Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 743

Ondersteboven

Hij stond duidelijk niet vast meer op zijn benen toen hij de deur open stak, even twijfelde op de dorpel en dan toch maar binnenstapte. Zijn sjaal had hij niet heel keurig aangelegd, want die maakte een grote omweg over de borst vooraleer nipt niet van de schouder af te zakken. Het café was bijna leeg, over enkele uren startte voor de modale burger de werkweek opnieuw. Hij stapte op de tapkast af, hief zich op een barkruk en bestelde kortweg: "Een pint." Hij staarde recht vóór zich uit, naar een punt dat geen punt was, en merkte niet eens dat de kastelein het glas vóór hem neerzette. Zijn schouders zakten door, de last was zichtbaar zwaar.

"Scheelt er wat, jongen?", glimlachte de kastelein vol begrip, want voor de verdrukten der aarde zijn kasteleins wel vaker een dankbaar klankbord. Hoewel hij deze klant nooit eerder gezien had, volstonden veertig jaar beroepservaring om met één snelle, professionele peiling door te hebben dat er inderdaad wat scheelde met deze jongen.

"Ach," antwoordde de jongen van tegen de vijftig, "moet je zoiets meemaken."

Hij nam een slok, als dronk hij zich de moed in om zijn verhaal te vertellen - véél moed, want hij dronk gulzig, zodat uit beide mondhoeken bier de kin afdroop.

"Is mijn dochter hier vanavond niet komen aanlopen?", vroeg hij, alsof ze daar kind aan huis was. Hij preciseerde meteen: "Achttien jaar, bruin jasje met ritssluiting hier vooraan" - terwijl hij enkele keren vóór zijn borst een denkbeeldige treksluiting toehaalde.

"Neen. Ik kan ze mij toch niet herinneren", ontgoochelde de kastelein.

"Tja", zei de man berustend, "ik houd er maar beter mee op."

De kastelein bekeek hem met vragende ogen en wachtte op verdere uitleg.

"We zitten met z´n allen rustig, gezellig en ook lekker te eten," begint het hortend en stotend, "want mijn vrouw had er voor het weekend iets bijzonders van gemaakt ter ere van de jacht: hertensteak. Nu ja, geen verse hoor, maar uit de vrieskast. Van die ingevoerde, die is nog betaalbaar."

Hij zweeg, nam zijn pint vast, liet zijn vingers een poosje op en neer glijden langs het geribde glas, bracht het aan de lippen, morste en goot de hele inhoud, alweer morsend, in één keer naar binnen.

"Nog één", zei hij, "en dan ga ik naar huis. Wie weet is ze nu al thuis".

"Is ze weggelopen?", probeerde de kastelein.

"We zitten daar rustig te eten, en, tja, hoe verloopt een gesprek soms, plots zijn de kinderen aan het ruziën over het vet dat de éne, tegen de wil in van de andere, de hond gevoederd had. De hond is de protégé van mijn dochter," lichtte hij zijdelings toe. "Ze heeft hem vier jaar geleden met een list in huis gehaald, zogezegd op pension voor twee weken, om een klasmaatje uit de nood te helpen tijdens de vakantie. Toen bleek dat we er definitief mee opgezadeld zaten, hebben we alle verantwoordelijkheden op haar afgewenteld. Zij zou er voor zorgen, zij zou hem voederen, zij zou hem kammen, zij zou er elke dag mee uit gaan wandelen, en zij zou ook altijd alle poep uit de tuin verwijderen. Nu, zij wilde dan ook bepalen wat we hem te eten mochten geven. En vet, dat hoorde daar niet bij. 'Weet je dat die hond bijna zestig kilo weegt!', voer ze daarstraks uit tegen haar broer. 'Niet overdrijven', kwam ik sussend tussen, 'zestig kilo, weet je wel wat voor een hoop vlees dat is?' Ik vroeg me af of ze het gewicht van haar hond nu werkelijk zo slecht inschatte, dan wel of het haar juist om de overdrijving te doen was. Dus zei ik, op de vergelijking voortgaand: 'Zeg me eens hoeveel jij wel weegt.’ Hij stopte even, want hij begon over zijn woorden te struikelen. Hij nam zijn glas vast, nipte er even aan.     

"Weet je wat ze me toen zei?", vroeg hij.

"Neen", zei de kastelein, "hoe zou ik!"

"Dat ze het me niet zou zeggen, dát zei ze mij. Zo met een air van: dat gaat je geen snars aan," en hij slikte even door. "Nu is ze wel aan de mollige kant, maar ik had echt niet door dat ik een gevoelige snaar had geraakt, ik nam alleen maar aanstoot aan haar botte weigering om mij een antwoord te geven. 'Hoeveel weeg je?', herhaalde ik dus met klem, en ik liet er weinig twijfel over dat ik een antwoord verlangde. Ze keek recht vóór zich uit, en zweeg. 'Ik wil dat je antwoordt als ik je een vraag stel', gebood ik. Maar ze hield koppig vol. Ik kookte. Dat ze me daar publiekelijk voor Piet Snot zette, dat kon ik toch niet slikken? Wat zou je zelf doen?"

