Voor schrijvers, door schrijvers
Kort verhaal

Kort verhaal

Aantal gepubliceerde inzendingen: 650

Iets sterkers

Iets sterkers

Het is al laat als Victor eindelijk eetcafé de Toog binnenstapt. Behoedzaam sluit hij de deur achter zich, alsof hij ergens is waar hij eigenlijk niet zou mogen zijn. Weifelend kijkt hij om zich heen. Ik wend mijn blik van hem af en denk aan Stefan, die thuis waarschijnlijk nietsvermoedend voor de televisie hangt. Buiten rivaliseert het broze, roze namiddaglicht met de dreigende schemering. Ik doe alsof ik Victor pas opmerk als hij plaatsneemt op de houten stoel tegenover me. Hij tikt met zijn vingers op het tafeltje en kijkt me doordringend aan. De Blik. Ik huiver.
“Koffie?” vraag ik. 
Hij schudt zijn hoofd. “Iets sterkers.” 
Ik wil mijn hand op de zijne leggen en vragen hoe zijn dag was, maar besluit dat het beter is van niet. “Ik denk dat we hiermee moeten stoppen,” zeg ik daarom. Victor negeert mijn woorden. 
“Ik ga alvast bestellen,” zegt hij terwijl hij opstaat. “Jij ook nog iets?” Ik knik. 
“Koffie,” zeg ik met gebroken stem. 


Het moet al bijna tegen twaalven lopen als ik op mijn rug in Victors bed lig en ademloos naar het plafond staar. Even eerder heeft Victor zich met een diepe zucht van me af laten rollen. 
“Ik ga slapen. Morgenochtend heb ik een verplicht sollicitatienummertje. Volgens mij wil de gemeente me aan het schoffelen krijgen. Blijf je vannacht?” 
Nu is het muisstil in de kamer, op Victors zachte gesnurk na. In dit gedeelte van de stad hoor je zelfs de levendige industrie niet zuchten. Voorzichtig kom ik overeind. Het bed kraakt zachtjes. Zijn ademhaling stokt even, om direct weer over te gaan in het vertrouwde geronk. Ik verzamel mijn hakken, jurk en ondergoed van de vloer en sluip stilletjes het slaapvertrek uit. Mijn panty laat ik voor wat het is.

Voor de tijd van het jaar is het fris buiten. Met gehaaste, ietwat onvaste passen loop ik weg van Victors huis. De troosteloze bloemkoolwijk wordt omlijst door een netwerk van torenhoge elektriciteitsmasten en donkere, uitgestrekte polders. Even lijkt het alsof de hoogspanningsleidingen weekhartig klagen onder de struise wind. Beelden van eerder op de avond dringen zich aan me op. Hoe de koffie in de Toog uiteindelijk overgaat in zoete, witte huiswijn. Hoe we de taxi naar Victors huis nemen, aangeschoten giechelend als pubers. Hoe hij me stevig in het matras drukt en inhalig in me klaarkomt, terwijl hij in mijn oor fluistert: “Je bent van mij, Celeste.” 
Opnieuw is het niet gelukt om een einde te maken aan deze waanzin. 
Een vaag lichtschijnsel trekt me abrupt uit mijn overpeinzingen. Als ik me omdraai zie ik een auto verderop in de straat vaart minderen. Een onbestemd gevoel vlamt op in mijn buik. Dan gaan de koplampen van het voertuig uit. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en probeer te zien wat er gaande is. Op dat moment realiseer ik me dat de auto gekeerd is en met volle vaart en zonder licht wegrijdt, de tegengestelde richting uit. Ik haal mijn schouders op. Het zal wel niets zijn.

De wandklok geeft half twee ’s nachts aan als ik eindelijk de woonkamer van mijn eigen, vertrouwde woning binnenstap. Ik trek de pumps van mijn pijnlijke voeten en sluip geruisloos de trap op naar boven. Op de overloop zwaait de zware deur van Stefans werkkamer open. De lange, slanke gestalte van mijn echtgenoot verschijnt in de deuropening. 
“Hé, lieverd. Ik dacht al dat ik je hoorde,” zegt hij. Zijn stem klinkt veilig. Vertrouwd.
“Ben je nog op?” vraag ik enigszins verbaasd. 
Stefan knikt. “Nog even een paar dossiers afgewerkt.” Sinds vijf jaar werkt hij als afdelingsleider in het regionale participatiebedrijf. Hij is verantwoordelijk voor de gemeentelijke groenvoorziening en alles daaromheen. 
“Hoe was het met de meiden?” vraagt hij. 
Mijn hart raast in mijn keel. “Goed,” zeg ik, terwijl ik de zenuwen in mijn stem probeer te beheersen. “Babette is erg dronken geworden, dus heb ik haar naar huis gebracht met de taxi. Om zeker te weten dat ze veilig aan zou komen.” 
Stefan lacht. “Ze hebben het maar getroffen met zo’n loyale vriendin als jij.” 
Op mijn hoede beantwoord ik Stefans knuffel, huiverig dat hij de geur van Victor kan ruiken.

