Voor schrijvers, door schrijvers
Poëzie

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 650

M'n eerste liefje (VI)

De frisse ochtendlucht buiten deed me deugd. De wandeling was kort, maar met m'n arm om haar schouders ('om me steun te geven', had ze zélf aangeboden), voelde ik me vederlicht en na een paar straten bulkte ik weer van overmoed: ik was in staat haar te dragen tot in Santiago de Compostella.

Na een eindje sloegen we een straathoek om.
Ik hield haar bruusk tegen, haar schouders strak omklemmend.
Vóór ons lag het pleintje... De ochtendzon zette het bladerdak van de platanen in brand. M'n benen voelden plots slap aan en zwaar steunend op haar, stapte ik behoedzaam in haar Oma's voetsporen, voetje voor voetje, blindelings langs de huizen, voorzichtig over de stoeprand, het zwarte asfalt betastend alsof het dun ijs was, en dan naar het midden van het pleintje waar het klokketorentje van de kapel zwart afstak tegen het verblindende licht van de opkomende zon.
Begeleid door het eerste vroege klokkengelui duwden we de zware deur open. Saartje bleef buiten wachten. Ze keek me na met een traan in haar zinkende ogen. Een helwitte angst dreef me naar de arduinen gedenksteen. Er was een vaas op neergezet met een verse bos tulpen erin.

Tom

7 oktober 1977 – 2 oktober 1981

Heel even, als een motje,

vloog je middenin het licht

Ik zakte door m'n knieën en staarde een eeuwigheid naar het grafschrift. Twee oktober: de dag der beschermengelen, vandaag veertien jaar geleden.

Saartje kwam stil bij me staan en streelde m'n haren. Haar zachte stem zweefde bitterzoet door het kapelletje.
"Zie je... Tom was m'n tweelingbroertje… Het was een verkeersongeluk. We hadden al kadootjes gekocht om onze verjaardag te vieren... M'n oma werd kort daarop gek van verdriet. Ze heeft ons zowat opgevoed, weet je. Ze moest opgenomen worden in een tehuis. Sindsdien zet ik hier elke week een bos bloemen. M'n oma hield van tulpen, maar dat wist je al hé?"
Ze haalde de rozenkrans uit haar tasje en liet de kralen liefdevol voorzichtig tussen haar vingers glijden.
"Ze hebben al haar spullen verkocht toen ze naar het tehuis moest. Alleen dit heb ik weten te redden."

Buiten gekomen betastte zij met tranen in haar ogen de kartonnen scheurtjes in het visitekaartje.
"M'n broertje had net geleerd z'n naam te schrijven."
Ze lachte wat afwezig.
"M'n oma lachte er altijd om: hij schreef de letters altijd gespiegeld. 'Ons Motje is al een hele kerel!', zei ze me dan... God, wat hielden we alle drie van mekaar. Hij was als een beschermengel voor ons: als ik ruzie kreeg met een vriendje, sprong hij altijd voor me in de bres."
Met een verloren blik pinkte ze een traan uit haar ogen. Ze haalde huiverig diep adem.
"Ik hield zoveel van hen, en nu... "

De adem van haar stem verkruimelde in de frisse ochtendlucht. Dodelijk vermoeid zakte haar hoofd stilletjes weg tussen haar schouders. Stil bleef ze blind voor zich uitstaren.
Er vloeide iets wezenlijks weg uit haar ogen, alsof ze van binnenuit verschraalde tot een zielloze lege schelp. Overweldigd door haar wezenloos verdriet, nam ik haar in m'n armen en streelde wat onbeholpen haar ijskoude wangen. Haar gezicht verstarde onder m'n aanrakingen. Langzamerhand voelde ik gans haar lijf stijf en stram verstenen tot een gevoelloze afstandelijke klomp.
Met een ruk, gooide zij haar hoofd in de nek, en keek me strak aan met wijd opengespalkte ogen. Haar blik sloop diep in me rond als een hongerige kat, spiedend op jacht naar een makkelijke prooi. Een ijskoude zucht, als een kille begeerte, lekte uit haar holle mond, trok me weerloos naar binnen en fixeerde me lijmerig aan een klein secreet dat eenzaam lag weg te rotten in een afgestorven vergeten plek van haar ziel... een naamloos nietig krengetje met twee roerloos gapende kinderoogjes, katatonisch ingepopt op een voor eeuwig afgesloten katafalk.

Een kille bries streek rillend langs m'n nekvel. Ik merkte dat ik nog steeds machinaal haar wangen streelde. Onthutst en tot in het diepst van m'n wezen geschokt, trok ik m'n handen met een ruk van haar af. Een spuwende vloek wrong zich een weg naar boven. Met m'n volle kracht gaf ik haar een klap in haar gezicht. Verbijsterd zag ik haar de straat op tuimelen.
Zwaar ademend bleef ze nog even liggen en kroop toen houterig recht. Zonder achterom te kijken, stak ze het pleintje langzaam over, klein en tenger. Het kartonnen kaartje dwarrelde achteloos uit haar losse vingers voor ze doelloos verdween achter de hoek van een zijstraat.

Als gevangen in de droom die ik daarstraks nog had, voelde ik m’n eigen realiteit verder opensplijten tot scherven waarin ik mezelf gefragmenteerd in terugvond. ‘Volkomen kapot, m'n ziel uitgerafeld tot op het bot, zijg ik kokhalzend neer op één van de groene stadsbanken. Vanachter m’n loensende vingers kijk ik als een vreemde toe hoe ik mezelf terug aaneen tracht te rijgen...
Gebeurde dit nu écht? Verwoed probeerde ik me los te rukken uit diezelfde nachtmerrie die me nu als een drenkeling omsloot.

Op de plek waar ik haar tegen de grond had geslagen, lag haar rozenkrans. Wanhopig staarde ik naar de straathoek waar ze was verdwenen, in de absurde hoop haar guitig lachend gezicht weer te zien opduiken.
Met de rozenkrans en het kaartje in de hand holde ik haar achterna, de ene lege straat doorkruisend na de andere, radeloos haar naam schreeuwend, tot m'n stem verstomde in een hees en schor gejank.

De stad werd stilaan wakker.
Bedelaars verdwenen in de zonet geopende metrostations, gevolgd door haastige netjes geklede en pas geschoren mannen, fris ruikende dames, de weg kruisend van de nachtwerkers met hun vermoeide stoppelbaardblik; allemaal beenden ze langs me heen op weg naar hun dagdagelijkse bezigheden. Allen volgden ze een vast omschreven doel.
Versuft en verloren bleef ik staan, midden op het voetpad. Het leek me een vreemd lege wereld. Het was of ik het gewemel rond me vanuit een glazen kooi bekeek. Geen mens merkte me op. Het ticket van je bestemming was je bewijs van identiteit.

Zonder dat had je geen reden van bestaan.


(Wordt vervolgd)

Dit artikel delen?
Auteur: ©Hans Van Battel
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 228
Publicatie op .

Geef een waardering voor: "M'n eerste liefje (VI)"

Geschreven door Hans Van Battel . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!