Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Kerstdiner met een boa
Inzendingen: 1000
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Kerstdiner met een boa
© Han Maas op .
Aantal hits: 204

‘Er wordt gebeld, Sjaan.’

‘Ja, er wordt gebeld, Arie.’

‘Toch niet je ouders?’

‘Ik kan niet door een deur kijken, Arie. Misschien wel jouw moeder. Ik zou maar opendoen als ik jou was.’

‘Waarom ik?’

‘Waarom ik?’

‘Godsamme…’

‘Niet vloeken met kerst, Arie!’

‘Wie bent u?’ vraagt Arie.

Een man in een blauw kunststof jack met logo staat voor de deur. Hoewel het niet regent ziet hij er doorweekt uit. Zijn haar is zo vet dat als de zon had geschenen, je er een ei op kon bakken.

‘Boa,’ zegt hij streng. ‘Hier is mijn legitimatie.’

‘Boa…?’

‘Ik kom het aantal aanwezige personen controleren. Mag ik even binnenkomen?’

‘Laat die man z’n schoenen uitdoen. Ik heb de vloer net gedaan, Arie.’

‘U hoort het, meneer.’

‘Heeft u geen mondkapje voor?’

‘In mijn eigen huis zeker… Zet uw schoenen maar onder de kapstok.

Poeh… tjonge!’

‘Ik heb u gewaarschuwd.’

De man loopt de kamer in. ‘U mag maar drie bezoekers per dag ontvangen,’ zegt hij nors als hij naar de overige vier personen kijkt.

‘Kom nou! Dit zijn onze kinderen. We zijn een gezin, weet u wel.’

‘Ja, dat zeggen ze allemaal, mevrouw. Kinderen boven twaalf jaar tellen gewoon mee als bezoek. Tenzij ze hier wonen, natuurlijk.’

‘Man, het zijn onze kinderen. Tegenwoordig zien kinderen er ouder uit. Dit is onze zoon,’ zegt Arie verontwaardigd. ‘Hij is de oudste en pas elf! Kijk eens naar mijn giechel en dan naar zijn neus. Ziet u het?’

‘Ik heb zelf ook een grote neus, maar we zijn geen familie. U moet niet zo generaliseren. Laat hij zijn identificatie maar zien.’

‘Nee meneer, kinderen onder de veertien hoeven zich niet te identificeren en ouders hoeven niet met bewijzen te komen dat hun kind nog geen dertien is. Tenzij er sprake is van een strafbaar feit.’

‘Juist. Om dat te weten te komen moet ie zich dus identificeren.’

‘Wat niet hoeft omdat ie nog geen veertien is.’

‘Zo kom ik er nooit achter; wie heeft die regels gemaakt zeg…

Wat doen al die bordjes op tafel, verwacht u visite zoals ouders en schoonouders? Dat zijn er vier, dus mag er één niet komen.’

‘Nee, onze ouders komen niet. Sjaans moeder kan niet met mijn moeder opschieten.’

‘Ja hoor, Arie, het zal niet aan mijn moeder liggen...’

‘En mijn vader is overleden,’ zegt Arie ‘dus zijn het er maar drie extra; áls ze zouden komen.’

‘O, gelukkig maar, zegt de man.’ Hij laat zich in een stoel zakken en vraagt of hij even mag gaan zitten. ‘Ik heb het weer,’ zegt hij.

‘Wat?’ vraagt Arie.

De man kijkt van zijn versleten sokken – waar nog net geen knol in zit – naar het plafond, alsof hij daar zijn tekst kan aflezen, zoals bij een autocue. ‘Mijn vrouw had gelijk. Ik sla door. Waarom weet ik niet. Mijn vader sloeg ook altijd door – en dat blijf je voelen.

Niet zo verwonderlijk dat ze verleden jaar de kuierlatten heeft genomen. Maar met een belastinginspecteur… dat begrijp ik dan weer niet, hè.

Ze was het zat. Tot een jaar geleden werkte ik bij de sociale dienst. Ik kwam dan onaangekondigd bij de mensen langs en…’

‘Dat doet u nu toch ook?’ vraagt Arie. ‘Laat de man zijn verhaal afmaken,’ zegt Sjaan.

‘Het eerste wat ik dan deed was kijken hoeveel tandenborstels er in de badkamer aanwezig waren, als iemand beweerde alleen te wonen. Er wórdt wat gefraudeerd, ziet u.’

‘Maar wat heeft uw vrouw hiermee te maken?’ wil Sjaan weten.

