SCHRIJFACTIVITEIT: KORT VERHAAL

Een kort verhaal kenmerkt zich doordat de handelingen, gedachten en gesprekken van de personages zijn georganiseerd in een plot van komische, tragische, romantische, satirische of andere aard.  Een kort verhaal is altijd een compleet en zelfstandig leesbaar verhaal. Fragmenten uit gepubliceerde manuscripten of vervolgverhalen zijn niet toegestaan!
Bij een kort verhaal geven we de voorkeur aan maximaal 1000 woorden.

Klik voor meer schrijfactiviteiten in het menu op SCHRIJFACTIVITEITEN.

Het paard van

Publicatie: 21.11.2021 | Jan van Beek

Het paard van
Bij het binnengaan van de supermarkt loopt hij mij met z’n getraliede karretje bijna ondersteboven.
“Verdomme Herman, doe eens normaal en houd rechts ja.”
Herman schrikt niet eens, hij lacht, “zal ik je vertellen,” zegt hij, “ik kom hier anders nooit, maar Ria kon geen pannenkoeken bakken zonder Molenaars pannenkoekenmeel, normaal laten we de boodschappen bezorgen, vandaar.”
Vandaar wat?
Ik begrijp hem vaker niet, maar geen reden om niet even met hem mee naar buiten te stappen.
Voor de supermarkt praat Herman mij helemaal bij.
Want praten doet Herman graag, en altijd, en ik luister en ik knik.
Als hij even stilvalt en diep inademt om de volgende golf aan woorden op te halen, reageer ik alert, in net genoeg seconden kan ik de vraag stellen die ik eigenlijk meteen al wilde stellen.
“De nieuwe stal staat in de steigers, liet je mij de vorige keer weten, ben benieuwd hoe het nu is met die stal en met jouw paard?”

 

Herman vond mij als kennis altijd belangrijk genoeg om alle positieve veelzijdigheden van zijn vrouw Ria mee te delen, evenals de belevenissen van hun twee dochters die beiden waren afgestudeerd.
“En nu hebben beiden de deur achter zich dichtgetrokken, ze wonen zelfstandig,”
Het is al bijna een jaar geleden dat hij het mij vertelde.
Ik bespeurde enige droefenis, daar kon ik toen maar één reactie op bedenken.
“En nu zijn jullie bang om in het zwarte gat van het legenestsyndroom te vallen.”
Dat was geen vraag, meer een gevolgtrekking, opgebouwd uit verhalen van andere stellen die hetzelfde hebben ervaren toen de kinderen waren vertrokken.
“Neuh, niet echt,” was zijn reactie.
“Niet?” Dat verbaasde mij, dan moest er een dwingende humane, sociale of andere diepmenselijke oprisping ten grondslag liggen aan zijn nogal opportunistische besluit.
Want hij had mij net een komisch belevenis toevertrouwd, “plotseling stond er een paard bij ons in de gang, figuurlijk gezien dan.”
Met een verholen klank van zelfspot kreeg ik destijds te horen dat hij, treurig geworden maar geïnspireerd door een filmpje over afgedankte paarden, zich had aangemeld bij een paarden-met-pensioen collectief’.
“Zo,” reageerde ik verrast.
“Ik was die aanvraag glad vergeten,” vervolgde hij, “ik wist het weer toen er iemand met een paardentrailer voor de deur stond en vroeg, waar wil je het beest hebben?
“Het paard van…? vroeg ik, “een schimmel soms?”
Hij hoorde het niet.
“Voor de grap zei ik tegen die beste man, ‘zet hem maar in de gang.’”
Herman lachte eerst om zijn eigen grap, en toen enigszins veronschuldigend, “ik kon niet zo snel een plek bedenken.”
“Niet?” ik wist wel beter, “je hebt toch ruimte genoeg, je hebt wel drie grote schuren op je erf met een volume voor wel zes paarden.”
“Nee joh, die schuren staan barstens vol,” en dat klonk meer dan serieus, “ik moet toch érgens met de dagelijkse spullen naartoe.”
‘Ja naar de stort’, weet ik nog dat ik dacht, ik ben namelijk enkele keren bij hem op de koffie geweest, ik ken zijn situatie en ik ken hem goed genoeg om van zijn opruimwoede op de hoogte te zijn, die bestond namelijk niet. Integendeel, Herman was een verzamelaar, van alles wat hem voor de voeten kwam.
“Nee,” zei hij, “die schuren dat is geen optie,” en, “ach ik kan wel iets zien liggen.”
Hij had dus niet meteen plek voor een paard, maar wel het besef dat er voor de winter onderdak geregeld moest worden.
Een week daarna liep ik Herman weer tegen het lijf.
“We gaan een stal bouwen,” zei hij, “hout is niet het probleem, wie wat bewaart die heeft wat.”
Dat is een waarheid als een koe, maar voordat de eerste spijker geslagen werd liep de bouw door onvoorziene omstandigheden vertraging op.
“De bouw is uitgesteld,” vertelde hij mij, weer een paar weken later, nogal deemoedig, ik kwam hem tegen bij de apotheker met een arm in de mitella, terwijl hij zalf haalde voor zijn aambeien.
“Klein ongelukje, het licht weigerde in de garage, ik was op zoek naar hamer en spijkers en ik was die dozen met verfpotten glad vergeten.”
“Je hebt in ieder geval mooi gekleurd gips om je pols gekregen,” reageerde ik, “en nu?”
“Zal ik je vertellen,” zei hij, “ja toen, toen had het paard pech, die moest het voorlopig doen met een plek achter het huis in de open lucht.”
Echter vroeger dan verwacht kreeg dat arme beest de eerste sneeuw op z’n hoofd, dat zette de hele boel op z’n kop, want dat is zielig. In lijn met hun levensmotto toonden zowel Herman als Ria over een groot en aandoenlijk, soms desastreus, portie dierenliefde te beschikken.
Ik sprak hem opnieuw, nu bij de kapper, “waar heb je dat paard dan zo snel gelaten?”
“Wat dacht je, zal ik je vertellen, naar binnen gehaald natuurlijk.”
Ria had nog wel het een en ander tegengeworpen, “ik kan de berging niet zo lang missen, waar laat ik de was?”
“Niet helemaal ideaal natuurlijk,” hij gaf het toe, “wat dan ook, het beest staat in ieder geval droog.”
Ik weet nog dat ik van verbazing niet wist of ik erom moest lachen.
“Je bent hartstikke gek en dat laat je zo?”
“Nee joh, zal ik je vertellen,” zei hij, “mijn zwager is vlot en heeft wel eens een hamer vast gehouden. “Een stal bouwen? Zo geklaard, paar dagen, en ja, opgemetseld met fundament en al.”
Er zat een paar weken tussen. Midden in het dorp bij de viskraam vertelde hij deel zoveel van het vervolgverhaal.
“Ja, ja, de hele familie en de brede kennissenkring is komen kijken, er was soep en broodjes.”
“Dus jullie paard heeft eindelijk onderdak?”
“Had onderdak,” hij grijnsde erbij.
“Wat nu weer?” een logische reactie toch.
“Vrouwen kunnen veel bederven,” zei hij, nog altijd misnoegt, “vooral als Ria met haar loensende timmermansoog komt kijken.”
Ik fronste mijn voorhoofd.
“De stal van jullie mist iets, gooide ze ons doodleuk voor de voeten. Oh ja? en wat moet dat dan wel zijn, de zwager vermoedde een grap, zoiets als, ‘er ontbreekt een deurbel of een brievenbus’.
Hoe moet dat paard bij z’n vreten komen?”
Ik begreep de opmerking niet, Herman en zijn bouwvakker zullen Ria ongetwijfeld net zo schaapachtig aan hebben gekeken.
“Zal ik je vertellen,” Herman legde het uit.
“Idee van mijn zwager om de stal pal tegen de stenen inrit aan te bouwen, kom je altijd met droge voeten binnen, zei hij. Hij had er echter nooit over nagedacht om aan de achterzijde van het bouwsel een doorgang te maken, het beest kon dus onmogelijk bij het malse gras achter zijn stal.
Ik zag daar aanvankelijk het probleem niet van in, ah joh, dat redt zich wel, komt wel goed, zei ik.”
Het kwam dus niet goed, vertelde hij mij maar meteen, Herman heeft niets tegen overbodig materiaal, maar wel een enorme afkeer voor overbodige handelingen.
“Dat in en uit de stal halen van dat beest was ik na twee weken zo gruwelijk zat. Zodoende kwam dat beest opnieuw in de berging terecht, vandaaruit kan hij zo de tuin in.”
Herman haalde zijn schouders erbij op, maar het kietelde onmiskenbaar mijn lachspieren.
“En die vrijgekomen stal heb je meteen maar volgepakt?”
Herman vatte die cynische opmerking serieus op, “Ja en nee,” zei hij, bijna cryptisch.
“Maar zal ik je vertellen, de net aangeschafte zitgrasmaaier en nog wat rondzwervende attributen moest ik ook ergens kwijt.”

