Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Aantal gepubliceerde inzendingen: 558
Klik op de profielnaam of -afbeelding van de schrijver voor meer informatie en een overzicht van zijn/haar schrijfactiviteiten.

Hoe slecht ben jij?

| Ingrid Bruggink

Hoe slecht ben je?

Die vraag hoor ik plots iemand in mijn oor fluisteren. Verward kijk ik naar rechts. Een man , schat hem voor in de 30 , kijkt me aan.

Ik kijk terug, donkere ogen kijken me aan.

“Wat”?

“Hoe slecht ben je”?

Ik had de vraag dus blijkbaar de eerste keer al goed verstaan. “Wat bedoel je, waarin, slecht zijn, ik snap je niet, als dit een openingszin is, is hij goed beroerd”.

De man lacht, mooie rechte tanden komen tevoorschijn.

“Nee, ik doe niet aan openingszinnen, ik begin gewoon een gesprek over iets wat ik van iemand zou willen weten. En van jou zou ik graag willen weten hoe slecht je bent, want ik weet dat jij je slechte kant al kent. Dat je die al hebt meegemaakt”.

“Dus eigenlijk, eerlijke oprechte interesse in jou slechte kant”.

“Waarom, wil je dat weten en nog belangrijker waarom zou ik met jou in gesprek gaan überhaupt”?

“Zit hier gewoon lekker te genieten van de muziek, de zon en de mensen”.

Hij was inmiddels naast me gaan zitten. Lange benen strekten zich uit naast de mijne.

“Omdat jij wil weten waarom ik die vraag stel, daarom ga je het gesprek met me aan. Daarom loop je niet weg en daarom stuur je me niet weg”.

“Ik weet dat ik gelijk heb. Jij hebt je ergste kant van jezelf in de spiegel gezien. De kant die je nooit meer wilt zien, die je ontkent. Onderdrukt maar niet helemaal. De angst van je dat je nogmaals die kant van jezelf vrij moet laten. Ik kon het bijna voelen toen ik naast je stond. Je gereserveerde houding, de blik in je ogen, de onderdrukte angst en woede in je stem”.

Ik begin nu kwaad te worden. “Waarom ga je niet gewoon en laat je me met rust”.

“Oke, dan ga ik, maar dan zul je nooit weten waarom ik dit van je weet of hoe ik het merk. Zeg het maar”.

Hij pakte zijn rugzak, haalde er een flesje water uit en hing de hengsels over zijn schouder.

Het flesje gaf hij mij, hij stak zijn hand op en ging.

“Stop! Wacht”! Hij draaide zich niet om maar stopte wel.” Ik wil weten hoe je het weet. Als je mij iets vertelt, vertel ik jou hoe slecht ik ben geweest”.

Hij kwam terug, ging naast me zitten.

Haalde een tweede flesje water uit zijn rugzak draaide de dop eraf en nam een goede teug.

Hij stak zijn hand uit en ik gaf hem een hand. Het was vreemd, hij miste een vinger. Was me niet eerder opgevallen.

“Arjan” zei hij “en jij bent Gwen. Gwen Anderveen, aan elkaar geschreven die achternaam. Ja, ik weet wie je bent. Ik weet hoe slecht je bent. Ik weet wat je hebt gedaan ik heb jaren naar je gezocht”.

Paniek bekruipt me. Als hij het weet. Oh god, als hij het weet. Ik zie mezelf al voor de rechter staan. Zitten in een gevangenis, psychiatrische inrichting.

“Jij hebt een man vermoord, ongeveer 15 jaar geleden, je was toen 13 jaar oud. Niemand is er ooit achter gekomen. Iedereen dacht dat hij een natuurlijke dood was gestorven. Maar ik weet het, ik heb het je zien doen. Toen”.

Hij werd stil.

Nam nog een slok water. Hij keek me aan, lang.

“De man die gedood hebt, was mijn vader. Zie je geen gelijkenis”?

Ik begin te rillen, oncontroleerbaar. Dat was het. Altijd zat er in mijn achterhoofd dat iemand het zou weten, dat ik er niet mee weg kon komen. Al was het me 15 jaar lang gelukt. Nooit had ik erover gesproken. Nooit. Met niemand. Nu kwam deze man. Deze Arjan, die beweerde dat hij de zoon was van de man die ik vermoord had.

Zolang had ik het weggestopt. Zo lang dat zelfs de “openingszin" me niet had gewaarschuwd.

Ik was het vergeten. Die zin. Hoe kon ik die zin vergeten.

Arjan keek me aan, die ogen, die zin.

Ik probeerde op te staan. Wankelend maar Arjan trok me weer terug.

“Kom ik ben nog niet klaar, niet weglopen nu, je weet nog niets.

Luister naar alles en vertel me dan het missende deel”.

Ik zak terug op de grond. Flitsen van 15 jaar geleden schieten aan me voorbij. De stem, de vraag, de ogen, de pijn, oh god, de pijn. De vernedering en uiteindelijk de verlossing.

