Korte verhalen

55 woorden verhalen op Schrijverspunt
  • Korte verhalen op Schrijverspunt

    Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

    De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

    Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.
  • Wil je ook een kort verhaal publiceren op Schrijverspunt? Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Graag eerst even inloggen (lid worden is gratis).Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.
  • Waardering voor een artikel
    Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

In de kast

In de kast.

 

De automatische deur ging open en ik liep naar binnen. Mijn eerste dag was nu echt begonnen, al begon dat vanochtend al toen ik mijn gezondheidsklompen aandeed en de witte jas. Zo zou ik dan de komende maanden rondlopen. Ik voelde me na twee minuten al onzijdig, genderneutraal. Van vrouwelijkheid was geen sprake meer, maar dat heb je ook niet nodig als je bejaarden gaat verzorgen. Dat dacht ik toen.

Ik meldde me in de koffieruimte bij de hoofdverpleegster, die bijna zelf rijp was voor dit tehuis.

‘Zo, welkom. We hebben weinig tijd, maar vandaag loop je mee met Isa, die komt je zo halen. Die laat je alles zien en morgen begin je zelfstandig aan je ronde. Oke?’

Ik knikte. De vrouw zei nog dat ze me in de loop van de ochtend nog wel zou zien en snelde weg. Toen zat ik een tijdje alleen.

De geur van bloemen en lente en zomer en avondregen kwam eerder dan zij. Het maakte me wakker uit een staarwedstrijd met een mereltje buiten op een boom. Ik keek op. Dezelfde schoenen maar met langere benen kwamen naar binnen.

‘Ben jij de nieuwe stagiair?’ Een zachte, lieve stem. Ze keek me aan en ik keek haar aan. Het duurde lang voor er weer iets gezegd werd. Er stond een soort elektriciteit tussen ons in.

‘Ja,’ zei ik uiteindelijk en ik stelde me voor. Haar hand voelde nog zachter dan ik me had voorgesteld. Zo hielden we elkaar vast. Een eeuwigheid en een seconde tegelijk.

Opeens verbrak ze het moment.

‘We moeten beginnen, we redden het niet.’ Ze struikelde een beetje over haar woorden, maar ze begon resoluut te lopen. Ik snelde achter haar aan, tot ik naast haar liep. Ze begon te ratelen over onze eerste klant, een oude man die incontinent was en dement. Zoiets denk ik althans, want ik hoorde haar niet. Ik was teveel bezig met zo dicht mogelijk naast haar te lopen. Aanraken durfde ik niet, het leek ook net alsof die elektriciteit er weer was en mij tegenhield.

Ik was blij dat we bij de eerste kamer kwamen. Misschien zou het samenzijn in een toch wat onsmakelijke situatie de spanning een beetje weghalen. We stapten naar binnen.

We hadden pauze, tien minuten. Die paar patiënten hadden ons geen goed gedaan. Ik weet nog steeds niet of zij zich er ook bewust van was, maar ik hoop nog steeds dat die vluchtige aai over mijn onderarm als ze naar de koffie greep voor haar net zoveel betekende als voor mij. Af en toe keek ze me aan met donkere, bruine ogen waaruit zo weinig maar ook zo veel was af te lezen. Ik liet een suikerzakje vallen en toen ik het wilde oprapen, pakte ik haar knie om mezelf weer omhoog te hijsen. Ik liet mijn hand nog een paar seconden liggen en keek haar aan. Zij keek terug en haar ogen leken te lachen.

‘Pauze is voorbij dames.’ De hoofdverpleegster keek streng. Ik schrok, stond op. We gingen weer aan de slag. Zo werd de ochtend de middag, we werkten ogenschijnlijk onverstoorbaar door en ze liet me de kneepjes van het vak zien. Een aanraking, de zachte klank van haar stem en haar ogen zo donker dat ik er bijna sterren in kon zien, zorgden ervoor dat ik weinig opstak van haar professionaliteit. En dat had ze heus wel in de gaten, iedere keer als ze zich weer naar me omdraaide speelde er een spottender lachje om haar lippen. Iedere keer dat we weer op de gang liepen, ging ik dichter naast haar lopen, mijn hand raakte die van haar steeds vaker aan en op een gegeven moment hield ik haar hand heel even vast. Ik kon even niet ademen.

Mijn dienst zat er bijna op, die van haar ook. We hadden onze laatste kamer gehad en liepen weer naar de koffie ruimte.

‘Nou,’ zei ik.

‘Nou,’ zei zij. Ik frummelde wat aan mijn witte jas en probeerde iets te bedenken om te zeggen zodat de dienst toch niet ten einde was. Maar wat wist ik nou.

‘De spullen,’ zei ze ineens. ‘We moeten de materialen nog opruimen. In de kast.’

Ik stond gelijk op, begon bijna met rennen. Ik hoorde haar lachen en ik stopte.

‘Andere kant op.’ Ze ging me voor en nam het wagentje mee waar alle spulletjes op stonden die we vandaag nodig hadden gehad. Ik ging er achteraan en de vlinder in mijn buik spoten bijna uit mijn oren.

‘Pas op, de deur valt meteen dicht,’ zei ze toen ze de kast binnenliep en het licht aanknipte. Ik vloog er achteraan en botste tegen haar aan. Het was een kleine kast, waar we in stonden.

