Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 553
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

M'n eerste liefje (XIII)

| Hans Van Battel

Op een gegeven moment ontdekten we dat Hans en de dokter verdwenen waren. Alleen Bram lag nog lekker te snurken naast ons. 

Saartje streek voorzichtig over m'n hoofd. 
"Kom Frankensteintje, je moet je gezicht nodig eens wassen, voor ik nachtmerries van je krijg. Je bent niet om aan te zien." 
Ik stond recht en begaf me naar de gootsteen. 
"Je kan best niet in de spiegel kijken hoor, tenzij je van luguber houdt." 

De spiegel! Vlug, waar is de spiegel... 
Jeetje! Ik kwam precies net uit een kadaver gestapt! M'n gezicht zat helemaal onder de geronnen bloedkorsten. Hier en daar vormden de klonters donkerrode stalaktieten die uit m'n neus en van m'n kin druipten. M'n haar priemde in klitters en kronkels alle kanten op. En op de kruin van m'n hoofd, waar voordien m'n staartje als een antennetje de lucht in stak, had de dokter m'n haar zorgvuldig in een kringetje weggeschoren en er een huidkleurige pleister op geplakt. Een erg kreatief doktertje, eentje met fantasie, eentje die z'n werk een persoonlijk tintje gaf! Als Medussa zich tot pater had gewijd, moest haar afgehakte hoofd er zó hebben uitgezien!

Terwijl ik me wastte wierp ik af en toe een blik in de spiegel naar Saartje. Ik vroeg me af wanneer ze eigenlijk nog geslapen had. Ze lag uitgeput op het bed naast Bram en keek hem met een vermoeid glimlachje aan. 

"Zeg Saartje, zouden we hem niet naar huis brengen? Z'n ouders zullen onderhand wel dodelijk ongerust geworden zijn."

“Neen.” Het kwam er heel gewoontjes uit. 
Ze beantwoordde geërgerd m'n verbaasde blik. 
“Neen!”, bitste ze mij toe en keerde zich weer om naar Bram. 

Ik had klaarblijkelijk een gevoelige snaar geraakt. 
"Hoezo? Waarom niet?" 
“Welja, gewoon... ze maken zich niet ongerust over Bram. Omdat ze allebei alcoholiekers zijn, denk ik. En dan heb ik liever dat ze hun miserie in hun fles stoppen dan in Bram. Toen hij nog hier woonde had ik hem eens terug thuis gebracht. Hij was lelijk gevallen op straat. Volgens mij moest er een dokter aan te pas komen. Z'n vader deed na vijf keer bellen eindelijk de deur op een kier. Een schriel ventje met lodderogen van de drank. Achter z'n rug gilde z'n wijf dat hij 'godverdomme ogenblikkelijk die deur moest sluiten of dat ze hem samen met dat klerejong de straat op zou keilen!' Hij keek me schouderophalend aan en sloot de deur zonder Bram zelfs nog een blik te gunnen." 
Een bitter mengsel schoot fel door haar stem. 
“Niemand stuurt Bram terug, hoor je! Niemand! Niet zolang hij het niet zelf wil en hij hier een thuis vindt!" 
Zachtjes streek ze door Bram's ragebol en voegde er toonloos aan toe: "en niet zolang ik er ben."

Na een tijdje keek ze peinzend de kamer rond. Aarzelend zocht ze naar de juiste woorden. 
"Ik kom hier dikwijls op m'n eentje om … , tja, om te genieten... Dit huis zit barstensvol heerlijke herinneringen. Alsof ik in een oude muziekdoos zit, of in zo'n ouderwetse kijkdoos. In alle hoeken en gaten doemt er één of ander halfvergaan beeld op van vroeger... een beeld van thuis... en dat is heerlijk! Soms verzin ik er m'n mama of papa bij... maar dat is natuurlijk pure fantasie, omdat ik ze nooit heb gekend. Als Bram al zulke fantasieën heeft, zijn het leugens... Leugens verzinnen over je mama of papa als je vijf bent, kan je je dat voorstellen? Nee, natuurlijk niet. ik geloof niet dat kinderen zoiets kunnen. Ik kon het ook niet toen m'n oma en m'n broertje er niet meer waren." 

