Loading...
Kort verhaal

Het korte verhaal leent zich voor het type analyse waaraan literaire romans worden onderworpen, voor wat betreft bijvoorbeeld de verteltechniek. Een kort verhaal verschilt van de anekdote doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard. Poe vond dat een kort verhaal in een half uur tot twee uur, maar in elk geval in één keer moest kunnen worden uitgelezen en gericht moest zijn op het bereiken van een enkel effect.

De waarschijnlijk meest uitdagende vorm van een kort verhaal is het flitsverhaal. Een flitsverhaal is een compleet verhaal in het kleinst mogelijk aantal woorden. Het moet een begin, midden en einde hebben en bij voorkeur een draai of verrassing aan het einde. "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef."

Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen.

Jouw zelf geschreven korte verhaal  of flitsverhaal is hier ook welkom. Een kort verhaal bij Schrijverspunt mag uit maximaal 500 woorden bestaan.

Korte verhalen

Het verwijderde einde

Ik stond voor de hemelpoort en dacht dat ik droomde maar bij nader inzien besefte ik dat ik op weg was naar de hemel, een aanwijzing dat er met mij iets vreemds was gebeurd. Er zat een klopper op de deur en ik klopte aan, voor alle zekerheid driemaal. Na enige tijd opende de deur zich en er verscheen een man met een baard en een humeurig gezicht, gekleed in een tabberd. Dat zou Petrus zijn meende ik, zo had ik me hem ook altijd voorgesteld, een man met een tabberd.

Op mijn vraag of ik binnengelaten kon worden antwoordde Petrus dat hij daarvoor de Zoon moest raadplegen. Ik was verbijsterd, ging de Vader daar niet over? Petrus antwoordde kortaf dat de Vader griep had en dat de Zoon Diens zaken overnam. Ik ademde opgelucht. Een griep was te overzien, het had ook erger kunnen zijn.

Na enige tijd kwam hij terug en wenkte mij hem te volgen. We liepen door een gang met aan weerszijden gotische bogen en aan het eind opende hij een deur. Ik volgde hem en vroeg me af waar ik was. Dat maak je zelf maar uit, zei hij narrig.

Het vertrek waarin ik me bevond had iets oubolligs, een soort sacristie met glas in lood ramen maar zonder hosties. Op het tafeltje stond een fles miswijn en een glas dat ik vulde en met kleine teugen opdronk, het was niet alleen een goed jaar, het was ook een goede wijn. Daarvoor zou de Zoon wel gezorgd hebben. Op het moment dat ik dat dacht kwam de Zoon binnen, een knappe jongeman met lang golvend haar. Hij ging zitten, niesde even en schonk een glas in. Vroeger noemden we deze kamer het Vagevuur, zei Hij. Een mooie naam. Vagevuur. Hij sprak het woord uit alsof het een slagroomgebakje was.

De Vader heeft griep, zei de Zoon en dan is de hele hemel verkouden. Je zult even geduld moeten hebben, anders vat je ook een kou. Maak je geen zorgen over de wijn, die is er genoeg. Ik antwoordde dat ik daar al zo’n vermoeden van had gehad. Naast de fles lag een pakje sigaretten en ik stak er een op. Het leven hier was zo slecht nog niet. De Zoon niesde weer even, snoot zijn neus en verdween door een deur. Ik had nog net genoeg tijd om Hem beterschap te wensen.

Ik ging aan een tafeltje zitten. Ik had eens een Bijna Dood Ervaring gehad toen ik in een lift zat en er niet meer uit kon. Ik had toen voor een tunnel gestaan met stralend wit licht. Ik had die ervaring altijd beschouwd als een mystieke gewaarwording van het verwijderde einde. Nu leek het me dat die gewaarwording niet zo mystiek was geweest.

Het moest haast wel zo zijn, dat ik nu door de tunnel was gegaan en een Helemaal Dood Ervaring had gehad. Want had ik niet na het eind achter de deur prachtige landschappen gezien waar knappe maagden vertoefden en had ik ook niet fraaie terrassen gezien met barbecues met biefstukken en rode wijn? En ik had ook kleine bungalows waar je met maagden kon cohabiteren, zo meende ik, gezien te hebben. Dit was de hemel. Ik sloot mijn ogen. Toen ik ze weer opende zag ik een boekenkast.

