Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 559
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

M'n eerste liefje (XV)

| Hans Van Battel

Ik werd doezelig wakker. Het halmenmotief in de dunne gordijnen lichtte zwakjes op in het lauwe licht van een waterig ochtendzonnetje. 

Saartje lag naast me nog diep te slapen. Ik vroeg me af welke dag het vandaag was. M'n biologische klok was helemaal ontregeld. Het nachtleven waarin ik was beland, had m'n tijdsgevoel helemaal op z'n kop gezet en had me vervreemd van het wereldje waarin ik me tot voor kort nog zo thuis had gevoeld. 
Het was of ik in één klap een ruimte- en tijdsbarrière had doorbroken en last had van jet-lag. 

Ik stond stilletjes op en inspecteerde nauwkeurig m'n gezicht in de spiegel. Er was iets mee, iets veranderd... Jawel, ik had prut in m'n ogen, zag er wat bleek uit, had een respectabele stoppelbaard, maar er was iets veranderd... 
Nu ja, wat het ook mocht wezen, ik had een viese smaak in m'n mond en snakte naar een kop koffie. Beneden in het café stak ik eerst m'n hoofd onder de koud waterkraan. Ai! Die pleister! Knal vergeten! Ik tastte er omzichtig naar. Het ding hing er nog wat vodderig bij. Ik zette m'n tanden op mekaar en rukte het er in één haal af. De hechting, in de vorm van een kruisje, had het gelukkig gehouden. 

Het café lag er troosteloos en verlaten bij. Ietwat verbaasd merkte ik dat de rommel opgeruimd was en de vloer pas gedweild. José kondigde zich aan met het doortrekken van de chassebak in 't 'Privé'. De melkglazen deur ging open en krammikig stapte ze haar staminée in. Ze leek me niet op te merken, alhoewel ze me haast rakelings voorbij stoefelde. In het halletje aan de trap nam ze haar grijze regenjas van de kapstok en strikte een doorschijnend plastic kapje rond haar dunne witte haar. 

Met haar blik gericht naar de vloer leek ze een imaginair hondje te inviteren: “Wel, ga je mee?" 
Pas na enkele tellen realiseerde ik me dat de vraag kennelijk aan mij gericht was. 
Waarom ook niet? 
"Ja hoor, 'k pak even m'n jas, ben zo terug."

Óf ze had me niet gehoord, óf ze had het inderdaad tegen een ingebeeld hondje, want met haar paraplu en een bruine papieren zak stapte ze regelrecht naar de buitendeur. Met de klink in de hand aarzelde ze even, haalde toen diep adem en stapte vervolgens naar buiten alsof ze een duik nam in ijskoud water. 

Ik haastte me de trap op naar boven. Saartje vertoefde nog volop in dromenland. M'n jas aantrekkend liep ik vlug de trap weer af, spoedde me naar buiten en liep Brammetje haast ondersteboven die naar Saartje's raam stond te turen. Op de hoek van de volgende zijstraat stond José ongeduldig op me te wachten.
Bram keek ons beurtelings aan, stak z'n handen in z'n broekzakken en bestudeerde schoorvoetend z'n kapotte schoenen. 
Ik stak m'n hand naar hem uit. 
"Ik denk dat José op ons staat te wachten Bram, kom je mee?"
Zonder me verder nog aan te kijken, liep hij naar José toe. Hand in hand liepen ze de hoek om. Toen ik hen inhaalde nam José me op met een vorsende blik. 
“Waar bleef je toch zo lang?" 
"Eh, moest even m'n jas halen,"
en overdreven de woorden uitspellend, articuleerde ik: "Moet je het café niet afsluiten?" 
Ze keek me aan of ik van lotje was getikt - "Dan kan er toch niemand binnen, sufferd!" - draaide zich vertoornd om en liep met Brammetje aan de hand pardoes de drukke straat over. 

M'n hart stond stil. Een fietser kon hen nog net ontwijken door het voetpad op te jumpen. Ze bekeek geringschattend de bumper van een wagen die dankzij z’n ABS nog net op tijd kon stoppen. Een lijnbus uit de tegenovergestelde richting begon heftig te zwaaien toen de lijkwitte chauffeur moest kiezen tussen José met Brammetje of de geparkeerde wagens aan de overkant. Net vóór ze beiden vermorzeld zouden worden, draaide zij zich gerriteerd naar me om. 
“Waar blijf je toch altijd zo lang?"

