Klassituatie

Tik.
Het trage tikken van een balpen op de tafel klinkt Sander als een tijdbom in de oren.
‘De kracht,’ begint hij.
Sander voelt het bloed naar zijn wangen gaan, stuntelt, de woorden beloven hem de wereld. Als hij ze tenminste allemaal achter elkaar uitgesproken krijgt.
Om hem heen klinkt gedempt gelach. Stoelen schuiven lawaaierig achteruit ter voorbereiding van wat komen gaat. Het geluid doet hem ineenkrimpen.
Tik.
Lowie gooit een papierprop naar Victor, die deze handig weet te ontwijken. Eliza kijkt Sander somber aan, slaakt een zucht en probeert de aandacht van Victor te trekken door met haar vingers zachtjes op haar décolleté te tokkelen. Lowie gaapt haar aan. Victor volgt zijn blik, maar kijkt mogelijk geïnteresseerder naar Raf, de nieuwe leerling die naast haar zit.
Tik.
Achter de dikke brilglazen van de leerkracht weet Sander het onbuigzame in de ogen.
‘De kracht,’ herhaalt hij en ademt diep in en uit.
Sander weet niet wat hij het ergst vindt, het gegiechel van de meisjes of de tien paar smalende lippen van de jongens.
Komaan, Sander, laat je niet kennen. Hij focust op het whiteboard vooraan, doet inspanning om Driessens, de leerkracht die hij het meest haat, te beschouwen als mist.
Tik.
‘Zit,' vervolgt hij.
‘Zou het dan toch komen?’ hoort hij Lowie fluisteren, wat een lachsalvo oplevert.
Het tikken stopt.
‘Tien bladzijden van je werkboek, Vermeer. En je krijgt een nota in je agenda die ik door je ouders gehandtekend wil zien. De Keersmaeker, verder ja?’ Driessens kijkt op zijn horloge en staart dan met een frons naar buiten. De zon haast zich achter de wolken. Terwijl Lowie met samengeknepen lippen zijn agenda neemt, wordt het tikken hervat.
Tik.
Sander slikt.
‘In het,’ mompelt hij. Het suist in zijn oren.
‘Wat zei je?’ De balpen klinkt vinniger.
‘In het.’ Hij verbaast zich over de snelheid waarmee hij het zegt.
Met een enkele blik stopt Driessens het geroezemoes. De man humt, rolt de pen tussen zijn vingers en tikt verder. ‘En wat dan?’
‘Ge…’
De bel gaat. Handen grabbelen naar de rugzakken. Lowie staat op, zijn zak bungelt aan een schouder.
Tik.
‘Zitten blijven. Allemaal. Vermeer.’
‘Dat meent u toch niet? Ik moet trouwens naar de tandarts.’ Lowie verroert zich niet.
‘Op tien minuten zal het niet aankomen.’
Nooit eerder klonk het gezucht zo unaniem.
Lowie’s ogen spuwen venijn naar Sander. Victor knipoogt naar Raf. Diens blos wordt door Eliza opgemerkt. Ze opent haar mond.
Sander is gefascineerd door de schittering in haar ogen, haar schoonheid en lichaamstaal.
‘heel … ik bedoel, geheel.’ Hij roept het uit.
Iedereen staart hem onthutst aan, Driessens nog het meest. Hij slaat de balpen tegen de tafel aan.
‘De kracht zit in het geheel. Eliza, wil je alsjeblieft met me gaan?’
Eliza’s mond valt open, Victor ontvlucht de klas met Raf achter hem aan en Lowie slaakt een pijnlijke kreet voor hij zijn hand aan zijn kaak houdt. Wat de anderen doen, ontgaat Sander.
De balpen is geknapt, inktdruppels lekken op het blad. En Driessens ziet eruit alsof hij elk moment kan doodvallen.

Gebruikerswaardering: 2 / 5

Ster actiefSter actiefSter inactiefSter inactiefSter inactief