Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 746

Annemiek

‘Ik ben Annemiek.’ Haar stem klonk vervormd, alsof ze onder water sprak. ‘En ik ga goed voor je zorgen.’
      Thomas opende zijn ogen. Hij lag op een ziekenhuisbed en keek in een wazig gezicht. Het rode haar van de vrouw trok zijn aandacht in de verder witte omgeving waarin hij geen vormen of diepte kon onderscheiden. Op de plaats waar hij Annemieks ogen vermoedde, schemerden twee groene vlekjes, maar die konden ook blauw zijn, dacht hij. De rest van haar hoofd en lichaam was gehuld in nevel. Ze pakte zijn hand. Haar vingers waren koel en rustgevend. Met haar andere hand wreef ze een lok haar van zijn bezwete voorhoofd. Hij gleed weg in een diepe slaap.
     
Hij werd wakker in een oeverloze zee die naar ontsmettingsmiddel rook en waarin warme en koude stromingen elkaar afwisselden. De diepte trok aan zijn benen en hij begon uit alle macht te spartelen om zijn hoofd boven water te houden. Iedere beweging kostte hem moeite. Water gulpte zijn mond in. Hij verslikte zich, hoestte en hapte naar adem. De ene keer zag hij een donkere, peilloze diepte onder zich, dan weer verscheen een smetteloos blauwe lucht boven hem. De energie vloeide weg uit zijn lichaam. Zijn ademhaling verzwakte en hij zonk naar de bodemloze diepte.  
      ‘Thomas.’ Het was de stem van Annemiek. ‘Kom terug.’
      Tevergeefs probeerde hij aan de oppervlakte te komen. Zijn lichaam was afgepeigerd. Hij raakte in paniek. Annemiek dook op hem af. Hij reikte naar de uitgestrekte hand, greep haar vingers en klampte zich eraan vast, als aan een reddingsboei. Met een onvermoede tederheid nam ze hem in haar armen. Zijn verkleumde rug koesterde zich aan de warmte van haar borst en een vreemde kalmte maakte zich van hem meester. Het duurde een paar minuten, tien seconden, een half uur, voordat ze een verlaten strand bereikten waar Annemiek hem in het zand legde. Ze streelde zijn gezicht, boog zich over hem heen en omsloot zijn geopende mond met haar lippen. Frisse lucht stroomde zijn longen in, bij iedere teug voelde hij de kracht terugkeren in zijn lichaam. Ze ging rechtop tegenover hem zitten. Zijn blik stelde zich scherp. Met het rode haar, de perfect ovalen vorm van haar gezicht en de troostrijke blik in haar ogen – die groen waren – was ze de mooiste vrouw die hij ooit had gezien. Hij schatte haar van zijn leeftijd, rond de twintig.
      ‘Daar ben je weer,’ zei ze. ‘Dat was even schrikken. Ze hebben de beademing bijgesteld.’
      Hij had geen idee waar ze het over had. Ze kwam overeind en klopte het zand van haar witte uniform. Vervolgens draaide ze zich om en liep naar de zee.  
      ‘Waar ga je naartoe?’ riep hij bijna smekend.
      Ze keerde zich naar hem toe. Achter haar sloegen de golven op het strand. ‘Ik moet terug. Maar je hoeft alleen maar aan me te denken en ik zal bij je zijn.’ Ze blies hem een kushandje toe. Daarna loste ze op in een diffuus licht dat zó fel was, dat hij zijn blik moest afwenden om niet verblind te raken.
      Een onverwacht koude vloedgolf rolde het strand op en overspoelde hem. Het water tilde hem op, smakte hem op zijn rug en trok zich terug. Achter hem klonken zuigende, zoemende geluiden. Een hand streek over zijn wang. ‘Annemiek?’ vroeg hij zo zacht dat hij zichzelf nauwelijks kon verstaan.
 
Een vrouwenstem vervlocht zich met die van een lage en welluidende mannenstem. Ze hadden het over bloedgassen en beademingsfrequenties. De sterkte van het licht nam af. Langzaam opende Thomas zijn ogen en keek om zich heen. Hij was terug in de witte ruimte. Aan het voeteneind van het bed stonden twee personen in een doorzichtig plastic pak. Ze droegen handschoenen, een mondmasker en een veiligheidsbril.
      ‘Welkom terug jongen,' zei een man. 'Je hebt geluk gehad.’ Vanachter de kunststof bril keken zijn ogen Thomas mild aan. ‘Je hebt maar vier dagen aan de beademing gelegen.’  
      ‘Waar is Annemiek?’ Zijn keel voelde rauw en droog.
      De twee keken hem onderzoekend aan. ‘Wie?’ vroeg de man.
      ‘Annemiek.’
      ‘We verstaan je niet. Spaar je energie nog even, je bent pas een paar uur van de beademing af.’
      Thomas maakte met een ongeduldige handbeweging duidelijk dat hij pen en papier wilde. De man trok een lade open van het kastje naast het bed, rommelde erin en kwam met een balpen en een lege envelop tevoorschijn.
      Waar is Annemiek? schreef Thomas. Hij liet het tweetal de vraag zien.
      ‘Annemiek?’ vroeg de vrouw.
      Rood haar, groene ogen.
    ‘Wij hebben geen Annemiek op de afdeling,’ zei de man. ‘En ook niemand met rood haar en groene ogen. Ik denk dat ze in je verbeelding zit, dat zien we vaker bij mensen die in slaap zijn gebracht. Gisteren dacht een man dat er een etappe van de Tour de France door de gangen van het ziekenhuis had geracet en vorige week zei een bejaarde vrouw dat ze met haar moeder had gesproken die al dertig jaar dood is.’
       Ze heeft me gered, schreef Thomas.
      De man en vrouw keken elkaar aan en schudden hun hoofd. ‘Rust maar even,’ zei de vrouw. ‘Er komt zo een arts naar je kijken.’
 
