Voor schrijvers, door schrijvers
963 inzendingen in deze rubriek

Ook jouw tekstbijdrage is welkom en meedoen is gratis.

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen.
 
KLIK HIER om naar flitsverhalen te gaan.
Klik hier
Eerst inloggen of (gratis) aanmelden s.v.p. om je artikel in te zenden.
(klik op de button om in te loggen of je aan te melden)

189 Hits

Publicatie op:
Klein
De grote dag: voor het eerst naar de kleuterschool. In het zitje bij mama achterop gaat Anne eindelijk zien wat haar zus al twee jaar doet.
De kinderen spelen buiten. Haar zus komt aanrennen. ‘Hallo’, zegt Lotte en geeft haar een kus. Ze blijft wat talmen, maar mama zegt: ‘Ga maar lekker spelen, wij gaan even naar binnen.’
In het lokaal ziet ze tafeltjes, stoeltjes, bankjes. Speelgoed ligt in hoeken. ‘Gaat u maar, hoor’, zegt een mevrouw tegen mama. ‘Dag hoor’, zegt mama, ‘als je voor dat raam gaat staan, kunnen we nog even zwaaien.’ Weg is ze. Nu is ze met de vreemde mevrouw. ‘De pauze is bijna afgelopen. Dan gaan we beginnen. Ga maar alvast zitten.’
Lotte heeft verteld dat je een hoek mag kiezen om in te spelen. Soms ga je knutselen. Lotte kiest vaak de poppenhoek. Dat gaat zij vandaag ook doen.
De bel gaat. Als iedereen zit, vraagt juf: ‘Wie wil er in de blokkenhoek?’ Vingers gaan omhoog. Juf wijst vier kinderen aan. ‘De poppenhoek?’ Anne steekt haar vinger op, maar juf kiest haar niet. Ook in het keukentje mag ze niet spelen. Uiteindelijk zegt juf dat er nog plaats is in de autohoek. Met drie jongens zit ze daar. De jongens beginnen druk te broemmen en sturen met hun hand de autootjes. Anne heeft er geen zin in. Aarzelend pakt ze een autootje en kijkt naar de kleine deurtjes. ‘Neehee!’ Eén van de jongetjes rukt de auto uit haar handen. ‘Die heb ik nodig. Jij mag deze.’ Ze hoopt dat ze gauw in een andere hoek mag.
Enkele weken later weet Anne dat ze van juf niet in de poppenhoek mag spelen en dat de kinderen haar niet zien staan. Ze doet haar best, maar ze wordt niet te spelen gevraagd. Karien deelt uitnodigingen uit. Als ze Anne ziet, zegt ze: ‘Jij mag niet op mijn feestje komen.’
Anne’s arm wordt ruw gepakt. Ze kijkt in de boze, koude vissenogen van juf, die met haar hand haar gezicht omvat en er hard in knijpt. Tranen springen in haar ogen, maar ze probeert niet te huilen. ‘Huh!’ schreeuwt juf, ‘Huh! Geef antwoord als ik je wat vraag!’ Anne durft niet te zeggen dat ze het niet gehoord heeft en knikt ‘ja’. ‘Met twee woorden spreken!’, schreeuwt juf nog harder. ‘Ga maar in de hoek staan.’ Juf knijpt haar vaak in haar gezicht en is steeds boos op haar. Ze houdt zich zo stil mogelijk op school, als juf haar niet ziet, vergeet ze haar misschien.
Lotte heeft een andere juffrouw. Een heel aardige, zegt ze. Lotte weet hoe het komt dat Anne’s juf zo tegen haar doet. ‘Dat komt omdat Frank bij haar in de klas heeft gezeten.’ Frank is hun grote broer. Mama zegt dat Frank ‘moeilijk’ is en dat hij van kleuterscholen is afgetrapt. Kinderen uit de straat vragen soms: ‘Is jouw broer ongelukkig?’ De eerste keer dat haar dat gevraagd werd, vond ze dat gek. Hij was juist langs gelopen en ze keek naar hem. Ze zag dat hij met een kromme rug liep en zijn hoofd gebogen. Altijd alleen. Ja, het zou best kunnen. Het werd haar nieuwe waarheid: haar broer was ongelukkig.
