Korte verhalen

55 woorden verhalen op Schrijverspunt
  • Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

    De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

    Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.
  • Wil je ook een kort verhaal publiceren op Schrijverspunt? Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Graag eerst even inloggen (lid worden is gratis). Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.
  • Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

    Een artikel beoordelen? Breng dan s.v.p. een stem uit  door op de gewenste(1-5) ster te klikken. (5 sterren is de hoogste waardering)

Hondenweer

Maandag

 Het was een schitterende nazomerdag. Drukte alom in de winkelstraat waar veel mensen genoten van de laatste zonnestralen van het jaar. De groenteboer keek voldaan naar zijn nagenoeg lege etalage, terwijl hij een trek nam van zijn eerste sigaret sinds die ochtend. Het was een drukke dag geweest. Normaliter zijn deze warme dagen niet goed voor zijn zaak, maar vandaag, om een reden onduidelijk voor hem, was het bedrijvig geweest. De groenteboer kon het goed gebruiken. Het was een slechte zomer geweest. Een tijd waar veel mensen opteren voor een wandeling naar de supermarkt, in plaats van een snelle boodschap om de hoek. Hij schoot behendig zijn sigaret in een put alvorens hij terug de winkel in ging, klaar voor het laatste uurtje. 

Precies om kwart voor zes rinkelde het belletje aan de deur. De groenteboer, bekend met zijn vaste aanloop, stond op van zijn kruk en groette de man hartelijk. ‘Hey John! Hoe is het vandaag?’. Met een lichte frons keek John de boer aan: ‘Goed, goed’ antwoorde John zuchtend, terwijl hij zijn arm over zijn voorhoofd wreef. Met een afkeurende blik naar zijn natte arm keek John verbaasd rond in de winkel. ‘Druk gehad zo te zien’, vroeg John met een uitdrukking van oprechte verbazing. ‘Jazeker. Ik had het niet verwacht met dit warme weer, maar zo zie je maar weer hoe zo’n dag kan lopen’. John gaf de boer een korte blijk van erkenning, alvorens hij nog een diepe zucht uitwierp als teken van onvrede over het weer. ‘Mij te warm dit. Ik had gedacht dat het inmiddels wat cooler zou zijn’. De boer knikte instemmend, denkend aan betere tijden voor zijn winkel. Hoewel dat vandaag niet opging. ‘Is Janine niet mee?’ , vroeg de boer geinteresseerd. John leek ineens bezorgd en schudde zijn hoofd. ‘Janine is vorige week aangereden’. De boer keek John aan met een bezorgde blik, implicerend dat hij meer wilde weten. In realiteit boeide het hem niet zoveel. Over de loop der jaren had de boer geleerd dat hij altijd interesse moet tonen in zijn klanten, omdat dit goed was voor de omzet. John had dit natuurlijk wel door, maar praatte graag over dingen waar hij mee zat: ‘Ja, zo van achter geraakt. De dader is gelijk door gereden. Janine kon zich bijna niks meer herinneren toen ze wakker werd in het ziekenhuis. Het enige dat ze nog wist is dat de dader reed in een grote auto. Een Jeep ofzo. Ze heeft er een gebroken been en een zware hersenschudding aan overgehouden. Arm mens’. De Boer, licht verward door deze heftige informatie, knikte begripvol naar John, alvorens hij het gesprek snel een andere richting op probeerde te duwen: ‘Nou, wat naar allemaal, wens haar maar beterschap van me’. John knikte bevestigend. ‘Maar goed, vanavond lekker boerenkool denk ik. Heb je nog wat liggen? Ook graag wat karbonaatjes en een worst’. Na het afrekenen hiervan verplaatste John zich naar de uitgang, waar hij, na de boer nog een laatste keer te begroeten, zich mentaal voorbereidde om zijn net opgedroogde huid weer bloot te stellen aan de felle zon. 