Vandaag mocht hij naar huis. De afgelopen week had hij hoopvol opgekeken wanneer hij voetstappen in de gang hoorde. Bijna onafgebroken zat ze in zijn hoofd en in tegenstelling tot wat ze bij het afscheid had beloofd, was het nooit Annemiek die binnenkwam.  
      Zijn ouders stapten de kamer in. Zijn moeder zei huilend hoe blij ze was dat Thomas weer beter zou worden, zijn vader pakte de tas met wasgoed. Hij hielp Thomas in de rolstoel en duwde hem door de gangen. In de hal hingen ingelijste reclames voor de werving van verplegend personeel. Sommige dateerden van decennia terug, andere waren recent. Thomas liet zijn blik over de rij afbeeldingen glijden. ‘Stop,’ zei hij en wees naar een tekening waarop een jonge vrouw met rood haar en groene ogen hem toelachte. In de ene hand had ze een bloeddrukmeter, de andere lag losjes op haar heup. Ter hoogte van haar hoofd las hij de woorden: Ik ben Annemiek en ik zoek collega’s. Eronder stond een adres en de tekst: reageren vóór 1 juli 1978.
      ‘Mooie tekening hè?’ zei zijn moeder. ‘De middag dat je hier binnen werd gebracht, kon je je ogen er ook niet vanaf houden.’
      Thomas opende zijn mond om iets te zeggen. Hij keek naar Annemiek, afgebeeld in kleurpotlood, en zweeg.

Dit artikel delen?
Auteur van dit artikel:
© Hedwig Meesters
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 275
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Annemiek"

Geschreven door Hedwig Meesters . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
27.07.20
Feedback:
Hoi Hedwig,

Dat er een bepaalde mystiek in jouw verhaal zit en een hoop onbeantwoorde vragen, vind ik nou juist een pluspunt aan je verhaal. In dit geval vind ik het niet frustrerend dat ik als lezer nog met vragen zit. Soms mag de lezer de vragen best zelf met zijn fantasie invullen. Zo ook in dit verhaal.
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    80%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Jaap Slingerland 27.07.20
    Zelf ben ik ook groot fan van mystiek, vragen en bij uitstek van auteurs die niet alles invullen voor de lezer. Geen fan ben ik van gaatjes in de plot en zwaktes in de clou. Die twee categorieën 'vragen' worden vaak verward.
27.07.20
Feedback:
Beste Hedwig,

Leuk verhaal, bedankt! Het loopt vlot, leest lekker en is duidelijk met aandacht geschreven en opgebouwd. Toch 3 sterren, want wel bleef ik achter met wat vragen over de plot en het einde. Hieronder probeer ik wat specifieker mijn leeservaring te beschrijven, min of meer zodat je er iets aan hebt.

Toen ik 'Annemiek' begon te lezen, voelde ik eenzelfde verwarring als de ontwakende, en weer slapende, Thomas. Is het een reisverhaal (tropisch eiland)? Een liefdesplot? Science fiction (bij het eerste medisch jargon)? Dat is het leuke van fictie: je zit helemaal in een personage, en hier gebeurt dat. De openingszin in de directe rede maakt haar aanwezigheid bovendien heel reëel en door alle zintuiglijke details kom je dicht bij de hoofdpersoon. De onderwatermetafoor doet zijn werk dus vol overtuiging. Mooi geloofwaardig detail ook, dat een jongen van twintig terugkomt voor een 'Annemiek' – in welke hoedanigheid dan ook, desnoods kleurpotlood uit de seventies (en niet voor een soort vaag licht aan het eind van een tunnel). In de dialogen zijn de rollen goed herkenbaar: vooral die van Annemiek en die van de doortastende verpleegkundigen. Heel grappig absurdistisch detail is dat peloton door de ziekenhuisgangen. Kundig gedaan.

Soms vind ik woorden minder goed passen: '[..] een lage en welluidende mannenstem [...]' (eerste zin van derde alinea) lijkt een kwalificatie door de verteller en onderbreekt de identificatie van de lezer met Thomas. Zoiets had ik ook bij 'onvermoede tederheid' (begin alinea twee): een wat zoetig, niet per se nodig bijvoeglijk naamwoord.

Bij het jaartal '1978' in de slotzinnen vroeg ik me af wanneer het verhaal zich afspeelt. Maar vooral de kleurpotlood-wending aan het eind was me niet zo duidelijk: moet ik denken aan een kindertekening voor een kleurwedstrijd (ook gezien de genoemde deadline)? Het doel van de kleurplaat is, denk ik, om Thomas' fantasie ultiem te ontkrachten, maar voor een apotheose komt het nieuwe (kleurplaat-)motief in mijn ogen te onverwacht en komt het niet voort uit het verhaal zelf. Heel even dacht ik bijvoorbeeld ook: is het een kleurplaat van hemzelf? Ligt hij dan al zo lang in coma? Nee, hij heeft vier dagen 'geslapen.'

Ten slotte vroeg ik me af of de sfeer goed past bij de inhoud van het verhaal. Vermoedelijk is Thomas een atypisch jonge coronapatiënt (gezien de beademing). Toch is de toon van het verhaal vrij luchtig. Dat past goed bij het 'liefdesverhaal' en minder goed bij een bijnadoodervaring (waar Annemiek hem van redde). De kleurplaatclou vind ik zelf iets te 'grappig' voor zo'n medische plotverwikkeling (want die is te sterk aanwezig om puur als stoffering te dienen).

Groet!
  • Lezenswaardig:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Nu te koop...