Pal achter hen was de bus ondertussen met krijsende remmen tot stilstand gekomen. De door elkaar gehutselde reizigers keken eerst verbijsterd naar José, waarna ze één voor één verbolgen mij in het vizier namen. De transpirerende bestuurder draaide z'n raampje open. 
"Hé schooine joenge! Konde na ni efkes elpen un tstraot over te stèke?!!", waarna hij hoofdschuddend z'n rit wou vervolgen. 
José draaide zich bliksemsnel om en tokte driftig met haar paraplu tegen de zijkant van de bus. "Stop!! Ik moet er nog op!" 
Ze sjokte naar de voorkant van de bus, de verbaasde chauffeur kwaad aankijkend. 
"Laat ons er ogenblikkelijk in! Doe die deur open of ik verzet geen voet meer!" 
Achter de bus was er reeds een file aangegroeid van claxonerende auto's. De busbestuurder haalde dan maar z'n schouders op en opende van lieverlee de hydraulische klapdeur. Met een donderwolk op z'n gezicht snauwde hij me gefrustreerd toe: “Wa zal tzèn broekventsje?!! Stapte nog in of godde wachtenoep tcrème-glace karreke!?" 

Ik repte me naar de overkant en sprong nog net op tijd de bus in. De deur klapte achter me dicht, de bus zette zich grommend in beweging... en ik besefte dat ik geen rooie duit bij me had. Paniekerig doorzocht ik m'n zakken, maar buiten m'n zakdoek was het kartonnen visitekaartje het enige wat ik kon vinden. 
José stond naast me en keek vol verontwaardiging de passagiers aan. 

"Het is een schande!", riep ze uit, waarbij ze met de punt van haar paraplu naar de chauffeur prikte en de papieren zak in het rond zwaaide. 
"Het is een echte schande! In mijn tijd zou dat niet gebeurd zijn, hoor je dat! Toen wachtte de chaffeur tenminste tot iedereen op z'n plaats zat vóór hij vertrok!" 
Ze monsterde de bestuurder met een genadeloze blik. Ze moest daarbij ietwat omhoog kijken vanwege haar klein postuur, maar fixeerde hem met haar puntige ogen.
Als een gerechtsonderzoeker gebood zij hem: “Hoe heet je?" 
Op het borstzakje van z'n hemd prijkte zijn naamplaatje: 'C. de Boer' (met kleine 'd'). 
'C.' raakte danig overstuur en begon stilletjes binnensmonds te vloeken waarbij José scherp z'n lippen in de gaten hield. 
''Wel heb je ooit! Onbeschaamde vlegel! Kan je je naam niet eens behoorlijk uitspreken? Boer!!" 

Dit laatste zat hem kennelijk net iets te dwars. Met een waanzinnige blik in z'n knalrode kop trapte hij haast door z'n remmen. Gelukkig kon ik José en Brammetje nog net op tijd in volle vlucht onderscheppen. Terwijl de bus snerpend tot stilstand kwam, perste ik hen met al m'n kracht in m'n ene arm tegen me aan, terwijl m'n andere arm, waarmee ik me aan een grijpstang vasthield, zowat uit z'n kom schoot. Haar paraplu schoot automatisch open en belandde uitgespreid boven op m'n hoofd. De heer de Boer gaf een fikse klap op één van z'n knoppen op het dashboard en de voorste deur scharnierde sissend open. 
"D’er uit!", schreeuwde hij woedend, "Alledrei stantepede m'n bus uiet! Nàà godverdoeme!
Verschrikt keek ik hem aan en vergat daarbij José los te laten. Dicht tegen me aangeprangt, ging haar graatmagere boezem hijgend op en neer. 
Ze bekeek me schalks. 
"Dat was erg attent van je jongeman, maar wel een béétje onfatsoenlijk, vind je niet? Wat zou Saartje hier wel van denken?"

