Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 650

M'n eerste liefje (XII)

Er werd zachtjes op de achterdeur geklopt. Hans knipte vlug het licht uit en opende de deur. Een kleine gestalte stapte geruisloos naar binnen. Hans sloot de deur achter z'n rug en knipte het licht terug aan. Ietwat verbaasd constateerde ik dat ik helemaal niet onder de indruk was: op één of andere manier kwam deze absurde situatie me heel aannemelijk over. Ik zou er geen enkele moeite mee hebben als straks dit pas binnengekomen heerschap zou uitroepen ‘Duiken tot periscoopdiepte!’. 

Het bleek dus de dokter te zijn. Althans, dat moest ik maar voor waar aannemen, ik kon toch moeilijk om z'n diploma vragen... Hopelijk was het geen veearts. Hij had in elk geval iets dokterigs over zich: kort baardje, bril, gestudeerd uiterlijk en dokterstasje in de aanslag. Hij keek me even vriendelijk aan en deed keurig datgene wat dokters plegen te doen: stethoscoopje, bloeddrukmetertje, staaflampje, hamertje, houten ijslollystokje, zeg eens 'A', palperende klopjes, last van buikloop? Verstopping? Pijnlijk plassen? 

Uiteindelijk leek hij tevreden en ging z'n handen wassen... 

Was hij bloed-blind of zoiets? 

"Eh, dokter, kan je misschien ook even naar m'n hoofd kijken? Ik denk, eh, dat er een gat in zit, zie je."

Hij draaide zich om met z'n natte handen allebei de lucht in, keek me beminnelijk vanonder z'n brilletje aan en toverde toen, met een brede glimlach, een reusachtige kromme naald tevoorschijn.
Zat er een scheur in de matras? 

"Eh, dokter, 't is maar een klein gaatje denk ik hoor."

Eén of ander banaal kinderliedje neuriënd stak hij, met het puntje van z'n tong tussen z'n lippen, een soort kartouchkesgaren door het oog van het onding en zette zich in positie aan het hoofdeind van het bed. Ik trachtte me heftig te concentreren op iets anders en begon onbewust het liedje mee te neuriën: 'zij moest klimmen in de mast, maken de zeilen, maken de... ', slikte m'n tong haast in en keek gefascineerd naar de spuit die hij zeer professioneel ondersteboven hield, er enkele kordate tikjes tegen gaf en ze, in de lucht sproeiend alsof het een waterpistooltje was, even uitprobeerde. 

Ik bekeek het helder goedje met argusogen. Hij vertaalde vriendelijk even de bijsluiter voor me. 

''Niks aan de hand hoor," stelde hij me gerust, "het doet helemaal geen pijn", waarop m'n paniekthermometer drastisch de hoogte in werd gejaagd. 

Was hij de kleine lettertjes dan vergeten? 

'Neveneffecten’: draaiingen, misselijkheid, braakneigingen, akoustische hallucinaties, achtervolgingswaanzin..., kortom: de natuurlijke staat waarin ik me de laatste uren bevond. 

Maar ja, dan nóg was hij natuurlijk een uitstekende dokter: het liegen ging hem heel gemakkelijk af. Zou dat inbegrepen zijn in het lessenpakket? Of was het een specialisatie op zich? Waarschijnlijk had hij z'n doktoraatstitel hiermee behaald, alhoewel het natuurlijk ook kon zijn dat hij bijlessen volgde. Of was ik verstrikt geraakt in een misdaadnet van boeven die handelen in organen? Ik had toch niet toevallig om euthanasie gevraagd? Of was ik het proefkonijn van een geniale gek die z'n laatste nieuwe wondermiddel tegen post-natale depressies en snotvallingen op mij ging uittesten? 

De eerwaarde dokter was de beminnelijkheid zelve. 

"Rustig maar, het is een licht kalmerend middeltje." 

God, wat verstond hij z'n vak goed zeg! Wat dacht hij wel van mij? Zag ik er dan zó achterlijk uit? Was er dan niemand die me wou helpen? Ik probeerde wanhopig Hans met smekende blikken duidelijk te maken wat hier eigenlijk aan de hand was, maar die was alweer diep nadenkend aan het ijsberen geslagen. 't Was hier verdomme nog aan toe toch geen dierentuin! Plots had ik het beet: hij was natuurlijk net ontsnapt uit de gevangenis! Gelukkig had ik Brammetje nog. Ik hield hem stevig vast en net voor ik met hem onder het bed wou verdwijnen, maakte het prikje in m'n arm een eind aan de absolute onstuitbare achtervolgingswaanzin, die zich ophoopte in m'n gescalpeerde hoofd.

