Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 563
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

M'n eerste liefje (II)

| Hans Van Battel

De straten blonken dof en kleffig van de nog steeds druipende grauwe nattigheid. De grijze lage hemel sloop in een mistgordijn door de stad en vulde gans m'n lijf met een verdovende zompige stilte. Verder dweilend van de ene plas naar de andere, dreef een soort nestinstinct me voort in een doffe slaapwandel richting huis. 

Op een gegeven moment trok een vreemd aanhoudend gejammer kleine scheurtjes door de voze stilte in m'n kop. Ik draaide me om. Aan de overkant van de drukke straat zag ik een dreumes van hooguit een jaar of vijf. Het jongetje stond op de stoep van een huis en reikte naar de veel te hoge bel. 

Even nog leek het me of het ventje een geluidloze playback gaf van het hinderlijk gejammer in m'n oren, maar plots tuimelde heel het stadsgewemel knallend door m'n kop: auto's raasden voorbij, een trambestuurder tingelde verwoed voor een bestelwagen die z'n vracht met veel gedaver stond te lossen, paraplu's scheerden vervaarlijk langs m'n ogen en ergens ver weg hoorde ik een klokketoren monotoon het uur slaan. Alhoewel het ventje duidelijk nog hard stond te schreeuwen en nu furieus met z'n vuistjes tegen de houten deur bonkte, slokte het straatlawaai alle geluiden op. Hoe ik me ook inspande, het was vreemd genoeg onmogelijk om nog iets van z'n krijsend stemmetje te horen. 

De blokkerende bestelwagen vertrok, bussen en vrachtwagens zetten zich grommend in beweging. De jongen leek wat uitgeraasd te zijn en keek vijandig om zich heen. Het klein scharminkel stond, weggedoken voor de regen, haast geplakt tegen de deur van het smalle halfduister portiekje. Z'n gescheurde bruine speelkleren camoufleerden hem tegen de achtergrond van de gebarsten deur. Plots kreeg hij me in de gaten. 

In een intens ogenblik focusten onze blikken elkaar. Ik schrok van de venijnige grijns die als bij toverslag een masker over z'n bolle gezichtje trok. Het ventje straalde iets bijterigs uit, iets gemeen stekelig. Het was of hij uit z'n gebalde vuistjes een intense haat perste, die hij met z'n gifgroene oogjes naar me toe siste. Verstard bleef hij tegen de deur aankleven: een gevaarlijk kameleonachtig trolletje, toevallig betrapt in het holletje waar hij zich onzichtbaar en veilig waande. De drukke straat tussen ons in werd een vertraagde poppenfilm met glazen nepfiguurtjes maar dwars er doorheen boorden onze blikken in elkaar als een stalen gespannen vlecht. 

Het hypnotisch contact werd abrupt afgesneden door een voorbijdenderende tram. Met een schok belandde ik terug in de realiteit en haalde opgelucht diep adem. Ietwat beschaamd bedacht ik dat dit gewoon een bang jongetje was dat z'n huis niet binnen kon. Ik zou hem maar even gaan helpen door op die bel te gaan drukken. Ik was halverwege de straat toen de tram het huis gepasseerd was. Verbouwereerd bleef ik staan: het kind was verdwenen. Voor zover ik de inmiddels donker wordende straat kon afspeuren, was de jongen nergens meer te bekennen. Ach ja, natuurlijk! Waarschijnlijk had z'n mama of papa hem net het huis binnengelaten. 

Ik wou me alweer omkeren, toen me het briefje opviel wat langs de buitenkant tegen het venster van het huis geplakt zat. Het zag er op één of andere manier officieel uit, als een bericht voor de bevolking (waar geen kat ooit naar kijkt). Daarenboven merkte ik nu pas dat het huis er verlaten bij lag: geen gordijnen achter de vuile ramen, reclame die uit de brievenbus puilde, onkruid opschietend vanuit het keldergat... Ik werd allengs door een ongezonde, bijna gluurderachtige nieuwsgierigheid bevangen die me naar de overkant van de straat trok. 

Het vergeelde papier was wel degelijk een officieel document: een deurwaardersexploot, afgestempeld, met fiscale zegels gefrankeerd en bezegeld met een zwierige doortastende handtekening. De datum waarop de boel openbaar zou verkocht worden, was haast niet meer te lezen: 7 ok..ber 19.. 

Door het vuile raam keek ik in een stoffige kale kamer, behangen met een ouderwets tulpenmotiefje. Ondanks het verval had het huis nog iets uitnodigends. Gek genoeg hing er nog een foto aan de muur van een wat oudere dame met een kind op de arm. Vreemd: hun gelaatstrekken kwamen me bekend voor. 

Verder was er geen teken van leven te bespeuren. 

Het was duidelijk: dit pand was compleet verlaten. Peinzend keek ik nog even naar de datum: 7 oktober. Door m’n jarenlange katholieke indoctrinatie kon ik er niet aan ontsnappen: de dag van het OnzeLieveVrouwtje van de Rozenkrans... En de jongen was blijkbaar opgelost in het duister. 

Ik bukte me. Bovenop enkele reclamefolders lag verfrommeld een beduimeld visitekaartje. Het was nog zulk een ouderwets kartonnen dingetje met bruine sierlijke lettertjes. Het adres erop klopte met dat van het huis. Op de achterkant stond in een kinderlijk hanepotengeschrift het woordje ‘MoT’, met daaronder drie kruisjes. Besluiteloos bleef ik nog even rondkijken, in de hoop alsnog z'n bolle gezichtje ergens te zien opduiken.
Vruchteloos...

Ietwat de kluts kwijt, stak ik de straat weer over en dwaalde verder de straten af op zoek naar m'n studentenkot. 

Hoe ik uiteindelijk thuis raakte, kan ik me onmogelijk nog herinneren. Op een gegeven moment zag ik vóór me de afgebladderde zijdeur van de winkel, waarboven ik op de derde verdieping een zolderkamer had gehuurd. Ik was doornat, m'n vingers stonden stijf in kramp van het gesleur met m'n boeken en ik kon amper de sleutel uit m'n doorweekte broekzak friemelen. Daarenboven voelde ik me helemaal gedemoraliseerd en verlangde hevig naar de warme vergetelheid van m'n bed. 



(Wordt vervolgd) 
Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 190

(De gemiddelde waardering is 4 door 1 stem(-men)

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Sociaal onwenselijk

Geschreven door Jorre Vanbaelen. Geplaatst in Kort verhaal.
Gisteren ging ik met mijn mondmasker winkelen in de Delhaize. Ik had geen zin om aan te schuiven bij de selfscan, dus ging ik naar een bemande kassa. De dame achter de kass...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

Stink ik soms?

09, apr, 2020 Han Maas

Een sprankje hoop

07, mei, 2020 Esther Goesinne
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!