John woonde in een groot, vrijstaand huis. Omringt door grote bomen en struiken, die haast al het zonlicht blokkeerde. Ooit was dit een prachtige nieuwbouw woning, maar inmiddels  volledig één geworden met de natuur. Klimop groeide over de volledige buitenkant van het huis en blokkeerde zelfs de meeste ramen. Het pad was haast niet beloopbaar. Het was zo’n huis waar kinderen vol verwondering naar keken, en elkaar uitdaagde om te zien wie het dichtst bij durfde te komen. Waar de meeste mensen hier al lang wat aan hadden gedaan, kon het John allemaal wel bekoren. Hij hielt niet van mensen, beleving en van daglicht. De buren konden ook geen hoogte van hem krijgen. Dit resulteerde in dat ze hem vooral lekker zijn gang lieten gaan, zolang hij hen maar niet tot last was. 

Binnen lag Janine in een ziekenhuisbed. Ze was haarzelf niet sinds het ongeluk. John wist dat dit alles te maken had met haar hersenschudding, en onderging alles begripvol. ‘Hey lieverd’, zei John enthousiast. Janine keek hem tevreden aan, iets wat steeds beter ging de laatste dagen. De eerste momenten na het ongeluk had Janine hem niet eens herkend. De dagen hierna was het wisselvallig: het ene moment wel en het andere niet. John koesterde de progressie met de gedachte aan betere tijden. Hij kon zich niet verplaatsen in de staat van Janine. Dat had hij nog nooit meegemaakt. John was geen empathisch persoon, en dus probeerde hij maar het beste er van te maken. Dit heeft hij met de loop der jaren geleerd. Volledig begrip is vaak niet noodzakelijk, zolang hij maar geduld had lostte veel situaties zich vanzelf wel op. ‘John, geef me een kus!’, opperde ze stellig. John gehoorzaam als hij was, gaf zijn vrouw een dikke kus. ‘Hoe is het met de pijn?’, vroeg John. Janine, nog steeds met een tevreden blik op haar hoofd, knikte zachtjes. John lachte kort, alvorens hij over ging tot de orde van de dag: ‘Heb je al honger? Boerenkool vanavond’. Janine’s tevreden blik maakte plaats voor een brede grijs. ‘Lekker, met worst? Bewaar je dan ook een stukje voor Jack’, vroeg ze. John knikte kort waarna hij zijn vrouw nog een kus gaf. ‘Ik ga aan de slag’, zei hij, alvorens hij zich verplaatste naar de keuken. 

Het eten verliep stil, zoals John inmiddels wel gewend was. Het ging beter met Janine, maar buiten de vrij basale gespreksonderwerpen als ‘hoe gaat het’ was ze nog niet tot veel in staat. John had hier wel vrede mee. Hij was altijd al een vrij stil persoon en hechtte weinig waarde aan het bespreken van de dag. Tenzij hij ergens mee zat. Dan kon hij praten tot hij een ons woog. John at normaal ongeveer twee keer zoveel als Janine, terwijl ze vaak tegelijk klaar waren met eten. Na het ongeluk at Janine nog maar de helft van wat ze normaal at, wat te zien was aan het restant op haar bord. Opvallend genoeg lag er nog een stuk karbonade en een stukje worst, terwijl ze haar groentes wel had opgegeten. John kon dit niet begrijpen. Hij zag het vlees als het lekkerste onderdeel van de maaltijd. Janine liet vaker haar vlees liggen, maar na verschillende keren aan haar gevraagd te hebben bleef waarom ze dit niet op at bleef het voor hem onduidelijk. En dus had hij er vrede mee gemaakt. Één van de wijze lessen die hij zichzelf had aangeleerd. Je hoeft niet volledig begrip te hebben voor iemand, zolang je maar geduld hebt en het accepteerd. 

Na het eten liep John naar boven. Hoewel het nog altijd licht was buiten was de gang in bijna volledige duisternis gehuld. Een enkele lichtstraal vloeide door de klimop van buiten, maar het was bij lange na niet voldoende om de gang zichtbaar te maken. John trok aan een koort waarna een kleine schemerlamp de gang enigzins oplichtte. Aan het einde van de gang haalde hij een deur van het slot waarna hij de kamer betrad. Het was er donker, warm en rook er nogal muf. Uit de hoek klonk een zacht grommend geluid. ‘Hoi Jack, ik heb een stukje worst voor je mee vriend’, zei John met een licht verhoogde stem. Hij legde het etenswaar op de grond en ging gehurkt voor Jack zitten. Jack veroerde zich een beetje waardoor de stilte in de kamer plaatsmaakte voor gerinkel van de hondenketting waarmee Jack vast zat aan de muur. ‘Het spijt me vriend, maar je zult nog even in deze kamer moeten blijven. De situatie met Janine is nog niet goed en ik wil haar nog even niet belasten met de drukte die je met je brengt’, zei John schuldbewust. Hij keek Jack aan met een verwachtende blik, maar hij wist dat een reactie natuurlijk niet ging komen. ‘Nog even geduld’, zei hij terwijl hij Jack een aai gaf over zijn harige bol. Jack gromde nog kort terwijl John de kamer verliet.

