Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 553
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Voor en achter

| Harmen Sneer
SPREEKBEURT!

Mijn kleinzoon, Herman, de zoon van Harmen jr., wilde graag een spreekbeurt voor school houden over het vroegere werk van zijn opa, want opa had eens een verhaal verteld over zijn eerste reizen met een grote zeesleper van Smit Internationale in Rotterdam, waarvan hij danig onder de indruk was geraakt.

“Opa, kunt u misschien een mooi verhaal maken over die sleepboten, dan ga ik dat in mijn klas als spreekbeurt gebruiken.”

“Dat ga ik voor je doen, Herman, en dan mag jij dit scheepsmodel meenemen naar school, maar wel voorzichtig zijn, want het heeft me uren gekost om het in elkaar te zetten.”
“Natuurlijk, opa, en papa gaat me daarbij helpen, hè pap!

De sleepboot van mijn opa

“Voor en achter!!! Voor en achter”, schreeuwde de eerste stuurman van de brug van deze krachtige sleepboot naar beneden, waar op het achterdek de bootsman en zijn matrozen druk doende waren om het achterdek schoon te krijgen en opnieuw in de verf te zetten. Het achterdek was erg vies geworden na de lange sleepreis van de boot die twee maanden had geduurd, waarbij ze een oude tanker naar de sloop hadden gesleept. De sleepkabel was altijd goed in het zwarte vet gezet en dat zag je dan weer terug op het achterdek. En dat moest er nu af.

“Voor en achter!” schreeuwden ze altijd als de meertrossen aan de voorkant en aan de achterkant van het schip losgemaakt moesten worden van de wal en het schip dan ging varen. In de machinekamer, waar mijn opa de baas was, schreeuwde hij dan: “Klaarmaken!” en dan werden de motoren door de machinisten klaargemaakt en gestart. Mijn opa was de hoofdscheepswerktuigkundige, ook wel HWTK genoemd, maar dat zeiden ze alleen op zijn zondags. Aan boord heette dat gewoon : “baas” of liever nog: “meester”. Hij was het die alles wist van de motoren en alle andere machines op het schip. Hij moest ervoor zorgen dat ze in goede conditie waren en steeds klaar waren om gebruikt te worden door de Kapitein, zijn stuurmannen, of door de bootsman met zijn matrozen, die vaak de zware lieren moesten bedienen voor de sleeptros, zo heet de staalkabel waarmee de sleepboot een ander schip moest trekken, een kabel zo dik als mijn bovenarm! En wel één kilometer lang! Ook kleinere lieren hadden ze op het dek staan om ze daarbij te helpen, en ook om de meertrossen vast en los te maken, die dan in een klein ruim onder het achterdek konden worden weggeborgen.

Dat was niet altijd werk zonder gevaar, want door die dikke staalkabels was alles groot en zwaar en de lieren waren heel erg sterk. Kijk, hier achter staan de sleeplieren, net achter “de beting”, die stalen constructie voor de bescherming van die lieren. Aan de beting konden ze ook sleeptrossen vastmaken en daarmee een schip trekken of zo. Die zware sleepkabel liep dan over deze sleepbogen, hier, naar achteren en ging dan over het potdeksel, deze opstaande rand rond het achterdek, dan overboord. Deze sleepkabel kon met gemak een arm of een been van een matroos aftrekken als die te dichtbij de kabel kwam en de kabel ging weg slippen, en dat kon vaak gebeuren, want op de lier stond de enorme kracht van het trekken aan een sleep achter de boot. De sleepkabel vloog dan soms zomaar naar de andere kant van het schip, zo over die bogen heen. Ja, dan moet je natuurlijk niet in de weg staan. Heel gevaarlijk daar op dat achterdek, als er gesleept werd.

Die enorme kracht in de sleepkabel kwam van de twee grote motoren in de machinekamer. Twee grote, zes cilinder motoren stonden er in, die elk een grote schroef aandreven die het water weg maalden en zo het schip zijn trekkracht kon geven. Mijn opa was er altijd trots op dat “zijn” motoren er altijd glimmend schoon bijstonden en altijd klaar waren om gestart te worden. Maar soms moest hij ze helemaal uit elkaar halen om schoon te maken en versleten onderdelen te vervangen. “Overhalen” heet dat dan, dat gebeurde meestal als ze naar een scheepswerf gingen om ook het hele schip schoon te maken en te verven. Mijn opa was dan heel erg druk en had nergens anders tijd voor dan voor zijn motoren, die hij ook wel eens “karren” noemde!
Eigenlijk waren het de twee sterke motoren die het hele schip vormden, want de rest van het schip was gewoon om die motoren heen gebouwd. Kijk, hier zie je de twee schoorstenen, want elke motor heeft zijn eigen uitlaat. Een motor is meer dan drie meter hoog! De doorsnede van één cilinder is ongeveer een halve meter! Kijk, dat is zo groot! Een motor van een auto heeft een motortje met vier cilinders die maar zo groot zijn: ongeveer tien centimeter! Nou, dan snap je wel hoe sterk die motoren in de boot van mijn opa zijn!