Saartje staarde mat naar een punt ergens ver weg achter me. 
“Weet je, ik ken die vlakke doofstomme wereld waar Bram in kijkt. Als niemand je verstaat of zelfs hoort, dan heeft het toch geen enkele zin meer om iets te zeggen, hé? En zeker niet als die 'niemand' je eigen mama of papa is." 

"Zeg Saartje, wat let je eigenlijk om hier terug te komen wonen? Je voelt je hier toch thuis?" 

"Thuis? Nee... dat is het allang niet meer. Het is hier meer een soort privé-museum geworden. Een beetje zoals het fotoalbum van José. Al m'n herinneringen hebben hier hun vast plekje gekregen. Zoals die foto hier in de voorkamer van m’n oma met Tommetje in haar armen. Maar een thuis? Nee Sam... hier wonen alleen schimmen... Soms, als ik het te kwaad krijg, is het alsof ze aan me trekken... Ik zou hier stikken. Later misschien, als ik zelf een oude schimmige vrouw ben geworden." 

Met een korte schouderbeweging schudde zij de neerslachtigheid van zich af. 
Ze stond op en sloeg een keurende blik op me. 
"Kom, ik zal je haar wel even wassen: die plakker mag niet te nat worden." 
Ze masseerde stevig met de toppen van haar vingers m'n haarwortels, omzichtig de kruin van m'n hoofd vermijdend. De wond onder de pleister begon pijnlijk te kloppen. 

"Hoe is het nu verder afgelopen met Dikke Mik?", vroeg ik haar. Met m'n hoofd gebogen over de gootsteen, hield ik m'n ogen stijf toegeknepen. 
"0 goed, denk ik. De dokter die jou net heeft behandeld, zal nu wel met haar bezig zijn in het achterkamertje bij José. Ze zal jou zeker nooit meer een duimbreed in de weg leggen, dat garandeer ik je! Ik vrees zelfs dat het een averechts effect zal hebben." 
"Een averechts effect? Hoe bedoel je?"
Onderwijl tastte ik naar een washandje om m'n ogen te beschermen tegen de zeep. 
"Tja, dat weet ik niet zo goed... het is meer een gevoel. Zij is heel apart, weet je."
"’Apart’ zeg je?, wat een understatement zeg! Ik hoop dat ik die klomp vlees nooit van m'n leven nog tegen kom!" 
Haar vingers stopten op slag met masseren. 
"Zeg dat niet Sam!" 
Ze stopte me een handdoek toe in m'n rondtastende handen. Toen ik m'n ogen had drooggevreven, was het afgehakte Medussahoofd in de spiegel verdwenen. Er staarde me een blozend aartsengeltje aan, versierd met een pracht van een schuimwolk boven op z'n kop met daar middenin het plastic aureooltje van de pleister. 

"Kijk me aan!", zei ze me strak. 
Ik keek haar onzeker in de ogen. 
"Heb ik dan iets verkeerds gezegd?" Ze bleef maar in m'n ogen turen tot ik er zelf tureluus van werd. 

"Sam,", zei ze eindelijk, "heb jij eigenlijk wel weet van de dingen die je droomt of van datgene wat er gebeurde tussen ons bij het kapelletje?"
Ik begreep totaal niet waar ze naar toe wilde. 
"Ja natuurlijk! Tenminste..., dat denk ik toch. Maar wat heeft dat met Dikke Mik te maken?" 
Ze sloeg haar ogen neer en zuchtte. 
"Dikke Mik... Dikke, dikke, dikke Mik... Ze is niet altijd zo geweest, weet je. Voor Hans me adopteerde heb ik haar een jaar gekend in het kindertehuis. Ze was nu niet direct de snuggerste van de groep. Het gerucht ging de ronde dat haar vader haar had 'bepoteld'. Ze hield zich altijd afzijdig, net als ik, maar ze was nóg meer in zichzelf gekeerd. Ze was dikwijls het mikpunt van een hoop gepest en getreiter omdat ze nooit van zich afbeet. Ik vermoed dat ze toen een soort olifantentactiek heeft opgebouwd. Haar enigste kans om dat tehuis te overleven was door haar lichaamsomvang zodanig te laten toenemen dat iedereen voorzichtig een ommetje maakte als ze in de buurt kwam. Toen ik haar jaren later terug tegenkwam, zat ze volkomen aan de grond; letterlijk: ze zat te bedelen op de hoek van een straat. Ze had zich daar een vast plekje verworven. Ik kwam er dikwijls langs, op weg naar huis, en ging dan soms naast haar zitten. Eerst wou ze niet van me weten: waarschijnlijk wist ze niet wat ze van me moest denken. Ze was heel erg wantrouwig en wou duidelijk niks meer te maken hebben met iemand die ze nog gekend had van het tehuis. Op een dag zag ik een paar schoelies haar bedelbekertje de straat op schoppen. Ik heb toen alles terug bij mekaar geraapt voor ik weer naast haar ging zitten. We keken elkaar zwijgend aan. Ik gaf haar toen een kusje en zei dat ze altijd welkom was 'Chez José'. Sindsdien zit ze er haast elke avond. En als Hans het hier wat opgeknapt heeft, kan ze hier komen overnachten, zo dikwijls ze wil."
Ze keek me weer aan. 
"Kom je straks mee naar de overkant? Ga haar niet uit de weg, wil je? Niet nu! Ik weet zeker dat ze jou nodig heeft!"