Woensdag

De groenteboer nam nog snel een trek van zijn half opgerookte peuk alvorens hij hem poogde te schieten in de put. De wind zorgde ervoor dat hij zijn doel net mistte. In tegenstelling tot het begin van de week was het weer vandaag erg druilerig. Het waaide hard, regende al de hele dag en het leek om dit tijdstip al donker te worden. Het weer was zo slecht dat zelfs een doorgewinterde roker als hij zijn peuk niet eens oprookte. Ook viel de omzet tegen vandaag. Eerder die week keek hij uit naar dit weer, omdat zijn winkeltje teert op dit soort dagen, maar buiten op straat was het die dag volledig uitgestorven. Een enkeling liep voorbij met een hond, zichtbaar spijt hebbende dat hij of zij er ooit één heeft genomen. Voor de rest een paar klantjes vanuit de buurt, maar lang niet genoeg om met een goed gevoel terug te kijken op de dag.

Kwart voor zes precies rinkelde het belletje bij de deur. De boer riep zonder te kijken ‘John!’, een gok die had durven nemen. Het was inderdaad John, wederom helemaal nat, maar ditmaal niet vanwege de hitte. ‘Wat een rotweer zeg’, zei de boer terwijl hij boos naar buiten keek. John keek hem niet begrijpend aan. ‘Rotweer? Heerlijk weer man! In ieder geval veel beter dan die zon’. De boer snapte niet helemaal hoe hij hierop moest reageren, dus voorzag hij John maar van een vriendelijke lach. ‘Hoe gaat het met Janine?’, vroeg hij alsof hij enigzins geinteresseerd was. John leek nog vrolijker te worden dan hij al was. ‘Goed! Ze wordt beetje bij beetje weer de oude’, zei hij content. ‘Haar gebroken been gaat nog wel een paar maanden duren, maar in haar karakter herken ik haar weer beetje zoals ze was’. ‘Mooi zo John, dat is goed om te horen’, antwoorde de boer met een lach op zijn gezicht. Zichtbaar klaar met de dag vroeg hij abrupt ‘Wat mag het zijn vandaag?’. John begreep de boodschap en rekende een kant en klare lasagna af. ‘Was dat alles?’, vroeg de boer. Waarop John even nadacht en vervolgens zei: ‘doe er ook nog maar een halve worst bij’.

Janine was dol enthousiast toen John thuis kwam. Ze was inmiddels wel klaar met de hele dag op bed liggen en het thuiskomen van haar lieve man was telkens het hoogtepunt van haar waardeloze dag. John gaf haar een dikke kus en vroeg hoe het ging. ‘Erg goed. Ik voel me helder en ik hoop echt dat ik binnenkort weer wat kan doen’, zei ze half blij, maar ook half zuchtend. ‘Dan kunnen we Jack eindelijk ook weer vrij laten. Ik vind het maar zielig dat hij zo opgesloten zit in dat kamertje’.  John knikte instemmend. ‘Het gaat goed met hem, en ik heb weer een lekkere worst voor hem mee, dat heeft hij wel verdient’, Janine was het daar mee eens, maar bleef John vragend aankijken. ‘En voor ons Lasagna’, zei John, tot genoegen van zijn vrouw. John waande zijn vrouw tot rust en trok zich vervolgens terug in de keuken. 