Arjan ziet me worstelen met mezelf en geeft me de tijd tot mezelf te komen.

Dan gaat hij verder. “Ik volg je nu ongeveer een jaar. Op afstand meestal. Soms wat dichterbij maar vandaag kon ik het niet meer aanzien. Je komt vrolijk over, doet je normale sociale ding, maar die onderhuidse dreiging, spanning is zo voelbaar dat elke vriendschap al dood is voor hij echt is begonnen. Niemand snapt waarom. Jij niet en de mensen die je in de steek hebben gelaten ook niet. Het is gewoon een feit. Jij wijdt je gebrek aan vrienden aan het vele verhuizen. Maar diep in je hart weet je dat het niet zo is. Ik weet het, ik heb hetzelfde”.

Jij hebt mijn vader gedood, maar uiteindelijk ben ik de schuldige. Ik heb je de middelen gegeven. Het was mijn epi-pen, mijn adrelinespuit, mijn allergie die hem heeft doen heengaan. Ik wist wat er met jou zou gebeuren. Ik heb meer dan eens moeten toekijken. Eens heb ik geweigerd. Het kostte me mijn ringvinger. Zonder pardon, excuus of maar met zijn ogen te knipperen pakte hij een tang en knipte mijn vinger weg. Ik zag hem erop kauwen terwijl hij een meisje verkrachte en vermoorde. Drie dagen lang was hij met haar bezig. Drie dagen heeft hij geknauwd op mijn vingerkootjes. Het meisje ging eindelijk dood. Ik was zo blij voor haar, je kunt niet weten hoe blij ik was.                                                                            

Toen kwam hij met jou thuis. Er zat nog geen week tussen.

Ik wilde je helpen, maar wist niet goed hoe. Ik kon niet te dicht bij je in de buurt komen, dan kreeg mijn vader argwaan.

Oh ja, op de vraag waar of wie mijn moeder was of is. Niemand weet het. Ze verdween uit het ziekenhuis een paar dagen na mijn geboorte . Dat terzijde.

Ik wist wat mijn vader met je ging doen. Ik hoorde hem diezelfde vraag al aan meerdere meisjes stellen. Ik moest erbij zijn van hem, vanaf mijn 14de heb ik hem meisjes zien vernederen, mishandelen tot hun dood een verlossing was.

Altijd met de vraag: hoe slecht ben jij. Als de meisjes eenmaal dood waren moest ik ze begraven in de tuin en ging hij op zoek naar een nieuw meisje.

Toen kwam hij met jou op de proppen. Jij, je gaf niet op, je huilde niet, gilde niet. Je schopte en probeerde te bijten. Ik keek naar je, vanachter een spleet in de schuur. Jouw vechtlust was nieuw voor mij. Ik had maar eenmaal in mijn leven tegengestribbeld en het kostte me mijn ringvinger, daarna was ik tam, luisterde en deed wat hij vroeg.

Jij niet. Ik wist dat je inmiddels drie tenen kwijt was, dat je geen vingernagels meer had, maar nog gaf je niet op. Ik wilde je helpen, maar durfde geen risico te nemen.

Bij het avondeten gaf mijn vader aan dat je nog twee dagen had, anders zou hij een voor een zo mogelijk nog pijnlijkere dood zorgen. Hij had daar wel ideeën over. Hij vroeg mijn hulp met je, ik moest je ertoe zetten je over te geven aan hem, zoals hij het wilde, dan zou hij ervoor zorgen dat je rustig kon inslapen.

Ik wilde weigeren. Ik was bijna 17, maar ik durfde niet. Ik was niet zo sterk als jij.

De volgende dag was het een schitterende lentedag. Gezien mijn enorme allergie voor bijen en wespen, gaf mijn vader mij mijn epi-pen mee met de woorden: Ik ben bezig. Mocht je gestoken worden, prik dat ding in je arm en je hart red het wel. In de keukenla ligt er nog een, gebruik ze nooit tegelijk jong, dan bezwijkt je hart van de hoeveelheid adrenaline.

Nu, wegwezen. En, eh, vanmiddag ga jij naar die griet en vertelt haar hoe het er voorstaat. Ben haar gezeik zat.

Gezien het feit dat jij een watje bent zul je haar niet langer willen zien lijden, dus doe wat ik verteld heb, dan lijdt ze het minst.

‘s Middags heb ik beide epi-pennen bij je neergelegd, ik hoopte dat je ze zou gebruiken. Dat je snapte wat de opzet was. Je hebt mij nooit gezien. Ben gegaan toen je probeerde uit je dichtgeslagen ogen naar me op te kijken.

“Ja”, zei ik. “Je zei nog iets tegen me. Ik kon het niet verstaan. Het leek belangrijk maar de wolken in mijn hoofd waren te zwaar om je te kunnen volgen”.

