SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal.
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor alle schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Ivan

Publicatie: | Helena Mattheyssens

 

Toen ik een jaar na mijn zwaar auto-ongeval (1970) als vrijwilligster in de universiteitskliniek voorzichtig terug in de actieve wereld stapte, bezorgde ik vanuit de sociale dienst bibliotheekboeken en (betalend!) speelgoed aan langdurig zieke zaalkinderen. Het lesgeven lukte me pas later. Ik besteedde meer tijd in de zaal dan de behandelende dokters. Zaalkinderen kregen mijn voorkeur omdat de privé-patiëntjes in hun eenpersoonskamers voldoende bezoek, geschenken en aandacht kregen. 

Het speelgoed was vooral op jongens gericht: ineen te knutselen vervoermiddelen. In de jongenszaal waren de vliegtuigjes populair en de 'verkoop' liep goed. Vanuit hun bed bestreden ze mekaar met hun afgewerkt product dat ze trots en speels op mij richtten bij mijn binnenkomst.

In een hoek van de zaal lag de zwaarst zieke jongen Ivan, elf jaar. Hij had kanker en kreeg hoogst zelden bezoek. Zijn ouders woonden ver weg, hadden weinig middelen en waren stadsschuw. Een tante bezocht hem af en toe. Met hem kreeg ik moeilijk contact, hij was niet veel meer dan een grauwe schaduw in het grote ziekenhuisbed. De buitenwereld was een begrip dat zich voorbij de einder bevond. Hij lonkte naar de vliegtuigjes, cirkelend boven de andere bedden en wilde sparen met het luttele zakgeld van de tante voor zijn eigen exemplaar. Er zouden weken verlopen maar hij wou zelf kunnen kopen, zonder verdere financiële hulp. Het type vliegtuig dat hij verkoos was duurder dan de rondvliegende toestellen in de zaal maar hij had hun prijs in zijn hoofd. Op een dag, met een zeldzame glimlach op zijn van pijn vertrokken gezichtje, vertelde hij me dat hij de nodige fondsen had voor aankoop. Ik ging zijn bestelling onmiddellijk ophalen, legde zelf het verschil bij en overhandigde hem zijn knutseldoos. Hij begon met vermoeid enthousiasme aan de assemblage. Dit was zijn 'moment de gloire' en ik liet hem alleen met zijn vluchtige geluk.

De volgende dag lag hij bedrukt, diep in zijn kussen, de opdracht was niet gelukt. Ik sprong in om hem op weg te helpen en zijn hoop groeide. Maar, helaas, mijn technisch inzicht bleek te beperkt. Ik zou het mijn liefhebbende verloofde, laatstejaars assistent op een andere afdeling, vragen om even langs te komen, voor hem een makkie om Ivan te helpen, dacht ik. Ivan vertoonde blijdschap bij het vooruitzicht, de hulp van een dokter buiten zijn ziekte om. 

We dronken samen koffie, hij in zijn witte doktersjas, ik in mijn witte sociale dienstjas. Hij was verontwaardigd dat hij zich ten dienste moest stellen van enig knutselwerk voor een kind en hij sprak uit beschaamd te zijn dat zijn verloofde met speelgoed rondliep. Zo was hij dus: werk moet renderen, geen liefdadigheid, zelfs niet voor een doodziek kind. Ivan was haast ontroostbaar. Kort nadien verbrak mijn verloofde onze relatie. Vanaf toen schakelde ik hoger en begon les te geven. Niet aan Ivan, die was 'beyond' school. Bij hem werd een tijd later een been geamputeerd. Hij wou met niemand meer praten.

Een jaar later, begin zomervakantie, werd mij de fantastische lesgevende en sociale dienst job met zes medewerkers aangeboden door de raad van bestuur van de kliniek, zonder mij ooit gezien noch gehoord te hebben. Vanwege mijn zwakke gezondheid kon ik niet aanvaarden. Eindelijk was het nut en de noodzaak van lesgeven aan langdurig zieke patiëntjes tot de hoogste regionen doorgedrongen. Zo werd gestart met de 'kliniekschool' maar zonder mij. Vieringen van het zoveelste jarig bestaan van de kliniekschool werd door ministers bijgewoond. Niemand, buiten twee vriendinnen, weet nog hoe alles begon.

 Ik bleef nog een tijdje werken als vrijwilligster. Nadien volgde ik het verloop van Ivans ziekte via contacten in de kliniek. Zijn tweede been werd geamputeerd en hij werd overgeplaatst naar de terminale volwassenen afdeling. Kort nadien stierf Ivan. Zijn trofee, zijn vliegtuigje, heeft hij enkel in losse onderdelen in zijn handen gehad. Nooit heeft hij met zijn pronkstuk kunnen spelen. Niemand had zich bereid getoond hem hierbij te helpen. Hij heeft gewoon nooit gespeeld in het universitaire ziekenhuis. 

 

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Reacties:

Iedere bezoeker kan een reactie geven! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs. Wil je automatisch een bericht ontvangen bij een reactie? Klik op de + boven de reacties.

Ook gratis meedoen aan een schrijfactiviteit? We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.