De boekenkast intrigeerde me. Ik had een dergelijke kast zeker niet verwacht in het Vagevuur. Er zouden wel allerlei scholastieke werken in zitten en heiligenlevens. En zeer zeker ook de Bijbel. Ik stond op, liep naar de boekenkast en bekeek de titels. Er zaten boeken bij van Harry Mulisch en Jan Siebelink en tot mijn verbazing een hele verzameling fantasy. Ik pakte een paperback van Houellebecq, liep naar mijn stoel, ging zitten en begon te lezen. Na een tijdje bleek dat het boek over de islam ging. Interessant. In hun hemel zaten zeer veel maagden. Als je goed je best had gedaan kon je er een heleboel krijgen. Dat leek me wel wat voor Houellebecq. Maar waar haalde je de condooms vandaan?

Als uit het niets verscheen er een beeldschone vrouw met een trolley waarop heerlijke hapjes stonden. Ze was gekleed in een minirok en had een decolleté dat niets te wensen overliet, de minirok trouwens ook niet. Ze keek me verleidelijk aan en zei op ondeugende toon dat als ik wat wilde ik maar moest roepen. Misschien was ze in een vorig leven een TV-babe geweest

Ik nam een bitterbal en zag tot mijn verbazing dat er een keurig opgemaakt bed in de kamer stond. Ik was toch niet beland in het nirwana, die andere hemel met de zeventig maagden waarover ik zojuist gelezen had? Maar nee, dat kon niet, dat was een hemel van kale boeddhistische monniken in oranje gewaden. Ik had de Zoon gezien en Petrus. Ik zat echt wel in het Vagevuur.

De knappe vrouw zag dat ik in verwarring verkeerde. Wij kennen in deze hemel maar één Maagd, zei ze veelbetekenend en ik ademde opgelucht. Viriliteit was nooit mijn sterkste punt geweest en ontmaagding leek me schandelijk. Ik moest onwillekeurig aan Houellebecq denken. Die zou het hier wel fijn vinden want hij was erg gesteld op geslachtsgemeenschap waarbij het geslacht er minder toe deed. Maar die boekenkast en die mooie vrouw? Maakten die deel uit van mijn ideale wereld? Verrek, dacht ik, en een milliseconde voordat ik uitgedacht was stond er een Chateau Pétrus op het tafeltje. De fles was ontkurkt en de vrouw glimlachte verleidelijk..

Petrus kwam binnen, keek zoekend om zich heen, pakte wat aspirines uit een lade en verdween weer. De deur sloot geruisloos, ik dacht eerst aan magie maar zag toen dat er boven aan de deur een hydraulische stang bevestigd was. Had ook hier de onttovering toegeslagen?

Ze ging naast me zitten, pakte een Vietnamese loempia van de trolley en nam een hap. Beetje heet, zei ze terwijl ze me schalks aankeek. Ik bloosde, er leek iets dubbelzinnigs in haar opmerking te zitten. Maar ik herstelde me snel en merkte op dat de bitterballen ook erg lekker waren. Ze nam er een en zei toen op een geheimzinnige toon: jij komt zeker uit Holland. Daarna keek ze me glimlachend aan en vertrok.

Ik nam Houellebecq weer ter hand, begon er in te lezen en dommelde na een tijdje weg in een diepe slaap. Toen ik weer wakker werd besefte ik dat ik niet gedroomd had. Dromen zijn bedrog, waar had ik dat ook alweer gehoord, mijn moeder moest dat gezegd hebben, ze was een uiterst praktische vrouw. Ik pakte Houellebecq op en hervatte mijn lezing. Die fantasy romans zou ik later wel lezen.

Dit artikel delen?
Pin It
  • Hits: 139

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Ongeldige invoer

Ter controle je e-mailadres

Nomineer deze schrijver!

Bezoekers van Schrijverspunt kunnen 2 schrijvers nomineren voor de titel van talentvolle schrijver 2019. Je kunt de schrijver van dit artikel nomineren door op de blauwe button te klikken.