Ik laat het bad vollopen met warm water en bloemige badschuim. Alles wat ik wil is deze nacht samen met het badwater door het putje wegspoelen. Het water verwarmt mijn lichaam. Mijn ledematen ontspannen zich langzaam. Ik sluit mijn ogen en zak dieper weg. Onwillekeurig denk ik terug aan de eerste ontmoeting met Victor, in de nazomer van vorig jaar. In de bibliotheek, tussen de Russische literatuur, kruisen onze paden zich voor het eerst. 
“De speler. Dostojevski,” stelt Victor vast als hij het boek in mijn handen bekijkt. 
Ik glimlach beleefd naar deze vreemdeling, die ongevraagd mijn persoonlijke ruimte binnendringt. “Een van zijn latere werken,” gaat hij verder. “En naar mijn bescheiden mening een van de betere. Maar een echt goede schrijver was hij natuurlijk niet te noemen.” 
Ik kijk de man afwachtend aan. 
“Ik heb gelijk, toch? Zijn schrijfstijl was ronduit lelijk. Je zou kunnen zeggen dat dat bijdroeg aan de authenticiteit van zijn werk, maar ik houd het liever bij gewoon niet goed kunnen schrijven. Ik heet Victor, trouwens.” 
Ik trek mijn wenkbrauwen op. “En wat zou jij me dan aanraden, Victor? Nabokov?” 
Zijn ogen beginnen te glanzen. “Bijvoorbeeld.” Lachend schud ik mijn hoofd. 
“Ik ben Celeste.” Die middag drinken we samen koffie in het bibliotheekcafé.

“Jij bent míjn lolita,” fluistert Victor in mijn oor als we een paar weken na die eerste ontmoeting in het hoge gras liggen van een recreatiegebied even buiten de stad. 
“Ik ben negenentwintig, Victor.” 
Hij laat zijn hand over mijn bovenbeen glijden. “Maar ik ben bijna drieëntwintig jaar ouder dan jij. Bovendien lijk je geen dag ouder dan achttien.” 
Bedenkelijk kijk ik naar de blauwe, wolkeloze lucht. Ineens dringt het tot me door. Ik bedrieg mijn lieve, trouwe echtgenoot met een drieëntwintig jaar oudere man die ik eigenlijk niet eens echt aantrekkelijk vind. Op veel gebieden zijn Stefan en Victor tegenpolen. Stefan is sportief. Een buitenmens. Ik kan hem bijna uittekenen op zijn rode racefiets, zonder helm, zijn blonde haren in de wind. Hij is gedreven en bruist van de ambitie. Victors carrière is daarentegen nooit echt van de grond gekomen, zelfs niet als hij vijfentwintig jaar eerder cum laude afstudeert in de sociologie. Het gevolg is dat hij al jarenlang in de bijstand zit. Victor is er vooral om mijn honger naar boeiende conversaties en mijn hunkering naar bevestiging te stillen. Die middag bekijkt hij me voor het eerst met De Blik
“Wat ben je toch mooi,” zegt hij, terwijl hij me door mijn haar streelt. “Ik laat je nooit meer gaan. Nóóit.”

“Lig je nog in bad?” vraagt Stefan verbaasd. Hij staat in de opening van de badkamerdeur. 
Ik glimlach vermoeid. Het badwater is intussen lauw geworden. “Ik kom eraan, schat.” Niet veel later liggen we samen in bed. De koele lakens strelen mijn warme, rozige huid op een aangename manier. Ik kruip dicht tegen Stefan aan en leg mijn hoofd op zijn borstkas. 
Hij kust me in mijn haargrens. “Je gaat toch niet bij me weg?” 
Verschrikt kijk ik naar hem op. “Waarom vraag je dat? Natuurlijk niet!” 
Stefan trekt me stevig tegen zich aan. “Mooi. En er is ook niets dat ik moet weten?” 
Ik sluit mijn ogen en houd mijn adem in. 
“Celeste?” 
Langzaam laat ik mijn adem ontsnappen. “Nee, lieverd. Er is niets dat je moet weten.” 
“Mooi,” zegt Stefan weer. “Als je maar weet dat je alles bij me kwijt kunt. Wat het probleem ook is. Je bent mijn vrouw. Het is mijn taak om af te rekenen met alles wat je dwarszit. We kunnen altijd weer opnieuw beginnen.” 
Ik zwijg. 
“Zal ik voor morgenavond reserveren bij De Boekanier?” gaat Stefan verder. “Net zoals ons eerste afspraakje, weet je nog?”  
“Dat lijkt me leuk, lieverd.” Ik weet nu zeker dat Stefan de zenuwen in mijn stem hoort. 
“Goed. Ik ben morgen wat eerder thuis, waarschijnlijk tegen de middag al. Eerst even iets afhandelen met een sollicitant, daarna ben ik helemaal voor jou.” 
“Ga je daarna dan direct weg van kantoor?” vraag ik verbaasd. 
Stefan schudt zijn hoofd. “Nee. Ik ga morgen niet naar kantoor. Ik heb met deze sollicitant afgesproken op een andere locatie. Ik denk dat ik een eindje met hem ga wandelen langs de rivier. Ik heb wat vragen voor hem. Als zijn antwoorden me niet bevallen, is hij niet langer mijn probleem. Slaap lekker, Celeste. Ik hou van je.”

Dit artikel delen?
Auteur: ©Amber Fernandes
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
Hits: 618
Publicatie op .
 
  Meer van deze schrijver:

Geef een waardering voor: "Iets sterkers"

Geschreven door Amber Fernandes . Geplaatst in Kort verhaal.
Klik op de naam of afbeelding van de auteur voor meer informatie.
19.07.20
Feedback:
Correctie i.v.m. oude waarderingen.
  • Lezenswaardig:
    100%
  • Passend in deze rubriek:
    90%
Show more
0 van de 0 reagerende lezers vond deze review nuttig

Jouw feedback hier?

Dat is mogelijk met een waardering en/of jouw commentaar te geven.
Ook kun je reageren op commentaar van anderen.
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen. Door een waardering te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!