Na het eten ging John weer naar boven. De gang was zoals gewoonlijk gehuld in duisternis en vanwege het herfstachtige weer nog onheilspellender dan normaal. De wind klonk alsof het dwars door het huis kwam terwijl de takken van de bomen kletterde tegen het raam. Het deed John allemaal niet zoveel. Hij haalde het slot van de deur en richte zijn blik de kamer in. Het rook er nog muffer dan normaal. John wist precies hoe dit kwam. ‘Je moet echt wat gaan eten vriend’, zei hij bezorgd. Jack gaf nauwelijks een reactie. John vernam mogelijk een klein piepgeluidje, maar dit had net zo goed de wind kunnen zijn. John legde het stukje worst naast al het overige, niet opgegeten en licht beschimmelde eten. Hij hurkte vervolgens weer naast Jack, die hem smekend aankeek. ‘Sorry vriend, ik kan je nog niet vrij laten. De gezondheid van mijn vrouw is te belangrijk voor me’. John stond weer op en liep richting te deur, waarop Jack hevig begon te grommen. John gaf hem nog een laatste, schuldige blik, en trok de deur ferm achter zich dicht.

Vrijdag

Geschrokken tuurde de groenteboer naar buiten bij de zoveelste blikseminslag. Wat had hij een trek in een sigaret, maar zelfs de spijthebbende hondeigenaren waagde zich in dit weer niet naar buiten. Het was een van hevigste stormen in tijden, en hij vroeg zich af waarom hij eigenlijk open was. Hij had tot op heden nog geen klanten gehad die dag, maar wist ook dat hij zich in dit weer niet buiten wilde begeven. Dichtgaan had dus niet veel zin. Peinzend keek hij naar zijn winkel, volledig bevoorraad met dagverse producten. Hij zuchtte hardop, en begon al rustig aan zijn verwerkingsproces van het verlies wat hij vandaag zou leiden. Zelfs om kwart voor zes bleef het rustig op straat. De boer realiseerde zich dat als zelfs zijn meest trouwe klant niet op kwam dagen, het een dag was om snel te vergeten.

De boer schrok op toen hij het belletje bij de deur hoorde rinkelen. Dat geluid had hij de hele dag nog niet gehoord. Het was John. ‘Hoi John. Wat een held. Door weer en wind, wel iets later dan normaal, maar ben blij dat ik vandaag alsnog een klant heb!’, zei de boer enthousiast. John had het nog te druk met het uitwringen van zijn kledij om een reactie te geven. Hij was volledig verregend en zijn haar zat alle kanten op. Ondanks dat, had hij een enorme lach op zijn gezicht. ‘Dit is jouw weer hé?’, glimlachde de boer. John knikte voldaan. ‘Van mij mag het altijd zulk week zijn’, reageerde John. ‘Wat mag het zijn John’, vervolgende de boer het gesprek. John keek verbaasd naar het aanbod. Nog niks was aangebroken. ‘Rode kool heb ik trek in. Aardappelen heb ik nog. Doe er maar wel drie gehaktballen bij', zei John gedicideerd. ‘Oh drie?’, vroeg de boer. ‘Krijg je bezoek vanavond?’. ‘Ja zoiets’, mijmerde John mysterieus, die het er overduidelijk verder niet over wilde hebben. De boer pakte John’s bestelling in sloeg het af in de kassa. ‘Oh shit’, zei John terwijl hij hard op zoek was naar iets. ‘Ik heb mijn portemonné niet mee merk ik nu’. De boer toverde een lach op zijn gezicht en reikte het tasje aan: ‘dat maakt niet uit John, dan betaal je morgen toch’. John knikte instemmend naar de boer en leek vervolgens opgetogen dat hij weer naar buiten mocht. Nadat John vertrokken was fluisterde de boer in zichzelf ‘Wat een rare man’, terwijl hij met een zorgwekkende blik keek naar zijn onberoerde voorraad.

Janine, inmiddels gewend aan de situatie, lag rustig op bed TV te kijken toen John thuis kwam. Ze begon inmiddels de charme in te zien van het luie leventje. Geen druk op haar werk, geen sociale verplichtingen. Ze had eindelijk de tijd om wat series in te halen die ze nog wilde kijken. John gaf haar een kus en ging gelijk door naar de keuken. Tijdens het bereiden van het eten kreeg John een slecht gevoel. Hij voelde zich niet zeker over de situatie met Jack en wilde zo snel mogelijk kijken hoe het met hem ging. Vastbesloten om dit niet met Janine te delen, aangezien hij haar niet nog meer slecht nieuws wilde geven, deed hij hier niks mee. Wat resulteerde in een stil diner, maar dat waren ze inmiddels wel gewend. John at nog sneller dan normaal, om zich vervolgens snel, gewapend met een gehaktbal, omhoog te wanen.

