Klik hieronder op een van de mogelijkheden.

Natuurmens

Vanaf de rand van het naaldbos, onder een boom die al zo verdord was dat die amper beschutting bood tegen de zon, keek ik uit over het landschap. Het gras zag vlekkerig van kaalte, alsof het land uitslag had. De horizon verdeelde de eenzame heuvels en hardblauwe lucht. De zomer was onverbiddelijk geweest.

Wij hadden ons al jaren prima gered, met z’n twee. Na ons rigoureuze besluit om een afgezonderd en zelfvoorzienend bestaan te leiden, kwamen we jaar na jaar dichter tot elkaar en tot onszelf. Wat voor velen isolatie heette, betekende voor ons een toevluchtoord. Mijn vrouw was als een vis in het water. Zij vervulde vooral de taak van verzamelaar, waar ik jager was. Ze genoot van haar hervonden discipline en vindingrijkheid. Ik genoot met haar mee.  Het bos beschermde ons bij onstuimig weer en het riviertje dat het bos in tweeën splitste, gaf ons helder water en vis. Ons eigen paradijs.

Dit jaar leek de lente alsof het al zomer was, maar toen die eenmaal aanbrak, verergerde het tot een zinderende hitte die de rivier had verdampt tot een miezerige straal. Er was amper genoeg om van te drinken, laat staan koken of wassen. De inspanning en uitputting mondde uit in onze hevigste ruzie ooit. Hijgend en rood aangelopen was ze naar de rand van het bos gerend, terwijl ze schreeuwde dat we het moesten opgeven en teruggaan naar ons vroegere bestaan. Ik rende achter haar aan, tierend dat ze dat dan zonder mij moest doen. Toen ze ineens omviel, dacht ik eerst dat het door de zon kwam, maar toen ik dichterbij draafde, zag ik dat ze over een uitstekende boomwortel was gestruikeld. Mijn passen verstarden. Zij bleef ook roerloos.

Sindsdien liep ik iedere dag naar haar rustplek, met steeds strammere spieren. Van binnen werd ik even bar als het land. Vanaf die plek, gingen mijn ogen dagelijks uit naar daar waar zij heen wilde. Daar waar ik nooit thuis was. De wolken schoven over me heen als het deksel over mijn grafkist. De eenzaamheid beknelde mijn hart zo ernstig; ik dacht dat dát me eerder zou doden dan de uitdroging. Ik klemde mijn ogen dicht in afwachting. Op mijn wang voelde ik een lichte tik. Nog één. En nog één. Alsof mijn liefste mijn wangen kuste vanuit de hemel, keek ik naar boven, terug naar haar. Ik zag haar in de regenboog. 

© dagboek nachtmens op .

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.