Voor schrijvers, door schrijvers

Kort verhaal

Het raadsel van het vertrek
Inzendingen: 1053
Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of nog andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Dus geen vervolg! In deze schrijfactiviteit is ook ruimte voor reisverhalen en flitsverhalen.
 
 "Het meest beknopte en sprekend voorbeeld van een flitsverhaal is het verhaal dat Ernest Hemingway schreef.
" Te koop: babyschoenen. Nooit gedragen."
Het raadsel van het vertrek
© Joosje Baltussen op .
Aantal hits: 63

Met een gammel propellervliegtuigje land ik in Dodoma, de hoofdstad van Tanzania en de plek waar ik de komende maanden in een ziekenhuis zal werken. Op een paar Tanzaniaanse parlementsleden na is het vliegtuig leeg. Het Afrikaanse land is vlak en groen, onder het gras is de rode aarde zichtbaar. In de schaduw van een boom zitten mannen te backgammonnen.

In een beginnende schemering neem ik een taxi naar mijn nieuwe huis. We halen mannen in met sjaals om hun hoofd gewikkeld die karren zand voor zich uit duwen. Bananen, pinda's en rokende maïskolven worden aan de man gebracht, krantenverkopers proberen van hun laatste exemplaren af te komen, fietsenmakers onder bananenbomen plakken nog een band. Masai in roodgeblokte doeken tillen hun koopwaar op hun hoofd naar huis. Overvolle busjes halen ons toeterend in. Blikken staren naar buiten. We passeren een rotonde waarop een groot tv-scherm flikkert. "Timesquare of East Africa," zegt de chauffeur trots. Het beeld springt op koraalriffen voor de kunst van Zanzibar. ‘Visit Zanzibar’, staat er.

In het donker aankomen in een nieuw land is een vreemde ervaring. Het raadsel van de aankomst, noemde V.S. Naipaul het in zijn beroemde boek. Als voorbijganger snap je de codes van een nieuw land nog niet. ‘s Nachts stijgen de geluiden van jankende straathonden op. Vroeg in de ochtend klink een zingende muezzin vanuit een minaret. Ik heb heimwee.  

De eerste weken werk ik op de afdeling Interne Geneeskunde in ward 4, een barak met twintig verroeste bedden. Hier liggen enkel mannen. Klamboes hangen ongebruikt boven de bedden. Kakkerlakken lopen over de muur, vliegen nestelen zich in open wonden. Patiënten liggen kreunend in bed, familieleden hebben zich op het matras geïnstalleerd en voeren de zieke bonensoep. De patiënten in dit barak zijn doodziek. In Nederland zouden ze beademd worden op de Intensive Care, maar hier is die mogelijkheid er niet. Ze lijden aan ernstige longinfecties of hersenvliesontstekingen door bacteriën die de kop opsteken bij een HIV-besmetting.

Op bed 8 ligt een patiënt die mijn aandacht trekt. Een dertigjarige man met uitstekende botten staart roerloos naar het plafond. Zijn ogen zijn rood doorlopen en zijn rechterschouder ligt in een onnatuurlijke positie. Er zit nog weinig leven in zijn ziel. Zijn rechterenkel ligt geboeid aan het stalen bedframe. In zijn papieren dossier lees ik zijn naam: Ezra. Na een ongeluk in de gevangenis is hij verlamd geraakt. Wat er precies gebeurd is, wil een verveelde bewaker in uniform vol speldjes naast het bed niet vertellen. Hij kijkt me intimiderend aan. Een Kalasjnikov bungelt over zijn schouder.
 