Klaarblijkelijk begon iedereen me nodig te hebben. Eerst Hans die me op het hart drukte om Saartje niet in de steek te laten. Dan Saartje die beweerde dat Dikke Mik me zo dringend nodig had. 'k Vroeg me af of Mik ook al iemand in gedachten had. En dan die anekdote over Mik! Daar klopte geen snars van! Ik staarde haar verbouwereerd aan. Was dit nu 'vrouwelijke logica'? 

"En hoe zit het dan met jou, Saartje? Je hebt haar voor schut gezet in 't café, temidden van heel die kliek! Je hebt haar zwaar getiraniseerd. En dan kom jij mij vertellen dat ze mij nodig heeft! Hoe kan je dat nog aan mekaar rijmen?" 

"Er valt niks meer te rijmen! Alles is precies gebeurd volgens de spelregels. Hier aan de overkant weten we exact wat we aan mekaar hebben. Ze wist drommels goed wat ze moest doen toen ik haar op de knieën dwong. 'k Heb haar alleen een handje geholpen om die stap ook echt te zetten. En wat de rest van de bende betreft: die zullen zich wel twee keer bedenken voor ze terug de spot met haar drijven. Ik ken er niet veel die hetzelfde zouden gedaan hebben in haar plaats! Na vanavond heeft ze het respect afgedwongen van heel de groep... tenminste, als jij samen met haar en met mij straks het café terug binnenstapt en hen recht in de ogen kunt kijken." 

Tja, zó kon je het natuurlijk óók bekijken... 
"Jeetje, 'k heb moeite om je daarin te volgen hoor... Je doet het haast voorkomen alsof ze met haar gat in de boter is gevallen."
Ik begon me af te vragen wat Saartje nog zoal in petto had. Er gaapte blijkbaar een enorme kloof tussen haar wereld en de mijne. 

Ze zag m'n verwarring. 
"Kom, 'k zal je haar nog even afspoelen en dan gaan we samen naar José. En voor het geval Bram wakker wordt: achteraan het huis kan hij makkelijk door een hekje klauteren en belandt zo in een steegje. Hij kent de weg." 

 
 (Wordt vervolgd) 
 
 
 
Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.

Hits: 160

(De gemiddelde waardering is 4 door 1 stem(-men)

Reacties   

# Een knap stukGuido Aerts 23-11-2019 00:38
magisch realistische literatuur,Hans . Respect!
# RE: Een knap stukHans Van Battel 23-11-2019 10:11
Dat is fijn om te horen! Bedankt Guido!

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Taalmisbruik

Geschreven door Connie van Vuuren. Geplaatst in 55 woordenverhaal.
Woorden vormen zinnen. Snel en kunstig aan elkaar gesmeed, zomaar bij elkaar verzonnen. Vanuit gebabbel en gekeuvel laaien soms discussies op. De mensen die het beter weten...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

I truly wish he killed me

24, apr, 2020 H.o.p.e. Schrijft

Stink ik soms?

09, apr, 2020 Han Maas

FEEDBACK

Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!
 
-
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!