De slaapkamers voor de bemanning, hutten noemen ze die, waren daarom klein en gehorig. Ze waren hier in dit witte deel van het schip voor de Kapitein en mijn opa, en nog een paar hogere officieren, de rest van de bemanning zaten daar weer onder, hier, bij deze patrijspoorten in het gele gedeelte van de scheepshuid. Het geluid van de zware machines die in de machinekamer stonden te draaien overheerste eigenlijk alles. Maar dat hoorde erbij, anders was je geen echte zeeman, zoals mijn opa er ééntje was: een hele sterke man die alles wist van zijn machines en altijd precies wist hoe hij iets moest repareren. Zelfs als hij lag te slapen, luisterde hij nóg naar het geluid van zijn motoren en als er ook maar iets mis was, stond hij direct beneden in de machinekamer om te kijken wat er “loos” was.

Misschien was het maar goed dat de hutten klein waren, want zo’n sleepboot kon op de oceaan flink tekeer gaan en dan “kon je op het staande werk lopen”, zei opa dan, en dat betekende dan je dan op de zijkanten van het schip kon lopen, want het schip lag dan helemaal op zijn kant door de hoge golven. En even later natuurlijk weer op de andere kant, zodat je steeds heen en weer werd geslingerd door de gangen. Ook in je bed, “in je kooi” heet dat, moest je dan wel maatregelen nemen om niet uit je bed geslingerd te worden, want de bemanning moest natuurlijk wel slapen. Ze deden dan een extra hoge plank in de zijkant van de kooi zetten, waartegen je dan je knie kon zetten en je achterwerk tegen het schot, zeg maar de muur, aan kon duwen. Dan kon je geen kant meer op en kon je zo slapen. Je zult het wel niet gek vinden dat er veel mensen op hun eerste reis heel erg zeeziek werden, want dat wordt je vast als het schip zo tekeer gaat. Maar ja, na een tijdje ben je er aan gewend en kun je je een echte zeebonk noemen, net als mijn opa, want hij had er helemaal geen last meer van. Echt lekker was het natuurlijk niet als het zo’n slecht weer was, maar dat was eigenlijk een uitzondering. Normaal bewoon het schip wel aardig op en neer, maar daar kon je gauw aan wennen en dan was het alleen nog maar een beetje vermoeiend, want je moet steeds op een ander been gaan staan, hahaha!

Meestal werkte de bemanning acht uur per dag op het schip, als het nodig was langer. De officieren, dus de machinisten en de stuurmannen, deden dat in twee wachten van vier uur per dag. Ze begonnen om middernacht met de “hondenwacht”, die na vier uur overging in de “platvoetwacht” en die ging weer over in de dagwacht waarin ook de kapitein en mijn opa werkten. Na die vier uur gingen ze vaak weer wat slapen, als het druk was geweest, of een kaartje leggen met een paar anderen, of een brief schrijven naar huis, want computers en internet had mijn opa niet aan boord. Er was ook geen televisie om te kijken, dus werd er ook vaak een boek gelezen. Maar de acht uur die je na de wacht vrij was, waren ook weer zo voorbij, en in die tijd moesten ze ook eten en douchen, en ook hun eigen wasje doen. Dus ze waren altijd wel ergens mee bezig.

Maar mijn opa heeft dit schip in elkaar gezet, precies zoals het vroeger in het echt was! Wat een kracht straalt er vanuit, niet??!!?

En zo maakten ze het schip los en de motoren van mijn opa begonnen te bulderen, de grote schroeven begonnen te malen. Het schip voer langzaam uit, naar een volgende sleepreis. Deze keer was er een storm op zee en er was een schip in nood gekomen omdat de motor was uitgevallen, dus moesten ze snel daarheen om het schip vast te maken en naar een veilig gebied te slepen, want anders zou dat schip in nood zo op het strand worden gezet door de wind en de zee. Er was dus grote haast bij, dus:

“Voor en achter!!!”

Op FB dit verhaal mét afbeelding van het schip.

Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.

Hits: 70

(De gemiddelde waardering is 3 door 1 stem(-men)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

Verhalen uit de oude doos!

Geschreven door Anita Vlietman. Geplaatst in Kort verhaal.
‘Krijg nou een wegtrekker, ben jij dat echt gozer, dat is lang geleden.’Willem Jan zit zoals altijd op zijn favoriete plekje aan de bar.Hij herkent de stem en draait zich o...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

Meneer Geurtsen

05, mrt, 2020 Harry Boerkamp

I truly wish he killed me

24, apr, 2020 H.o.p.e. Schrijft

FEEDBACK

Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!
 
-
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!