... De wereld was een sprookje... 

Dat lieve heertje met zijn grappig baardje zei vriendelijke woordjes tegen me. En wat een knus kamertje toch! Brombeertje zat lekker tegen m'n buikje aan te knorren en Hansje was z'n zondagswandelingetje aan het maken. Hi hi... die was zeker nog steeds op zoek naar Grietje... 

"Psst!", siste ik hem zachtjes toe, "psst! Hans! Misschien zit ze onder het bed! Hi hi..."

God, wat zag hij er ineens kostelijk idioot uit! Ik schaterde het uit. Wat een kolderiek ventje! Hij hield me waarempel bij m'n armen vast. Hij kwam me zeker nog kietelen ook! Ik kwam haast niet meer bij van het lachen. De tranen rolden over m'n wangen. Allemaal samen rollebolden we over het bed: ik met m’n knuffelbrammetje, en Hans en het grappig meneertje. 

"Hi hi hi", ik snakte naar adem, “jij bent hem! Hi hi…"
God, wat heerlijk om samen nog eens tikkertje te spelen op het bed! 

En daar zwaaide de deur open en zag ik haar in de deuropening staan. 

"Saartje? Wat leuk zeg, doe je mee?"

Ik stak opgetogen m'n armen naar haar uit, maar griste Bram nog net op tijd bij z'n kraagje voor hij van het bed af gleed. Het volgend moment lag Saartje languit bovenop me, 'face to face'. Wat vreemd... ik kon me geen vin meer verroeren. Het was of ze me lekker knus in een blok beton ingeduffeld had. Verrukt keek ik haar in de ogen. 

"Eh, is het wel het gepaste moment, Saartje?", waarbij ik schuin blikte naar Hans die hijgend naast het bed stond. 

Ze keek me verrast aan en schoot in de lach. Jeetje, wat voelde dat lekker aan! Van de weeromstuit begon ik weer te giechelen en wipten we op het bed samen op en neer. Maar toen ze me plots een zoen gaf, begon ik het toch wel een tikkeltje gênant te vinden. Haar donkere ogen straalden me aan. Ze beheerste zich en keek me recht in de ogen. 

"Sam, stil nu!", zei ze me nadrukkelijk, "de dokter gaat je naai...", slikte het laatste woord geschrokken in en gilde het toen uit van de pret. 

O ja, de dokter... die stond verfomfaaid met een hoogrood gezicht aan de kraag van z'n hemd te friemelen, met in z'n ene hand nog steeds die scheef geslagen naald. Hoe langer ik er naar keek, hoe meer het ding de proporties kreeg van een Turks zwaard. 

Verlamd keek ik Saartje hulpeloos aan. Zij verplaatste zich een beetje en greep m'n hand. 

"Ik weet het Sam, het zal wat pijn doen. Knijp maar hard in m'n hand, ik blijf bij je." 

Ik haaIde diep adem en leverde me volledig aan haar over. Met elke steek van de naald kneep ik haar hand tot moes, maar hield m'n kiezen stijf op elkaar. Heel strak bleef ik haar in de ogen kijken en kreeg 'full-contact' met die ander kant van haar: een ijzersterke en onverzettelijke minachting voor die muur van alles overheersende pijn en angst, en waar ik nu los doorheen keek in een wereld waar je bergen kon verzetten. 

Het was een hartverwarmend en bevrijdend gevoel. Langzaamaan losten we mekaars greep. De versteende blik waarmee ik haar opeiste, ruimde plaats voor een glimlach. Een glimlach met dezelfde kracht en vertrouwen die Saartje's oma me had toegespeeld in m'n droom, dezelfde lach die zij trots uitstraalde op de foto boven de koekjestrommel: Saartje's glimlach. 

De tijd stond kristalstil.


(Wordt vervolgd)
 
 
 
 
Dit artikel delen?
Auteur: ©Hans Van Battel
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 267
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "M'n eerste liefje (XII)"

Geschreven door Hans Van Battel . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!