Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Poëzie
Inzendingen: 897
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."

Kiespijn

Sodemieters, wat doet dat pijn! 
Truus wrijft met haar hand over haar wang, maar de pijn verdwijnt niet. 
Willem, kom eens, ik heb zooo’n pijn’, kermend ligt ze op bed. 
Willem Jan komt mopperend aangelopen. ‘Wat heb je nou weer? 
Truus ligt languit op het bed met haar hoofd onder een kussen. 
‘Zossl ggge esss’, klinkt het onverstaanbaar. 
‘Verstoppen heeft geen zin meer, ik weet hoe je er 's morgens uitziet’, geint Willem-Jan. 
Truus trekt het kussen van haar hoofd en kijkt hem met betraande ogen aan.
‘Oe ah... au... au...’, jammert ze met haar hand op haar wang.
‘Oh, mijn god, wat heb jij nou?’ vraagt hij enigszins beduusd wanneer hij haar opgezwollen wang ziet.
‘Ik heb kiespijn en ga dood’, huilt ze.
Willem Jan kijkt naar het jammerende hoopje ellende in bed en schudt dan zijn hoofd.
‘Nee schatje vandaag geen tuintje op je buik, dus stop met miepen.’
Hij bukt en pakt haar peignoir van de grond. ‘Trek aan, dan pak ik een neut, ken je spoelen.’
Hij draait zich om en wandelt de slaapkamer uit.
Truus trekt snotterend haar peignoir aan en loopt hevig kreunend met haar hand op haar wang Willem Jan achterna.
‘Hier’, Willem Jan leunt tegen het aanrecht en reikt haar een borrelglaasje aan.
‘Ik wil helemaal geen neut’, jammert Truus, ‘het is pas halfnegen in de ochtend.’
Willem Jan haalt zijn schouders op.
‘Dan niet’, en drinkt in één slok het borrelglaasje leeg. ‘Dan wordt het de smoelensmid,’ ginnegapt hij.
Truus kijkt Willem Jan benauwd aan. ‘Ga je met me mee?’ vraagt ze met een piepstemmetje.
‘Zit je me nou te stangen?’ vraagt hij gepikeerd. ‘Laat ik je ooit weleens in de steek? 
Truus kijkt schuldig, schudt haar hoofd en sloft jammerend de keuken uit.

Met zijn helm op zijn hoofd zit Willem Jan op zijn brommer.
Eindelijk komt ze met veel bombarie het huis uitgelopen.
Luid kreunend met haar hand op haar wang kijkt ze stiekum om zich heen of haar gekerm de buren wel opvalt.
Ze weet bijna zeker dat de buurvrouw van nummer 12 voor het raam zit en de straat door het spiegeltje aan het kozijn in de gaten houdt.
Truus kreunt nog luider.
‘Zet die helm op je pan en ga zitten’, Willem Jan is het toneelstukje van zijn vrouw zat.
Hij start zijn brommer, maar die geeft geen sjoege. Hij probeert het nog een keer, weer niet.
Die is kassiewijlen, dat gaat hem niet worden,’ moppert hij. ‘Dan maar met de benenwagen.’
Met betraande ogen kijkt Truus hem aan en trekt een pruillip. ‘Met de auto?’ vraagt ze voorzichtig.
Willem Jan zucht hardop. ‘Nee, niet met de auto, dat kost een godsvermogen aan parkeren, we gaan met de tram.’
Truus knikt en gearmd lopen ze naar de tramhalte.
Bij de tramhalte staat een man te wachten: ‘Sta ik hier goed voor het ziekenhuis?’
‘Nee’, antwoord Willem Jan, ‘dan moet je tussen de rails gaan staan’,