Vervolgens verpletterde zij de heer de Boer met een laatdunkende blik, pakte haar regenscherm en schreed waardig het trapje af. Op straat aangekomen draaide zij zich naar me om en stak me, als een ware cavalier, een helpende hand toe. Blijkbaar had m'n omknelling van daarnet een herinnering in haar wakker geschud aan één of andere amourette. Ze keek me liefderijk aan. 

Achter me volgde de heer de Boer het tafereeltje met groeiende verbazing en ging haast door het lint toen hij m'n achterhoofd in het vizier kreeg. 
"Complèèt mesjoche die twée! Eèt da seniel stuk antiek oek nog en affaire mè e mislukt paoterke!" 
Geshockeerd draaide ik me halverwege het trapje naar hem om, deed protesterend m'n mond open, maar de Boer was niet te stuiten. 
"Golle zed alletwéé getikt! 'k had olle moeten afzetten on tgesticht!" 
Hier was geen beginnen aan. Als de heer de Boer niet uitkeek zou hij zelf wel eens in het 'gesticht' belanden. 
Ik draaide me dus maar weer om, pakte Brammetje beet en wou de bus uitstappen, maar José versperde ons de weg. 
"Hoezo?", vroeg ze de chauffeur verwonderd, "Zijn we er dan nog niet?", en keek speurend de straat af. 
''Wel heb je van je leven!", riep ze na een paar tellen, duwde ons geagiteerd het trapje terug op en tikte met haar paraplu de heer de Boer vermanend op z'n paars verkleurde kop. 
"Gij stouterik! Wat gemeen van je! Als je wéét waar we moeten afstappen, waarom zet je ons er dan hier al uit?!"
Ze pakte ons resoluut allebei bij de hand en trok ons mee op zoek naar de dichtstbijzijnde vrije zitplaats. Helaas waren alle banken bezet, maar nadat José een onderzoekende blik had geworpen op een jong koppeltje, waren deze zo vriendelijk om halsoverkop de bus uit te vluchten. 
"Zo," zei ze tevreden en wuifde losjes naar de bestuurder, "zet hem maar in gang hoor, we zitten! Je mag het zeggen als we er zijn!"
Toen verloor ze haar interesse in de heer de Boer die zowat aan een hartaanval toe was, en keek glunderend door het raampje naar buiten.

De heer de Boer, die anders toch niet op z'n mondje gevallen was, staarde ons in opperste sprakeloosheid met wijdopen mond aan, volkomen van de wijs gebracht. Hij werd daarin ten volle ondersteund door al onze medereizigers. De manier waarop iedereen ons aangaapte, sloot volkomen aan bij m'n eigen verwarring. 
"Eh, wel, ik, euh… sorry hoor...", kakelde ik, "zij is… ik bedoel… ik snap er ook niks van... Ik wist nog eens zélf niet dat we op weg waren naar het... het..."
Het woord wou me niet over de lippen komen. Maar dat was ook helemaal niet nodig: de afkeuring in ieders blik sloeg eensklaps om. Het was alsof heel de buslading passagiers zich collectief bewust was geworden van een stuk stront waar ze 'en masse' hadden ingetrapt. Iedereen disantiëerde zich nadrukkelijk van ons en begon obstinaat door het eigen raampje te turen.
Alleen de heer de Boer wachtte kennelijk nog op een zinnige verklaring. Die kwam er dan ook toen José me bij de hand greep en, naar een plantsoen wijzend, verrukt uitriep: "Hé! Ze hebben daar boompjes geplant!", waarop de heer de Boer, met een schuinse blik op de reuzegrote populieren, voorzichtig gas gaf en de rit vervolgde alsof hij op eieren reed. 