De kastelein reageerde maar dunnetjes, hij gaf schouder ophalend te kennen dat hij niet met zekerheid wist wat hij zélf zou doen.

"Ik dacht dat ik een ongeluk zou doen", luidde het verder, "met beide handen nam ik een bord vast, maar ik realiseerde me net op tijd dat het om een stuk van de bruidsschat ging, te delicaat om aan diggelen te gooien. Dus vierde ik mijn woede bot op háár. Met woorden weliswaar, met woorden alléén. Ik zag hoe ze verstijfd van de angst ineen kromp", en terwijl hij dit zei, kromp hij zélf ook vijftien centimeter ineen. "Haar moeder nam haar in bescherming. Als ze dat niet graag zegt, hoéft ze dat ook niet te zeggen, verdedigde zij dochterlief. Wat is er in godsnaam aan gelegen om tegen je vader te zeggen hoeveel je weegt, repliceerde ik woest".

De verontwaardiging om zo weinig vertrouwelijkheid droop van zijn gezicht af. Hij draaide zich effen om, maar niemand hing nog rond om hem gelijk te geven.

"Tot overmaat van ramp begon mijn zoon er zich óók mee te bemoeien. ‘Ik heb altijd geleerd’, zei die, ‘dat het onbeleefd is om een vrouw naar haar gewicht te vragen.’ God nog aan toe, een beleefdheidslesje ontbrak er nog aan. 'Zij is geen vrouw', sneerde ik, 'een vrouw, dat is de buurvrouw, of Madame Patat, maar zij, zij is geen vrouw, zij is mijn dochter!'". En zonder op te kijken: "Heb ik daar geen gelijk in?" Ook dát wist de kastelein niet met zekerheid, want hij haalde nog maar eens de schouders op.

"Ik voelde het complot, zat als een kat in een hoek gedrumd. Mijn dochter zat met de  armen tegen het hoofd gedrukt, zich indekkend tegen wat nóg kon komen. Maar ik spaarde haar niet, ik bleef er maar op inhakken. Toen werd het haar te machtig, ze begon onbedaarlijk te snikken en liep van de tafel weg."

"En toen was ze weg?", vroeg de kastelein een beetje overbodig.

"Toen was ze weg. Maar ik besefte het niet meteen. De hele avond dacht ik dat ze op haar kamer zat te mokken. Pas toen mijn zoon tegen elven terug naar beneden kwam, en ik hem vroeg of zijn zus al te bed lag, antwoordde hij: "Die is toch de deur uit gelopen!" Alsof de jongedame even om postzegels gegaan was. En wat gaat er een mens dán allemaal niet door het hoofd, als je dochter een hele zondagavond lang even geen postzegel kan vinden op straat!"

"Is ze niet bij familie of bij vrienden?", probeerde de kastelein, want kasteleins weten onderhand wel hoe zo een draaiboek in mekaar zit.

"Familie hebben we hier niet. En haar vrienden, tja, wie zijn dat?"

Beiden zwegen. Hij dronk nog maar eens. De kastelein tapte voor zichzelf ook een kraagje in.

"Ze was er ondersteboven van", kreunde de verloren vader, "helemaal ondersteboven. En eigenlijk verdiende ze dat niet, want eigenlijk is het een bovenste beste meid. Eigenlijk...," en hij stokte even, "eigenlijk heb ik ze gejudast". En hij vloekte miljaaaaarden, miljaaaaarden keren. Hij graaide naar zijn glas, maar eigenlijk.... greep hij ernaast. Met de rug van zijn hand stootte hij het omver, zodat het op de zinken spoeltafel aan scherven vloog. Met enige moeite rekte hij zich over het verhoog van de tapkast, keek met wazige blik naar de brokstukken, en herhaalde toen mompelend: "Ondersteboven, helemaal ondersteboven."

Hij stond voorzichtig van zijn kruk op, stapte houterig naar de deur toe, en slampampte de nacht in.

"Ondersteboven", zuchtte de kastelein, "inderdaad, ondersteboven", en hij gaarde de scherven bijeen.

 

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Lieven Vandekerckhove
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 160
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "Ondersteboven"

Geschreven door Lieven Vandekerckhove . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
27.08.20
Feedback:
Beetje late reactie, maar wat een heerlijk geschreven verhaal zeg. Mooie woorden ook. 'Slampampte'...dat had ik zelf willen verzinnen!
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
15.08.20
Feedback:
prachtig en dramatisch verhaal, vijf sterren Lieven! Zucht! Woon je in BelgiË? Daar heb ik tien jaar gewoond. Groetjes, Ingrid
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Lieven Vandekerckhove 15.08.20
    Van harte dank, Ingrid. Ja, ik woon in België, niet zo ver van waar jij gewoond hebt (ik heb je profiel helemaal gelezen he), namelijk in Leuven. Ben je er ooit geweest?
  • Lieven Vandekerckhove 16.08.20
    Van harte dank, Ingrid. Ja, ik woon in België, niet zo ver van waar jij gewoond hebt (ik heb je profiel helemaal gelezen he), namelijk in Leuven. Ben je er ooit geweest?

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...