De tram stopt in de van Baerlestraat. Truus stapt snel uit, Willem Jan kijkt bij het uitstappen nog een keer achterom.
‘Klootzak, lelijke bloedzuiger’, roept een vrouw hem woedend na.
‘Moest dat nou?’ vraagt Truus met haar hand op haar wang.
‘Ja’, antwoordt Willem Jan zelfingenomen.
Het mokkel was al bellend de tram in gekomen en tegenover hem gaan zitten.
Haar liefdesbetuigingen aan Freddie was hij na een kwartiertje flink beu. Onopgemerkt was hij naast haar gaan zitten. Met zijn mond vlak bij haar telefoon had hij met zwoele stem zachtjes gefluisterd: ‘Schatje hang nou eens op en kom terug in bed.’
De woorden hadden het gewenste effect gehad. Al was het Freddie die had opgehangen.
Zij had haar lieffie meteen teruggebeld, maar hij had zijn telefoon uitgezet.
De gehele verdere rit had ze hem woedende blikken toegeworpen en bij het uitstappen had ze eindelijk het lef gehad om hem een klootzak en bloedzuiger te noemen.
Hij kon daar wel om lachen, hij was wel voor ergere dingen uitgemaakt.

In de tandartspraktijk is de wachtkamer nagenoeg leeg. De tandartsassistente is druk met niets.
Willem Jan en Truus staan netjes opgesteld achter de rode streep. Ze wachten al een eeuwigheid en Willem Jan begint zijn geduld te verliezen. Truus probeert hem te kalmeren, maar als de tandartsassistente een boterham pakt is ze aan de beurt.
‘Wat moet ik hier doen om geholpen te worden?’ vraagt hij de tandartsassistente met boze stem, ‘op mijn hoofd gaan staan en wachten tot mijn sokken afzakken?’
De tandartsassistente kijkt geschrokken op en vraagt waar ze hem mee van dienst kan zijn.
Willem Jan wijst naar zijn vrouw. 'Ze heeft kiespijn'.
‘En u komt hier op de bonnefooi, zonder afspraak?’ vraagt de tandartsassistente gespannen, ‘dan moet ik even kijken of de tandarts tijd heeft.’ Ze verdwijnt achter een gesloten deur.
Truus die ondertussen was gaan zitten staat gehaast op.
‘Het gaat al beter’ en ze maakt aanstalten om te vertrekken.
De deur gaat open en de tandartsassistente verschijnt in de deuropening.
‘Het is uw geluksdag, de tandarts heeft tijd voor u’, en ze gebaart dat ze binnen mogen komen. Willem Jan pakt Truus bij haar hand en sleept haar bijna mee naar binnen.
‘Goedemorgen’, de tandarts schudt beiden de hand en zegt tegen Truus bij het zien van haar dikke wang: ‘Neemt u maar plaats in de stoel.’
Truus gaat met een lijkbleek vertrokken gezicht zitten.
De tandarts kijkt in haar mond en schudt zijn hoofd. ‘Tja, dat ziet er niet mooi uit, ik moet de kies trekken. Ik zal u een verdoving geven.’
‘Nee’, schreeuwt Truus, ‘niet doen, ik ben bang voor prikken.’
De tandarts denkt even na en zegt. ‘Oké geen naalden, dan gebruiken we lachgas.’
‘Nee’, schreeuwt Truus weer, ‘daar ben ik dagen doodziek van geweest, dat wil ik nooit meer.’
De tandarts staat op en loopt naar de kast. Hij pakt er iets uit.
‘Meneer’, zegt hij tegen Willem Jan, ‘kunt u even naast uw vrouw gaan staan.’
Willem Jan neemt plaats naast Truus. De tandarts geeft hem een glas water en een pilletje.
‘Wat is dat?’ vraagt Truus verbaasd.
‘Viagra’, zegt de tandarts.
‘En wat helpt mij dat tegen de pijn?’ vraagt Truus nu nog verbaasder.
‘Helemaal niets’, zegt de tandarts lachend, ‘maar dan heeft u straks iets om vast te houden als ik uw kies trek.’

Dit artikel delen?

Publicatie op .
Hits: 424

geef een waardering voor: "Kiespijn"

Geschreven door Anita Vlietman . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
07.03.20
Feedback:
Correctie ivm oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    60%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Adrianus Bruynzeel 10.03.20
    Ik heb er van genoten,en kon niet stoppen met lezen, vet complement, Anita, ik ga je volgen!

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Emoticons: ;o = wink:d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !