Voor schrijvers, door schrijvers
963 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen.
 
KLIK HIER om naar flitsverhalen te gaan.
Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

361 Hits

Publicatie op:
Liefde
 
Het is koud buiten. Ik sta huiverend te wachten bij de bushalte. Van ver zie ik mijn zoon aankomen. Verleden week was hij nog jarig, hij werd vierentwintig, en straks is het 5 december. Daarom gaan we nu met de bus naar Amsterdam. Hij mag kleren uitzoeken in de stad. Hij vond het een goed idee. Ik bekijk hem aandachtig. Zijn ogen staan moe, zijn huid is onrustig, de tanden zijn hier en daar wat verkleurd.
'Doe je je fiets niet op slot?' vraag ik, een blik werpend op zijn rijwiel, een mij onbekend roestig exemplaar met stang.
'Nee, deze heb ik geleend op het station. De mijne was ook gejat.'
'Oh,' zeg ik. Hij wil geen mondkapje op, maar het is verplicht. Half hangt het op zijn bovenlip en zo nu en dan, op mijn aandringen, hijst hij het kapje weer terug over zijn neus.
Ik bekijk hem nogmaals. Wat ik voor hem voel valt moeilijk bondig te omschrijven. Het is een smeltpot van gevoelens. Schuldgevoel, ergernis, ongerustheid, onbegrip, boosheid, wanhoop en tenslotte kwetsbaarheid.
Hij is een zoon, geboren uit een eenzijdige wens, namelijk de mijne, en ik was een veel te jonge, onzekere moeder. Er bestond een verwekker, min of meer zo nu en dan aanwezig, onverschillig en grotendeels ongeïnteresseerd in de verantwoordelijkheden van diens vaderschap.
Geconfronteerd met armoede en beperkingen, groeide deze zoon op te midden van het geruzie van zijn ouders, wanneer zij elkaar wél zagen, depressie en uitzichtloosheid.
Op een bepaalde manier is het mijn schuld dan ook dat hij er nu zo aan toe is.
Met tussenpozen verslaafd, verslagen, alleen, eenzaam, hopeloos.
Hij is zo nu en dan dakloos, beweegt zich met enige regelmaat, als een gladde aal, tussen groepen aan lager wal geraakte lieden. Zij spreken straattaal, daar waar ze ook voornamelijk hun bestaan leiden. Sommigen bezitten een mes of boksbeugel, die zij zonder enige aarzeling inzetten bij confrontaties. Soms breken ze in, omdat ze hongerlijden, en soms omdat ze menen dat ze er recht op hebben. De meesten werken niet, mijn zoon bijvoorbeeld werkt alleen op zaterdag. Hij bezorgt dan Chinees eten.
Honger heeft hij vaak, zo ook nu.
'Eerst eten,' zegt hij, wijzend naar een Domino's zaak. Pizza dus.
Wanneer wordt het de laatste keer dat ik hem zie?
Want ik weet dat de klok tikt, onverbiddelijk, zonder precies te weten hoe laat het is.
'Meneer, heb je een peuk?' roept hij naar een toevallige voorbijganger, een man gehuld in pak en glimmende schoenen. Hij kijkt angstig en versnelt zijn pas.
'Klootzak,' mompelt mijn zoon gefrustreerd, het pizzaservetje verfrommelend. Hij gooit het klakkeloos op de grond zonder te zoeken naar een afvalbak. Ik deponeer het ding in zijn plaats maar waar het hoort.
'Jezus mina,' zegt hij en loopt nu naar drie rokende jongeren.
'Wacht,' breng ik haastig uit.
'Ik koop zo een pakje sigaretten voor je, maar als je weer een vreemd iemand om een sigaret gaat vragen, draai ik me om en ga ik naar huis.'
Hij lacht minzaam.
'Ach joh, in Amsterdam kan dat gewoon. Een peuk vragen,' sputtert hij nog tegen.
We naderen Primark. Een grote zaak, met zes verdiepingen. Je wil er niet dood gevonden worden. Het is er normaal gesproken druk, plakkerig en vol. Maar de mode is er betaalbaar.
Dit keer kun je zonder al te veel oponthoud doorlopen. Mijn zoon kiest een paar broeken, een jas en een shirt uit. Dan blijft hij staan.
'Een badjas,' zegt hij, strelend met zijn hand over de zachte stof.
Het kledingstuk is niet duur.
'Neem maar mee,' zeg ik, goedmoedig knikkend.
Hij kijkt nadenkend naar me.
'Echt?'
'Ja hoor. Doe maar.'
'Wat leuk. Een badjas. Ik heb nog nooit een badjas gehad.' Hij neemt het kledingstuk met hanger van het kledingrek en legt het voorzichtig in ons mandje.
Deze dankbaarheid, de eenvoud van dit gebaar verkleint op dat moment mijn onbegrip voor hem, en vergroot zijn menselijkheid, die ik bijna vergeten was.
De afstand valt opeens wat gemakkelijker te overbruggen en mijn smeltpot van gevoel vereenvoudigt zich naar een beter defineerbare emotie.
De liefde, die ik niet meer durfde toe te laten, uit angst hem te verliezen. De liefde van een imperfecte moeder voor haar haast verloren zoon.
Ik ben blij dat deze nog bestaat.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Liefde"

06.01.21
Feedback schrijfkwaliteit
prachtig Nicole, heel ontroerend! Gr Ingrid
  • Waardering schrijfkwaliteit
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook graag je review voor een van de oudere inzendingen...

  • Dovemansoren (302) Asko De vries robles 16-04-2020

    Steeds vaker bekruipt mij een unheimlich gevoel, alsof mijn schrijfsels aan dovemansoren zijn besteed. Vulsels voor mijn  mannelijk ego, verlengstuk van... “Pfff,heb je hem weer,” zei mijn beste...

    Lees meer: Dovemansoren