Ik zei: beide voor verlossing, hij of jij.

Daarop ben je vertrokken. Je deed de deur achter je weer op slot. Het deed zo’n pijn. Ik hoorde je de deur weer op slot doen, mijn enige uitweg. En jij deed hem op slot. Ik werd zo boos op je. Zo ontzettend kwaad. Alles wat me gebeurde kwam door jou, jij was mijn folteraar, mijn gijzelaar. Ik haalde kracht uit die woede, die razernij. Toen je vader binnenkwam en hij aan mijn pijnlijke voet met ontbrekende tenen trok en vroeg: hoe slecht ben jij, had ik de kracht om overeind te komen en de beide prikpennen direct in zijn hals te prikken. Hij reageerde direct, sloeg me in mijn gezicht en trok de naalden uit zijn hals. Vrijwel direct daarna zag ik hem blauw aanlopen, schokken en neervallen. Ik heb gewacht, voor mijn gevoel uren. Maar je kwam niet. Daarop heb ik me eerst op mijn knieën en later op mijn kapotte voeten een weg uit die schuur gezocht. Ik heb nog zeker een halve week buiten lopen dwalen voor ik gevonden werd. Ze hebben nooit achterhaalt wat er met mij is gebeurd. Behalve de fysieke verwondingen dan. Ik heb nooit iemand iets verteld, nooit. Later heb ik in de krant gelezen dat er een man in een afgelegen boerderij dood was aangetroffen na een anonieme melding.

Jij bent nooit ergens ter sprake gekomen. Nergens.

Arjan knikte. Klopt. Net als jij ben ik gevlucht. Ik bleek niet eens te bestaan. Er was nooit een geboorteaangifte gedaan van mij.

Jaren heb ik geprobeerd me te scholen, een bestaan op te bouwen en een normaal leven te lijden. Jij bleef echter door mijn hoofd spoken en uiteindelijk ben ik je gaan zoeken.

Eerst om te weten te komen of je het had overleefd, nadien om erachter te komen hoe je het had overleefd.

Ik kwam achter je gegevens, uiteindelijk.

Nu ben ik hier.

Ik kom om je te vertellen hoe slecht je bent.

Jij bent niet slechter dan ieder ander mens die vecht voor zijn of haar leven.

Door jou toedoen heb je twee levens gered.

Het jouwe en het mijne. En wie weet van hoeveel andere jonge meisjes die mijn vader nog mee zou hebben genomen eer hij zou zijn gepakt.

Dus….

Hoe slecht ben je?…

Note van de schrijver: Dit verhaal is geschreven naar aanleiding van de zin: Hoe slecht ben jij?- Deze zin werd mij als schrijfopdracht gegeven door een vriend

Dit artikel delen?

Graag je mening (waardering en/of commentaar) over deze inzending.
Schrijvers stellen je waardering en/of commentaar bij een artikel erg op prijs!

Je waardering voor een artikel

Hits: 102

(De gemiddelde waardering is 4 door 1 stem(-men)

Reacties   

# Kauwen op een afgehakte vingerKatja Stienen 08-04-2020 21:28
Boeiend, luguber verhaal.
Ik vind de vraag intrigerend, dacht eerst dat de man zo'n huis-tuin-keuke n filosoof was. Wat mij verbaast is dat hij tegen haar zegt dat ze slecht is. Het is zelfbehoud. En is het geloofwaardig dat hij man nooit de politie heeft ingeschakeld?
Schrijffoutje: slechter dan.
# Kauwen op een afgehakte vingerIngrid Bruggink 08-04-2020 22:13
Schrijffout heb ik aangepast.
Dank je voor je commentaar. Ik schrok er zelf van hoe luguber het werd tijdens het schrijven ;-). Maar zo ontsnapte het nu eenmaal uit mijn pen. Ik weet niet af het geloofwaardiger wordt als de politie ingeseind zou worden door hem. Angst en schaamte zouden daarin een grote rol kunnen spelen. In wezen zegt hij tegen haar dat ze niet slechter is als ieder ander mens die voor zichzelf opkomt.

Login of registreer (gratis) om een reactie te plaatsen

Misschien wil je de volgende inzending ook wel lezen...

aangeschoten wild

Geschreven door Kitty van Tooren. Geplaatst in 55 woordenverhaal.
Naakt, met zijn rug tegen de muur zakt hij door zijn knieën en maakt zich zo klein als hij kan. Hij sluit zijn ogen en likt zijn wonden. Zoute tranen smaken goed onder de j...
Actuele Top 3 van deze rubriek

Even iets anders in deze onzekere tijd.

23, mrt, 2020 Harry Boerkamp

De verjaardag

13, mei, 2020 Jeroen Follens

 Een leugentje om bestwil.

15, mei, 2020 Jan Boxem
 
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen door bezoekers. Door een waardering (1-5 sterren) te geven bepaal jij dus mede de continuïteit in publicatie van een inzending!