Op weg omhoog werd John’s gevoel niet beter. Het dak was gaan lekker wegens de hevige storm en de geluiden veroorzaakt door de wind leken nog intenser dan normaal. Elke trede maakte John zich meer zorgen om Jack. Wat sneller dan normaal verplaatste hij zich naar de achterste kamer, waar hij het slot van de deur afhaalde en zich snel naar binnen begaf. ‘Jack?’, fluisterde John. ‘Jack? Jack?!’, zei hij inmiddels met een wat hardere toon. De kamer was te donker om iets te zien, maar een teken van leven had hij nog niet gehad. John’s gezicht vertrok en hij wist wat hem te wachten stond. Aarzalend trok hij aan het lichtkoord en na een klein moment van bezinning keek hij in de richting van Jack. Zijn vertrokken gezicht trok snel bij en maakte plaats voor een grijns. Daar lag Jack: zijn handen vastgebonden aan zijn voeten en een hondenriem strak om zijn nek. Zijn ogen met bloed doorlopen en huid verkleurd vanwege de uitdroging. Omringt door zijn eigen uitwerpselen, beschimmeld water en eten waar hij precies niet bij kon. Ook lag naast hem nog altijd zijn afgesneden tong, die John zelf had verwijderd. John gooide de gehaktbal naar Jack toe en riep ‘je verdiende loon!’, terwijl hij graaide in Jack’s zak naar een sleutel.

Zaterdag

‘Godverdomme’, riep de groenteboer terwijl zijn sigaret in één keer verregende. Hij moest en zou gaan roken, maar het weer liet het nog altijd niet toe. Gefrustreerd nam hij weer plaats achter zijn toonbank, kijkend naar zijn dagverse voorraad dat vandaag niet dagvers was omdat hij had besloten zijn voorraad van de dag ervoor te laten liggen. Plots rinkelde het belletje aan de deur. Het was John, helemaal droog dit keer. ‘Niet door de regen vandaag John?’, vroeg de boer verbaasd. ‘Nee, nee, vandaag met de auto. Ik word nog eens ziek als ik zo door ga’, antwoorde John berust. ‘Ik kom even betalen als dat kan’. ‘Natuurlijk kan dat. Was het eten gister nog geslaagd?’, vroeg de boer oprecht. John reageerde niet en wachtte tot de boer het geld had aangenomen. Hij liep vervolgens rustig naar de uitgang en keerde zich nog een keer om. ‘zeer’, zei hij met een zware stem, om vervolgens weg te rijden in zijn nieuw verkregen Jeep.
Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 721
(Gemiddelde waardering 0 met waardering(-en)

Login of registreer om een reactie te plaatsen

Wil je deze schrijver nomineren!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 verschillende schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de groene button te klikken.

Dank voor je nominatie!

Elke bezoeker van Schrijverspunt kan schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver. In totaal mag elke bezoeker 2 verschillende schrijvers nomineren over heel 2019. Nomineren is mogelijk tot 31 december 2019.

Omdat we streven naar een eerlijke nominatie voor Talentvolle schrijver 2019 controleren we elke nominatie op geldigheid. Ongeldige nominaties tellen niet mee in de score en verwijderen we.

Om de geldigheid van een nominatie te controleren vragen we je hieronder je e-mailadres in te vullen.  We garanderen dat we dit emailadres niet aan derden verstrekken en slechts gebruiken voor controle. Na afronding van de nominatie verwijderen we  dit e-mailadres.
Ongeldige invoer

Top 10: Hoogste beoordeelding in deze rubriek

Top 10 : Meest gelezen in deze rubriek

Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!

Recente inzendingen voor schrijfactiviteiten met een hoge waardering van bezoekers.

Kortsluiting

okt 26, 2019 Schrijfopdracht Connie van Vuuren

DOOR WINTERMAGIE BEVANGEN

okt 30, 2019 Poëzie Rebelle van Reymerswael, schrijfgek

Het pluizenvisioen

nov 05, 2019 Column Reinder Veelinx

De pedante Peugeot

nov 01, 2019 Cursiefje Dorine Van der Marel

Meer schrijfactiviteiten