Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 809

Meneer Waldamar

Onze lieve Heer heeft vreemde kostgangers. Meneer Waldamar was daar ontegenzeglijk één van. Dagelijks reed hij op een éénwielfiets dezelfde route van het eenvoudige rijtjeshuis waar hij woonde naar een plantsoentje in het centrum van de stad. Altijd gekleed in een driedelig grijs krijtstreepjespak, met een bolhoed op en een aan zijn arm gehaakte zwarte paraplu, was hij een markante verschijning in het straatbeeld. Onderweg kocht hij steevast de plaatselijke nieuwsbode bij de kiosk nabij het plantsoen, zette daarna zijn fiets tegen het plantsoenhek en nam vervolgens plaats op een bankje midden in het keurig onderhouden, cirkelvormige, plantsoen. Daar zag je hem dan driftig in de weer met het maken van aantekeningen in de krant. Alleen de mensen die hem nog kenden van de basisschool wisten zo ongeveer wat meneer Waldamar aan het doen was met zijn krant. Zij, namelijk, waren op de hoogte van de zonderlinge passie die meneer Waldamar al op jonge leeftijd ontwikkelde. Meneer Waldamar was een obsessieve o-tjes vuller. Zodra de juf op de basisschool de ‘o’ introduceerde was hij verkocht. Het was niet zozeer de ‘o’ zelf die hem biologeerde maar meer het ronde gat dat zich in die letter aftekende. Dat gat móést hij opvullen. Niet een keertje of zo, nee bij alle ‘o’s’ of o-vormige gaten die hij tegenkwam of die hij, zoals later zou blijken, actief opzocht welde er een onbedwingbare vulzucht bij hem op. Het was alsof hij de wereld wilde bevrijden van de niet opgevulde ‘o-gaten‘. Tijdens zijn schooltijd kreeg hij straf van elke leerkracht die hem op ootjes vullen betrapte omdat zij meenden dat hij niet bij de les was. Hijzelf beweerde echter dat hij zich er juist optimaal door kon concentreren.

Dat moge zo zijn, een feit is dat het schoolsucces uitbleef. Zijn vader vond dat hij maar werk moest gaan zoeken. Tegen ieders verwachting in, slaagde hij vrijwel onmiddellijk. Hij vond vast werk op de inpakafdeling van de koek- en beschuitfabriek. Hij deed daar ronde koekjes in de ronde voorgevormde compartimenten van het plastic verpakkingsmateriaal. Dagen, maanden, lange jaren vulde hij zo opgewekt, met een glimlach op de lippen, de ‘o-tjes’ zoals hij die noemde, van het verpakkingsmateriaal. Zijn collega’s bewonderden hem er om dat hij het, in hun ogen geestdodende, werk zo lang met veel plezier verrichtte. ‘Het vult mijn tijd én portemonnee!’, zei hij wanneer men hem er naar vroeg. Ze vonden hem aanvankelijk een rare snoeshaan zoals hij in onberispelijke driedelige grijs en de bolhoed op met zijn éénwielfiets naar zijn werk kwam om zich daar om te kleden in de hagelwitte fabrieksoverall en de bolhoed te verwisselen voor een papieren wegwerp hoofdkapje. Na verloop van tijd gaat men echter ook de meest zonderlinge zaken als ‘gewoon’ ervaren. Zo ook hier. De gezellig kneuterige, bij het begin van de vorige eeuw passende, verschijning van meneer Waldamar hoorde zó bij het straatbeeld dat hij niet meer opviel.

Meneer Waldamar was bijzonder op zichzelf. Voor zover men wist had hij geen vrienden, kennissen of een relatie. Wel was het een publiek geheim dat hij wel degelijk menselijk contact zocht. Doordat er elke zaterdag een éénwielfiets geparkeerd stond tegen de pui van een bordeel kon het bijna niet anders of meneer Waldamar was geabonneerd op betaalde liefde. Niemand die er echter kwaad van sprak. ‘Ach, zo’n man alleen heeft ook een pleziertje nodig want anders komt er maar rotzooi van’, zeiden de mensen wijs tegen elkaar. Wat heel discreet binnen de muren van het boordeel bleef, omdat het niemand iets aan ging, is dat het meneer Waldamar uitsluitend om anale seks ging en dat hij daarbij geen onderscheid maakte tussen mannen en vrouwen. ‘Het gaat mij om het vullen van een rond gat en dat is genderneutraal’, had hij zich eens laten ontvallen bij één van de prostituees die daar zenuwachtig van moest giechelen. Zijn tandarts viel op dat hij de enige patiënt in zijn praktijk was die zich met zichtbaar genot het plomberen der kiezen liet welgevallen. Ja, meneer Waldamar was en bleef een enigszins excentrieke obsessieve ‘o-gaatjesvuller’! Maar ach, hij deed immers geen vlieg kwaad.

Op het moment dat meneer Waldamar de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt en met een gouden zakhorloge met inscriptie, die repte over jaren van toewijding, de koekfabriek had verlaten, ontstond het patroon van de dagelijkse tocht naar het plantsoen. Wie, nadat meneer Waldamar klaar was met zijn krant en deze in de prullenbak naast zijn bankje stak, de moeite had genomen deze er weer uit te halen had kunnen vaststellen met welk een precisie elk ‘o-tje’ in de krant keurig netjes binnen de lijntjes was opgevuld.

In onze tijd, waarin zoveel ons vertrouwde en daardoor dierbaar geworden zaken ons ontvallen moeten wij maar al te vaak leren omgaan met een nieuwe realiteit. Zo ook in het geval van meneer Waldamar. Op een zeker moment voelden veel mensen dat er iets miste in het straatbeeld, zonder daar precies de vinger op te kunnen leggen. Het leek op het gevoel dat je hebt wanneer iemand die altijd een bril droeg ineens contactlenzen draagt. Je voelt dat er iets is veranderd maar je weet niet wat. ‘Ik weet niet wat het is, maar ik mis iets’, hoorde je mensen bij de bakker tegen elkaar zeggen. “Verdraaid, nou je het zegt!’ werd er dan geantwoord. Tot er ineens iemand vroeg: ‘Hé, waar is meneer Waldamar eigenlijk? Hebben jullie hem onlangs nog gezien?’ Zo kwam men er achter dat hij eigenlijk al meer dan een week uit het straatbeeld moest zijn verdwenen. Misschien was hij wel ziek! Enkele oud-collega’s besloten langs te gaan met een deftig fruitmandje, maar toen er na hun herhaald aanbellen niet werd open gedaan, rook men onraad. Het werd een politiezaak, de voordeur werd geforceerd waarna de tegemoetkomende weinig frisse geur het meest onheilspellende vermoeden bevestigde en men op zolder een in driedelig krijtstreepkostuum geklede, met een bolhoed getooide, gedaante aantrof bungelend aan een touw. Nu pas vielen zijn o-benen op. Er lag, naast een omgeschopte stoel, een briefje op de vloer:

‘Sorry, maar ik zag er geen gat meer in. Ik wil na mijn crematie een kogelronde urn vullen’, Hoogachtend, Waldamar’.

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Martin Reekers
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 330
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "Meneer Waldamar"

Geschreven door Martin Reekers . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Grammatica & Spelling:
Passend in deze rubriek:
09.03.20
Feedback:
En zo vervulde hij z'n leven in de 'o' van strop.
Leuk geschreven!
  • Lezenswaardig:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!