‘Ik nam mijn werk mee naar huis. Keek in haar kast of ze weer een nieuwe jurk had gekocht en nog meer van dat soort dingen. Ik mis haar zo… Heeft u een tissuetje?’

‘Wilt u misschien wat drinken?’ vraagt Sjaan – Arie kijkt alsof hij zijn schoonmoeder voor de deur ziet staan.

‘Nou als u een jonge borrel heeft… Ik ben wel toe aan een opkikkertje: wat een dag! Toch houden al die bordjes me bezig…’

‘We eten springbok. De extra bordjes zijn voor de botjes.’

‘Moeilijk te vangen, een springbok. Haha, zeg niet dat ik geen gevoel voor humor heb. Hij ruikt trouwens heerlijk. Dat heb je niet hè, met zo’n magnetronmaaltijd. En dan in je eentje. Muziek, daar houd ik van, maar om nu de hele dag ‘Eenzame Kerst’ van André Hazes te draaien… Of ’s avonds ‘Stille nacht, heilige nacht’. Alle nachten zijn voor mij stil. En een heilige nacht zal die belastinginspecteur nu wel met haar beleven. Dat jullie vier kinderen hebben. Tjonge.’

‘Als je niet van sporten houdt, moet je toch bewegen…’

‘Hè, Arie!’

‘Kom, ik stap maar weer eens op,’ zegt de man bewegingsloos.

Sjaan kijkt Arie aan, die zijn hoofd schudt. ‘Wilt u misschien een hapje mee-eten, meneer? Er is genoeg. Niemand mag met kerst alleen zijn. En met z’n drieën mag toch?’

‘Nou, dat sla ik niet af! Al zou het niet mogen, regels zijn er niet om letterlijk te nemen, maar om te interpreteren.’

‘Heeft het gesmaakt, meneer?’

‘Zegt u maar Bertus hoor, mevrouw Sjaan. “Bertus de boa”. Zo noemen de mensen me. Niet altijd vriendelijk bedoeld, hoewel ik alleen maar orders opvolg.’

‘Dat hebben er in het verleden meer gezegd.’

‘Hè, Arie! Heeft het gesmaakt, Bertus?’

‘Wat heet… Dat beestje springt lekker heen en weer in mijn buik, Sjaan. Wat hebben we het toch goed hè? Samen kan ook in kleinere groepen, dat zie je maar weer. Verbinden, daar gaat het om. En ja, ik lust nog wel een bodempje wijn. Arie toch ook?’

‘Nee dank je, ik ben al een beetje misselijk.’

‘Lust je stoofpeertjes?’ vraagt Sjaan als ze naar de keuken loopt.

‘Ach, nou schiet ik toch vol, dat doet me denken aan mijn oma.’

‘Is je oma al lang dood, Bertus?’

‘O jee, die komt haast alweer terug. Triest einde. Ze stak haar hoofd in de oven.’

‘Och hemel, zelfmoord dus?’

‘Ik neem niet aan dat ze dacht dat het haar droogkap was. Ze mocht dan niet helemaal tof zijn, dement was ze zeker niet. Het is toch het alleen zijn hè.

Hartelijk dank voor de gezelligheid en het eten. Dan zie ik jullie morgen weer.’

‘Wát, morgen weer?’ – Arie spuugt een stoofpeertje terug in zijn bakje.

‘Protocol, Arie. We bezoeken de mensen altijd twee keer achterelkaar; ze denken vaak dat ze na mijn bezoek hun gang kunnen gaan. Mooi niet. Dat geldt niet voor jullie hoor. Bovendien, ik ga buiten mijn boekje, jullie hebben voorkennis: een gewaarschuwd mens…

Dus tot morgen. Zo tegen etenstijd maar weer?’

Dit artikel delen?

geef een waardering voor: "Kerstdiner met een boa"

Geschreven door Han Maas . Geplaatst in Kort verhaal.
12.12.20
Feedback:
Geweldig verhaal Han!
Grammatica & Spelling:
Goed
  • Lezenswaardig:
    100%
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
  • Han Maas 13.12.20
    Bedankt.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart

Jouw feedback hier?

Je helpt een andere schrijver met jouw eerlijke, respectvolle feedback en een serieuze waardering voor de schrijfkwaliteit van het artikel. Zie je verbeterpunten? Geef ze dan a.u.b. concreet aan in je commentaar.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.

Snelmenu: Klik, voor belangrijke pagina's, aan de rechterkant op de blauwe button !