Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 652

Annemiek

© Hedwig Meesters op .
[Klik op de profielnaam of -afbeelding voor een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.]

‘Ik ben Annemiek.’ Haar stem klonk vervormd, alsof ze onder water sprak. ‘En ik ga goed voor je zorgen.’
      Thomas opende zijn ogen. Hij lag op een ziekenhuisbed en keek in een wazig gezicht. Het rode haar van de vrouw trok zijn aandacht in de verder witte omgeving waarin hij geen vormen of diepte kon onderscheiden. Op de plaats waar hij Annemieks ogen vermoedde, schemerden twee groene vlekjes, maar die konden ook blauw zijn, dacht hij. De rest van haar hoofd en lichaam was gehuld in nevel. Ze pakte zijn hand. Haar vingers waren koel en rustgevend. Met haar andere hand wreef ze een lok haar van zijn bezwete voorhoofd. Hij gleed weg in een diepe slaap.
     
Hij werd wakker in een oeverloze zee die naar ontsmettingsmiddel rook en waarin warme en koude stromingen elkaar afwisselden. De diepte trok aan zijn benen en hij begon uit alle macht te spartelen om zijn hoofd boven water te houden. Iedere beweging kostte hem moeite. Water gulpte zijn mond in. Hij verslikte zich, hoestte en hapte naar adem. De ene keer zag hij een donkere, peilloze diepte onder zich, dan weer verscheen een smetteloos blauwe lucht boven hem. De energie vloeide weg uit zijn lichaam. Zijn ademhaling verzwakte en hij zonk naar de bodemloze diepte.  
      ‘Thomas.’ Het was de stem van Annemiek. ‘Kom terug.’
      Tevergeefs probeerde hij aan de oppervlakte te komen. Zijn lichaam was afgepeigerd. Hij raakte in paniek. Annemiek dook op hem af. Hij reikte naar de uitgestrekte hand, greep haar vingers en klampte zich eraan vast, als aan een reddingsboei. Met een onvermoede tederheid nam ze hem in haar armen. Zijn verkleumde rug koesterde zich aan de warmte van haar borst en een vreemde kalmte maakte zich van hem meester. Het duurde een paar minuten, tien seconden, een half uur, voordat ze een verlaten strand bereikten waar Annemiek hem in het zand legde. Ze streelde zijn gezicht, boog zich over hem heen en omsloot zijn geopende mond met haar lippen. Frisse lucht stroomde zijn longen in, bij iedere teug voelde hij de kracht terugkeren in zijn lichaam. Ze ging rechtop tegenover hem zitten. Zijn blik stelde zich scherp. Met het rode haar, de perfect ovalen vorm van haar gezicht en de troostrijke blik in haar ogen – die groen waren – was ze de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Hij schatte haar van zijn leeftijd, rond de twintig.
      ‘Daar ben je weer,’ zei ze. ‘Dat was even schrikken. Ze hebben de beademing bijgesteld.’
      Hij had geen idee waar ze het over had. Ze kwam overeind en klopte het zand van haar witte uniform. Vervolgens draaide ze zich om en liep naar de zee.  
      ‘Waar ga je naartoe?’ riep hij bijna smekend.
      Ze keerde zich naar hem toe. Achter haar sloegen de golven op het strand. ‘Ik moet terug. Maar je hoeft alleen maar aan me te denken en ik zal bij je zijn.’ Ze blies hem een kushandje toe. Daarna loste ze op in een diffuus licht dat zó fel was, dat hij zijn blik moest afwenden om niet verblind te raken.
      Een onverwacht koude vloedgolf rolde het strand op en overspoelde hem. Het water tilde hem op, smakte hem op zijn rug en trok zich terug. Achter hem klonken zuigende, zoemende geluiden. Een hand streek over zijn wang. ‘Annemiek?’ vroeg hij zo zacht dat hij zichzelf nauwelijks kon verstaan.
 
Een vrouwenstem vervlocht zich met die van een lage en welluidende mannenstem. Ze hadden het over bloedgassen en beademingsfrequenties. De sterkte van het licht nam af. Langzaam opende Thomas zijn ogen en keek om zich heen. Hij was terug in de witte ruimte. Aan het voeteneind van het bed stonden twee personen in een doorzichtig plastic pak. Ze droegen handschoenen, een mondmasker en een veiligheidsbril.
      ‘Welkom terug jongen,' zei een man. 'Je hebt geluk gehad.’ Vanachter de kunststof bril keken zijn ogen Thomas mild aan. ‘Je hebt maar vier dagen aan de beademing gelegen.’  
      ‘Waar is Annemiek?’ Zijn keel voelde rauw en droog.
      De twee keken hem onderzoekend aan. ‘Wie?’ vroeg de man.
      ‘Annemiek.’
      ‘We verstaan je niet. Spaar je energie nog even, je bent pas een paar uur van de beademing af.’
      Thomas maakte met een ongeduldige handbeweging duidelijk dat hij pen en papier wilde. De man trok een lade open van het kastje naast het bed, rommelde erin en kwam met een balpen en een lege envelop tevoorschijn.
      Waar is Annemiek? schreef Thomas. Hij liet het tweetal de vraag zien.
      ‘Annemiek?’ vroeg de vrouw.
      Rood haar, groene ogen.
    ‘Wij hebben geen Annemiek op de afdeling,’ zei de man. ‘En ook niemand met rood haar en groene ogen. Ik denk dat ze in je verbeelding zit, dat zien we vaker bij mensen die in slaap zijn gebracht. Gisteren dacht een man dat er een etappe van de Tour de France door de gangen van het ziekenhuis had geracet en vorige week zei een bejaarde vrouw dat ze met haar moeder had gesproken die al dertig jaar dood is.’
       Ze heeft me gered, schreef Thomas.
      De man en vrouw keken elkaar aan en schudden hun hoofd. ‘Rust maar even,’ zei de vrouw. ‘Er komt zo een arts naar je kijken.’
 
Vandaag mocht hij naar huis. De afgelopen week had hij hoopvol opgekeken wanneer hij voetstappen in de gang hoorde. Bijna onafgebroken zat ze in zijn hoofd en in tegenstelling tot wat ze bij het afscheid had beloofd, was het nooit Annemiek die binnenkwam.  
      Zijn ouders stapten de kamer in. Zijn moeder zei huilend hoe blij ze was dat Thomas weer beter zou worden, zijn vader pakte de tas met wasgoed. Hij hielp Thomas in de rolstoel en duwde hem door de gangen. In de hal hingen ingelijste reclames voor de werving van verplegend personeel. Sommige dateerden van decennia terug, andere waren recent. Thomas liet zijn blik over de rij afbeeldingen glijden. ‘Stop,’ zei hij en wees naar een tekening waarop een jonge vrouw met rood haar en groene ogen hem toelachte. In de ene hand had ze een bloeddrukmeter, de andere lag losjes op haar heup. Ter hoogte van haar hoofd las hij de woorden: Ik ben Annemiek en ik zoek collega’s. Eronder stond een adres en de tekst: reageren vóór 1 juli 1978.
      ‘Mooie tekening hè?’ zei zijn moeder. ‘De middag dat je hier binnen werd gebracht, kon je je ogen er ook niet vanaf houden.’
      Thomas opende zijn mond om iets te zeggen. Hij keek naar Annemiek, afgebeeld in kleurpotlood, en zweeg.

Dit artikel delen?
Waardering voor je inzending op Schrijverspunt

Graag je waardering voor : Annemiek

Aantal hits voor dit artikel: 161
 
KLIK OP HET GEWENSTE AANTAL STERREN (1-5)  OM EEN WAARDERING TE GEVEN EN/OF SCHRIJF SVP EEN KORTE REVIEW
5 sterren = zeer de moeite waard, 4 sterren = de moeite waard, 3 sterren = lezenswaardig, etc..
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!
De waardering voor dit artikel:

Gebruikerswaardering: 4 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter inactief
 

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

A Taste of Talent ?

Elke keer, bij een nieuw bezoek aan deze pagina, een ander en actueel leespakket!
Wist je?

Random:

Kierewiet
| Robert Beernink | Poëzie