, maak dat ik mijn…….vinden kan”

Het was belangrijk de Heilige te bedanken als het verlorene werd teruggevonden, maar ondanks de inspanningen van de plaatselijke curie, begreep niet iedereen dat het enkel voorwerpen betrof.

Er was veel begankenis op de baan naar het kapelletje. Vooral op zomeravonden en in weekends zag men er de raarste creaturen stappen. In het nabijgelegen dorpscentrum waren namelijk meerdere etablissementen van bedenkelijk allooi. De vrouwen van niet al te zware zeden die er aan het werk waren kwamen veelal uit ‘den vreemden’ en droegen namen als Blanche, Alwine en Mireille.

Naar het schijnt gingen ze Antonius vragen om hun verloren liefdes te doen weerkeren. Hier en daar durfde er eentje zelfs haar verloren eer terug te vragen. De Françaises baden dan:

“Saint Antoine, homme béni, je ne trouve plus mon chérie”
“Oh, Saint Antoine, quelle horreur, j’ai perdu mon honneur”.

Bij Duitse Helga en Gretchen klonk het :

"Ich habe ......verloren. Lieber heiliger Antonius, bitte hilf mir……wiederzufinden"

Het hoofd een weinig gebogen, bleef het heiligenbeeld steeds aimabel glimlachen. Maar Antonius dacht er het zijne over: voorwerpen tot daar aan toe, maar de ‘sujets’ gaan zoeken waar deze dames naar verwezen? Vergeet het! Toch liet hij niets merken en luisterde geduldig naar de smeekbeden, waarvan hij soms rode wangen kreeg. In al hun extase, merkten de plots zo vrome meisjes dat gelukkig niet.

De meimaand was de topmaand voor het kapelletje. Dan kwam er de hele buurt samen om luidop de rozenkrans te bidden. Soms werd een, weliswaar verkorte, versie van de litanie der heiligen af gedreund. In de vroegere Latijnse versie zei een voorbidder op zangerige toon bijvoorbeeld : “Sancta Appolonia” (heilige tegen tandpijn) en dan viel de kerk in met de woorden: “Ora pro nobis” (Bid voor ons).

Aan het Kapelletje was nonkel Fons soms voorbidder en van zodra hij een heilige had vernoemd proclameerde de kwajongens en kwameisjes: “Bid voor Fons!”, wat hen na de gebeden steevast enkele oorvegen kostten. Dit alles gebeurde onder het goedkeurend oog van Antonius, die daar allemaal niet zo zwaar aan tilde.

Het stervensjaar van Stijn Streuvels betekende de teleurgang van het kapelletje. Het werd afgebroken en vervangen door een nieuw exemplaar. Het was de tijd van Leuven Vlaams en oprichting van Louvain-la-Neuve. De naam van de straat werd niet gewijzigd in de Nieuwe Sint Antoniussstraat.

Zeven kilometer verderop lag een belangrijkere kapel. Het was een heus bedevaartsoord met een authentieke bron en een grot zoals in Lourdes. Net als in de meeste gerespecteerde pelgrimsplaatsen lag pal tegenover het heiligdom een authentiek café.

Boze tongen fluisterden dat er bedevaarders waren die zich bij thuiskomst niets van de kapel herinnerden maar alles van dat gezellig staminee in de Vlaamse bossen. Mogelijk ligt hier de oorsprong van de uitdrukking: ‘Recht naar huis, hé, geen kapellekens onderweg.’

In de zwoele zomers van weleer was het afzien tijdens de pijnlijke voettochten over de baan die naar dit kapelleke leidde.
Op zijn Streuveliaans luidde het: ‘Door de ruimte hoog en wijd – tusschen ’t blauwe hemelveld en ’t groen van den bodem – wiebelt de aamlooze lucht als de deining van groot water, en op de zonnesnaren gonst het leven als een verre droomzang. Alle dingen blijven aan hun zelf overgelaten, in zware rust, broeiend in ’t stoken der felle hitte.’

Maar het was ook de hemel op aarde: deze overweldigende natuur, de boterhammen die plat werden in onze rugzak, onze ‘gourdes’, die leeg mochten want ze konden bij aankomst gevuld worden met het heldere heilwater uit de bron. In sommige drinkbussen zat “calichesap” (water met zoethout of drop), andere waren gevuld met koude koffie en de luxemodellen bevatten echte limonade.

Onder ‘het schitterend zonnewiel dat opstijgt in de lucht, er zijn cirkelomtrek beschrijft en er hangt te gloren in ’t opperste van het rein-blauwe hemelgewelf, de einders overstralend omheen de vier gewesten…’ , werd er tijdens de tochten ook gezongen. Met de jeugdbeweging klonken bekende Vlaamse stap- en kampvuurliedjes. Als de schoolklas erop uittrok, veranderde het repertoire. Dan kwamen de straatliedjes van de eerder genoemde kwajongens aan bod….hunner teksten zijn niet voor publicatie vatbaar.

Moeders waren fier op hun kroost die op pelgrimstocht trok en gaven een centje om iets te kopen in het obligaat souvenirwinkeltje. De vroomste kochten een lichtgevend OLV beeldje of een paternoster, maar de kliek van de straatliedjes trok steevast de herberg binnen om er limonade te bestellen. Het bronwater in de drinkbussen diende dan voor de nadorst op de veel te lange terugweg.

Vandaag is het de bron der herinnering waaraan ik mij laaf. Via Youtube kunnen de meest fabelachtige landschappen bezocht worden maar op mijn harde schijf met relikwieën staan in geuren en kleuren de vergezichten op de wegen naar de Kapellekens van mijn jeugd.

________________________________________

Voetnoot bij de keuze van de titel:

( Stijn Streuvels is een van mijn uitverkoren Vlaamse schrijvers schreef Louis Paul Boon op amper 18 jarige leeftijd.)
Dit verhaal nam deel aan een wedstrijd die verwees naar Stijn Streuvels.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 52
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.