‘Pas je op,’ zei ze. Ze begon het wagentje leeg te laden. Ik wilde haar helpen en pakte een medicijnenpotje. Zij greep er ook naar en onze handen vonden elkaar. Ik keek haar aan en kon haar blik niet duiden. Ze rolde het wagentje aan de kant. Ze stapte op me af en mijn maag maakte een sprong. Van schrik deed ik een stap naar achter en botste tegen de muur van de kast aan. Mijn hoofd knipte het licht uit en ik kon haar niet meer zien. Al mijn andere zintuigen begonnen op scherp te staan. Ik hoorde haar en mijzelf zwaar ademen en ik voelde haar lichaam terwijl ze me niet aanraakte. Maar opeens was ze daar wel en haar handen schoven langs mijn middel. Haar lippen schoven op mijn mond en ze kuste me. Ik viel bijna flauw. Die spanning, de elektriciteit van de hele dag kwam tot ontlading en ik wilde dat dit moment voor altijd zou duren. Wij samen, in deze donkere kast waar we nooit meer uit konden stappen. Ik kuste haar vurig en zij kuste mij alsof ze wanhopig was. Alsof ze me los wilde laten maar dat nooit meer kon. Haar handen schoven naar boven en gleden naar mijn ribben. Ik ademde zwaar en trok haar nog meer naar me toe.

Mijn hoofd botste weer tegen de muur en het licht knipte weer aan. Ik opende mijn ogen tegelijk met die van haar en ik zag haar schrikken. Zo snel als het was begonnen stopte het ook wee wendde zich van me af. Het wagentje werd leeggeruimd, in stilte. De elektriciteit tussen ons was terug, maar de kast stond onder hoogspanning en we moesten eruit.

Met een bonkend hart deed ik de deur open. Zou er iets aan me te zien zijn? Mijn jas hing ik op en zwaar ademend ging ik de woonkamer in. ‘Alles overleefd?’ vroeg je. Je keek naar een Netflix-serie. Niet naar mij. De behoefte om samen series te volgen was er al lang niet meer. Je klopt op de bank en ik ging naast je zitten. Na enkele minuten merkte je mijn aanwezigheid weer op.

‘Nou, hoe was het?’ vroeg je.

‘Leuk,’ zei ik. ‘Veel geleerd en gezien. Leuke collega’s.’

Je knikte en keek verder. Ik vroeg me af hoelang ik het nog vol zou houden om met een man te wonen waar ik eigenlijk van walgde. Een jeugdliefde dat eigenlijk altijd meer een vriendschap was geweest, per ongeluk geworden tot een huisje-boompje-beestje-situatie.

‘Ik ga even douchen,’ zei ik.

‘Ja, zeker die bejaardenlucht van je afwassen,’ grinnikte je. Bijna had ik je een mep verkocht en nog nooit had ik je zoveel gehaat.

De avond verliep zoals alle avonden. Zwijgzaam. Twee hoofden gericht naar een televisiescherm. Zo jong en al zo uitgepraat. Ik slikte vaak mijn tranen weg en dat lukte als mijn gedachten afdwaalden naar de dag. De dag waarin ik een nieuw gevoel in mezelf ontwaarde. Ik zag haar steeds voor me. Bruine ogen in een lief gezicht. Een uitdagende mond die nog veel zachter voelde dan ik had verwacht. En ons moment in de kast. Het was zo mooi. Het deed pijn dat het maar zo kort had geduurd. Ik begon te glimlachen als ik eraan dacht dat ik morgen weer terugmocht. Terug naar haar.

‘Wat kijk je raar.’ Ik schrok op.

‘Ja, ik moest denken aan een patiënt van vandaag. Een demente man, hij was erg komisch.’ Je keek me aan en ik wist dat je je totaal geen voorstelling van mijn gedachten kon maken. Wat een saaie vent. Ik had je weer bijna een mep verkocht.

‘Nou, ik weet niet wat jij doet, maar ik ga naar bed. Serietje afkijken.’ Je klopte op mijn been, stond op en liep de kamer uit en zuurstof vulde de kamer. Ik kon weer ademen.

Eindelijk was het tijd. Ik had slecht geslapen, dacht de hele tijd aan haar, maar dat maakte niet uit. De tijd kroop voorbij en toen het eindelijk half zeven was, sprong ik uit bed. Jij lag nog op je telefoon te scrollen.

‘Mag ik niet eerst douchen?’ klaagde je.

‘Nee,’ zei ik. ‘Vandaag douche ik eerst.’ Bijna fluitend stond ik onder de douche. Ik was helemaal geen lichtvoetig type, en in combinatie met mijn vaak aanwezige ochtendhumeur leek het net alsof er een ander persoon onder de douche stond. Ik vloog door het ochtendritueel heen en nog voor jij beneden was, was ik al klaar om te vertrekken.

‘Doei!’ riep ik en ik sprong op de fiets.

De automatische deur ging open en ik liep naar binnen. Mijn eerste dag was voorbij en mijn oude ik was ook voorbij. Ik groette iedereen die ik tegenkwam. Ik had me nog nooit zo vrouwelijk en licht gevoeld, ondanks de witte jas en gezondheidsschoenen, ik vloog bijna. Bij de koffiekamer aangekomen, keek ik gehaast rond. Zag ik haar al?

‘Wie zoek je?’ de hoofdverpleegster kwam naar me toe.

‘Isa,’ zei ik, terwijl ik haar niet aankeek. Mijn nek verdraaide bijna. ‘Ik- ik wilde haar nog iets vragen over gisteren.’

‘Oh, Isa. Ja, had ze dat niet verteld? Gisteren was haar laatste dag. Ze vertrekt met haar gezin naar het buitenland. Jammer, ze was echt een fijne kracht. Kon de nieuwe meisjes inwerken als geen ander.’

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 455
(Gemiddelde waardering 4 met 2 waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Hoogste beoordeelding:

Top 10 : Meest gelezen

Schrijfactiviteiten