Op een middag zit ik weer naar Ezra te kijken. Drie zusters proberen een katheter zijn penis in te brengen. Als de eerste het niet lukt, mag nummer twee het proberen, dan nummer drie. Zijn lijf wordt heen en weer gesjord. Na langer kijken zie ik zijn borstkas niet op en neer bewegen. Ik leg mijn stethoscoop op zijn magere borstkas. Een holle stilte. De meisjes kijken me aan. “Dead?” De druk in zijn oogbol is verdwenen. Dood. Een paar bedden naast Ezra gaan de dokters en studenten ongestoord door met hun ochtendvisite. Alleen de bewaker lijkt zich te bekommeren om de dood van zijn gevangene, want nu kan hij de kroeg in. We plaatsen een scherm om het bed en wikkelen de dode in zijn lakens. Een half uur later komen twee jolige mortuarium-medewerkers een rammelende kist op wieltjes binnenrijden. Ze schuiven het lijk in de kist, delen high fives uit en rijden lachend de kist de afdeling af. Tien minuten later heeft de volgende patiënt zijn plek ingenomen.

Ik werk ook op de Obstetrie. Deze afdeling krioelt van leven: hoogzwangere vrouwen waggelen af en aan, familieleden wachten buiten in de schaduw op nieuws, dokters in wapperende witte jassen lopen heen en weer tussen het gebouw en de kantine ertegenover. Het ruikt er naar vruchtwater. Als je het operatiecomplex wilt betreden, moet je kaplaarzen vol opgedroogd bloed en een linnen groene jurk tot de enkels aan. Buiten de afdeling hangen gewassen operatiejassen in de zon te drogen. Een zwangere vrouw ligt kermend te wachten tot de gynaecoloog een keizersnede bij haar komt doen, maar deze maakt nog geen aanstalten. Hij ligt in de koffiekamer op een bed met drie vrouwelijke operatieassistenten te flirten. Hij geeft ze beurtelings een tik op hun billen en de dames kirren. Ze maken luide grappen en schieten selfies.
Na een kwartier sjokt de anesthesist binnen. Hij draagt een muziek box op zijn schouder en een bekende Tanzaniaanse rapper klinkt uit de boxen. Hij gebaart haar de rug bol te maken en haar neus op haar knieën te plaatsen. Hij tast met zijn linkerhand haar wervelkolom af en prikt een dikke naald tussen haar ruggenwervels. De zwangere verkrimpt. Maar wonderbaarlijk glijdt de naald na een paar keer porren de epidurale ruimte in en druipt er een druppel hersenvocht uit. De anesthesist schreeuwt dat de gynaecoloog zich mag komen melden, en zo maakt deze eindelijk aanstalten zich te wassen. Op goed geluk lijkt de keizersnede te slagen en komt een nieuw kind ter wereld.

Maar later blijkt goed geluk niet het goede woord. Dagelijks worden er tientallen succesvolle keizersnede verricht, dag en nacht leveren gepassioneerde dokters en assistenten de beste zorg die ze kunnen bieden. Ondervoede kinderen verlaten na een paar weken het ziekenhuis met een volle toet. Elke dag rijden verpleegkundigen naar het platteland om kinderen te vaccineren. Het aantal gevaccineerde kinderen in Tanzania ligt inmiddels hoger dan in Nederland. 

De eerste weken dacht ik dat ik de Tanzanianen iets kwam leren over betere zorg. Ik verwarde cultuurverschil met minder goede zorg. Nu bewonder ik de Tanzaniaanse zorg, de manier hoe ze met weinig middelen veel levens redden en op basis van hun klinische blik diagnoses stellen. In essentie doen dokters wereldwijd hetzelfde. We vechten tegen de vergankelijkheid van het leven, ieder op zijn eigen manier. 

Nu weet ik niet meer wie het meest van de ander kan leren: het raadsel van het vertrek.

Dit artikel delen?
Feedback voor schrijfactiviteiten

Hier jouw review voor: "Het raadsel van het vertrek"

Geschreven door Joosje Baltussen . Geplaatst in Kort verhaal.
Periodiek verwijderen we 'oudere' inzendingen o.b.v. geen of lage waarderingen.
Emoticons: ;o = wink, :d = bigsmile, :-$ = blush, (^) = cake, (h5) = clapping, 8) = cool, ;( = crying, (x) = handshake, :? = thinking, (hartje) = heart