“Achteraf maar goed ook,” hoorde ik laatstelijk van hem, deze keer in de slagerswinkel, een paar weken geleden.
De plek van de stal bleek ineens niet zo handig meer, door een nieuwe situatie was de stal ineens midden in zijn tuin komen te liggen.
Ik hoorde het aan maar vond het nogal raadselachtig allemaal.
“Zal ik je vertellen,” zei hij.
Zo bleek dat de ontwikkeling rond het paard zich onverdroten had voortgezet.
Herman had ondertussen het eeuwenoude adagium; de grond van de buurman koop je maar één keer, tot werkelijkheid gemaakt. Het kost wat, maar dan heb je ook wat, een aangrenzend stuk land en een dubbel zo groot perceel, alles met de bedoeling meer ruimte te creëren voor zijn paard.
De handige zwager was opnieuw opgetrommeld en al druk doende een nieuwe grotere en modernere stal te realiseren aan de rand van het nieuwe stuk land, met twee onvervalste staldeuren.

 

“Nou, op zich wel goed,” is zijn antwoord, maar zijn gezicht betrekt, “alleen een dag nadat de stal klaar was ging het paard dood.”

 

Jan van Beek

WAARDERING

HITS:

246

Enthousiast over deze inzending? Deel je enthousiasme op sociale media m.b.v. onderstaande buttons.

Commentaar en/of waardering voor dit artikel:

Iedere bezoeker (lid zijn is niet noodzakelijk) kan een waardering geven voor dit artikel! Schrijvers stellen je tips en opmerkingen op prijs.
22.11.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Hele leuke situatieschets!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
22.11.21
Graag je feedback over de schrijfkwaliteit en schrijfstijl a.u.b.
Hele leuke situatieschets!
Show more
0 van de 0 lezers vond deze review nuttig
Naar boven

Ook meedoen aan een schrijfactiviteit? Meedoen is gratis. We publiceren je inzending voor minimaal 12 maanden. Meedoen is mogelijk door eerst in te loggen en dan bovenin de pagina op de rode balk te klikken. Nog geen lid? Aanmelden is gratis.