Hij was een flink stuk ouder, maar leerde haar dammen en schaken. Dat vond ze leuk. Alleen merkte ze dat de kinderen op haar kleuterschool dat meestal nog niet konden. En ook Lotte had geen interesse. Dus damde en schaakte ze met hem. Soms trakteerde hij haar op een zakje patat bij de snackbar. Stiekem. Van zakgeld mochten ze geen ongezonde dingen kopen. Anne was gek op patat, ze genoot van deze momenten met haar broer. Maar soms sloot hij haar op in zijn kamer en deed dingen met haar die ze niet fijn vond. Ze mocht er niet over praten, had hij gezegd. Ook plaagde hij haar geregeld en zei, als ze steeds bozer werd: ‘Sla me dan’. Dan beukte ze met haar vuist op zijn arm. Hij moest steeds harder lachen, zei dat hij er niks van voelde. Maar als ze dan doorging, kreeg hij ineens een enge blik in zijn ogen. Voor ze het wist, had ze een paar harde klappen om haar hoofd gekregen. Zag ze sterretjes. Meestal moest ze huilen. ‘Hè’, had mama die laatste keer gezegd. ‘Je wéét toch hoe hij is! Wees de wijste.’
In de pauze mogen de kinderen aan het fonteintje water drinken. Er zijn twee kraantjes bij de gootsteen en voor de gootsteen hangen gordijntjes. Erachter, weet Anne, staan vazen.
De kinderen dringen bij de kraantjes. Iedereen duwt en trekt om zo snel mogelijk aan de beurt te komen. Anne staat midden in de groep. Juf is het lokaal uit. Ze heeft haar door het gangetje zien verdwijnen en voelt opluchting. Als Anne eindelijk aan de beurt is, krijgt ze een duw tegen haar been. Haar knie knikt naar voren. ‘Rinkeldekinkel’, hoor ze achter het gordijntje. Ze schrikt enorm. Zonder te drinken wurmt ze zich door de massa naar achteren, wèg bij het kraantje. Daar komt juf al, boze ogen, haar mond een streep, door het gangetje aanbenen. Anne staat gelukkig weer in het midden. Ze waant zich veilig, maar wordt dan hardhandig uit de groep getrokken. Juf legt haar plat op tafel, slaat hard op haar billen. Haar broek wordt warm en nat. Verschrikkelijk, mama wordt vast boos. Ze snapt niet hoe juf weet dat zij de vaas gebroken heeft, ze is bang voor haar woede en beschaamd door de plas. Ze moet wel erg stout zijn. ‘Ga zitten!’ snauwt juf. Aarzelend gaat ze op de hoek van het bankje zitten, haar benen wijd, zodat ze de natte broek minder voelt. Ineens geeft juf een trap tegen haar been. ‘Zo zit een meisje niet’, blaft ze. Gedwee doet ze haar benen tegen elkaar. Haar maag krampt als ze eraan denkt wat ze mama moet zeggen.
Tijd om naar huis te gaan. Bedrukt loopt ze naar buiten. Lotte gaat uit spelen. Als ze haar oudste zus Margje ziet, komen de tranen. Met horten en stoten vertelt ze haar verhaal. ‘Oh’, zegt Margje, ‘dat geeft toch niet? Ik verschoon je direct wel even. Mama hoeft het niet te weten.’ Opgelucht wandelt ze aan de hand van Margje naar huis.

Feedback voor schrijfactiviteiten

Review voor: "Klein"

23.11.20
Feedback schrijfkwaliteit
Wat een intriest verhaal Elka, ik hoop dat je het niet uit eigen ervaring hebt hoeven schrijven. Heel knap beschreven!
  • Waardering schrijfkwaliteit
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig

Ook graag je review voor een van de oudere inzendingen...

  • Dovemansoren (302) Asko De vries robles 16-04-2020

    Steeds vaker bekruipt mij een unheimlich gevoel, alsof mijn schrijfsels aan dovemansoren zijn besteed. Vulsels voor mijn  mannelijk ego, verlengstuk van... “Pfff,heb je hem weer,” zei mijn beste...

    Lees meer: Dovemansoren