SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan!
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Kyrië

Publicatie: 29.07.2021 | Heidi van Creij
De legende
 
Vorig jaar rond deze tijd, hoorde ik er voor het eerst van.
Ik maakte een voetreis naar Limburg en kwam door een gemoedelijk boerendorp.
De barre weersomstandigheden deden mijn reis vertragen.
Het had die maand dag na dag geregend.
De binnenwegen waren enkeldiep bedekt met modder, de beekjes gezwollen rivieren
en het landschap was in de greep van een kille vochtigheid.
Maar de mensen in dit boeren gehucht waren gastvrij en goedgezind.
De Brabanders stonden er bekend om. Ook in de behaaglijke herberg op het dorpsplein,
waar ik de nacht doorbracht, was de sfeer ongedwongen en goedmoedig.
 
Tijdens de avondmaaltijd kwam er een man met een Drentsche Patrijshond binnen.
Hij droeg een jachtgeweer op zijn rug en er bungelden twee hazen aan zijn broekband.
De opvallende leren lap over zijn rechteroog maakte hem vermoedelijk boosaardiger
dan dat hij werkelijk was. Hij bestelde een kroes bier en kwam schuin tegenover mij zitten,
me onafgebroken aanstarend. ‘Op doorreis?’ vroeg hij opeens. Ik schrok.
‘Naar Limburg, familiebezoek,’ was mijn antwoord.
De jager knikte. ‘Waar komde gij vandaan?’ was zijn volgende vraag.
’Molenschot, vijf uren met de voet.’
‘Ik ken het gehucht,’ ons moeder heeft er een zus wonen.’
Hij dronk zijn kroes leeg, gooide een haas op tafel en ging ervandoor.
Ik richtte me tot de waard. ‘Wat is er met zijn oog gebeurd?’
‘Een akkefietje met een aardmenneke.’
‘Aardmenneke?’ hij zag aan mijn blik dat die mij niet bekend waren.
‘Die kabouterkes uit de Duvelsberg bij Bergeijk en hier in de Kaboutermannekesberg.
Twee jaar geleden jaagde hij hier in de hei. Hij zag er opeens eentje wegschieten
onder een boomwortel. Hij er achteraan, om te kijken waar het naartoe ging.
En toen gebeurde het.’ Hij staarde gedachteloos voor zich uit.
‘Gebeurde er wat?’ vroeg ik met enige argwaan.
‘Het aardmenneke blies in zijn oog. Hij kermde het uit van de pijn.
Pas thuis haalde hij de zakdoek van zijn oog af. Het oog was spierwit. Hartstikke blind.’
‘Dat klinkt beroerd zeg,’ zei ik maar.
‘Je moet ze niet bespieden, daar hebben ze een hekel aan.’
Er kwamen kostgangers binnen. Ik zocht mijn bedstee op.
 
Net voordat ik de volgende ochtend naar buiten stapte,
hoorde ik een jammerlijk geklaag. ’Hij is dood, och, och hij is dood!’
Verderop stond een boerin met betraande ogen en een zakdoek onder haar neus.
Zij stond daar niet lang alleen. Binnen een mum van tijd kwamen er een handjevol
meelevenden uit de nabijgelegen hoeven aangesneld om te zien wat er gaande was.
‘Wee o wee, wie dit op zijn geweten heeft!’ Het leed laaide alsmaar hoger op.
 
Eentje wist er al meer van: ‘Een boer uit Hoog Kasteren was van de week tegen een boom
aan het uitrusten. Plots kreeg hij een goedbedoelde pannenkoek van een aardmenneke toegestopt.
Het kabouterke verzocht hem daarna om tegen Arie te vertellen dat Kyrië dood is.
Maar de boer kende geen Arie. Toen hij zijn huis binnenstapte riep hij zoals beloofd:
‘Arie, Kabouter Kyrië is dood!’ Direct kwam er een stemmetje onder de tafel uit wat weeklagend riep:
‘Och, Och is Kyrië dood? Dan moet ik vertrekken!’ ‘En weg was zijn kabouter.’
En zo had ieder een gelijk klinkend verhaal.
 