José keek ondertussen geboeid naar buiten. 
"Wat is alles toch veranderd..." , mompelde ze. 
Na een tijdje zakte ze wat achteruit en klemde de papieren zak stevig tussen haar tengere armen. Ze sloot even haar ogen en keek me een beetje ontredderd aan. 
“Weet je," vertrouwde ze me toe, "Het is al meer dan tien jaar geleden dat ik nog eens het café ben uit geweest... Je blijft toch bij me tot we terug thuis zijn hé?" 
"Ja hoor"
, suste ik haar toe, me afvragend waar we in 's hemelsnaam zaten, wat we hier eigenlijk deden, waar de rit zoal naar toe ging en hoe we terug 'thuis' moesten geraken: ik was tenslotte nog maar zelf enkele dagen in deze voor mij totaal onbekende stad. Wat kwam ik hier nu ook alweer zoeken? Ach ja: filosofie, de grondvragen van het bestaan, de eeuwige zoektocht naar de existentie der dingen. Wel, dan was dit geen slecht begin. Als José al een houvast zocht, kon ze op mij rekenen: 'Praktische lessen filosofie in de bus op weg naar het gesticht'.

Gedurende gans de rit hield de chauffeur ons nauwlettend in de gaten. Z'n blik vloog alsmaar nerveus heen en weer tussen het verkeer en de binnenspiegel waarin hij telkens werd getrakteerd op de bijterige grijns van Brammetje die, dicht tegen José aangekropen, de chauffeur aanhoudend fixeerde met z'n giftig groene blik. 
Op een gegeven moment remde hij zachtjes af bij de zoveelste halte en draaide zich half om. In de hoop te ontsnappen aan José's aandacht, keek hij me doordringend aan, gebaarde met z'n wijsvinger enkele rondjes naar z'n voorhoofd, wees vervolgens uitdrukkelijk naar een imposant gebouw langszij de bus en deed toen de deur open met de geobsedeerde blik van een gokker die net het starthokje van z'n favoriete hazewind heeft zien openklappen. 

Ik zuchtte en nam me stellig voor haar voortaan in bescherming te nemen tegen zoveel onbegrip in deze grote boze wereld buiten haar staminee. 
"Kom José, ik denk dat we er zijn", en hielp haar galant het trapje af, op de voet gevolgd door Bram. 

De bus stoof met een vaart weg en liet ons samen achter op de stoep vóór het 'gesticht' . 


(Wordt vervolgd) 
 
 
 
Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 159

2.335

(De gemiddelde waardering is 2.3 door 3 stem(-men)

Reacties   

# M'n eerste liefjeGuido Aerts 25-11-2019 10:29
Na de magie, de humor. Jouw beschrijving van die busrit is hilarisch. Wil nu al weten wat er in 't gesticht op til staat.
# Laat me je dan even meenemen in dat gesticht...Hans Van Battel 25-11-2019 10:49
... waar samenhang ver te zoeken is... :cry:
Het komt eraan!
# OnsamenhangendFrans Esselink 25-11-2019 09:55
Kan een goed verhaal worden, maar ik heb het verband tussen de verschillende personen niet begrepen.
# Onsamenhangend?Hans Van Battel 25-11-2019 10:11
Heb je de vorige 14 hoofdstukken gelezen Frank? Het is namelijk één verhaal wat ik in delen heb opgesplitst om het behapbaar te maken.
Als je dan na het lezen van alle hoofdstukken tot nu toe, nog steeds een onsamenhangend idee hebt over de personages, kan je me dan wat meer verduidelijken tussen welke personage je de samenhang zoekt? Dan kan ik het één en ander eventueel aanpassen.
Bedankt!
# Onsamenhangend ?Guido Aerts 25-11-2019 10:26
De bedoeling is wel dat u vanaf het Romeins cijfer I begint te lezen.
# Onsamenhangend?Guido Aerts 25-11-2019 10:42
Mogelijk ligt dit aan de browser die op het ogenblik dat men reageert de eerdere reacties nog niet niet heeft gepubliceerd. Daardoor wordt ook de lectuur van de reacties soms onsamenhangend.
# OnsamenhangendFrans Esselink 26-11-2019 22:29
Hans en Guido, ik heb inderdaad alleen dit hoofdstuk gelezen. Waarschijnlijk heb ik voor mijn beurt geschreven. Sorry daarvoor. Ik ben uitgegaan van een kort verhaal. Misschien is het goed om een boek van het geheel te maken?

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Spanning.

Geschreven door uncle Jean. Geplaatst in Kort verhaal.
Thrillers bezorgen bibliotheek veel ongure types.
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

Stink ik soms?

09, apr, 2020 Han Maas

De verjaardag

13, mei, 2020 Jeroen Follens
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!