In de Kempen ging het droeve nieuwtje als een lopend vuurtje.
Ik was nieuwsgierig geworden en besloot om nog wat langer te blijven en meer te horen over deze wonderlijke aardmennekes.
Al snel kwam ik te weten dat deze kabouters ijverige baasjes zijn, van zo’n anderhalve voet hoog.
Hier in de Kempen krioelde het ervan. Tussen Vessem en Hoogeloon lag een oude grafheuvel waar zich een stam had gevestigd.
Met veel plezier hielpen de noeste werkertjes de boerenpopulatie van deze barre zandstreek.
In de nabij gelegen hoeven deden ze 's nachts het werk.
Wilde iemand hen echter door het sleutelgat begluren, dan hoorde hij de bedreiging,
dat hem de ogen werden uitgestoken.
 
Van hoog tot laag, iedereen had er weleens mee te maken.
Men werd beloond, bestraft, geholpen of geplaagd.
Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. En dat was het ook.
 
Ik liep de jager tegemoet.
‘Goeiendag vreemdeling. Nog altijd in de buurt?’
‘Heb jij het mistroostige nieuws nog niet gehoord?’ vroeg ik.
De jager haalde onverschillig zijn schouders op.’Van dat aardmenneke zeker.’
‘Kabouter Kyrië blijkt omgekomen te zijn,’ informeerde ik de man.
‘Dan had ie mijn oog er maar niet uit moeten steken, ik heb hem omver geknald.’
Zijn stem klonk bitter en zijn lippen vertrokken in een sarcastische grimas.
Ik opende mijn mond en deed hem weer dicht. Sprakeloos keek ik hem aan.
‘Goeiendag vreemdeling’. Hij floot zijn hond en verdween tussen vlakten en bossen.
 
Wat bleek? De jager was op de hei bij Riethoven, niet ver van de Duivelsberg, op jacht.
In de verte bewoog een aardmanneke. De jager, nog altijd wraakzuchtig om het incident met zijn rechteroog,
richtte zijn geweer op het nietsvermoedende ventje, hij vuurde en het werd dodelijk getroffen.
Bij ongelukkige toeval bleek het de kabouterleider te zijn.
Het had nog net kracht genoeg om zich naar de Duivelsberg te slepen en in een van de holen te verdwijnen.
Daar blies hij zijn laatste adem uit.
De jager naderde nieuwsgierig de Duivelsberg en hij hoorde enige aardmannekes mistroostend roepen: ‘Kyrië is dood!’
Van een afstandje zag hij ze, een voor een, de berg verlaten.
 
Door de euveldaad van een enkel mens, moest heel de gemeenschap boeten.
Want sindsdien zijn de kabouters verdwenen en moeten de mensen al hun werk zelf doen.
Na Kyrië’s dood had het kleine volk genoeg van de mensheid.
De kereltjes verlieten het Kempenland voorgoed, want niemand heeft ze ooit nog gehoord of gezien.
 
Ik zette dezelfde dag mijn tocht richting het zuiden voort en nam mezelf voor
de bijzondere vertelsels over de kempenkabouters voor de aankomende generaties te behouden.
Deswege heb ik dit verhaal op papier gezet, zodat ze nooit in het Rijk der Vergetenen zullen belanden.

WAARDERING

HITS:

726

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Commentaar en/of waardering voor dit artikel:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een waardering geven voor dit artikel! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs.
12.09.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Mooi!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
28.08.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Prachtig verhaal!
Show more
1 van de 1 lezers vond deze review nuttig
27.08.21
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
27.08.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Prachtig verwoord, deze mythe uit Brabant.
Show more
1 van de 1 lezers vond deze review nuttig
Naar boven

Ook meedoen aan een schrijfactiviteit? Meedoen is gratis. We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door eerst in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.